Wotanin Wowapi 41 - april 2001


nieuwsbrief van de Lakota Stichting

nummer 41, april 2001

Inhoudsopgave



Van redactie & bestuur

In dit nummer vindt u een artikel over een alternatief woningbouwproject op het Pine Ridge-reservaat. Het betreffende huis, mede gefinancierd met geld van de Lakota Stichting, is met stro gebouwd. Verder zijn er een boekbespreking, een artikel over de positie, die de Lakota-taal in de huidige tijd inneemt en aankondigingen van twee heropeningen van antropologische musea in Nederland.
Bent u geïnteresseerd in reizen naar en met indianen: op onze reis naar de Lakota, die op 26 juni begint, zijn nog 3 plaatsen beschikbaar. Bel of mail ons even voor informatie of kijk op onze website onder Reizen.
Onze bestellijst op de achterpagina is aangepast aan de euro. We hebben van de gelegenheid gebruik gemaakt de prijzen nu zonder porto en administratie-kosten te vermelden. Enkele producten, zoals onze eigen publicaties, zijn iets in prijs verhoogd. Dit is de eerste prijsverhoging sinds onze start in 1989. Tegelijkertijd is ook de bestelpagina op onze website veranderd in een winkelwagentjes-systeem.
Dit nummer is tot onze grote spijt nog niet in de nieuwe lay-out. Ook de komende nummers zullen nog het oude uiterlijk hebben.
Degenen onder u, die hun donatie voor dit jaar nog niet gestort hebben, treffen bij dit nummer een acceptgirokaart aan, met het verzoek binnenkort te betalen. Wie in gebreke blijft, moeten we helaas van de verzendlijst schrappen.

Gerda Bolhuis


Vorstin van het Noorden

Boekbespreking
Eden Robinson. Vorstin van het Noorden. Uitgever: Prometheus Groep. ISBN: 90-5333-961-2. Prijs: f 36,50.

Het boek gaat over een modern indiaans gezin, de familie Hill. Zij wonen in het afgelegen stadje Kitamaat, verscholen in het adembenemende landschap van British Columbia, vlak bij Alaska. Het verhaal begint als Jimmy Hill, een veelbelovend zwemtalent en de trots van de familie, wordt vermist. De vissersboot waarop hij vaart raakt zoek in een storm. Zus Lisamarie probeert te achterhalen wat er met haar jongere broer is gebeurd. Behalve over die zoektocht, komt de lezer alles over de familie te weten.
Lisamarie vertelt het verhaal. Jeugdherinneringen worden beschreven in de verleden tijd en eigentijdse gebeurtenissen in de tegenwoordige tijd. Dat is prettig, want vooral in het begin worden veel personages en gebeurtenissen opgevoerd. Je moet daardoor even moeite doen om in het verhaal te komen, maar wordt er dan al gauw door gegrepen. De personages, hun leven en het leven in dat deel van Canada, worden uitvoerig uit de doeken gedaan en krijgen voor de lezer realiteit.
In het boek vallen vooral de indiaanse spiritualiteit en de oude waarden op, zoals die door de oudere generatie - Ma-ma-oo, de grootmoeder - nog steeds worden doorgegeven. De jongeren pikken deze op (Lisamarie kan moeiteloos vertellen hoe het beste oolichan-vet wordt gemaakt), maar doen er ogen schijnlijk niets mee. Zij hebben, zoals tieners over de hele wereld, vooral belangstelling voor aardse zaken. Dat de oude waarden Lisamarie meer aanspreken dan haar leeftijdgenoten blijkt op verschillende manieren. Ze heeft een intens contact met haar oom Mitch, een AIM-lid en mensenrechtenactivist, naar wie ze is vernoemd. De beschrijvingen van de momenten die ze met hem doormaakt zijn meeslepend om te lezen. Lisamarie heeft ook een 'gave': steeds als er iets ernstigs staat te gebeuren, verschijnt haar een wezen.
Het wordt je duidelijk dat niet goed wordt omgegaan met pijnlijke kwesties. Zowel in het leven van oom Mitch als dat van Ma-ma-oo zijn dingen gebeurd waarover de jongere generatie hoort fluisteren, maar waarvan het fijne onbespreekbaar blijft.
Hoewel het gezin niet in grote armoede leeft, de kinderen de kans krijgen naar school te gaan en er sprake is van een hechte familieband, krijgt Lisamarie toch in een bepaalde periode te maken met de geijkte problemen van zwaar alcoholmisbruik en experimenten met drugs. Ook zijn er het racisme vanuit de blanke gemeenschap en de gevoelens van de indianen jegens de blanken. Het blijft in het midden in hoe verre deze factoren met de tijdelijke ontsporing te maken hebben.
De acceptatie van het lot van broer Jimmy wordt juist vergemakkelijkt door de indiaanse waarden, zoals de opvatting dat doden helpen bij een nieuw begin.
Het boek gaat over gewone mensen. De beschrijving en van de natuur en de manier van leven doen je soms verlangen om er ook te zijn. Grote politieke issues blijven buiten beschouwing, hoewel hierover tussen de regels door wel iets te lezen valt. De indianen worden niet als zielig afgeschilderd. Het boek is zeer zeker de moeite waard om te worden gelezen.

