Wotanin Wowapi 05 - april 1991


nieuwsbrief van de Lakota Stichting

nummer 5, april 1991

Inhoudsopgave



Van de redactie


In het vijfde nummer van de Wotanin Wowapi hebben we enige bijzondere artikelen weten te plaatsen. Allereerst is er natuurlijk ter afsluiting van ons Wounded Knee-herdenkingsjaar een speciaal voor de Lakota Stichting geschreven verslag van fotograaf Ulbo de Sitter. De Sitter is in december 1990 naar South Dakota afgereisd om de Big Foot Memorial Ride bij te wonen. In dit nummer bericht hij over zijn ervaringen. Ook kunt u een recensie over de film Dances With Wolves lezen. Deze film, waarin de Lakota een belangrijke rol spelen, heeft zeven Oscars gewonnen.
Naast de Indiaanse volken grijpt de Lakota Stichting in dit nummer de kans om ook aan dacht te besteden aan andere inheemse naties. De problemen waar zij mee kampen vertonen namelijk vaak veel overeenkomsten, reden voor ons om iets verder te kijken dan alleen naar de Indiaanse volken. Vorig jaar is Ad Vermeulen, een vaste medewerker van de Stichting, drie maanden naar Australië gegaan. Hij heeft daar contact gezocht met diverse Aborigine gemeenschappen. In dit nummer van de Wowapin Wowapi publiceert hij het eerste artikel over zijn belevenissen. Tot slot zult u in dit nummer korte nieuwtjes uit de Lakota Times en een artikel over het indigenismo vinden.

¡Que se divierta! (Veel plezier)

Namens de redaktie,

Ingrid van Amelsfort


Op zoek naar de echte Aborigine


Overpeinzingen naar aanleiding van een reis door Australië

'Madurodam', dacht ik, terugkerend vanuit dat kolossale land, 'hoe vertrouwd allemaal en hoe knus'. Teruggekeerd uit Australië met stapels indrukken, herinneringen, informatie en, vooral, vragen. Een puzzel dus en die heb ik nog niet opgelost. Ik ging erheen met twee gerichte interesses: de situatie van de Aborigines en het Tropisch Regenwoud (waarvan Australië, zij het minimaal ook wat heeft).
Intensief kennismaken met zo een bos is gelukt, maar hetzelfde met een Aborigine-gemeenschap wat minder.
Het feit dat ik deel uitmaak van 'de dominante blanke kultuur' speelt daarin een belangrijke rol. De Aborigine-gemeenschappen, waaronder verstaan die groepen welke kiezen voor een min of meer geïsoleerd bestaan en min of meer levend volgens de eigen tradities zijn, niet gemakkelijk toegankelijk voor Europeanen (Blanke Australiërs worden ook wel met die naam aangeduid). Ze worden beschermd of liever afgeschermd door de overheid én door eigen maatregelen. Overigens is het maar een klein percentagevan de oorspronkelijke Australiërs dat zo leeft. Het begrip 'Aborigine' is toch een beetje vaag, gegeven de etnische en kulturele vermenging.
Ik bewandelde de officiële, ambtelijke weg en dan duurt het langer dan de drie maanden, die ik had, om te komen waar je wil. Maar ik ben ook bordjes voorbij gelopen en heb toch de nodige mensen ontmoet.
Het toeristisch circuit, waaraan ik me zo veel mogelijk trachtte te onttrekken, biedt wel mogelijkheden, maar beduchtheid voor het 'Volendameffekt' weerhield me daarvan gebruik te maken. De teksten in een aantal folders doen dienaangaande het ergste vermoeden, maar er zijn ook excursies die wel oké zijn, het gegeven dat Aborigines die zélf organiseren biedt een zekere garantie. Toch is er altijd sprake van compromissen. Het toerisme is voor Australië een inkomstenbron van toenemend belang en dat geldt in nog sterker mate voor Aborigine-gemeenschappen. Die zijn daarbij dan gedwongen tot het doen van concessies aan een samenleving die hen al langer dan twee eeuwen gevangen houdt in een onrechtsituatie. De weerzin is begrijpelijk, het pragmatisme ook.
Dit manifesteerde zich met name in het gebied rond 'Uluru', in onze wereld beter bekend als Ayers Rock. Uluru is een reusachtige monoliet temidden van een zeer plat en kaal woestijngebied. Er zijn nog twee rotsmassieven, veel minder bekend, maar minstens zo imponerend. Hoe die giganten daar komen, is een vraag die door de westerse wetenschap geheel anders beantwoord wordt dan door de inheemse mythologie. In de laatste interpretatie zijn de 'Olga's' in de Droomtijd gesneuvelde reuzen. Je hoeft je niet eens erg in te spannen om het ook zo te zien. In elk geval is het een plek waar je letterlijk naar de prehistorie staat te kijken en waar je door een geschiedenisboek kunt lopen want er worden rotsschilderingen gemaakt sinds meer dan 10.000 jaar. Dit kultuurgoed wordt in onze dagen bedreigd door vuile lucht, toeristenhanden en graffiti.
Om en op die rots spelen zich, dag in dag uit, merkwaardige rituelen af. Hier was dat ik me niet kón losmaken uit het toeristencircus met een 'guided sun-set tour' en een 'rock-climbing' in de vroege ochtend. Uluru is voor de Aborigines een heilige plek sinds mensenheugenis (dat is hun geval onthutsend lang, in feite hebben ze de oudst bekende nog levende kultuur).
De heuvel doet sterk denken aan de Black Hills en daarmee vergelijkbaar. Uit heel Australië kwamen en komen zij hierheen voor religieuze bijeenkomsten.

