Wotanin Wowapi 13 – augustus 1993


nieuwsbrief van de Lakota Stichting

nummer 13, augustus 1993

Inhoudsopgave


Van de redactie

Op de een of andere manier worden veel mensen gefascineerd door Indianen. Vooral de Noord-Amerikaanse Indiaan is veel populairder dan andere inheemse volken zoals de Aymara, de Papua of de Aborigines. Als gevolg van die belangstelling zijn er veel beelden in omloop. De Noord-Amerikaanse Indiaan is een exotische, rijzige man met veren in zijn haar, een nobele wijze die in harmonie met de natuur leeft, of een luie dronkelap die overheidsgelden over de balk smijt en blanke dames belaagt.
Dit soort clichés zeggen meer over de mensen die ze verzinnen dan over de mensen die er het lijdend voorwerp van zijn. Bij de verovering van Amerika was het handig om Indianen te zien als bloeddorstige heidenen. Dit beeld rechtvaardigde immers het geweld waarmee de blanke expansie gepaard ging. Anno 1993 is het voor de bewoners van vervuilde westerse industrielanden een troostende gedachte dat er aan de andere kant van de oceaan nog Indianen zijn die een betere levenswijze zouden hebben.
De Lakota Stichting is tegen zulke clichébeelden omdat ze het zicht op de realiteit versluieren en het bijna onmogelijk maken om op respectvolle en gelijkwaardige wijze een dialoog met de Indiaanse gemeenschappen aan te gaan. Onder het motto ”ken uw vijand” hebben we echter toch gemeend het onderwerp beeldvorming aan de orde te brengen in een themanummer. Met alle stereotypen, zowel de negatieve als de positieve, zijn wij het oneens, maar het is interessant om te zien wat er allemaal bij elkaar wordt gefantaseerd over Indianen. De hierna volgende artikelen over films, strips en boeken vormen geen volledig overzicht.
Winnetou ontbreekt, om maar iets te noemen, en we hebben ons vooral op Noord-Amerika geconcentreerd. Maar voor de rest zijn alle belangrijke clichés vertegenwoordigd. Ik zou zeggen: welkom in de wereld van het verdwijnende ras, de primitieve wilde en de wijze medicijnman!Namens de redactie,

Ingrid van Amelsfort


Humor en Indian Time

Natanja Davidsson was als deelnemer mee op onze reis naar de Lakota in 1993. In dit artikel vertelt ze over het beeld dat ze voor de reis van Indianen had en hoe dat tijdens de reis al dan niet veranderd is.

Aan het begin van dit stukje wil ik even zeggen, dat ik het altijd heel moeilijk vind om een beeld van iets of iemand te hebben, en nog moeilijker om dit aan derden door te geven. Je gaat zo gauw mensen in hokjes plaatsen en dit geldt zeker in hoge mate voor het hebben van een beeld van ”de Indianen”.
Wij allemaal weten hoe vervormd het beeld van de Indianen is in de meeste films en literatuur, en hoeveel kwaad ze dat nog steeds berokkent. Door mijn, al van jongsaf aan, intense belangstelling voor Indianen had ik er al veel over gelezen. Ik was al tot de conclusie gekomen dat het beeld van ”de Indiaan” niet bestaat. Immers, er zijn zoveel verschillende stammen met geheel eigen cultuur en taal, in wezen vergelijkbaar met de volken van Europa.

Ik zal daarom proberen mijn persoonlijke impressie te geven van de ontmoetingen die wij met de Indianen hebben gehad gedurende onze reis naar de Lakota’s deze zomer. Als ik een paar algemene trefwoorden zou moeten geven, dan zijn dat: humor, tolerantie en een grote verscheidenheid in persoonlijkheden. We hebben traditionele medicijnmannen ontmoet, een lid van de ‘tribal council’, een parkwachter in een bisonpark, jonge Indianen, die proberen hun eigen identiteit als Lakota te bevestigen, en dit aan hun kinderen door willen geven. We zagen ook Lakota’s die weinig waarde aan tradities hechten, de eigen taal niet of nauwelijks spreken, en toch heel Indiaans overkomen, en nog veel meer mensen, te veel om op te noemen.