Anneke Ofman


Strohuis voor Josephine en Larry Fast Wolf

In de zomer van 2000 is in het dorpje Red Shirt Table in het Pine Ridge-reservaat een strohuis gebouwd. Het initiatief hiertoe ging uit van de Adopt A Grandparent (AGP) organisatie. AGP, oorspronkelijk opgezet om ouderen in het reservaat die in nood verkeren te steunen met brandstof, kleding en voedingsmiddelen, heeft met dit project haar activiteiten uitgebreid.


Met behulp van zeventig vrijwilligers uit heel Amerika is het huis in enkele weken opgebouwd. Het bouwsysteem is ontwikkeld door de Red Feather Development Group, een steunorganisatie in de staat Washington, die het concept van de strohuizen samen met de locale universiteit heeft bedacht. Het benodigde materiaal is goedkoop en makkelijk werkbaar voor vrijwilligers. De strohuizen zijn milieuvriendelijk en voldoende warm in de ijzige winters in het prairiegebied.
De Lakota Stichting heeft aan dit project een financiële bijdrage geleverd uit het fonds dat nog beschikbaar was na de inzameling in verband met de tornado die het Pine Ridge-reservaat in de zomer van 1999 heeft getroffen.
Adopt A Grandparent verhuisd
Het Adopt A Grandparent-programma (AGP) is verplaatst van Taos, New Mexico, naar Black Hawk in Zuid Dakota. Deze verandering heeft te maken met de aanstelling van een nieuwe directeur, Jeannine Rampe. Zij volgt fotografe Gail Russell op, die het AGP-programma veertien jaar geleden in het leven riep, nadat ze had gehoord hoe moeilijk veel oude ren in het reservaat het vooral in de winter hebben. Kort daarvoor waren enkele ouderen door gebrek aan brandstof in hun afgelegen huizen doodgevroren.
AGP probeert met behulp van donateurs uit binnen- en buitenland de ergste noden te lenigen. Hoewel Gail, nu zestig, de tijd gekomen achtte om de dagelijkse leiding aan anderen over te laten, blijft ze als adviseur aan AGP verbonden.

Gerda Bolhuis/Marian Cuisinier


Lakota-taal in moeilijkheden

(Uit het Engels vertaalde column van Ivan Star Comes Out. De column verscheen oorspronkelijk in Lakota Nation Journal van 26 maart 2001).

