Wotanin Wowapi 32 – december 1998

 


nieuwsbrief van de Lakota Stichting

nummer 32, december 1998

Inhoudsopgave


Van het bestuur

Ons oude e-mailadres bij Freemail heeft de laatste maanden veel storingen gehad; berichten blijken niet of veel te laat te zijn aangekomen. Heb je de afgelopen tijd via het oude e-mailadres contact met ons opgenomen en geen antwoord ontvangen, bel ons dan alsjeblieft even, of stuur je bericht opnieuw, maar nu naar het nieuwe adres.

In dit nummer van de nieuwsbrief vind je onder meer een recensie van het boek ‘De heilige pijp’. Dit boek gaat over de zeven heilige rituelen van de Lakota, zoals die jaren geleden door Zwarte Eland zijn verteld aan antropoloog Joseph Epes Brown. Zwarte Eland vertelde erover, om dat hij wilde dat de, aanvankelijk geheime, rituelen – het erfgoed van de Lakota – niet verloren zouden gaan. De New Age-beweging meent hiermee de vrijheid te hebben gekregen de rituelen min of meer over te nemen en commercieel uit te baten. Dat kan toch nooit de bedoeling zijn geweest. Veel Lakota’s zijn dan ook fel tegen deze New Age-activiteiten gekant. Het boek van Epes Brown is een waardevol en boeiend boek (zie de recensie), ook voor blanke lezers. Maar de openheid van Black Elk verdient een blijvend respect, niet dat niet-indianen ermee aan de haal gaan.

We wensen je fijne feestdagen en een gelukkig nieuwjaar.

Gerda Bolhuis


De heilige pijp

Boekbespreking

De zeven geheime rituelen van de Oglala Sioux, geopenbaard door Zwarte Eland
Uitgever: Bijleveld
ISBN: 90.6131.661.8.

”Is de lucht geen vader en de aarde geen moeder
en zijn alle levende wezens met voeten, vleugels of wortels niet hun kinderen?”

Dit is één van de uitspraken van Black Elk ofwel Zwarte Eland, medicijnman en laatste ziener van de Oglala-Sioux. Zwarte Eland leefde van 1863 tot 1950. Zijn indiaanse naam luidde Hehaka Sapa. Grote bekendheid verkreeg Zwarte Eland met het boek ‘Zwarte Eland spreekt’, waarin zijn verhalen en visioenen zijn weergegeven. Een van de hoofdstukken uit dit boek behandelt de overdracht van de heilige pijp.

Vlak voor zijn dood openbaarde Zwarte Eland aan indianenkenner Joseph Epes Brown de zeven sacrale rituelen van zijn Lakota-volk, waarbij de heilige pijp een hoofdrol speelt. De schrijver Joseph Epes Brown, destijds een jonge antropoloog aan de Universiteit van Stanford, legde voor het nageslacht het relaas van Zwarte Eland vast en daar mee diens hoop op een betere wereld.

De zeven magische riten, mythen en geloofsbelijdenissen vormden de kern van de culturele identiteit van de Lakota. Zwarte Eland besefte dat de oude, traditionele levensstijl van zijn volk gedoemd was ten onder te gaan. Vanwege zijn verantwoordelijkheid de ‘bloeiende boom’ levend te houden, sprak hij openlijk over de zeven rituelen, zodat de diepere betekenis van de heilige pijp, en daarmee de ziel van de Lakota, voor het nageslacht bewaard zou blijven. In de woorden van Zwarte Eland is de levensvisie van de Lakota vastgelegd, hun zorg voor Moeder Aarde en hun eerbied voor de Grote Geest, Wakan Tanka, de Vader en Grootvader van alle schepsels. De tekst verhaalt over de zuivering in de zweethut, de voorbereidingen op het vrouwzijn, het bewaren van de ziel, het smeken om een visioen en de zonnedans. De rituelen van de heilige pijp, die voorheen streng werden geheimgehouden, zijn met toestemming van een aantal heilige mannen van de Lakota vrijgegeven. Hun visie op het vrijgeven van deze rituelen had alles te maken met het naderende einde van de oude cultuur van de Lakota. Hierdoor werd het zelfs wenselijk dat deze sacrale zaken voor de buitenwereld kenbaar werden gemaakt.