Humor hebben ze allemaal, een milde humor die nooit kwetsend wordt. Ze maken veel grapjes met elkaar en het schijnt een bewijs van acceptatie te zijn als je in hun grapjes betrokken wordt. Er wordt moeiteloos gewisseld tussen momenten van ernst en direct daarna een grap. Ook verbaasde het me steeds weer hoe vriendelijk we overal ontvangen werden. Ze hebben toch waarachtig geen reden om vriendelijk tegen blanken te zijn, maar zo werkt het blijkbaar niet. Ik had het gevoel, dat ze heel goed dingen in hun waarde kunnen laten, ook heel tolerant zijn, en als ze merken dat je zelf met een open hart komt, zetten zij ook hun deur open.
Het viel me ook op dat er soms heel anders met persoonlijke problemen om wordt gegaan. Waar wij doodsbenauwd zijn om onze vuile was buiten te hangen, hoorden wij daar Lakota’s in het openbaar over hun problemen, zoals alcohol, vertellen. Men lijkt niet zo’n angst voor prestigeverlies te hebben zoals wij hier. Ook de manier, waarop mensen met elkaar omgaan, hoe ze voor elkaar zorgen, hoe ze de kinderen en de oude mensen behandelen, was een weldaad om te zien. Er is veel respect voor elkaar.

Verder heb ik in die drie weken nog nooit een Lakota zien haasten of hollen. De enige rennende Indianen die ik zag speelden baseball. Stress, in ieder geval aan de buitenkant, schijnt er niet voor te komen. ”Indian Time” is voor ons een begrip geworden: het ontbijt dat om 8 uur plaats zou vinden wordt om half 11 opgediend.

Ik ben me er van bewust dat ik nu wel een heel rooskleurig beeld heb gegeven. Natuurlijk zijn er veel problemen en ellende, om maar het alcoholisme en de vele gebroken gezinnen te noemen. Wij hebben op onze reis wel veel over deze dingen gehoord, maar de tijd was te kort om alle aspecten van het reservaatsleven te ontmoeten. Daarvoor zou je er langer moeten blijven. Duidelijk is wel dat de situatie schrijnend is in veel opzichten en er nog steeds een groot onrecht geschiedt. Het is eigenlijk ongelofelijk, dat ze zoveel kunnen lachen, dat is misschien ook hun redding. Er is in elk geval een sterke stroming om de eigen taal, cultuur, religie, kortom de eigen identiteit als Lakota weer in ere te herstellen. Ze zijn er weer trots op Lakota te zijn. Het zal lang duren voordat dit proces voltooid is, want er is zo veel kapot gemaakt, maar ik denk dat ze het zullen redden en daarbij hebben ze alle steun hard nodig!

Natanja Davidsson


.

Zand, slangen en Indianen

In 1987 verscheen het boek In het land van de Navajo’s, geschreven door Tineke Dooge-Verra. In tegenstelling tot de gemiddelde roman of film komt uit dit boek een genuanceerd, alledaags beeld van de Indiaan naar voren. Ook hier ontbreekt de adder onder het gras echter niet.

‘In het land van de Navajo’s’ speelt zich af in protestantse of gereformeerde kringen (er is sprake van een dominee), en vertelt het verhaal van twee Hollandse kinderen, Eelco en Marjan, die met hun ouders verhuisd zijn naar een klein stadje in het Zuid-Westen van de V.S. Alle inwoners van het stadje zijn Navajo Indianen. Via de belevenissen van Eelco en Marjan, die met Indiaanse vriendjes spelen, hun familie in de reservaten bezoeken en op vakantie gaan naar pueblo’s, laat Dooge-Verra de lezer kennis maken met de Navajo.

WERKELIJKHEID
De vragen dringen zich automatisch op: hoe worden de Navajo beschreven? Klopt het beeld met de werkelijkheid? Eelco en Marjan gaan op voet van gelijkheid om met hun beste Indiaanse vriendjes, David en Dicky. Opvallend is echter dat hun vader de dominee van het stadje is. Het betreft hier dus keurig aangepaste, christelijke Indianen, wiens vader een voorbeeld is voor alle gelovigen. Met hen kunnen de eveneens keurig christelijke kinderen uit Holland natuurlijk zonder gevaar spelen. Gelukkig zegt Dooge-Verra er wel meteen bij dat David en Dicky dan wel graag in de stad wonen, maar dat ze ook nog steeds graag hun familie in het reservaat opzoeken. Een situatie die voor veel Indianen die in steden wonen zeer actueel is.