Ik heb het al eerder gezegd en zal het nog eens zeggen. Onze geliefde Lakota-taal is in moeilijkheden. Het is aan ons dit probleem nu aan te pakken, niet pas in de toekomst. En we moeten ophouden te wachten op iemand die onze taal komt redden. Dat zal niet gebeuren. In Lakota-land zijn er tegenwoordig nog maar weinigen die de taal nog gebruiken. Deze mensen zijn nog steeds in staat hun gedachten aan elkaar over te brengen in lange gesprekken over een groot aantal onderwerpen, zonder ook maar één keer terug te vallen op de Engelse taal.
Twee feiten zijn echter belangrijk in deze situatie. Ten eerste, deze groep mensen, hoewel actief, is erg klein en behoort tot een oudere leeftijdsgroep. Ten tweede, we hebben een grote en groeiende jonge bevolkingsgroep (leeftijd van 1-20), die de taal nauwelijks gebruikt. Deze groep beslaat meer dan de helft van onze bevolking.
Een belangrijk punt is evident: de Lakota-taal is niet overgedragen aan onze jongeren. Nog maar 20 jaar geleden, was de taal wederzijds in gebruik onder Lakota, nu kijken we tegen een compleet verlies van de taal in de naaste toekomst aan.
'Wie is verantwoordelijk voor de overdacht van onze taal aan de volgende generatie?' Als Lakota moeten we ons dit afvragen, ongeacht of we de taal vloeiend spreken of niet. Taalverlies beïnvloedt ons allemaal, nu en in de toekomst.
Laten we als antwoord op deze vraag eens kijken naar wat in de laatste tientallen jaren gebeurd is. Onze plaatselijke scholen deden wat ze konden met gebruik van Bilingual Education fondsen. Ons Oglala Lakota College is ook bezig geweest les te geven in de taal. Zij hebben gestreden tegen terugval en obstakels. Het feit blijft echter, dat de Lakota-taal niet is overgedragen.
Het is nu tijd voor alle betrokkenen om te stoppen met elkaar de schuld te geven. We moeten stoppen met ruziën. We moeten onze scholen steunen in hun pogingen om de taal over te dragen. Samen kunnen we een hoop meer, vooral juist met de taal.
Laten we eens bezien hoe vroeger de taal werd overgedragen. Onze voorvaderen hadden geen school, boek of alfabet. Toch waren ze hoogst effectief. Dus hoe deden ze het? Ze droegen de taal over door een proces van onderdompeling. De voorwaarden hiervoor waren van nature aanwezig. De jongeren groeiden op terwijl ze de taal hoorden. In principe sprak iedereen de taal en leerde men het zodoende vloeiend. Zodoende werd de Lakota-taal effectief van generatie op generatie overgedragen. Alles via de familie of de gemeenschap, van grootouders naar kleinkinderen. Nog eens moeten we ons zelf de vraag stellen wie er verantwoordelijk is voor de overdracht van de taal. Bedenk wel dat onze scholen alleen stonden terwijl we toelieten dat ons eeuwen oud taaloverdrachtsproces uitdoofde.

In principe gaven we die verantwoordelijkheid aan onze scholen. Daarom hebben we geen recht om die instituten te veroordelen. We moeten helemaal ophouden met hun de schuld te geven. We moeten ons realiseren dat de federale, de staats- en zelfs onze eigen stamregering niet tot taak hebben talen te redden. Noch zijn onze scholen verantwoordelijk. Die verantwoordelijkheid rust helemaal op de schouders van iedereen die zich zorgen maakt.
Nu heb ik het niet over individuen alleen. Ik heb het ook over families, familiegroepen en de gemeenschap als geheel. Allemaal hebben we een belangrijke rol in taaloverdracht. Er zijn meer dan genoeg gelegenheden binnen- en buitenshuis.
Als je in je huis de Lakota-taal wilt gebruiken, kan het nodig zijn om specifiek tijden, gebeurtenissen of plaatsen te plannen, zodat er totale en exclusieve onderdompeling in de taal kan plaatsvinden. Bedenk dat invloeden van buitenaf, zoals TV en Engelssprekende bezoekers, hierop invloed plegen te hebben.
Families die uit sprekers bestaan, maar ook niet-sprekers, moeten speciaal hun best doen om die tijd te reserveren, zodat de niet-sprekers of diegenen met beperkte kennis de gelegenheid krijgen om wat basisbegrippen te leren.
Familie- en gemeenschapsbijeenkomsten, zoals feesten, leveren ook dergelijke kansen op. Bezoe kende grootouders en andere familieleden voegen nieuwe cultureel verrijkende ervaringen toe aan die van thuis, gezien hun leeftijd, stem, interesse en achtergrondvariaties.
Steungroepen kunnen heel effectief zijn in het uitbreiden van het beeld en de rijkdom van het leren van de taal. Gemeenschappen kunnen loyaliteit aan hun taal benadrukken en tonen, door het neerzetten van borden, aankondigingen, advertenties en andere boodschappen in de Lakota-taal, zelfs al bestaat het al in het Engels.

