Wotanin Wowapi 44 – april 2002

 


nieuwsbrief van de Lakota Stichting

nummer 44, april 2002

Inhoudsopgave


Van redactie & bestuur

Deze zomer is er een indianendorp in diergaarde Blijdorp in Rotterdam. De zeven bizons krijgen een nieuwe weide en betekent dat er de hele zomer indianenactiviteiten voor kinderen zijn. U leest er meer over in dit nummer.

Verder in dit nummer een artikel van een indiaan die één van onze medewerkers in Oklahoma ontmoette. Hij vertelt over de manier waarop hij probeert een traditioneel indiaans leven te leiden.

Als u nog geen bijdrage voor dit jaar betaald heeft, vindt u bijgesloten een acceptgirokaart om dat alsnog te doen.

Gerda Bolhuis


Indianenverhalen

Boekbespreking

Sherman Alexie – Indianenverhalen, Uitgeverij Anthos / Amsterdam – vertaald door Christien Jonkheer – originele titel The toughest Indian in the World Prijs: € 20,42

Toen ik aan dit boek begon, dacht ik: “Oh niet weer, hoeveel boeken met die titel zouden er wel niet zijn in het Nederlands? Dit is toch echt niet origineel meer.”

Het boek bleek echter een aangename verrassing te zijn. Ik kende Sherman Alexies werk alleen van de film ‘Smoke Signals’, die twee van zijn eerdere boeken als basis had. Deze verhalenbundel speelt eveneens bij de Spokane en Coeur d’Alene-indianen in de staat Washington en omgeving. Dit zijn de volken van de zalm (die dan ook op het omslag staat). Sherman Alexie is één van de indiaanse schrijvers die de laatste jaren sterk de aandacht heeft getrokken.
Van hem zijn al eerder twee boeken in het Nederlands verschenen: ‘Indian Killer’, een thriller, en ‘Reservaatsblues’.

Twee verhalen uit de bundel springen er voor mij uit.

Het ene is: ‘Eters van zonde’. Indianen worden weggehaald uit hun reservaten en naar kampen gebracht waar ze onduidelijke onderzoeken moeten ondergaan, zogenaamd voor het welzijn van de mensheid. Een griezelige reminder aan de Nazi-concentratiekampen.

Het andere is: ‘Beste John Wayne’, het verhaal van een oude vrouw in een bejaardenhuis, die door een antropoloog geïnterviewd wordt en vertelt over haar kennismaking met John Wayne toen ze figurante was in de film ‘The Searchers’. Absoluut hilarisch.

A: Hou toch op met die onzin over orale traditie. Dat is zo primitief. Het roept een beeld op van indianen die naakt rond een vuur verhalen tegen elkaar zitten te grommen. Die boeken over indianen, die ‘teksten’ waar jij zo dol op bent, waar denk je dat die vandaan komen?
V: Ja, alle geschreven taal heeft inderdaad zijn wortels in de orale traditie, maar ik begrijp niet…
A: Nee, nee, die boeken zijn begonnen met een leugen van iemand. Daar werden vervolgens nog wat leugens op gestapeld tot je een heel boek met leugens kreeg, waarna er iemand kwam die een foto van Edward Curtis op het omslag kwakte en zei dat het mooi was.

Sherman Alexie beschrijft de hedendaagse indianen op een manier waarin je ziet dat ze nog steeds indianen zijn, maar ook mensen die in deze tijd leven.

Gerda Bolhuis


 

Dreamcatchers

Regelmatig komen bij ons vragen binnen over de legenden en de geschiedenis van de dreamcatcher. Het ovale netje met het spinnenwebje heeft de laatste jaren een onstuitbare opmars gemaakt, tot aan Nederlandse braderiëen toe. Ons antwoord was eigenlijk altijd: twintig jaren geleden, toen wij voor het eerst in Amerika waren, zag je ze nog nergens. Nu zie je ze bij elke indianenstam en allemaal zouden ze er legenden over hebben. Trek je eigen conclusies maar…..