WOESTIJN
De Navajo leven in of bij de woestijn. Meestal voelen zij zich zeer verbonden met hun omgeving. Dooge-Verra besteedt hier op enkele plaatsen aandacht aan. Na een bijeenkomst in de kerk maken Eelco en Marjan kennis met een oude Indiaan, die hen een mythe vertelt over hoe de Navajo kwamen te wonen op de plaats waar ze nu leven. Om aan te geven hoe de Indianen over hun relatie met de natuur denken, is het min of meer adequaat, hoewel ik het verhaal nog nergens eerder ben tegengekomen. Verderop in het boek wordt de liefde voor de woestijn voor de tweede keer verwoord, nu door de vrouw van de Indiaanse dominee die de kleuren van de woestijn bewondert.

BEKLAGENSWAARDIGE INDIANEN
Dit positieve beeld wordt echter overwoekerd door Dooge-Verra’s persoonlijke mening over de woestijn, en die is een stuk negatiever. Het hele boek door wordt de woestijn heet, droog, stoffig en onvruchtbaar genoemd. Bovendien zitten er ”enge ratelslangen”. De Indianen die er wonen zijn eigenlijk te beklagen. Zo schrijft de auteur bijvoorbeeld: ”Eelco en Marjan lopen met de Indiaan mee en bekijken het huisje van alle kanten. Het staat zo eenzaam in de woestijn. Er zijn geen bomen omheen, en geen struiken en bloemen. Er is alleen maar zand, roodachtig zand, met hier en daar een lage groene struik. En het is er zó vreselijk stil..” Je krijgt bijna de neiging om die arme stakker onmiddellijk naar het boomrijke stadje of naar het vruchtbare groene dorp in Nederland over te brengen.

CULTUUR
Met betrekking tot de cultuur van de Navajo’s besteedt Dooge-Verra vooral aandacht aan uiterlijke kenmerken. De Navajo-taal is erg moeilijk, maar klinkt mooi. De Navajo maken práchtige zilveren sieraden. Ze weven ook héééle mooie kleden. En de kleine schattige kinderen zijn ook héél mooi. Citaat: ”Het Indianen-meisje danst op haar moeders arm, en in haar donkere ogen dansen kleine lichtjes mee. Kleine lichtjes van plezier. Marjan kan er haar ogen niet vanaf houden. Net een grote pop, denkt ze verrukt. Een grote levende pop. Ze zou het kleine meisje zó mee willen nemen!” Kortom, de nadruk ligt op het schattige, het mooie en het exotische. Voor het overige klopt de informatie echter. Op vakantie bezoeken Eelco en Marjan met hun ouders verscheidene pueblo’s van de Anasazi, zodat vader de gelegenheid krijgt het een en ander over deze voorouders van de Indianen te vertellen. Zo komen de Anasazi ter sprake, de voorouders van de huidige Pueblo volken. De Anasazi hebben inderdaad hun pueblo’s vrij plotseling verlaten, waarschijnlijk in verband met de droogte. Ook is het waar dat bij hen de kiva’s, de ondergrondse gebedsruimten, een belangrijke funktie hadden. Heel leuk is dat de schrijfster laat zien dat ook bij de huidige Indianen de kiva die centrale rol heeft behouden. De Nederlandse kinderen zijn er bij een bezoek aan een bewoond dorp namelijk getuige van hoe een groep dansers uit deze gebedsruimte komen om te dansen.

VANISHING RACE
Al met al kan gezegd worden dat Dooge-Verra een tweeslachtig beeld geeft van de Navajo-Indianen. Ze kunnen goed weven, hebben schattige, popperige kindertjes, mooie kleren, een groots verleden en een grote liefde voor hun land, maar aan de andere kant zijn ze te beklagen. Ze wonen eenzaam en alleen in de woestijn, waar het heet is en waar slangen zitten, en langzaam maar zeker vervaagt hun eigen cultuur. Zonder dat het ergens expliciet gezegd wordt krijg je als lezer bovendien toch het idee, dat die arme stakkers maar beter het voorbeeld kunnen volgen van het Indiaanse domineesgezin. Die hebben tenminste het juiste geloof gevonden en wonen beschaafd in het stadje, zoals het hoort. Na alle redelijk genuanceerde, vrij accurate informatie over de Navajo blijkt dus dat we hier toch weer van doen hebben met een oud clichébeeld: de Indianen als verdwijnend volk.