Stamoudsten zijn een belangrijke bron van taaloverdracht. Velen zouden graag de kans krijgen hun unieke kennis te delen met studenten van alle leeftijden. Gekozen vertegenwoordigers kunnen Lakota-taalverwerving ondersteunen door zelf het goede voorbeeld te geven en anderen aan te moedigen de taal te gebruiken. Ze zouden ook netwerken kunnen ontwikkelen van Lakota-taal supporters in de reservaten als ook in de andere reservaten.
Sprekers moeten niet diegenen belachelijk maken die de taal nog aan het leren zijn. Studenten moeten zich ook niet schamen de taal te spreken. We moeten zo veel mogelijk informatie publiceren over het risico van het verdwijnen van de Lakota-taal en de sprekers aanmoedigen de taal te spreken.
Zo mogelijk moeten we al deze pogingen documenteren. Dit kan gebruikt worden om te analyse ren wat werkt en wat niet en we moeten die informatie met anderen delen.
Ho! Hecetu welo ! Mato Nasula he miyelo!
(vertaling: Daar! Het is gedaan! Ik ben hij die bekend staat als Bear Brein).

Vertaling: Gerda Bolhuis

Ivan F. Star Comes Out is de auteur van 'Lakotiyapi - An Introduction to the Lakota language'. Hij schrijft regelmatig columns in Lakota Nation Journal.


Korte berichten

Musea heropend
Twee volkenkundige musea hebben onlangs hun poorten heropend.
Het Museum voor Volkenkunde in Rotterdam, nu herdoopt tot Wereldmuseum, is sinds november weer open. Het vernieuwde museum heeft onder meer schatkamers, waarin het de mooiste stukken uit de collectie toont.
Website: www.wereldmuseum.rotterdam.nl

Het Rijksmuseum voor Volkenkunde in Leiden is gedurende de verbouwing open gebleven en heeft in de afgelopen tijd onder meer een tijdelijke tentoonstelling over indianen gehad. Dit museum wordt op 27 april heropend. Er is onder andere een vaste collectie over india nen te zien (Noord-Amerika/Arctische gebieden en Midden- en Zuid-Amerika).
Website: www.rmv.nl

In een komend nummer zullen we aan beide musea uitgebreider aandacht besteden.

"White Country Today"

Indiaanse demonstranten protesteerden op 5 maart voor het gebouw van Indian Country Today in Rapid City (Zuid-Dakota). Aanleiding voor dit protest waren bezwaren tegen de berichtge ving over Lakota-zaken in deze voormalige Lakota-krant (zie ook nieuwsbrief nummer 33). De demonstranten eisten het opheffen van het katern Lakota Times, omdat de krant bevooroordeeld zou zijn. Van de huidige eigenaren van de krant, de Oneida uit New York, werd geëist dat ze hun kantoor naar New York zouden verplaatsen.

Aboriginal Art Museum
In Utrecht is begin maart een museum voor Aboriginal-kunst geopend. Het museum stelt moderne kunst van Aboriginals uit Australië tentoon. In de bijbehorende galerie is ook kunst te koop.

Plaats: Oudegracht 176, Utrecht
Openingstijden: di t/m vr 10-17 uur, za en zo 11-17 uur.
Toegangsprijs: onbekend
Website: www.aamu.nl


Colofon



Organisatie & produktie: Gerda Bolhuis
Layout/logo's: Ad Vermeulen
Bijdragen: Gerda Bolhuis, Marian Cuisinier & Anneke Ofman

ISSN 0926-2989