In de Lakotakrant ‘Lakota Nation Journal’ verscheen onlangs een artikel onder de titel ‘Dreamcatchers: Sacred or Sellers?’ Stamleden van de Ojibwe van het Mille Lacs-reservaat in Minnesota beginnen zich zorgen te maken over de ongebreidelde verkoop van dreamcatchers.
Toen Millie Benjamin nog klein was, sliep ze ’s nachts onder een dreamcatcher. “Het is uit de hand gelopen, dit is respectloos jegens onze mensen. Het betekent iets voor ons, het is een traditie.” Benjamin is niet de enige Amerikaanse indiaan die zich ergert aan de verkoop van dreamcatchers. Hoewel sommige stamleden geen probleem zien in deze gang van zaken, beschouwen anderen de verkoop van dreamcatchers als een nieuw voorbeeld van hoe hun cultuur uit elkaar getrokken wordt.

De oorspronkelijke dream-catcher, van ongeverfd hout met alleen een webje van draad behoort allang tot het verleden. Dreamcatchers hebben nu alle kleuren van de regenboog, ze zijn soms driedimensionaal of hebben de vorm van een tipi en er hangen allerlei gekleurde voorwerpjes aan. Volgens de traditie moesten dreamcatchers op een ceremoniële manier worden gemaakt, inclusief een dankzegging aan de geest van het hout waaruit ze werden samengesteld. Dreamcatchers horen boven een babywieg thuis. Het spinnenweb filtert nachtmerries uit en laat alleen goede dromen toe.

Dreamcatchers zijn voor veel indianen in heel Amerika een belangrijke inkomstenbron geworden. De vraag is na 11 september zelfs nog verder toegenomen. Ook bij de Lakota worden ze tegenwoordig gemaakt.

Historische bewijzen voor het gebruik van dreamcatchers zijn alleen te vinden bij de Ojibwe/Chippewa-indianen. In het boek ‘Chippewa Customs’ uit 1929 wordt door Frances Densmore het gebruik genoemd. Verder schijnen alleen de Pawnee een soortgelijk voorwerp te kennen, maar staat het bij hen in verband met Spider Woman, de godheid van de bizons.

Gerda Bolhuis


 

Het leven op de Southern Plains

Osiyo!

Mijn naam is Dan Yellow Fox. Ik ben van Muskogee/Cherokee en gedeeltelijk Schotse afkomst. Mijn hele leven heb ik er al van gedroomd om te leven zoals mijn Indiaanse voorouders lang geleden deden. De lessen van mijn grootouders in de verhalen over vroegere tijden, maakten het idee om zo te leven alleen maar sterker. Ik spreek helaas mijn taal niet en veel is ook verloren gegaan, maar ik wil het wel leren. Ik richt mij niet op een enkele stam, maar wil zoveel mogelijk leren van de oude tradities van alle stammen en deze tradities ook trachten te behouden. Hoewel ik de afgelopen jaren veel heb geleerd, kom ik er steeds meer achter hoe weinig ik eigenlijk weet. Alle verhalen en lessen van de Ouden zijn slechts krassen op de oppervlakte. Er is zoveel om te leren en door te geven: honderd levens zouden niet genoeg zijn! Nu, op 35 jarige leeftijd, heb ik besloten het te gaan doen.

Het leven in een tipi is een ongelofelijke ervaring en ik vind het geweldig. Ik leef nog niet helemaal traditioneel, maar iedere dag ga ik een stukje verder het verleden in. Hoe traditioneler ik leef hoe comfortabeler het voelt. Zeer binnenkort zullen bizon huiden de vloer sieren. Nu slaap ik nog op een matras, maar over niet al te lange tijd zal dit worden vervangen door huiden. Ik werk aan zgn. Parfletch opbergdozen (gemaakt van huiden en zo geprepareerd dat zij waterdicht zijn en op de traditionele manier gemaakt). Het kost heel wat tijd om dit voor elkaar te krijgen. Het begrip tijd wordt trouwens steeds minder belangrijk. Soms ben ik mij niet eens bewust van de dag of de tijd! Ik draag mijn haren heel lang en in vlechten. Mijn buckskin leggings en lendedoek zijn comfortabeler geworden dan mijn spijkerbroek en overhemd. Laarzen doen zeer aan mijn voeten, dus draag ik meestal moccasins. Niets is beter dan het voelen van de Aarde door het dunne leer aan de voeten.