Ingrid van Amelsfort


Universele spiritualiteit en Indianen

In een themanummer over beeldvorming mag de New Age-beweging niet ontbreken. Het is een snelgroeiende stroming die steeds meer aan invloed wint en die zich voor een gedeelte van haar ideeën op het gedachtengoed van Noord- en Zuid-Amerikaanse Indianen baseert. Hoog tijd dus om eens te gaan bellen met een organisatie die een goed inzicht geeft in de New-Age visie op Indianen: De Elfenbank.Stichting De Elfenbank begon vanaf 1980 cursussen te geven op het gebied van dromen, sjamanisme en persoonlijke ontwikkeling. Een aardig aantal workshops worden gegeven door Indiaanse leraren, zoals Inti C. Malasquez, of door blanken die de Indiaanse spiritualiteit doorgeven aan de cursisten. Ik spreek met Willem Deetman, de coördinator van de stichting.

Waarom maken workshops over en/of met Indianen zo’n belangrijk deel uit van het algemene cursusaanbod? Met andere woorden, waarom zijn de Indianen zo belangrijk?
Willem Deetman: ”Veel oude, traditionele kennis was vroeger algemeen toegankelijk, maar is nu verloren gegaan. Bij de Indianen zijn die tradities echter wel levend gebleven. Het gaat er dus om de eigen kennis terug te vinden via Noord- of Zuid-Amerikaanse tradities. In dat geval zijn de Indianen een topic, maar er zijn ook anderen, zoals Koreanen of Denen.”
Wat zijn volgens u de grootste verschillen tussen de Indianen en bijvoorbeeld Nederlanders?
W.D.: ”Het gaat dan vooral om de zogenaamde ”elders” en medicijnmannen. Hun hele manier van in het leven en in de natuur staan is anders. Zij hebben een voortdurend bewustzijn dat ze een zijn met de natuur, met hun omgeving, en dat je daar respect voor moet hebben. Ze weten dat als je de natuur aantast, je jezelf aantast. Dat bewustzijn willen ze overdragen aan de cursisten. Maar verder zijn er veel overeenkomsten; het zijn gewone mensen. Alleen de cultuur en levenswijze zijn anders.”
Welke verschillen zijn er tussen de Noord- en de Zuid-Amerikaanse workshops?
W.D.: ”Ik wil dat graag in een breder verband zetten. Als je de verschillen tussen alle culturen wegdenkt en ze uitkleedt van de plaatsgebonden franje, is de boodschap identiek. Het gaat om een universele kennis die overal is opgepakt en vorm kreeg volgens de eigen cultuur, maar in essentie is de boodschap overal hetzelfde. De Inuit of de zigeuners kun je er dan ook bijnemen.”
Krijgen de cursisten een authentiek beeld van de Indianen?
W.D.: ”De workshops geven in principe een goed beeld, ja. Kijk, het gaat dan natuurlijk om een medicijnman, die wel 50 of 60 jaar studie heeft verricht. Tijdens zo’n workshop kan hij natuurlijk maar een klein deel van zijn kennis doorgeven. Daarnaast bestaat de Indiaan niet volgens ons. De leraren die komen zijn echter representatief voor hun eigen traditie. Er zijn zodoende verschillen tussen de manier waarop een Lakota of een Ute medicijnman werkt, maar toch is het in essentie hetzelfde. De cursisten leren om diezelfde wetmatige essentie in de Europese traditie vorm te geven.”
Wat hebben de Indianen eraan dat de mensen hier hun universele kennis terugvinden?
W.D.: ”Wij krijgen het verwijt, ook van de Indianen zelf, dat we hen misbruiken. Ze zeggen dat we vijfhonderd jaar geleden iedereen kwamen afslachten en alles wegroofden, en dat we nu ook hun tradities af komen pikken. Maar in de bewaard gebleven verhalen en mythen werd al voorspeld dat er iets zou veranderen. De Hopi bijvoorbeeld hebben in een mythe voorspeld dat de blanken veel schade aan zouden richten, maar op het moment dat ze hun haren lang laten groeien zouden ze komen om van de Indianen te leren. De Indianen hebben er op zich niets aan. De docenten krijgen gewoon een honorarium en dat is dat. Maar de cursisten zijn soms dermate enthousiast geworden dat ze naar de overkant vliegen om bij het volk te wonen en mee te draaien in de stam. En ook voor de docenten is het geen eenrichtingverkeer, want tijdens een workshop leert iedereen van elkaar.”

