Wotanin Wowapi 29 – februari 1998


nieuwsbrief van de Lakota Stichting

nummer 29, februari 1998

Inhoudsopgave


Van bestuur en redactie

In dit nummer publiceren wij een artikel over correspondentie met indiaanse gevangenen. We hebben al enkele keren adressen van dergelijke gevangenen in de nieuwsbrief opgenomen, maar uit reacties van lezers blijkt dat dit onderwerp toch enige toelichting verdient. Mevrouw Iet Vossaert uit Leeuwarden gaat in op enkele problemen die hieromtrent spelen. Bij haar is ook een actuele lijst met adressen te krijgen.

Gerda Bolhuis


Western Experience-beurs

In het weekeinde van 31 januari organiseerde Bob de Jong Productions – bekend van het tv-programma ‘Western Lifestyle’ – in de Brabanthallen in Den Bosch voor de tweede keer de grote Western Experience-beurs. De 23.000 bezoekers die het evenement bezochten, konden er alles vinden wat met ‘western lifestyle’ te maken heeft.

Je kon er aan ‘line-dancing’ doen. Ook kon je kijken naar demonstraties met paarden en honden. En je kon slenteren langs de talloze stands met een gigantisch aanbod aan kleding, sieraden, schilderijen, cd’s, boeken, posters, kaarten, meubels, zadels, enzovoort. Niet dat ik alles waardeerde. Bij zo’n overdaad is het niet vreemd als de kwaliteit van het gebodene behoorlijk uiteenloopt. En dat deed het dan ook: van echt en fraai, tot kitsch. Maar dat betekent tegelijk dat er voor ieders smaak wel iets te vinden was.

In de speciale ‘indianenhal’ stonden de specifiek op indianen gerichte verkoop- en informatiestands, bijvoorbeeld met informatie over reizen. Daar gaf ook de First Nations Dance Company enkele voorstellingen. Dit dansgezelschap treedt tot en met 17 maart 1998 nog in schouwburgen en theaters door heel Nederland op.  Het gezelschap bestaat vooral uit Navajo. In de Brabanthallen gaven de dansers een korte demonstratie van de verschillende dansstijlen die op de hedendaagse pow wows te zien zijn. De voorstelling werd met typisch indiaanse humor toegelicht.

Uit opmerkingen van het publiek bleek weer eens hoe weinig bekend de meeste mensen met de huidige leefomstandigheden van de indiaanse bevolking zijn. Zo hoorde ik een moeder tegen haar kinderen zeggen: ”Kijk, zo lopen ze in het wild rond.” Er is blijkbaar nog een lange weg te gaan! Desondanks levert een beurs als deze in principe zeker de mogelijkheid meer te weten te komen over de situatie van verschillende indiaanse volken vroeger en nu.


Op Pad-beurs

In het weekeinde van 6 februari vond in Den Haag de Op Pad-beurs plaats, een vakantiebeurs voor actieve vakanties. Er waren onder meer presentaties te horen over reizen naar Montana en het Zuidwesten van de Verenigde Staten. De Navajo-indiaan Will Tsosie gaf enkele lezingen en zong Navajo-liederen. Will treedt bij sommige reizen zelf als gids op. Deelnemers aan een van onze komende reizen naar het Zuidwesten zullen Will misschien ontmoeten en in één van zijn hogans overnachten.

Natanja Braude


De Zweethut van de Indianen

Boekbespreking

De Zweethut van de Indianen. Verhalen en achtergrond. Auteur: Joseph Bruchac. Uitgeverij: Mirananda, Den Haag; 1997. Prijs: ƒ 22,50; 139 pagina’s. ISBN: 90-6271-873-6.