Sinds Ayers Rock ontdekt (?) is door een blanke avonturier (op zich al een een lachwekkend Livingstoneverhaal, hij noemde de heuvel naar een of andere oom) is deze ook voor blanken een bedevaartsoord, zij het van het profane soort. Busladingen toeristen die in (oprechte) eerbied naar een gigantische toverbal staan te kijken en deze vervolgens beklimmen. 'Minga', 'mieren' noemen de Aborigines hen en op een afstandje ziet de rij klimmende en weer afdalende figuurtjes er ook zo uit. Ik was er één van en weer terug beneden las ik pas het informatiebord waarop duidelijk vermeld staat dat de plaatselijke gemeenschap liever niet heeft dat Uluru beklommen wordt.
Het gebied is nog niet zo lang geleden formeel aan hen teruggegeven, maar het is één der belangrijkste toeristenattrakties van Australië. Concessies zijn, ook hier, onvermijdelijk, hoewel ze opbrengsten hebben uit de entreegelden voor het Nationale Park en o.a. als 'ranger' betrokken zijn bij het beheer daarvan.
Hier was het dat twee werelden op een, al thans voor mij, verwarrende manier door elkaar speelden. Stel je een Christelijke kerk voor waarin de godganse dag didgeridoomuziek klinkt en schaars geklede types de 'hagedisdans' doen. In een volgend artikel wil ik nader ingaan op die twee werelden en met name op de vraag of de wereld van de oorspronkelijke Australiërs een toekomst heeft.
Eén van de momenten waarop ik mijn 'culture-shock' ervoer was toen één van hen me vroeg: 'Wat vindt u van ons land?'

Ad Vermeulen


SI TANKA WOKIKSUYE
Big Foot Memorial Ride


Journalist Ulbo de Sitter bezocht met hulp van de Lakota Stichting en onze zusterorganisatie, de NANAI, in december 1990 de Wounded Knee-herdenking. Hij deed hierover o.a. verslag in Trouw. Hier volgt zijn verhaal voor Wotanin Wowapi. De bijbehorende foto's staan op één van onze foto-pagina's.