Ingrid van Amelsfort

Zie voor de Lakota-visie op dit soort activiteiten de pagina New Age. Red.


De grote oversteek

Het beeld van Indianen in stripverhalen

Stripverhalen zijn natuurlijk per definitie karikaturaal. Een getrouwe weergave van de werkelijkheid geven ze niet. Maar juist omdat het mensen één-dimensionaal afbeeldt is het interessant te kijken hoe Indianen worden geportretteerd omdat alle stereotiepen vertegenwoordigd zijn.

Ik heb 3 stripverhalen nader bekeken: Kuifje in Amerika, Asterix en Obelix, De Grote Oversteek, en Suske en Wiske, de Natte Navajo. Ik was voorbereid op stereotiepen, maar met name de Natte Navajo neemt het niet te nauw met feiten. De schrijver plaatst de Navajo in Arizona, maar geeft chief Big Ghaffel een wigwam als woning en de arme man draagt kleren van verre verwanten die de prairies bevolken.

SUSKE EN WISKE
Hoofdpersoon is Sachem Met Droge Lever Die Altijd Dorst Heeft. De geest van Sachem moet aan de vier windstreken vergiffenis vragen omdat hij na het drinken van te veel vuurwater de heilige totem heeft beschadigd met zijn strijdbijl. Nadat de medicijnman, later tovenaar genoemd, zijn nieuwste dans heeft uitgevoerd om het lichaam van de overledene klimt diens geest in de kist?! die wordt toevertrouwd aan de Colorado-rivier. Na vele omzwervingen komt de kist aan op een Vlaams strand. Daar komt Sachem met de lange naam natuurlijk in contact met onze striphelden. En samen met hen belandt hij, op de bekende ingewikkelde wijze, in Schotland. Na avonturen daar komen ze op de Noordpool (Eskimo’s!) waar Sachem een vredespijp rookt met een boze vulkaan. Uiteindelijk wordt Sachem van de vloek ontheven en kan hij in zijn kano naar de eeuwige jachtvelden peddelen. Veel van de stereotiepen komen terug in dit stripverhaal: vuurwater drinkende Indianen die met hun strijdbijl zwaaien, verentooien dragen, in een wigwam wonen, totempalen hebben, vreemde dansen uitvoeren en een vredespijp roken. Alles is verwerkt tot een hutspot van Indiaanse en Westerse culturen.

DE GROTE OVERSTEEK
In De Grote Oversteek raken de helden in tegenstelling tot hun Vlaamse collega’s zelf verzeild op het nieuwe continent. Ze denken echter na een zware storm weer in Gallië te zijn beland. Het eerste wat ze tegen komen zijn kalkoenen, Klokkloks genoemd vanwege het geluid dat ze maken. Bij de eerste ontmoeting met inheemsen denken Asterix en Obelix van doen te hebben met als Klokkloks verklede Romeinen. Het kamp van de Romeinen vinden ze maar vreemd en de Centurion is wel heel ongewoon gekleed. Ironisch is het als Obelix, in de veronderstelling het met Romeinen te doen te hebben tegen de ‘centurion’ zegt: ”Wij zijn Galliërs en wij horen hier thuis! Ga terug naar waar je vandaan komt! Zak voor mijn part de rivier af!!” Uiteindelijk vinden de helden de ‘Romeinen’ toch te vreemd en ontsnappen. Ze worden van de kust opgepikt door Vikingen die Asterix van verre zien staan in een imitatie van het vrijheidsbeeld.