De zweethutceremonie, ‘inipi’ in het Lakota, is onder de indianen van Noord-Amerika een wijdverbreide traditie. Het gebruik van dit betekenisvolle, religieuze reinigingsritueel is door verbodsbepalingen van overheid en kerken generaties lang ontmoedigd, maar de traditie overleefde. Momenteel staat de zweethut bij indianen van allerlei stammen weer volop in de belangstelling. Van indiaanse zijde is er veel bezwaar tegen de wijze waarop blanken met deze ceremonie aan de haal zijn gegaan. Niet gehinderd door enig respect apen ze haar na en bieden ze de zweethut als een soort attractie tegen exorbitante prijzen aan.
De dichter en schrijver Bruchac, deels van indiaanse komaf (zijn moeder behoorde tot de Abenaki), maakte zijn eerste inipi-ceremonie mee op uitnodiging van Lakota-medicijnman Leonard Crow Dog. Hij waarschuwt in zijn boek tegen het onoordeelkundig gebruik van de zweethut en betreurt de commerciële uitbuiting ervan door de blanken. Hoe zouden katholieken het vinden, zo vraagt hij zich af, als niet-gelovigen zó respectloos met de heilige mis en de hostie omsprongen als blanken met de zweethut? Die vraag moet je als blanke lezer, al dan niet katholiek, wel aan het denken zetten.
Waarom heeft Bruchac een boek over dit gevoelig liggende onderwerp geschreven? ‘Uit dankbaarheid en respect’, zegt hij, voor de ervaringen die hij zelf heeft mogen opdoen. En om bij te dragen aan een beter in zicht bij mensen in de betekenis van deze ceremonie. Vanuit die intentie beschrijft hij de achtergrond en de bedoeling, trekt hij een vergelijking met zweetbaden elders in de wereld (zoals de Finse sauna), en gaat hij in op de houding die voor deelname aan een zweethut nodig is.
De auteur licht een en ander toe met verhalen over de zweethut zoals die bij verschillende stammen leven. Het gevoel van ongemak waarmee ik dit boek begon te le zen verdween door de manier waarop Bruchac het heeft geschreven: met toewijding en zorg en zonder precies te vertellen wat er binnen de zweethut gebeurt. De vertaling is hier en daar wat onbeholpen (bijvoorbeeld ‘de visie van de zoektocht’ voor ‘vision quest’), maar de boodschap is duidelijk voor wie werkelijk wil horen wat de auteur te vertellen heeft.


Hoe de verhalen in de wereld kwamen

Boekbespreking

Hoe de verhalen in de wereld kwamen. Bloemlezing uit het werk van zestien Indiaanse schrijvers. Samenstelling en vertaling: Jelle Kaspersma. Uitgeverij: In de Knipscheer, Amsterdam; 1997. Prijs: ƒ 39,50; 320 pagina’s. ISBN: 90-6265-445-2.

In deze afwisselende bundel heeft Kaspersma, die eerder de poëzie-bloemlezing ‘De aarde is ons vlees’ samenstelde, verhalen van hedendaagse inheemse auteurs uit Noord-Amerika en Canada bijeengebracht. Er zijn coyote-verhalen, heldenmythen, oorlogsverhalen, en andere. De verhalen zijn alle eerder in het Engels gepubliceerd en een enkel verhaal ook in het Nederlands. Het boek bevat bijdragen van vooraanstaande auteurs als Craig Strete, Leslie Silko, Joseph Bruchac, Linda Hogan, Peter Blue Cloud, Robert Conley, Anna Lee Walters, en Simon Ortiz.
Samensteller Kaspersma verduidelijkt in een interessante ‘Uitleiding’ hoe de moderne indiaanse literatuur vanaf eind jaren zestig tot bloei kwam en bekendheid verwierf en hoe ze zich verhoudt tot de eeuwenoude, mondelinge verteltraditie. Hij beschrijft welke inheemse verhalengenres er zoal zijn en gaat kort in op de achtergrond van de auteurs in de bundel. Onder hen is maar een enkele traditionele indiaan, zoals Peter Blue Cloud met zijn coyote-verhalen. De meeste auteurs verenigen verschillende werelden in zich: ze zijn gedeeltelijk van indiaanse afkomst en behoren vrijwel allemaal tot de nog kleine groep van hoog-opgeleide indianen. Dat spreekt uit hun verhalen: indiaanse thema’s en verhaalingrediënten worden beeldrijk verwerkt op een manier die westerse lezers vertrouwd voorkomt. ‘Het doel van deze verhalenbundel is een beter wederzijds begrip’ stelt Kaspersma. Wie zich door de verhalen laat boeien, moet in elk geval wel enig gevoel krijgen voor de indiaanse waarden, positie, problemen, zienswijzen en humor, en voor de verschillen met de materialistische, westerse manier van kijken. Een prachtboek.