Zoals ik al zei, sprak Zwarte Eland aan het begin van zijn verhaal de hoop uit dat het vastleggen ervan in een boek zou bijdragen aan het behoud van de traditie en cultuur van de Lakota. Mede door de inbreng en de waarde van dit boek kiezen veel Lakota’s zelfs tegenwoordig nog voor het vasthouden van de oude rituelen en hervinden zij daarbij hun eigen identiteit en verantwoordelijkheid. Ergens bestaat misschien nog een levend stukje wortel dat sterk genoeg is om de heilige boom opnieuw te laten bloeien.

‘Sometimes dreams are wiser than waking’

(uit ‘Black Elk speaks’)

Evert de Kruijf


 

‘Indianenverhalen’

Onder deze naam werd op 25 september de nieuwe tentoonstelling van het Rijksmuseum voor Volkenkunde in Leiden voor het publiek geopend.
Indianenverhalen. Een schijnbaar simpele, maar bij nader inzien intrigerende naam. Want wat kun je als bezoeker verwachten? Om wat voor indianenverhalen gaat het? Om mooie verhalen, zeg maar: de fictie van de verentooi? Om het eigen verhaal van indianen, de non-fictie van indianenoorlogen, reservaten en casino’s? Om wilde verhalen, zeg maar: indianenverhalen?

De bedoeling van de makers is een reëel beeld te geven over verleden én heden van indiaanse volken in een groot deel van Noord-Amerika, zo kun je uit de begeleidende teksten opmaken. De tentoonstelling zou ook vooroordelen over indianen moeten ontkrachten en stereotiepe beelden doorbreken. Het hoofd Tentoonstellingen noemde dit in een interview in de Volkskrant het hoofddoel. Nu bereik je dit niet zomaar, je zult er heel wat voor uit de kast moeten trekken. Dat heeft het museum zeker gedaan. Tenminste: letterlijk gesproken, want er is bijzonder veel te zien. Ook andere Nederlandse musea hebben daaraan een steentje bijgedragen. Als je van schitterende voorwerpen houdt – wie niet? – kun je prima wat uurtjes ronddwalen en je ogen uitkijken.

Ook als je kind bent, zul je je best amuseren. Je kunt van alles doen en je zo bijna een echte indiaan voelen. De bekende ingrediënten zijn ruim voorhanden en je bent niet zomaar uitgekeken, de opstelling is afwisselend en er wordt een beroep gedaan op verschillende zintuigen. Tot zover veel goeds. Maar.

Jammer is dat er nauwelijks uitleg is over de context van het tentoongestelde. Het blijft nu vooral bij kijken en eventueel aanraken. Wie vooral in het verleden en speciaal in het prairiegebied geïnteresseerd is, kan genieten. Geïnteresseerden in de huidige situatie en in andere gebieden dan de prairie komen er bekaaid van af. Want het evenwicht tussen verleden en heden is zoek. Evenals dat tussen de prairie en andere gebieden: het Noordwesten, het Zuidwesten en het Noordoosten. De indianenverhalen blijken vooral mooie verhalen te zijn. Ze zijn van een hoog kraaltjesgehalte, zoals een van onze zusterorganisaties ze kwalificeerde. De eigen verhalen van indianen moet je met een lantaarntje zoeken, zeker de eigen verhalen van nu. Er is een wand vol indiaanse kranten. Maar welke museumbezoeker gaat die allemaal staan lezen? Zelfs koppensnellers zullen het al gauw opgeven en dus niet veel wijzer worden. *

Medewerkers van het museum hebben een bezoek gebracht aan het Pine Ridge-reservaat van de Oglala-Lakota. Helaas presenteren ze hiervan voornamelijk informatie over de bezetting van Wounded Knee, nu 25 jaar geleden. Van het Pine Ridge-reservaat zoals wij dat kennen, met zijn slechte én zijn goede kanten, zien we in Leiden ongeveer niets terug.
Dit was een mooie gelegenheid geweest het beeld van ‘Wounded Knee’ bij te stellen. Jammer dat die niet is aangegrepen. In het reservaat staat die overbekende bezetting van 1973 flink ter discussie. Hoe goed deze gebeurtenis ook was voor de publiciteit over de indiaanse zaak, men merkt nog regelmatig dat ze het reservaat zelf uiteindelijk veel schade heeft berokkend. De politieke verhoudingen zijn na 1973 nog jarenlang verstoord gebleven en geen investeerder durft ook maar iets op Pine Ridge te ondernemen.