KUIFJE
Ook Kuifje komt op het continent zelf zoals de titel al doet vermoeden. In dit verhaal spreken blanken en Indianen elkaar aan met respectievelijk bleekgezichten en roodhuiden. Het verhaal speelt zich af bij de Blackfeet. De vijanden van Kuifje weten de stam er van te overtuigen dat Kuifje slechte dingen met ze voorheeft. Dus trekken ze ten strijde maar dan moet wel eerst de strijdbijl opgegraven worden en niemand weet waar deze na de laatste oorlog begraven is. Per ongeluk wordt deze toch gevonden en kunnen ze tot de aanval overgaan. Kuifje is overtuigd van de goede bedoelingen van de Blackfeet en laat zich aanvankelijk allerlei vijandelijkheden welgevallen. Toevalligerwijze ontdekt Kuifje olie op het gebied van de Blackfeet. Meteen staan ondernemers om Kuifje te dringen om de grond te kopen. Onze held zegt echter dat de olie niet hem toebehoort maar de Blackfeet, hoe nobel. De reactie van de ondernemers is: ”Had je dat niet eerder kunnen zeggen?” Handel met Indianen is immers makkelijk: ”Geef ze 25 dollar en zeg dat ze moeten ophoepelen.” De tegenwerping: ”Is het bleekgezicht gek geworden?” helpt weinig. Dat is meteen ook het laatste wat we vernemen van de Blackfeet. Kuifje gaat verder op avontuur in het Wilde Westen zonder hen. En hoe het afliep met de Blackfeet, ach we weten het allemaal. De Indianen in Kuifje in Amerika zijn stereotiep maar er is ook ruimte voor een kritische noot naar de manier waarop hun land werd verkwanseld.

Duidelijk is dat een serieus beeld niet mag worden verwacht in een stripverhaal, maar het kan wel beter dan in deze drie verhalen. Een ander stripboek van Hergé, ”Kuifje en de Zonnetempel” waar Zuid-Amerikaanse Indianen in voorkomen is vaak geprezen om de zorgvuldige manier waarop Hergé hen neerzet.

Judith-an Verschuuren


Indianen in Amerikaanse literatuur

Al vanaf de eerste contacten tussen de Pilgrimfathers, die in 1620 waren aangekomen in New England, en inheemsen van de nieuwe wereld, is er over die contacten geschreven en werd er een beeld gevormd van Indianen. Dit beeld veranderde door de tijd heen onder invloed van de tijdsgeest.

DANKBAARHEID
In het begin is er nog enige verbazing en dankbaarheid, de eerste winter zouden de puriteinen immers niet overleefd hebben als ze niet waren geholpen door Indianen. De eerste geschriften zijn vooral beschrijvend, zoals bijvoorbeeld Captain John Smith’s ”a Description of New England” en Bradford’s ”Of Plymouth Plantation”. Bekeringsdrang en landuitbreiding van de kant van de ex-Europeanen vertroebelt de verhoudingen in de Nieuwe wereld al snel.
In 1682 verscheen ”a Narrative of the Captivity and Restauration of Mary Rowlandson”. In dit verhaal, waarin Mary Rowlandson vertelt hoe ze wordt ontvoerd en gevangen gehouden, worden Indianen afgeschilderd als wilden, oftewel ‘barbarous creatures’, zoals ze in het boek worden genoemd. Het beeld van ‘the savage’ was hiermee geboren en hield lang stand. Aangezien het hier ging om wilden zonder enige beschaving had men het recht, zoniet de goddelijke plicht hen met geweld te bekeren, te verdrijven dan wel te vermoorden. Het beeld van de ‘savage’ bleef lang bestaan in de gedachten en literatuur van de nieuwe wereld.

NOBLE SAVAGE
James Fenimore Cooper (1789-1851) was de eerste die in de literatuur de Inheemsen in een nieuw daglicht plaatste. Hij creërde de ‘noble savage’. Ook in andere takken van de kunst, bijvoorbeeld schilderkunst werd dit romantische idee aangehangen. De noble savage was ‘noble’ omdat hij in moreel opzicht juist was. Bovendien had hij contact met de natuur wat hem beter maakte dan de anderen in de samenleving die dat contact kwijt waren geraakt.
Uit het idee van de ‘noble savage’ ontsproot een volgend beeld: ‘the vanishing (verdwijnende) American’. Men redeneerde dat het weliswaar jammer was dat de inheemsen aan het verdwijnen waren maar dat daar helaas niets aan te doen was. Het was kortom hun lot te verdwijnen. Men zag het als een natuurlijke selectie. De Indianen hadden hun tijd gehad, nu kwam er een ander (lees superieur) volk dus waren ze gedoemd te verdwijnen. Ook in de politiek werd van dit idee gebruik gemaakt: aangezien het hier ging om een verdwijnend volk hoefde er niet echt een beleid worden gevoerd wat verder in de toekomst keek dan de dag van morgen.