Marian Cuisinier


Indianen, de oorspronkelijke bewoners van Amerika

Boekbespreking

Indianen, de oorspronkelijke bewoners van Noord Amerika. Prijs: ca. 60 gulden. ISBN: 90-5426-714-3.

In 1997 verscheen dit prachtige naslagwerk, met veel niet eerder gepubliceerde foto’s, en goede bijschriften. ‘De Indianen’ blikt terug op de manier van leven van de eerste bewoners van Noord-Amerika. Het verhaal bestrijkt negen culturele gebieden. Er wordt bijzondere aandacht besteed aan de artefacten, en aan de manieren waarop sommige van de eerste bewoners zich aan pasten aan het leven in zeer uiteenlopende omgevingen, van het Poolgebied tot het Zuidwesten.
Voor het boek zijn duizend indiaanse artefacten geselecteerd en beschreven. Veel van deze voorwerpen zijn afkomstig uit Amerikaanse musea, zoals het Museum voor Natuurlijke Geschiedenis in New York, en het Smithsonian. Verder zijn er meer dan 250 archieffoto’s, kaarten, en afbeeldingen in kleur opgenomen. Het bekijken hiervan is zeer de moeite waard. De foto’s dateren uit de periode 1850 tot 1940, en zijn afkomstig uit Amerikaanse antropologische archieven en andere bronnen.

Evert de Kruijf


CD bespreking

Inmiddels is het 1998. Toch willen we niet nalaten alsnog in te gaan op de eerder verschenen verzamel-cd van Buffy Sainte Marie. De cd heeft als titel ‘Up where we belong’. Hij bevat vijftien favoriete teksten van Buffy. Sommige van deze door haar geschreven nummers zijn door andere artiesten bekend geworden. Dit geldt bijvoorbeeld voor het nummer ‘Universal Soldier’. Dit werd in 1995 een enorme hit van Donovan. Het nummer ‘Until it’s time for you to go’ werd door een groot aantal zangers opgenomen, zoals Elvis Presley, Barbara Streisand, Neil Diamond, Roberta Flack, en vele anderen.
Behalve deze bekende liedjes heeft Buffy ook teksten geschreven die gaan over haar eigen indiaanse cultuur. Voorbeelden hiervan zijn de nummers ‘Bury my heart at Wounded Knee’, en ‘He’s an Indian cowboy in the rodeo’. Laatstgenoemd nummer was in 1971 een grote hit in Amerika; in tipi’s en pick-up trucks, overal schalde het uit de radio’s. Moderne nummers verweven met traditionele invloeden zijn ‘Darling don’t cry’ en ‘Starwalker’. De mooiste song van Buffy zelf mag natuurlijk niet ontbreken. Dit is ‘Goodnight’. Voor de liefhebbers van ‘Folk’ is deze cd een aanrader. Het nummer is 7243 8 35059 2 0.

Evert de Kruijf


Correspondentie met indiaanse gevangenen

Het volgende artikel is een enigszins bewerkte versie van een tekst die mevrouw I. Vossaert in 1992 heeft geschreven en die eerder in andere bladen is gepubliceerd. Het artikel is nog steeds actueel en geeft een goed beeld van wat je, in het bijzonder als je een vrouw bent, van correspondentie met indiaanse gevangenen kunt verwachten.