Ik breng mijn dagen door met het verzamelen van hout voor het vuur en het halen van water voor koken, wassen en schoonmaken. Verder jaag ik veel. Als het jagen niet genoeg oplevert, moet ik net als iedereen naar de winkel. Ik koop echter zoveel mogelijk hoofdingrediënten, zoals meel en graan etc. Ik koop geen modern kant en klaar voedsel en eet dat ook niet. Meel voor het Fry Bread en groenten en fruit. Soms vlees uit mijn broers vriezer, haha. Ik heb geleerd opportunistisch te zijn. Honger is het beste wapen van een jager!

Gedurende de lente verzamel ik de traditionele planten die hier groeien. Ik verbouw ook traditioneel voedsel in een kleine tuin, zoals Squash (een kleine pompoenensoort), bonen, graan en okra (een soort peulvrucht). De bossen leveren mij veel dingen zoals Pecan noten, wilde zwarte bessen, rozenbottels, wilde uien, wortels, cactussen. Het leven is heel goed, maar het betekent wel veel werk.

De geluiden van de dieren en de wind zijn mijn muziek geworden en het natuurlijke ritme van de zon en de maan mijn hartslag en mijn geest. Tijd is opgehouden te bestaan. Dag en nacht. Dat is alles. De volle maan door het rookgat van de tipi is het meesterwerk van een artiest en het op- en ondergaan van de zon laat me weten dat ik de Schepper dankbaar moet zijn voor elke nieuwe dag dat ik leef. Dit is mijn levenslange droom geweest: het avontuur, de kou, regen, de hitte en de wind. In plaats van ervoor te schuilen kun je er in leven. Ik doe het iedere dag.

Na maandenlange voorbereiding had ik de eer in februari voor 10 dagen gastheer te zijn voor een Nederlandse vrouw. Ik had haar verteld dat februari onze slechtste maand was, maar zij verzekerde mij dat het zeker niet erger dan in Nederland kon zijn. Gedurende haar verblijf was het weer echter fantastisch op een regenincident na. Omdat zij gewend is aan moderne keukenapparatuur had ik verwacht dat koken haar moeilijkheden zou geven. Ik gebruik tenslotte slechts een heet vuur en een stalen rooster om een pot en een koekenpan op te zetten. Het ging haar echter prima af!

Veel dieren kunnen hier worden bekeken in hun natuurlijke omgeving. Wilde herten, roofvogels (Red Tail Hawk) en de Oklahoma Elk. ’s Nachts sluipt er vaak een grote wilde kat (Mountain Lion) rond de tipi.

Dierenhuiden worden door mij zelf geprepareerd en ik ben een traditionele bogenmaker. Ik bouw bogen geheel met de hand. En maak de pijlen. Er komen geen machines aan te pas. Veel van mijn bogen zijn de wereld overgegaan. Ik heb klanten in Engeland, Finland, Mexico, Canada, Australië en natuurlijk de Verenigde Staten. Het bouwen van de bogen is mijn passie en weer een stap in het verleden, waar mannen moesten zorgen voor hun families en ze beschermen met weinig meer dan een stok en een steen en hun gedachten en verlangens. Het is gewoon de menselijke drijfveer om zijn bestaan voort te zetten, hoe simpel ook.

Gedurende de laatste 7 maanden heb ik een semi-primitief leven geleid in mijn Cheyenne tipi, van 6 meter doorsnee. De beste manier om uit te vinden hoe het is om zo te leven, is om het zelf te doen. Om het in ieder geval te proberen. Bovendien werk ik op dit gebied samen met een aantal mensen hier in Oklahoma, die ook de wens hebben om het verleden in leven te houden. We hebben een kinderkamp in Filmore, Oklahoma, genaamd Camp Chapota (dit betekent: kinderen). Hier leren we schoolkinderen de lessen uit het verleden. Ze leren alles over de gewoonten van de dieren, medicinale – en eetbare planten. “Chief” Jerry Underwood is de inheemse natuurkenner en zijn vrouw Alene is onze traditionele verhalenvertelster. Bovendien geeft ze les in kralenwerk. Zij behoren beide tot de Chicasaw stam. De organisator is Dennis Boyles en zijn vrouw Sheila (van de Chicasaw en Choctaw stam). Sheila is de kok tijdens het kamp en zij maakt ook Indiaans handwerk.