De menselijke fantasie is tot veel in staat. Maar vaak gaat de werkelijkheid nog een stapje verder. Het landschap waar ik mij nu in bevind is grootser en desolater dan in mijn stoutste verwachtingen. Het is vroeg in de ochtend en de zon aan de staalblauwe hemel kan de felle priemende kou niet verdrijven. Twintig graden onder nul is hier heel gewoon in deze tijd van het jaar. De besneeuwde heuvels van de prairies in Zuid-Dakota strekken zich kilometer na kilometer voor ons uit. Heel in de verte zijn de eerste venijnige pieken van de Badlands zichtbaar. Om mij heen hoor ik het zachte geklop van honderden paardehoeven. Zelfs als we galopperen dempt de sneeuw het hoefgetrappel tot een vriendelijk gerommel. We zijn op weg van Cherry Creek naar Red Owl Springs. 'We' zijn bijna driehonderd Indianen, de meeste Lakota en een handjevol journalisten, waar onder ikzelf. De vijfde Big Foot Memorial Ride is nu een week oud. Nog een week van eindeloze kilometers, zadelpijn, snijdende noordenwind, die de gevoelstemperatuur ('windchillfactor', zeggen de Amerikanen) soms doet zakken tot ruim -40 graden Celsius en de groep zal haar bestemming bereiken: Wounded Knee. Op 29 december 1990 zal het precies honderd jaar geleden zijn dat het Amerikaanse leger daar driehonderd Lakota mannen, vrouwen en kinderen de dood in joeg. In december 1890 leidde Si Tanka (Big Foot) zijn groep Lakota's in vliegende haast over de verlaten vlaktes van het Standing Rock en Pine Ridge reservaat. In die dagen dansten veel Indianen de Ghost Dance. Het massale dansen verontrustte de Amerikaanse autoriteiten die hierin een beginnende opstand zagen. Het leger kreeg opdracht een aantal 'onruststokers' te arresteren. Big Foot kwam op deze onruststokerslijst ook voor, al wist hij dat zelf niet. Na de moord op Sitting Bull (15 december) besloot hij bescherming te zoeken bij het laatste nog in leven zijnde grote opperhoofd, Red Cloud. Bij Wounded Knee werden Big Foot en zijn groep onderschept. Wat volgde is geschiedenis.
De herinnering aan Wounded Knee is springlevend bij de Indianen. Tijdens de Big Foot Ride wordt er vooral 's avonds rond de enorme kampvuren, een gezellig knisperend vuurtje doet het aardig in de zomer, 's winters wordt er met groffer geschut gewerkt, gepraat over het verleden en de toekomst. Veel Indianen vertellen over hun persoonlijke beweegredenen om mee te doen aan de Memorial Ride. Dit jaar zijn er veel jongeren bij en sommigen van hen nemen schoorvoetend het woord. Als er één de euvele moed heeft om te zeggen dat hij moest van zijn vader, wordt er hard gelachen. Het cliché van de stoïcijnse, zwijgzame Indiaan wordt voor de zoveelste keer ontkracht. Er wordt voortdurend gegrapt en ik ben meermalen het slachtoffer van practical jokes. Met name Butch Eagle Hunter, een Indiaan van rond de vijftig die bekend staat als een moppentapper, schept er een groot genoegen in mij in de maling te nemen.
Er is veel discussie geweest onder de Indianen omtrent het wel of niet toelaten van de pers. Sommigen vinden deze herdenking een zaak van Indianen alleen en stellen geen prijs op fotografen en TV-ploegen. ''They took our buffalo, our land and now they come to take our ceremonies'', zegt één van hen op een door de American Indian Movement georganiseerde gespreksavond. Andere, meer pragmatisch ingestelde Indianen, zoals Dennis Banks en Russell Means, bekend geworden door hun radicale stellingname omtrent het Indiaanse probleem, zien in de aanwezigheid van nationale en internationale pers een mogelijkheid om de aandacht van het publiek te vestigen op de schrijnende toestanden in de meeste reservaten, waarvan de armoede, de werkloosheid en het alcoholisme de meest zichtbare zijn. De organisatie van de Big Foot Ride besluit tot een compromis. Fotografen en filmploegen krijgen de vrijheid om te gaan en staan waar zij willen, belangrijke ceremonies echter, zoals de herdenkingsceremonie op de begraafplaats bij Wounded Knee, mogen niet worden gefilmd en gefotografeerd.
Op het eerste gezicht lijkt het alsof de Lakota's zich als één man opstellen. Wat betreft een aantal zaken is dat ook zo. De Medals of Honor, uitgereikt aan drieëntwintig soldaten die deelnamen aan de slachting bij Wounded Knee, moeten worden ingetrokken. De Black Hills, volgens het nooit herroepen Fort Laramie verdrag van 1868 nog steeds Indiaans land, moeten worden teruggegeven. De manier waarop deze doelstellingen moeten nagestreefd, daarin verschilt men van mening. Het in 1990 door Gouverneur Mickelson van Zuid-Dakota uitgeroepen 'jaar der verzoening' (een oorspronkelijk Indiaans, maar door de Gouverneur bekend gemaakt idee) wordt door de één gezien als een mogelijkheid de Indiaans-blanke betrekkingen te verbeteren, door de ander als een goedkope publiciteitsstunt, bedoeld om die rampzalige vergissing van het Amerikaanse leger in 1890 te doen vergeten.
Ondanks deze verschillen in opvatting lijkt de Big Foot Ride een voorbeeld te zijn van een groeiend Indiaans bewustzijn en een groeiende behoefte gestalte te geven aan de eigen cultuur. Aan de eerste Big Foot Ride, vijf jaar geleden, namen negentien Indianen deel. Anno 1990 rijden meer dan driehonderd Lakota-Sioux en een kleine groep Indianen van andere stammen, waaronder Cree, Navajo en Ojibwa, na een barre veertiendaagse rit van bijna vierhonderd kilometer, de heuvel met het massagraf op. Ikzelf arriveer daar in één van de volgauto's. Met blaren op je achterste is het slecht paardrijden.