De redactie

Vele gebeurtenissen dwingen mij ertoe een waarschuwend geluid te laten horen over correspondentie van vrouwen met indiaanse (Amerikaanse) gevangenen.
Waarom wil iemand corresponderen? Omdat het zo romantisch is om met een indiaan te schrijven en je er tegen vrienden/vriendinnen over kunt opscheppen? Of uit sensatie? Of omdat je interesse hebt in het indiaanse volk en eventueel iets van indianen kunt leren? Dat is natuurlijk goed mogelijk! Of is het omdat je begrijpt dat indiaanse gevangenen morele steun nodig hebben en je ze het gevoel wilt geven dat ze niet helemaal alleen op deze wereld zijn?

Vele mensen, vele (bij)gedachten! De indiaanse gevangenen zitten vast omdat ze een misstap hebben begaan, soms groot (moord), soms klein (inbraak, roof). Velen hadden in de maatschappij een alcohol- en/of drugsprobleem en komen uit kapotte en arme gezinnen. Bovendien zijn velen van gemengde, blank-indiaanse afkomst, waardoor het extra moeilijk is een menswaardig bestaan op te bouwen. Deze indianen zijn vaak wantrouwig en voorzichtig geworden, maar zijn tegelijk heel gevoelig voor een vriendelijk woord, voor wat aandacht en begrip. Ze gedragen zich vriendelijk en charmant, vooral tegenover vrouwen die aan hen schrijven. Sommigen dromen van een huwelijk met een Europese partner, waardoor ze naar Europa zouden kunnen komen. Dit heeft niets met ‘liefde’ te maken! Ze kunnen ook verlangen naar contact met iemand met veel geld, zodat ze eindelijk gemakkelijker kunnen leven!

Indiaanse gevangenen zitten niet vast omdat ze zo lief en aardig zijn; integendeel, ze hebben iets misdaan. Omdat ze indiaan zijn, worden ze wel veel zwaarder gestraft dan een blanke in dezelfde situatie. Ze worden in de gevangenis vaak onrechtvaardig en soms zelfs gemeen behandeld, ook nadat ze veroordeeld zijn. Afranseling van een gevangene in zijn cel door een aantal bewakers komt veel voor, vooral als de gevangene niet gewillig is en een sterke geest toont. In Amerika vinden deze gevangenen weinig begrip en aandacht. Dikwijls laat ook hun familie hen in de steek; soms door geldgebrek, maar ook door onverschilligheid. En dan komt er een brief uit Europa, bijvoorbeeld uit Nederland. Een brief van een vrouw, die hen even uit de sleur van het gevangenisleven haalt. De serieuzen schrijven een vriendelijke, beleefde brief terug, maar helaas …. er zit ten ook veel mannen tussen voor wie een vrouw slechts speelgoed is. Die mannen schrijven minder prettige en soms zelfs schunnige brieven. Niet iedereen is daarvan gediend, dus … teleurstelling.
Dan maar stoppen? Dat hoeft niet altijd; je kunt ook eerst de man een kans geven. Wees eerlijk en openhartig; geef hem er gerust van langs, en zeg wat de werkelijke bedoeling van het schrijven is. Vertel of je getrouwd bent, samenwoont of een vaste vriend hebt. Dit moet eigenlijk direct bij de introductie van je eerste brief; het voorkomt dat de aangeschrevene zich illusies gaat maken. Geef hem geen valse hoop, dat is niet fair! Zeg wat voor correspondentie je in gedachten had, dan vallen degenen die op iets anders uit zijn vanzelf af. Vergeet niet dat het gewoon mensen zijn die verlangen naar wat menselijke warmte en medeleven. Zelfs de grootste boef heeft een hart! Toon respect voor hen als mens. Hun straf hebben ze al; wij hoeven ze niet nog meer te straffen, maar ga niet in op huwelijksaanzoeken. Er zijn mannen die elke vrouw met wie ze schrijven ten huwelijk vragen, in de hoop dat één van hen toehapt. Als ze dan weer vrij zijn, hebben ze iemand die hen helpt en steunt. Soms houdt zo’n huwelijk stand, maar het verleden speelt bij langgestraften een grote rol. De partner moet heel sterk zijn, weten wat ze wil, begrip én incasseringsvermogen hebben om vol te houden, anders grijpen de mannen weer naar de drank of drugs, en raken ze weer in moeilijkheden.
Blijf met beide benen op de grond en laat je niet van de wijs brengen door mooie woorden. De correspondentie is meestal weer ten einde zodra de gevangene vrij is. Beloof ze niet dat ze naar Europa kunnen komen. Enkele vrouwen hebben ondervonden wat dit inhield: ze werden uitgebuit en respectloos behandeld, evenals hun familieleden. Wees voorzichtig, ik schrijf zelf al twintig jaar met gevangenen en weet wat ik zeg.

