Boekbespreking: 1491 - de ontdekking van precolumbiaans Amerika

Heb je altijd gedacht dat er voor de komst van Columbus heel weinig Indianen in de Amerika's leefden? Dat het land een nauwelijks ontwikkeld natuurgebied was? Dat de Indianen zich daaraan hadden aangepast en daardoor in evenwicht met die natuur leefden? Het boek '1491' zet je op een heel ander spoor.


De schrijver van '1491', Charles Mann, zet op een rijtje wat de huidige stand van zaken is rond het onderzoek naar de herkomst van de Indianen als volk, de tijd waarin ze Amerika hebben bevolkt, het ontstaan van eerste steden en de ingewikkelheid van de verschillende culturen en de aantallen mensen, die het continent bewoonden.


Een paar van zijn stellingen:


Amerika was veel vroeger bewoond dat tot voor kort werd aangenomen. In plaats van 12.000 tot 15.000 jaar geleden, is er nu sprake van verschillende groepen die in golven naar Amerika zijn gekomen, de vroegste vanaf ca. 34. 000 jaar geleden. Ook zouden ze niet alleen via de Bering-straat zijn gekomen, maar er wordt ook de mogelijkheid van een route vanuit Azie langs de kust geopperd


De vroegste dorpscultuur (in Chili) lijkt uit 12.800 jaar geleden te stammen; in Peru is een stad ontdekt uit 3200 en 2500 v. Chr., in dezelfde periode waarin in Mesopotamie de Sumeriers hun eerste steden bouwden, de vroegst bekende steden in de geschiedenis van de mensheid tot nu toe.


Het Inca-rijk was groter dan China en had 40.000 kilometer aan verharde wegen, die nu voor een deel nog bruikbaar zijn, de Inca Trail. Hoewel het gebied voor het groot deel uit bergen bestaat, wist men op grote hoogte landbouw te bedrijven - en die producten werden via een efficient distributie-systeem door het rijk verspreid.


De hoofdstad van de Azteken in Mexico, Tenochtitlan, was in 1491 groter dan Parijs, toendertijd de grootste stad van Europa. De stad had waterleiding, hier echt niet bekend in de late middeleeuwen.


Het continent Amerika had op dat moment mogelijk meer inwoners dan Europa. Waar zijn al die mensen gebleven? Mann rekent ons voor, dat ruwweg gesproken in de eerste honderd jaar na de ontdekking zo'n 90 % van de Indiaanse bevolking verdwenen is, overleden aan ziektes, die de Europeanen meebrachten. De ontdekkingsreizigers troffen steeds vaker totaal ontvolkte dorpen en steden aan. De natuur had er zijn rechten hernomen. Ook het Amazone-gebied, in de ogen van huidige natuurbeschermers ongerept, is al eeuwenlang dichtbevolkt geweest. De archeologen vinden er nu restanten van belangrijke culturen. De (natuur)volken die we er nu vinden zijn afstammelingen van vluchtelingen uit landbouwgebieden. 

Lacandone-Indianen in Mexico Lacandone-Indianen uit het regenwoud in Mexico (afstammelingen van Maya's) - foto: Gerda Bolhuis


Het land is wat antropologen een cultureel artefact noemen: een door mensenhand gemaakt landschap. Overigens beargumenteert Mann dat ook voor Noord-Amerika. Het prairie-gebied zou bewust door branden zo groot mogelijk gehouden zijn, zodat ook in oosten bizons voorkwamen. Het aantal bizons zou ook bewust klein gehouden zijn. De aanwezigheid van enorme aantallen bizons, die ontdekkingsreizigers meldden (60 miljoen), was een ecologische ramp die zich voordeed na het instorten van de culturen die dit systeem beheerden.


Aanbevolen!


Boekgegevens:
1491 - de ontdekking van precolumbiaans Amerika
Mann, C. C. 
624 pagina's
ISBN10 904680349X 
ISBN13 9789046803493