Ulbo de Sitter


Filmrecensie: Dances with wolves

danceswithwolves

Dances with Wolves is geen film waarvan bij voorbaat gezegd kon worden dat het een groot succes zou worden, laat staan dat de film 7 Oscars in de wacht zou slepen. Integendeel het maken van een Western die bovendien voor een groot deel in een andere taal dan Engels wordt gesproken is om moeilijkheden vragen. Westerns zijn al lang niet meer in. De enige interessante western van de afgelopen jaren was Pale Rider van Clint Eastwood, maar die had geen enkel publiek succes. Kevin Costner heeft dus een groot risico genomen, maar zowel het grote publiek als de juryleden van de Film Academy zijn voor de film gevallen.

Vanaf het begin van de jaren '60 kwamen er westerns die meer oog hadden voor de positie van de Indianen. Films als A Man Called Horse, Cheyenne Autumn en Little Big Man schilderden de Indianen af als slachtoffers van genocide. In deze films waren Indianen de ''goeden'' en de blanken de ''slechten''. Het aloude thema goed versus kwaad is ook in Dances with Wolves terug te vinden.

In dit opzicht is het een traditionele western, alleen zal het goede uiteindelijk niet overwinnen. Waar de film echter afwijkt van de meeste andere Westerns is de authenticiteit. Ik ken geen andere film waarin Indianen hun eigen taal spreken. Het gebroken Engels waar in andere films roodgeschilderde blanken zich bedienen, (als ze hun mond al open doen) doet afbreuk aan de intelligentie van zowel de Indianen als de kijkers.
De Indianen in deze film worden gespeeld door Indiaanse acteurs en dat is in het kader van de authenticiteit een goede zet. Er is duidelijk aandacht besteed aan de historische accuratesse en zo is er een glimp te zien van het leven van prairie-Indianen, voor het reservaatsleven begon. Het laat de Sioux zien in hun dagelijks leven, er wordt weinig aandacht besteed aan ceremonieën, maar des te meer aan universele dingen die mensen binden zoals vriendschap en de noodzaak te overleven.

Volgens regisseur en hoofdrolspeler Kevin Costner is het succes van de film mede een gevolg van het slechte geweten van het Amerikaanse volk over het wegvagen van een oude cultuur. Toch heeft de film geen moraliserende toon. Het wordt gepresenteerd als een historisch verslag van een leefwijze die op het punt stond te verdwijnen.

