Geschiedenis

Geschiedenis van de Lakota-reservaten

Inhoudsopgave

Ontdekking

De geschiedenis van alle reservaten begint natuurlijk bij de komst van de blanken, die Noord-Amerika 'ontdekken'. Hiermee werd immers de basis gelegd voor de ondergang van het vrije leven van de Indianen, wat uiteindelijk zou leiden tot de vorming van de huidige reservaten. Het zou tot na 1850 duren voordat de Lakota de nadelige gevolgen begonnen te ondervinden van de blanke invasie. Tot die tijd verliepen de contacten tussen Lakota en blanken relatief vreedzaam. Basis was de pelshandel, opgezet door bedrijven uit St. Louis. Deze maakten gebruik van een reeds bestaand Indiaans handelsnetwerk. De eerste handelsposten op Lakota-territorium werden door de Lakota verwelkomd, aangezien ze daardoor werden voorzien van een reeks ruilwaren. Rond 1834 besloeg het gebied van de Lakota Noord- en Zuid-Dakota, naar het westen tot de Bighorn bergen en zuidwaarts tot de Platte rivier. In die tijd richtte William Sublette een handelspost op, gelegen bij de samenvloeiing van de Noord-Platte en de Laramie-rivier. Dit was vanouds een plaats waar de Indianen hadden gekampeerd en gehandeld. Deze post, later Fort Laramie genoemd, werd gedurende de komende 40 jaar een basis voor het economische en politieke leven van de Lakota.

Fort Laramie

In 1840 kocht de Amerikaanse regering Fort Laramie van de bonthandelsmaatschappijen en bracht er troepen naar toe. Twee jaar later sloot de V.S. er een aantal verdragen met de Indiaanse stammen van dit gebied. Hierin werd de omvang van Indiaans grondgebied vastgelegd. De Indiaanse naties beloofden vrije doortocht door hun gebied in ruil voor bepaalde betalingen aan de stammen.
Tegen de verdragen in vestigden zich echter steeds meer blanken op Indiaans grondgebied en ontstond er een reeks van illegale forten van de z.g. Bozeman Trail. De oorlog van Red Cloud tussen 1866-1868 was een antwoord hierop.

Verdrag van 1868

In 1868 werd een tweede verdrag bij Fort Laramie gesloten. In dit verdrag werd de grondslag gelegd voor de huidige reservaten en het is heden ten dage de basis voor bijna alle conflicten tussen de Lakota en de Amerikanen. In dit verdrag besloeg het Indiaanse grondgebied de westelijke helft van Zuid-Dakota, genoemd het Grote Sioux-reservaat. Daarbij kwamen een stukje van Noord-Dakota, in het zuiden een gebied van Nebraska tot de Noord-Platte en in het westen een stuk van Wyoming tot de Powder rivier. Deze gebieden werd als 'niet-afgestaan Indiaans grondgebied' beschouwd. In het verdrag werd vastgelegd dat geen blanke zich hier mocht vestigen of verblijven. De forten langs de Bozeman Trail werden opgegeven. De V.S. beloofden de Indianen jaargelden, een agent als regeringsvertegenwoordiger, zorg voor onderwijs en bescherming van Indiaans land. Het belangrijkste artikel hield in dat niets in het verdrag mocht worden gewijzigd of land mocht worden afgestaan zonder toestemming en ondertekening van drievierde van alle volwassen mannelijke Indianen. De Lakota gaan er vandaag van uit dat geen van de territoriale veranderingen, inclusief de inbeslagname van de Black Hills in 1877, legaal zijn zolang niet aan genoemde voorwaarde is voldaan. Zelfs de advocaten van de V.S. hebben moeten erkennen dat zulks niet het geval is, en de strijd van de Lakota over teruggave van de Black Hills is hierop gebaseerd.

Invasie

Klik op de kaart voor een vergroting Tussen 1868 en 1873 verbleven de meeste Lakota in het gebied rond Fort Laramie. De blanke invasie ging onverminderd door en de Indianen werden hierdoor steeds meer in het nauw gebracht. Dollars vervingen steeds meer de ruilhandel en de Indianen werden onder druk gezet door de Indianen-agenten, die onthouding van voedsel en andere voorraden als machtsmiddel gebruikten. De bizon verdween, jachtgronden werden overspoeld door kolonisten en in de Black Hills werd goud gevonden. Het leger en het ministerie van Indiaanse zaken dwongen de Oglala om zich rond Fort Robinson in Nebraska te verzamelen. Velen berustten hierin en begonnen in 1873 onder Red Cloud een nieuw leven, steeds meer gedomineerd door blanke invloeden en politiek. Een deel van de Lakota bleef echter op hun oude grondgebied rond de Black Hills wonen en probeerde daar hun vrijheid te bewaren. Toen in 1874 bekend werd dat er goud in de Black Hills was gevonden, probeerden de V.S. de Black Hills van de Lakota te kopen. De Indianen weigerden en het leger beval alle Indianen zich te melden bij hun agentschappen. Toen dit niet gebeurde besloten de V.S. het leger in te zetten, totaal in strijd met verdrag van 1868.