De kinderen logeren tijdens zo’n weekend in verschillende verblijven, vari‰rend van tipis tot Long houses en wigwams van andere stammen. Zij krijgen traditioneel voedsel te eten en leren een indiaans balspel: Stick Ball. Het is een spel dat met een kleine bal en twee stokken wordt gespeeld. Met de bal moet een groene vis worden geraakt die bovenop een paal is bevestigd in het midden van het speelveld. De mannen en jongens moeten de stokken gebruiken om de bal te dragen en te werpen en te vangen. Deze stokken worden ook als oorlogsknotsen gebruikt in de ruwere spelen. Vrouwen en meisjes hoeven de stokken niet te gebruiken, maar mogen met hun handen gooien en vangen. Uiteraard mogen de mannen de vrouwen niet slaan of raken, maar voor de vrouwen zijn de mannen loslopend wild en alles is geoorloofd. Het kan er dan ook ruw aan toe gaan. Ik vind het een geweldig spel.

Tijdens zo’n kamp geef ik lessen in het gebruik van primitieve wapens. Ze leren ze maken en gebruiken, zoals pijl en boog, zgn. Rabbit Sticks en Squirrel Sticks (voor het doden van klein wild) de Tomahawk. De Rabbit en Squirrel Sticks zien er uit als een boomerang, alleen zij keren niet terug. In vroeger tijden werden ze gebruikt om jongens te leren jagen en voor het gezin te zorgen. In de handen van ervaren jagers zijn het dodelijke wapens. De stok wordt horizontaal aan de grond gegooid om zo het klein wild te doden of in vroeger tijden de benen van de vijand te breken. Gedurende deze weekends ben ik geheel gekleed in Buckskin en draag mijn moccasins en veren. Zeer binnenkort zal de Sweat Lodge zijn voltooid en zullen de kinderen ook daarover leren.

Ik heb een website, die op moment vernieuwd wordt, maar daarop is het proces van het bogenbouwen te zien: www.blueriverbows.com. Ik ben ook te bereiken op mijn e-mail adres: DannyCSmith@msn.com. Wil je inlichtingen of heb je vragen, neem gerust contact met me op.

Hartelijk bedankt voor de mogelijkheid om iets uit mijn leven met jullie te delen. Het is een simpel leven en zo zal het blijven. Ik wens iedereen alle goeds en hoop dat de Grote Schepper over een ieder zal waken en zijn zegen voor jullie zal zijn.

Dan Yellow Fox
Oklahoma, March 2002


 

Korte berichten

 

LAKOTA NATION JOURNAL WINT KRANTENOORLOG
  Indian Country Today, de Indiaanse krant die voortkwam uit een klein krantje op het Pine Ridge-reservaat, heeft Zuid-Dakota verlaten. De krant is als Lakota Times in 1982 opgericht door Tim Giago en groeide uit tot een landelijk blad. Toen Giago de krant verkocht aan de Oneida-indianen uit New York, werd overeengekomen dat de krant altijd een kantoor in Zuid-Dakota zou blijven houden en ook nieuws voor de Lakota. Dit werd gedaan in een bijlage die ook Lakota Times heette, de krant zelf werd nog meer nationaal georiënteerd (zie ook nieuwsbrief nr. 33).

Tim Giago startte enkele jaren geleden een nieuwe krant, de Lakota Nation Journal, die in alles een kopie was van de oude Lakota Times, waarop een heuse krantenoorlog uitbrak. De Lakota hadden weinig op met een krant zoals Indian Country Today, die voornamelijk landelijk nieuws bracht. Of zoals een Lakota-vrouw het stelde: “Wat hebben wij met die walvissen in Washington?”

Lakota Nation Journal heeft ook weer een plaatselijk kantoor voor het Pine Ridge-reservaat geopend in het stadje Martin.

Op het web:
www.lakotajournal.com
www.indiancountry.com

 

SI TANKA HURON UNIVERSITY

Ook het Cheyenne River-reservaat van de Lakota in Zuid-Dakota heeft nu z’n eigen universiteit. Si Tanka Huron University startte onlangs in Eagle Butte en in Huron. Het instituut is een samenvoeging van Si Tanka College op het reservaat en Huron, een privé-universiteit die door het College is aangekocht. De vestiging in Huron is de eerste universiteit buiten een reservaat in deze regio.


Colofon

Organisatie & produktie: Gerda Bolhuis
Layout/logo’s: Ad Vermeulen
Bijdragen: Gerda Bolhuis & Anneke Ofman

ISSN 0926-2989

Share Button