Het verhaal op zich is niets bijzonders en tamelijk doorsnee maar wat de film meer dan de moeite waard maakt zijn de waarheidsgetrouwe afspiegeling en de werkelijk schitterende beelden en natuuropnamen.

Na het grote succes van de film is het de vraag of er nu meer begrip komt voor de hedendaagse situatie van Indianen in de Verenigde Staten. Alhoewel het natuurlijk mooi zou zijn als dat gebeurde lijkt het me niet erg waarschijnlijk, de film is een historische schets en veel argeloze bioscoopbezoekers zouden waarschijnlijk oprecht verbaasd zijn als ze hoorden dat er überhaupt nog Lakota zijn. De film eindigt wat dat betreft op deprimerende wijze met de mededeling dat 12 jaar later de laatste vrije Sioux in een reservaat werden geplaatst.

Judith-an Verschuuren


Het indigenismo


Als blanke auteurs romans schrijven over Indianen, zeggen hun boeken nog te vaak meer over hun eigen ideeën dan over de Indiaanse leefwereld. Het nieuwe indigenismo, een literaire stroming uit Latijns-Amerika, vormt een gunstige uitzondering op deze regel.
De woorden 'nieuwe indigenismo' geven al aan dat er ook een oud indigenismo is geweest. Het indigenismo ontstond aan het einde van de vorige eeuw in landen met een grote Indiaanse bevolking, zoals Ecuador, Guatemala, Bolivia en Peru. Deze landen waren min of meer gespleten doordat er een enorme kloof bestond tussen blanken en Indianen. In Peru bijvoorbeeld was dat heel duidelijk te zien. De Indianen leefden in grote armoede in het hoogland en spraken Quechua. De blanke elite was vooral aan de kust te vinden, ze waren welvarend en spraken Spaans.
Aan het einde van de vorige eeuw begonnen groepen uit de heersende klasse deze dualiteit als een probleem te zien. Zij waren beïnvloed door uit Europa afkomstige anarchistische en communistische opvatting en, en begonnen de aandacht te vestigen op de achtergebleven positie waarin de Indianen verkeerden.
De schrijvers die tot het oude indigenismo behoren, zoals Jorge Icaza en Clorinda Matto de Turner werden hierdoor beïnvloed. Het was de tijd van de Russische en de Mexicaanse revolutie, de arbeidersklasse begon zich te organiseren en overal werden marxistische organisaties opgericht. Het is daarom niet verwonderlijk dat ook het oude indigenismo de nadruk legde op de klassenstrijd. De blanke auteurs schreven over Indianen voor een blank publiek. Het doel was de onderdrukking van de Indianen aan te klagen. De auteurs zochten de oplossing van de problemen in de klassenstrijd en besteedden voor namelijk aandacht aan de economische aspecten. In het oude indigenismo kwam de Indiaanse leefwereld niet aan bod. De Indianen werden van buitenaf beschreven en de nadruk lag op hun slechte economische situatie. Behalve door de marxistische invloeden wordt dit ook verklaard door het simpele feit, dat de auteurs niet veel van de Indiaanse cultuur afwisten.
In het nieuwe indigenismo veranderde dit. Het nieuwe indigenismo ontstond rond 1945. Door de op gang gekomen industrialisering en een stagnatie in de landbouw ontstond er een trek van het platteland naar de steden. De modernisatie maakte zo een einde aan het isolement van de Indianen, want het waren vooral zij die naar de 'blanke gebieden' trokken. Er ontstond al snel een botsing tussen de Indiaanse en de blanke cultuur. Meestal dolven de Indianen het onderspit. Hun leefgemeenschappen werden ontwricht, ze verloren hun culturele identiteit en gingen massaal op in de onderlaag van de maatschappij.