Little Big Horn

In 1876 behaalden de verenigde Lakota, Cheyenne en Arapaho een overwinning op generaal Custer bij de Little Big Horn. Desondanks waren een jaar later alle Lakota's toch bij Fort Robinson geconcentreerd en eindigde hun gewapende weerstand. In 1877 werden een aantal Lakota leiders door onthouding van voedselvoorraden gedwongen de Black Hills af te staan. Ondanks bedreiging met de hongerdood tekenden veel minder dan de benodigde drievierde van de volwassen Lakota dit 'verdrag'. Een aantal Indiaanse leiders kon de regering er echter van weerhouden om de Lakota te verhuizen naar de Missouri. Verder aan de Lakota opgedrongen 'verdragen' verdeelden de resten van het Grote Sioux-reservaat en legden het open voor blanke kolonisatie en mijnbouw. Rond 1878 lagen de grenzen van de huidige reservaten vast en kon worden begonnen met de verdere ondermijning van de Lakota cultuur.

Het Pine Ridge-reservaat

Pine Ridge is het op één na grootste reservaat in de Verenigde Staten. Het ligt in het Zuidwesten van Zuid-Dakota en omvat 5000 km2. Er leven ongeveer 19.000 mensen, 16.000 Oglala's en de overige 3000 bestaan uit blanken en leden van andere stammen. Het reservaat is opgedeeld in drie counties, een soort gemeentes, n.l. Shannon County, Jackson County en Bennett County. Shannon County is de armste streek in de V.S., hetgeen veel zegt over de situatie in dit reservaat. Nadat in 1878 de grenzen van het reservaat definitief waren vastgesteld, begon de Amerikaanse regering met de ondermijning van de Lakota cultuur. Men wilde boeren van de Lakota's maken, hetgeen volledig indruiste tegen hun vroegere nomadische bestaan. Om brave Amerikaanse burgers van de Lakota te maken werd hun religie en taal verboden. Christelijke kerken stortten zich op de 'heidenen', kinderen werden vaak van de ouders weggenomen om ze op kostscholen te plaatsen.

Land

Het land werd verdeeld waarbij ieder hoofd van een Oglala huishouding 160 acres toebedeeld kreeg. Dit stond in totale tegenstelling tot het Indiaanse geloof dat men land net zo min als lucht kan bezitten. Het overige land werd opengesteld voor blanke kolonisatie. Veel Oglala verloren hun land op slinkse wijze, juist door hun onbegrip over het 'bezitten' van een stuk land. Dit verklaart waarom grote delen van het reservaatsgebied in blanke handen zijn.
Gelukkig weerstonden velen de druk om hun cultuur op te geven en daarom heeft deze kunnen overleven. In het geheim werd doorgegaan met het spreken van Lakota en het houden van ceremonies. De Lakota traditie werd mondeling doorgegeven, maar er is tch grote schade aangericht en dit verklaart het inferioriteitsgevoel dat veel Indianen nog steeds hebben. Het Bureau of Indian Affairs controleerde het totale leven op het reservaat tot 1934. Daarna werd officieel gestopt met het onderdrukken van de Lakota cultuur en werd het de stam toegestaan een eigen grondwet te hebben en een beperkte vorm van zelfbestuur uit te oefenen. In de 50'er jaren was de regeringspolitiek er op gericht zoveel mogelijk Indianen van het reservaat weg te lokken naar de grote steden. Het leven in de grote steden bleek voor de meesten echter nog rampzaliger te zijn en velen keerden naar Pine Ridge terug.
In 1960 veranderde de Amerikaanse politiek onder leiding van president Kennedy en later Johnson. Men erkende dat er andere culturen in de V.S. bestonden en dat velen niet deelden in de 'Amerikaanse droom'. Dit had grote invloed voor het reservaatsleven. Het BIA verloor zijn absolute controle over stamaangelegenheden. Tussen 1965 en 1975 steeg het stambudget van 100.000 dollar naar 6.000.000 dollar per jaar. Dit gaf de Oglala veel meer mogelijkheden om de economische en sociale problemen aan te pakken en vooral op hun eigen wijze. Men verkreeg meer controle over de besteding van overheidssteun. In een poging het politieke systeem meer te doen gelijken op het politieke leven van de Oglala voor de reservaatstijd, werd overgegaan op decentralisatie. Hoewel er nog steeds onderlinge onenigheid is, probeert men steeds meer om tot een compromis te komen.