Door een gebrek aan goede voorlichting, is Europa voor veel indiaanse gevangenen het ‘luilekkerland’. Hun cultuur is anders dan de onze. Praat over die verschillen, en probeer hen te begrijpen. Een goede vriendschap kan dan het resultaat zijn. Ze hebben een eigen geloof en een eigen levenswijze, laat ze in hun waarde en respecteer de verschillen. Ik hoop dat veel mensen aan gevangenen zullen schrijven; niet alleen aan de mensen van bekende stammen, zoals de Apache, en de Lakota, maar ook aan indianen van minder bekende stammen. Uiteindelijk is de bedoeling van de correspondentie in de eerste plaats deze mensen door een zeer moeilijke tijd heen te helpen. Daarna komen pas eigen belangen aan de beurt.

Nog even wat praktische weetjes.
– Een luchtpostbrief doet er ongeveer vijf dagen over, maar als de gevangene vijanden heeft in de gevangenis kan het ook maanden duren voor hij de brief krijgt. Er wordt heel wat gepest en gedwarsboomd door bijvoorbeeld administratief personeel en/of bewakers. Als je een poosje niets (meer) hoort, is het raadzaam de directie een brief te schrijven waarin je de situatie uitlegt; dat wil nog wel eens helpen.
– In brieven aan gevangenen mag niets worden meegestuurd, behalve gewone foto’s (geen polaroid); geen postzegels, stickers, blanco papier, of kaarten. Als je iets wilt sturen, informeer dan eerst bij uw pen-vriend wat toegestaan is en hoe het verstuurd mag worden. Ze zijn bij veel gevangenissen zeer streng en kinderachtig, ze sturen de onnozelste dingen retour of vernietigen ze. De teleurstelling is dan groot voor beide partijen!
– Het is mogelijk om over van alles te praten, de censuur geeft over het algemeen weinig problemen.
-Geld sturen kan alleen via een buitenlandse postwissel, maar is niet in elke gevangenis toegestaan; ze hebben alle hun eigen gedragsregels. Eerst overleggen dus.
– De afzender altijd in blokletters of getypt op de envelop zetten. Hun handschrift wijkt af van het onze, dat kan problemen geven met het retourneren en met het terugschrijven van de gevangene.

Dit was enige informatie waardoor de correspondentie misschien wat soepeler zal lopen. Een prettige briefwisseling toegewenst!