Het nieuwe indigenismo weerspiegelde deze botsing van twee culturen. De (economische) uitbuiting van de Indianen door de autoriteiten, de grootgrondbezitters en de Kerk werden niet vergeten, maar voor het eerst probeerden de auteurs de Indiaanse levensvisie tot een essentieel onderdeel van hun romans te maken. De blanke auteurs begonnen van binnenuit over Indianen te schrijven voor een blank publiek, met als doel op te komen voor de Indiaanse cultuur.
Eén van de kopstukken van het nieuwe indigenismo is de Peruaan José María Arguedas. Hij werd geboren in 1911 en stierf in 1969. Zijn jeugd bracht hij door in een Indiaanse gemeenschap, zodat hij eerder Quechua dan Spaans sprak. Deze ervaring beïnvloedde Arguedas voor de rest van zijn leven. Arguedas werd antropoloog, verzamelde liedjes en verhalen in het Quechua, publiceerde talloze verhandelingen over deze taal en schreef verschillende werken over de cultuur van de Peruaanse Indianen.
In zijn literaire werk probeerde Arguedas een brugfunktie te vervullen. Zelf zei hij daar over in interviews: ''Ik probeerde in geschreven taal uit te drukken wat ik zelf als individu was: een krachtige band (..) tussen de grote, belaagde natie en het edelmoedige, humane deel van de onderdrukkers.'' De auteur schreef voor blanken in een literaire vorm die hen vertrouwd was, namelijk de roman en het korte verhaal, met als doel begrip en respekt te kweken voor de Indiaanse cultuur.
Doordat de Indiaanse levensvisie een wezenlijk onderdeel van zijn literaire werk is, worden de vertrouwde vormen echter aangetast. In De diepe rivieren, een roman die Arguedas in 1958 schreef, wordt het chronologisch vertelde verhaal steeds onderbroken door liedjes, verhaaltjes en uitweidingen, waarna de handeling weer wordt opgepakt. Veel critici vonden dit zeer storend. Vanuit het Indiaanse associatieve denken is het echter heel normaal om even een zijpad in te slaan. Voor zover je het een zijpad kunt noemen, want de liedteksten bijvoorbeeld vatten gebeurtenissen in het verhaal samen op een lyrisch niveau.
Arguedas wil de Indiaanse problematiek niet middels de klassenstrijd oplossen. Hij wil een fusie tussen de blanke en de Indiaanse cultuur bereiken. Het bovenste voorbeeld gaf al aan hoe de blanke romanvorm vermengd werd met Indiaanse manieren van vertellen. Arguedas voert de fusie echter zelfs door tot in het taalgebruik. Het Quechua kan allerlei gevoelens weergeven waar het Spaans geen woorden voor heeft, of alleen woorden die veel minder sterke associaties oproepen. Om toch de Indiaanse gedachtenwereld zo goed mogelijk weer te geven, creëerde Arguedas een aparte taal voor de Indiaanse personages. Het werd een kunstmatig Spaans dat wezenlijke veranderingen onderging door vermenging met het Quechua. Op die manier kon Arguedas in een nog steeds goed leesbaar Spaans toch gevoelens uitdrukken die voorheen alleen in het Quechua uitgedrukt konden worden. In de Nederlandse vertaling is dit uiteraard verloren gegaan.
Arguedas hoopte dat een soortgelijke fusie op basis van gelijkwaardigheid ook in de Peruaanse werkelijkheid mogelijk was. Helaas liep het niet zo soepel. Door zijn antropologische werkzaamheden kon de auteur zien hoe de Indiaanse cultuur steeds meer afbrokkelde en vernietigd werd. Hij werd steeds somberder over de toekomst van de Indianen. In 1969 pleegde Arguedas zelfmoord.

José María Arguedas, 'De diepe rivieren', 'De wegen van het bloed', 'Diamanten en vuurstenen' en andere werken, uitgeverij Meulenhoff.