Stamraad

Tegenwoordig wordt het reservaat bestuurd door de stamraad. Deze bestaat uit zestien gekozen leden, die negen kiesdistricten vertegenwoordigen. Hoofd is de president van de stamraad, bijgestaan door de vice-president. Iedere twee jaar vinden verkiezingen plaats. De stamraad stelt rechters aan die oordelen over de meeste vergrijpen binnen het reservaat. Blanke bewoners vallen echter onder de wetgeving van de staat Zuid-Dakota en dit geeft aanleiding tot menig conflict.
De meeste Oglala beschouwen Pine Ridge als een soevereine natie die zich nooit heeft overgegeven aan de V.S. Soevereiniteit en conflicten over rechtsbevoegdheid vormen een voortdurende bron van irritatie tussen Pine Ridge, de staat Zuid-Dakota en de V.S. De onderlinge verhouding is die van pupil en bewindvoerder. Dit houdt in dat stamland en hulpbronnen onder bescherming en verantwoording van de regering vallen. Uitvoerend orgaan is het BIA en velen vinden dat zij geen effectieve bewindvoerder is geweest. In ruil voor Indiaans land heeft de regering speciale verantwoordelijkheden op zich genomen, o.a. dienstverlening in de vorm van onderwijs, medische zorg, wegenbouw en beurzen voor Indiaanse studenten. In tegenstelling tot wat vaak wordt geloofd ontvangen de Oglala geen maandelijkse uitkering van de overheid. De beroemde 'pay-checks' zijn pachtinkomsten van land dat door Oglala's aan blanken wordt verpacht. Het BIA bemiddelt in de meeste gevallen bij het verpachten en betaalt de Indianen uit. Voor de Oglala's die geen werk hebben, en dat is 80%, bestaan de inkomsten verder uit financiële steun waar alle Amerikanen recht op hebben, een soort bijstand dus. Verder zijn er voedselbonnen en subsidies voor de weinigen die boer zijn. De voedselbonnen zijn niet genoeg voor een volwaardige voeding en de meesten leven op vet en koolhydraatrijk voedsel. Daardoor zijn veel Oglala's dik en toch ondervoed. Eén van de grootste problemen is het alcoholisme.

Werk

Er is weinig werkgelegenheid op Pine Ridge. De meeste Oglala's die een baan hebben werken voor dienstverlenende bedrijven, zoals scholen, sociale dienstverlening, de stamraad, het B.I.A., de stamraad en andere hulpverlenende instanties. Al deze banen zijn helaas verbonden met overheidssteun. Er zijn geen natuurlijke hulpbronnen zoals steenkool en olie en veel Oglala's zouden zich verzetten tegen mijnbouw omdat dit indruist tegen hun cultuur. Industrie komt niet van de grond door gebrek aan kapitaal en geschoolde arbeidskrachten. Ook de mentaliteit van de Oglala's zit tegen omdat er nooit een cultuur van betaald werk heeft bestaan. Inkomsten uit toerisme lopen stuk op het feit, dat veel Oglala's niets voelen voor exploitatie van hun cultuur en er ook nauwelijks faciliteiten voor bezoekers zijn. Eén van de weinige succesvolle ondernemingen is de Cedar Pass Lodge bij het Badlands National Park. Dit is een bezoekerscentrum dat geheel door de stam wordt gerund.

Faciliteiten

Er is een klein ziekenhuis in Pine Ridge waar het grootste deel van de staf blank is. Men kampt met een voortdurende onderbezetting, vooral aan artsen. Er zijn wel districtsverpleegsters. Ernstige gevallen worden altijd naar ziekenhuizen buiten het reservaat vervoerd. Veel Oglala's wenden zich liever tot de medicijnmannen met gezondheidsproblemen. De meeste scholen staan nu onder beheer van de stam zelf. Naast regulier onderwijs worden de leerlingen weer onderwezen in Lakota taal en cultuur. Door de sociale problemen is er helaas een grote uitval van leerlingen, zelfs tot 50%. Sinds 1971 biedt het Oglala Lakota College de mogelijkheid tot voortgezet onderwijs, dat geïntegreerd wordt met de eigen cultuur. Er is ook een eigen radio-station: KILI-radio, van waaruit men zowel in het Engels als in het Lakota uitzendt.
De grote problemen op Pine Ridge gaat men te lijf met verschillende hulpprogramma's. Vele hiervan opereren op basis van de Lakota cultuur. Men probeert de oude waarden en normen weer in leven te roepen. Er wordt steeds meer waarde gehecht aan de 'Good Red Road' en dit uit zich in steeds grotere belangstelling voor de oude ceremonies, het spreken van de eigen taal en het gevoel een eigen identiteit als Lakota te hebben. Veel ceremonies eisen van de deelnemers onthouding van alcohol en drugs. Een goed voorbeeld is de Zonnedans. In religieus opzicht bestaat nu een vreedzame coëxistentie tussen de christelijke kerken en de traditionele Lakota religie. Veel Lakota's, vooral de ouderen, belijden de beide geloven en dit wordt grotendeels door de kerken geaccepteerd.

Natanja Braude

(eerder gepubliceerd in Wotanin Wowapi - kwartaalblad van de Lakota Stichting - nrs. 17 & 18)

Op de pagina Fotogalerie zijn enkele foto's uit dit gebied te zien.