20e EEUW
In deze eeuw bleef de Indiaan aanwezig in de Amerikaanse literatuur. Schrijvers als Melville, Faulkner en Hemingway schreven hierover.In 1968 verscheen ”One Flew over the Cuckoo’s Nest” van Ken Kesey. Hierin speelt een Indiaan, Chief Bromden een sleutelrol. Hij is de verteller en vertelt ook zijn eigen verhaal als zoon van en blanke moeder en Indiaanse vader. Uiteindelijk is het Bromden die de inriching ontvlucht en de weg vrijmaakt voor de anderen. Significant hierbij is dat zijn bestemming de Canadese wildernis is. Hij gaat terug naar de natuur omdat hij daar met zichzelf in het reine kan komen. De rol die Chief Bromden speelt is belangrijk omdat hij niet als hulpje wordt afgeschilderd van een blanke, zoals bijvoorbeeld in de romans van Cooper.
In de jaren ’60 verandert de manier waaropover Indianen werd geschreven vooral omdat inheemse schrijvers zelf begonnen te schrijven over hun rol en aandeel in Amerika. Schrijvers als N. Scott Momaday, Leslie Marmon Silko en James Welch gebruiken in hun boeken Indiaanse songs en legenden en zo ontstond een wat realistischer beeld wat inzicht geeft in de lange weg die Indianen in Noord Amerika hebben afgelegd sinds de komst van de eerste kolonisten (1607).

Judith-an Verschuuren


Hollywood en de Indianen

Het standaardbeeld, dat wij van Indianen hebben, is ons gegeven door de Amerikaanse films over het ‘Wilde Westen’. Een stereotiep beeld gebaseerd op de prairie-Indianen met hun nomadische jagerscultuur en hun wanhopige verzet tegen de blanke kolonisatie. Dat beeld, weten we ondertussen allemaal wel, is fout. Er zijn in de Verenigde Staten alleen al zo’n 350 verschillende stammen met een heel verschillende cultuur en geschiedenis.FILMGESCHIEDENIS
Over de jaren heen zijn verschillende fasen aan te wijzen in het beeld dat in films van Indianen wordt gegeven. In de eerste tientallen jaren van de filmgeschiedenis worden Indianen gezien als een dodelijk gevaar en hun cultuur als te vreemd om mee te leven. Daarna volgt een periode, waarin Indianen voor het eerst worden gezien als mensen, die ook hun kant van het conflict laten zien. Tenslotte, en dat beeld is heel recent, de films, waarin Indianen worden gezien als betere mensen.

KEERPUNT IN 1950
Zo rond 1950 valt het omslagpunt voor een nieuw soort film met sympathie voor Indianen. Het bekendste voorbeeld hiervan is Broken Arrow, het verhaal van de blanke scout, die samen met het Apache-opperhoofd Cochise voor vrede probeert te zorgen.
De reactie op Indianen verandert ook opvallend: Shelley Winters zegt in Winchester 73 (1950) liever dood te willen zijn dan in handen van Indianen te vallen. Dezelfde actrice gaat in The Scalphunters (1968) liever met de Indianen mee dan bij een stelletje vieze ongewassen outlaws te blijven.
In de film Cheyenne Autumn (over de vlucht van de Cheyenne vanuit hun deportatieoord Oklahoma naar Montana) zien we een soort concentratie-kamp – met Duitse commandant! – waarin de Indianen worden opgesloten. De link met de Duitse concentratiekampen is duidelijk.
In de zestiger en zeventiger jaren worden films gemaakt met als achtergrond de bloedbaden in de geschiedenis van de Indianen: A Man called Horse, Soldier Blue en Little Big Man. De vergelijking met Vietnam (het My Lai-bloedbad, dat zich in dezelfde periode afspeelde) dringt zich op.
Later worden ook films gemaakt die in de huidige tijd spelen: Tell them Willie Boy was here, Powwow Highway. Er komt ondertiteling voor Indiaanse talen: b.v. in When the Legends Die en Windwalker.

DANCES WITH WOLVES
Dances with Wolves, dat begin 1990 uitkwam, markeert het volgende keerpunt. Een film, die het eigenlijk niet had moeten kunnen maken: een western (al lang uit de mode), veel te lang (drie uur) en dan nog eens pro-Indiaans. De film heeft een golf van interesse voor Indianenfilms veroorzaakt. Sinds Dances with Wolves kan er eigenlijk met goed fatsoen geen Indianen-rol in een film door een niet-Indiaan worden gespeeld.
Overigens hebben al deze films naast toejuichingen ook kritiek van Indianen ondervonden. Dit richt zich op b.v. toch weer blanke hoofdpersonen in een film, het weergeven van ceremonies of het ventileren van politieke opinies, die niet door iedereen gedeeld worden.