De Wereld van de Onderzee

Indiaanse cultuur in het Dolfinarium in Harderwijk

Als je in Nederland iets over indianen hoort, gaat het meestal over de indianen van het prairiegebied of het Zuidwesten. Op een plaats waar je het zeker niet direct zou verwachten, het Dolfinarium in Harderwijk, is nu iets over de cultuur van de Noord-Westkustindianen te zien. De Kwakwaka‘wakw – in Nederland bekend onder de naam ‘Kwakiutl’ – uit Brits Columbia in Canada hebben meegewerkt aan de herinrichting van het Dolfinarium. Met huizen, totempalen, en houtsnijwerk uit Canada hebben ze een speciale ‘lagune’ met dieren uit hun gebied ‘aangekleed’. De lagune bevat zeeleeuwen en dolfijnen, dieren die bij de Kwakiutl veel voorkomen. Met medewerking van de ‘Namgis-stam uit Alert Bay en het cultureel centrum ‘U’mista’ kwam een schitterend geheel tot stand.
Naast ‘De Lagune’ zijn twee originele ‘Bighouses’ gebouwd, naar een ontwerp van Kwakwaka‘wakw architecten en kunstenaars. Bighouses worden gebouwd van cederhout; vroeger werden ze wel bewoond. Zoals het echte ‘Bighouses’ betaamt, hebben de twee gebouwen bij De Lagune beschilderde gevels. Er staan ook twee totempalen.
Ter gelegenheid van de opening van het vernieuwde Dolfinarium, is een begeleidend boekje uitgegeven. Het heet ‘De Wereld van Onderzee’ en is geschreven door Gerben van Straaten. Het boekje is heel mooi vormgegeven en bevat achtergrondinformatie over de Kwakwaka‘wakw, hun cultuur, en hun relatie met de dieren in hun leefwereld.
Het Dolfinarium gaat weer open op 21 februari en blijft geopend tot 1 november.
Plaats: Strandboulevard Oost 1 – Harderwijk.
Openingstijden: 10.00-18.00 uur (ingang sluit om 16.00 uur).
Prijzen: 29,50 voor volwassenen, 26,50 voor 65+’ers en gehandicapten, en 26,50 voor kinderen van 4 tot 11 jaar. Kinderen tot 4 jaar hebben gratis toegang.
Informatie: tel. 0341-467400 en ook op Internet.


Korte berichten

AIM viert 25 jaar Wounded Knee

Op 27 februari 1998 wordt bij Wounded Knee de bezetting van 25 jaar geleden herdacht. Leden van de American Indian Movement en hun supporters protesteerden toen tegen het niet-nakomen van de verdragen, het ondemocratische bestuur van het reservaat en de slechte leefomstandigheden. Op het programma staan een ‘run’ vanuit vier richtingen naar Wounded Knee en een symbolische herhaling van de voedseldropping tijdens de belegering. Op de dag erna zijn er een pow wow en een popconcert. De herdenking wordt georganiseerd door de Lakota Students Alliance.

Holy Rosary Church

De katholieke missiekerk van het Pine Ridge-reservaat, Holy Rosary Church, die in april 1996 is afgebrand wordt op dit moment herbouwd. Bij het ontwerp zijn indiaanse kunstenaars betrokken. Het doel is een synthese te creëren tussen Lakota-spiritualiteit en Christendom. De oorzaak van de brand is overigens nog steeds niet bekend.

T-Rex

Op een veiling bij Sotheby’s is achtenhalf miljoen dollar betaald voor het skelet van een Tyrannosaurus Rex. Het skelet werd in 1990 gevonden op het Cheyenne River Sioux Reservaat in Zuid-Dakota. De T-rex met de bijnaam Sue was in de laatste jaren het onderwerp van rechtszaken tussen de federale regering, de vinders van het Black Hills Institute of Geological Research, de stamraad van het Cheyenne River Reservaat en de eigenaar van de vindplaats, over wie de meeste rechten op het dier kon doen gelden. Dat bleek de laatstgenoemde te zijn; de vinder kreeg een gevangenisstraf wegens illegaal fossielen zoeken.


Colofon

Eindredactie: Marian Cuisinier
Organisatie & productie: Gerda Bolhuis
Layout/logo’s: Ad Vermeulen
Bijdragen: Gerda Bolhuis, Natanja Braude, Marian Cuisinier & Evert de Kruijf

ISSN 0926-2989

Share Button