Wotanin Wowapi 33 – maart 1999

 


nieuwsbrief van de Lakota Stichting

nummer 33, maart 1999

Inhoudsopgave


Van de redactie

In dit nummer van Wotanin Wowapi treft u een artikel aan over reservaten in Canada waar nog steeds Sioux wonen. Het artikel is een vervolg op de serie over de Lakota-reservaten die wij enkele jaren geleden publiceerden. Deze nieuwsbrief bevat ook een overzicht van de artikelen die in de nummers vanaf nummer 23 (zomer 1996) zijn verschenen. Mocht u nog geïnteresseerd zijn in een bepaald artikel, dan kunt u dit nalezen op onze Internet-site. Nabestelling van een nieuwsbrief is even eens mogelijk, maar niet alle nummers zijn meer verkrijgbaar.

Gerda Bolhuis


De Dakota/Sioux-reservaten in Canada

In aansluiting op eerdere artikelen over Lakota-reservaten in de VS, behandelen wij nu een aantal reservaten in Canada die bewoond worden door Dakota/Sioux. Zoals u misschien weet, is de naam ‘Sioux’ een door de Fransen uit de Ojibway-taal verbasterd woord, dat ‘vijand’ betekent. Daarom gebruiken wij de originele naam ‘Dakota’. De Dakota-natie is onderverdeeld in Dakota, Nakota en Lakota.

Tegenwoordig leven meer dan 3700 Dakota’s in negen reservaten in Canada. Zij zijn de directe afstammelingen van ongeveer duizend Minnesota-Santees (een ondergroepering van de Dakota) die naar Canada vluchtten na de tragisch verlopen Minnesota-opstand in 1862. Deze opstand is in de schaduw komen te staan van de slag bij de Little Big Horn in 1876 en de moordpartij bij Wounded Knee in 1890. Zoals vrij algemeen bekend is, staken na de overwinning op generaal Custer duizenden Lakota’s de grens met Canada over, uit angst voor de onvermijdelijke wraak van het Amerikaanse leger. Van deze groep bleef slechts een honderdtal mensen in Canada; de meesten gingen onder leiding van Sitting Bull terug naar de VS. Van het groepje dat niet uit Canada vertrok, woont nu een klein aantal afstammelingen, minder dan honderd, in Saskatchewan.

De geschiedenis van de Minnesota-opstand wordt door de toonaangevende Canadese en Amerikaanse historici nauwelijks beschreven. De opstand was het resultaat van vele jaren van vernedering en honger bij de Santee. De blanken kwamen hun beloftes om voedsel te leveren slecht of niet na. De in het gebied aanwezige blanke boeren oefenden een toenemende druk uit om de indianen steeds meer van hun land te laten opgeven. Tot het uiterste getergd kwamen de Dakota, onder leiding van Chief Little Crow II, in opstand. Deze opstand duurde twee jaar en eindigde met de dood van een groot aantal krijgers. De overlevende indianen sloegen op de vlucht; van hen zochten velen, verspreid over kleine groepjes, veiligheid in Canada. De eerste groep, onder leiding van Little Crow, stak de grens over in 1862. Little Crow bezat een aantal Engelse medailles en vlaggen uit de oorlog van 1812. Daarmee herinnerde hij de Canadezen, die toen nog onder de Engelse kroon stonden, aan hun belofte om hem te helpen als hij ooit in moeilijkheden zou komen met de Amerikanen. Hoewel de gevluchte Dakota’s niet vijandig werden bejegend door de Canadezen, werden ze ook niet echt geholpen. Heel moeilijke jaren volgden. Er was constante hongersnood, aan Amerikaanse zijde wachtte het leger, en de Canadese indianen voelden zich bedreigd door de invasie van de Dakota’s en zagen hen liever gaan dan komen.

Vanaf 1872 begon de Canadese regering reservaten in te richten voor de rondzwervende Dakota’s. De regering zag dit naar eigen zeggen niet als haar plicht, maar beschouwde het als een gunst. De Dakota konden immers geen eigen land aan de Canadese regering geven. Dit plaatste hen in een merkwaardige positie tegenover de andere stammen. Ondanks de erkenning van hun status als indiaan, mochten de Dakota geen verdragen sluiten met de Britse kroon. Zij werden verder hetzelfde behandeld als de Canadese indianen, voor zover ook op de Dakota de wetten van de ‘Indian Act’ van toepassing werden verklaard.

Uiteindelijk kregen de Dakota een aantal kleine reservaten: Dakota Tipi en Dakota Plains, Birdtail Creek, Oak Lake Dakota, Standing Buffalo, Sioux Valley, Turtle Mountain, White Cap, Wahpeton en Wood Mountain. De aanpassing aan het reservaatsleven verliep voor deze groep beter dan voor de meeste van hun Lakota en Nakota verwanten in de VS. Veel Dakota’s waren langdurig boer geweest in Minnesota voordat indianenstammen uit de oostelijke bossen, opgejaagd door de blanke invasie, hen naar het westen verdreven. Daar namen ze de nomadische leefwijze van de daar al aanwezige stammen aan. Vanwege die geschiedenis was het voor hen relatief gemakkelijk het boerenbestaan opnieuw op te pakken. De Canadese regering hielp hen met de aanschaf van werktuigen en zaaigoed. Sommige Dakota’s werkten daar naast voor blanke boeren. Of ze fokten paarden en koeien, of werkten als pelsjagers of vissers. Sommige reservaten waren in staat zichzelf volledig te bedruipen, andere slaagden daar door slechte oogsten en andere problemen niet of nauwelijks in. In 1951 werd de ‘Indian Act’, die dateerde uit 1876, herzien. Hierdoor werden alle voorzieningen voor de Canadese staatsburgers, zoals de AOW en de gezondheidszorg, ook toegankelijk voor de indiaanse bevolking.