Gerda Bolhuis


Lakota Nieuws

CEREMONIEËN
De stamraad van het Pine Ridge-reservaat heeft plannen om paal en perk te stellen aan het uitvoeren van ceremonieën door leden van de New Age-beweging op het reservaat. Volgens een voorstel aan de stamraad zal er voortaan toestemming moeten worden gevraagd voor ceremonieën door niet-Indianen op reservaatsland.

CASINO
De Oglala-stam heeft als een van de laatste stammen in Zuid-Dakota iniatiatieven genomen om een casino op te richten. Er zijn onderhandelingen gaande met de staat Zuid-Dakota over de voorwaarden voor een contract. De stam verwacht extra banen voor bewoners van het reservaat en extra geld voor b.v. onderwijsprojecten.

LAKOTA-MUSEUM
Lakota kunstenaar Vic Runnels heeft plannen om in het stadje Hill City in de Black Hills een Lakota-museum te openen. Vic Runnels heeft nu al een galerie in Hill City, geheten Isknala Wecha Gallery. Hij exposeert hier werk van hemzelf en andere Indiaanse kunstenaars. Ook vinden hier al regelmatig lezingen en voorstellingen plaats.

BUDDY RED BOW
De bekende Lakota-zanger Buddy Red Bow is in maart overleden. Hij was, ook in Nederland, bekend door zijn platen Journey to the Spirit World en Black Hills Dreamer, waarin country en western-muziek werd vermengd met traditionele Lakota-muziek en teksten. Het Lakota-radiostation KILI zal binnenkort een laatste cassette met recent materiaal van hem uitbrengen.

VICE-VOORZITTER
Een poging van de stamraad van het Oglala-reservaat Pine Ridge om vice-voorzitter Mel Lone Hill te ontheffen van zijn functie is mislukt. Lone Hill had de woede van de raad gewekt door mee te lopen in een demonstratieve mars tegen het slecht functioneren van de stamraad.


Aktualiteiten

ADA DEER HOOFD B.I.A.
Ada Deer is benoemd tot het eerste vrouwelijke hoofd van het Bureau voor Indiaanse Zaken (B.I.A.) in de Verenigde Staten. Deer werd bekend in de zeventiger jaren door haar strijd voor haar stam, de Menominee in Wisconsin. Het reservaat van deze stam was in het kader van de terminatie-politiek opgeheven en Ada Deer voerde een succesvolle campagne om het reservaat weer terug te krijgen.
Ada Deer wil een beleid voeren dat gebaseerd is op soevereiniteit van de stammen en partnerschap met de overheid: ”De dagen van het federale paternalisme zijn voorbij”.

OVERSTROMINGEN
Ook enkele Indianen-stammen zijn zwaar getroffen door de overstromingen in het Midden-Westen van de Verenigde Staten. O.a. de reservaten van de Sac & Fox in Iowa, Prairie Island, Leech Lake, Bois Forte en White Earth in Minnesota hebben schade opgelopen.

JAMES BAY-PROJECT
De Canadese energie-maatschappij Hydro-Québec heeft ernstige kritiek gekregen op haar plannen tot uitbreiding van haar privé-politie. De maatschappij voert in Cree-gebied waterenergie-projecten uit. De Cree en andere getroffen volken voeren hier al jaren actie tegen (ook in Nederland vorig jaar via het Water Tribunaal). Volgens een nu uitgelekt geheim rapport zal Hydro-Québec een speciale politie-afdeling instellen, die zich zal bezighouden met de strijd tegen terrorisme. Het rapport is opgesteld na de Mohawk-crisis in 1990. De Cree zeggen in al hun acties tegen de voorgestelde stuwdammen nog nooit geweld te hebben gebruikt en beschouwen het rapport als een belediging. Canadese mensenrechtenorganisaties hebben hun bezorgheid uitgesproken over deze ontwikkelingen.


Colofon

Redactie: Ingrid van Amelsfort (hoofdredactie) & Judith-an Verschuuren
Organisatie & produktie: Gerda Bolhuis
Layout/logo’s: Ad Vermeulen
Bijdragen: Ingrid van Amelsfort, Gerda Bolhuis, Natanja Davidsson & Judith-an Verschuuren

ISSN 0926-2989

Share Button