Een tentoonstelling die stereotiepen wil doorbreken, zou toch minstens de beide kanten van de medaille moeten belichten. Dat gebeurt nu te weinig.

Onze conclusie: ondanks al het fraais, is de expositie toch ook een gemiste kans. Maar ga vooral zelf kijken. (Zie voor de informatie over openingstijden, prijzen en het extra programma onze Agenda-pagina).

Gerda Bolhuis & Marian Cuisinier

* Onlangs blijkt men Nederlandse samenvattingen te hebben toegevoegd.


De geboorte van ‘Baribal’

Tijdschriftrecensie

Op 28 oktober van dit jaar zag ‘Baribal’ in Amersfoort het daglicht. Een geboorte van formaat. Het eerste dat opvalt is zijn uiterlijk: de boreling oogt prachtig: plezierig van omvang, stevig in het vel, en bloedmooi geïllustreerd. Baribals vader is dan ook een kunstenaar. Hij heet Joe Wilson, is lid van de Kwakwaka’wakw-stam (spreek uit: kwa-kwa-kje-wah-stam) en woont in Canada. De rest van de familie woont in Nederland. Baribal heeft dus een multiculturele achtergrond. Hij wil graag in Nederlandse huizen komen, vooral als daar kinderen wonen tussen de acht en de veertien jaar. Als je hem één keer wilt zien, kost hij f 7,95. Voor f 59,95 komt hij tien keer naar je toe.

Voor wie het nog niet begrepen mocht hebben: Baribal is een nieuw blad, een Nederlands indianen-maandblad voor kinderen. Het wordt in samenwerking met indianen gemaakt. Wie zich op het blad abonneert, wordt automatisch lid van de Baribal indianenclub, krijgt een indiaanse naam, een paspoort en een clubspeld, en is welkom op de jaarlijkse clubdag. Toen ik dat las, zag ik wel even Lakota-kinderen op klompen met tulpen in de hand rond dansen. En ik dacht: weten ze na hun dansje nu meer over Nederlandse kinderen? Misschien een beetje flauwe opmerking, want kinderen vinden het indiaanse paspoort vast prachtig. Als ze er dan tenminste maar goede informatie bij krijgen….

Die krijgen ze, als je op het eerste nummer van het blad afgaat. De redactie wil kinderen informeren over de indianen en de natuur; ze doet dat op een respectvolle en tegelijk speelse manier. In het eerste nummer vertelt Joe Wilson iets over het eilandje Alert Bay, voor de Canadese westkust, waar hij woont. Maar kinderen kunnen in dit nummer vooral veel lezen over beren, het meest over de baribal, de zwarte beer.

Ze krijgen ook antwoord op de vraag: Wie zijn dat nou, die indianen? En ze komen te weten waarom het ene indiaanse volk geometrische versieringen op zijn kleding en gebruiksvoorwerpen aanbrengt en het andere bijvoorbeeld bloemen en bladeren. Het blad bevat een kleurplaat en een patroon voor een buideltje om van alles in te bewaren.

Dit eerste nummer is veelbelovend, vooral voor kinderen in de basisschool-leeftijd. Mijn nichtjes van tien en twaalf hebben het nog niet gelezen, maar ik denk dat ik weet wat ze er van zullen zeggen. Gaaf! Cool! Vet! De prijs is trouwens ook niet echt mager. Maar daarmee heb je wel een origineel kerst-, nieuwjaars- of verjaardagscadeau.

Nadere informatie:

Baribal
uitgever: oercrew bv
Internet: baribal.nl

Marian Cuisinier

 

Colofon

Eindredactie: Marian Cuisinier
Organisatie & produktie: Gerda Bolhuis
Layout/logo’s: Ad Vermeulen
Bijdragen: Gerda Bolhuis, Marian Cuisinier & Evert de Kruijf

ISSN 0926-2989

Share Button