De situatie in de Canadese reservaten is tegenwoordig redelijk vergelijkbaar met die in de VS. Bijna een derde van de reservaatsbewoners heeft het reservaat verlaten om in de steden werk te zoeken. De reservaten zijn te klein om de groeiende bevolking te kunnen onderhouden. Er is hoge werkloosheid en drank, drugs en sociale desintegratie vormen een groot probleem.

In de loop der jaren zijn de van origine Canadese indianen en de Dakota steeds meer gaan samenwerken. De Dakota-Ojibway-raad in Manitoba, opgericht in 1969, was het eerste officiële samenwerkingsverband. Tevens hebben de Dakota zich verenigd in de Dakota Association of Canada. Deze zet zich in voor verbetering van het onderwijs met behoud van de indiaanse cultuur. In Portage La Prairie in Manitoba is in 1984 het eerste geheel door indianen geleide vervolgonderwijs van start gegaan. Aan de universiteit van Winnipeg is in 1985 een Native Education Center opgericht. Op deze en andere manieren proberen de Dakota een evenwicht te vinden tussen het behoud van hun taal en cultuur en het moderne westerse leven.

Natanja Braude


 
 

Indian Country Today verkocht aan Oneida Natie

Lakota uitgever en hoofdredacteur Tom Giago heeft zijn succesvolle weekblad Indian Country Today (ICT), de vroegere Lakota Times, verkocht aan de Oneida Natie in New York. Daarmee gaat het blad een nieuwe fase van zijn bestaan in.

Onder Giago’s leiding is ICT in achttien jaar tijd uitgegroeid tot een gerespecteerde nieuwsbron over indiaanse gemeenschappen in Noord-Amerika. Kleinschalig begon nen met vooral berichten over en voor de Lakota in het Pine Ridge-reservaat in Zuid-Dakota, geeft de krant nu informatie over verschillende stammen en zijn er aparte katernen voor de ‘Northern Plains’, het Zuidwesten en het Noordwesten. ICT vertelt wat de indianen zelf belangrijk vinden te vertellen en wat in de blanke kranten niet, onvoldoende of niet op de goede manier aan bod komt.
Zo vind je er informatie over ‘grote’ onderwerpen als milieuschandalen op reservaten en rechtszaken over grondbezit, maar ook nieuws over lokale gezondheids- en onderwijsprojecten, perikelen in de stamraden, columns over ervaringen in het dagelijks leven, enzovoort. De krant wordt tegenwoordig niet alleen door indianen als een serieus en belangrijk medium gezien; ook veel niet-indianen in binnen- en buitenland zijn er op geabonneerd.

De nieuwe eigenaar wil plaats blijven inruimen voor lokaal en regionaal nieuws, maar de krant tegelijk naar een nationaal niveau tillen en ‘educate every American across the country’, zoals een woordvoerder het formuleerde. Voor de langere termijn is de ambitie dat ICT binnen en buiten Amerika een ‘mainstream’ nieuwsbron voor inheemse zaken wordt.
De reacties op de verkoop zijn gemengd. Sommige Lakota betreuren de verandering, anderen reageren in de trant van: ‘de tijd zal het leren’.

Marian Cuisinier

Indian Country Today online: www.indiancountry.com


Verkiezingen op Pine Ridge

De tweejaarlijkse verkiezingen op het Pine Ridge-reservaat van de Lakota in Zuid-Dakota hebben weer een aantal veranderingen in de stamraad opgeleverd. De officiële inhuldiging van de nieuwe stamraad functionarissen was afgelopen december.

De leiding van de stam bestaat uit een voorzitter (president), een vice-voorzitter en drie speciale leden (een soort wethouders). Daarnaast worden de gewone leden van de stamraad (tribal council) gekozen, vergelijkbaar met leden van een gemeenteraad. Deze raad kent op het Pine Ridge-reservaat zeventien leden, verdeeld over negen districten.

Vroeger was de macht van de stamraden vrij beperkt. Tegenwoordig krijgen ze steeds meer bevoegdheden, bijvoorbeeld op het gebied van plaatselijke wetgeving en economie.

De president en de vice-president zijn vervangen. De nieuwe president is Harold Dean Salway en de nieuwe vice-president is Wilbur Between Lodges. Harold Dean Salway was al eerder president in de periode 1989-1991. Ook Wilbur Between Lodges was al eens president, eveneens in de negentiger jaren.

Gerda Bolhuis


Nieuwe publicaties

Bij de Lakota Stichting zijn enkele nieuwe publicaties te verkrijgen.

De serie over de Lakota taal wordt uitgebreid met een mini-cursus: een lesboekje met een geluidscassette. De prijs hiervan is 37,50.
De volledige serie taalboekjes (met het woordenboekje en het boekje ‘Lakota, meer dan een taal alleen’) is nu te koop voor 42,50.

Ook is nu een boekje verkrijgbaar over bizons: ‘De Amerikaanse bizon’. Prijs: 10 gulden.
Tevens is er nu het boekje ‘Indiaanse legendes’. De prijs: 14 gulden.


Colofon

Eindredactie: Marian Cuisinier
Organisatie & produktie: Gerda Bolhuis
Layout/logo’s: Ad Vermeulen
Bijdragen: Gerda Bolhuis, Natanja Braude & Marian Cuisinier

ISSN 0926-2989

Share Button