Ingrid van Amelsfort


Aktualiteiten


250 MILJOEN DOLLAR
Het bedrag aan compensatie dat de Lakota is toegewezen voor het verlies van de Black Hills is ondertussen aangegroeid tot 250 miljoen dollar. In 1980 werd door het Hooggerechtshof een bedrag van 105 miljoen dollar schadevergoeding toegekend. Dit bestond uit 17,1 miljoen dollar voor het land, 85 miljoen dollar rente en de rest in goud en diverse rechten.
Het geld wordt voor de Lakota beheerd in een fonds van het Ministerie van Binnenlandse Zaken. De verschillende Lakota-stammen weigeren het geld te accepteren uit angst dat dit hun rechten op de Black Hills te niet zal doen.

RUSSELL MEANS
Het volgende stukje is een letterlijke vertaling uit een editorial van de Lakota Times: ''Nu het toch over verzoening hebben, Russell Means voelde zich buitengesloten uit de attentie van de media, dus hij probeerde op te vallen bij de Wounded Knee-herdenkingsceremonie. Wij juichen toe wat Mel Lone Hill en Milo Yellow Hair hebben gedaan door de media te kritiseren om hun poging om deze dodenherdenking op deze 'glory hound' te focussen.
Means is te lang weggeweest. Hij zou eens een paar van de firma's in Rapid City moeten bezoeken, zoals MacDonalds, K-Mart, Sears, Penney's, enz, enz en eens zien hoeveel Indianen hier nu werken. De tijd is niet stil blijven staan, Russ en de wereld hield niet op te bestaan toen je naar de Navajo Natie verhuisde. In feite, Indianenland hier ging er echt op vooruit sinds je weggegaan bent.''

UNPO
In februari werd in Den Haag de Unrepresented Nations and Peoples Organization (UNPO) opgericht. Deze nieuwe organisatie heeft tot doel volken, die nu slecht toegang hebben tot de Verenigde Naties, hierover advies en informatie te geven. Er zijn o.a. plannen voor een adviesbureau in Genève, waar de Mensenrechtencommissie van de Verenigde Naties zetelt. Naast zowel Noord- als Zuid-Amerikaanse Indiaanse volken zijn bij de UNPO ook b.v. de Tibetanen, de Koerden, de Papua's en de Baltische volken betrokken.

GOLF-OORLOG
Een delegatie Lakota, waaronder twee afgevaardigden van de Black Hills Teton Sioux Nation Council heeft in november 1990 nog een bezoek aan Irak gebracht om een mogelijke Golf-oorlog te voorkomen. De aanleiding hiervoor dit bezoek waren profetieën van medicijnmannen over een mogelijke vernietiging van de wereld door chemische wapens.
Ongeveer 250 soldaten, afkomstig uit de Lakota-reservaten in Zuid-Dakota namen deel aan de Golf-oorlog. Alleen van de Oglala's uit het Pine Ridge-reservaat kwamen 64 mensen, waarvan 19 vrouwen.
Het percentage Amerikaanse Indianen, dat in het leger gaat, is hoger dan voor welke andere etnische groep ook en ongeveer 50% hoger dan voor Amerikanen in het algemeen, volgens de Veterans Administration.
De vermoedelijk eerste Indiaanse soldaat die omkwam in de oorlog was marinier Mike Noline, een Apache uit het San Carlos-reservaat in Arizona. Hij stierf bij een verkeersongeluk in Saoedi-Arabië.

ZONNEDANS
Martha Looking Horse, de vrouw van de bewaarder van de originele Heilige Pijp van de Lakota, heeft in de Lakota Times een oproep gedaan om geen blanken meer toe te laten bij Zonnedans-ceremoniën. Zij is van mening, dat de ceremonies er in eerste instantie voor Lakota zijn en dat andere rassen hun eigen religie hebben. Het niet meer toelaten van blanken zou de eenheid onder de Lakota bevorderen.


Colofon


Redactie: Ingrid van Amelsfort (hoofdredactie) & Judith-an Verschuuren
Organisatie & produktie: Gerda Bolhuis
Layout/logo's: Ad Vermeulen
Bijdragen: Ingrid van Amelsfort, Gerda Bolhuis, Ulbo de Sitter, Ad Vermeulen & Judith-an Verschuuren

ISSN 0926-2989