Wotanin Wowapi 09 - juni 1992


nieuwsbrief van de Lakota Stichting

nummer 9, juni 1992

Inhoudsopgave



Van de redactie


Veel boeken en films in deze cultuurspecial van de Wotanin Wowapi. Onze zusterorganisatie, de KIVA heeft het levensverhaal van Chief Lone Otter van de Unkechaug uitgegeven. Behalve van zijn leven geeft het boek ook een beeld van de geschiedenis van zijn volk op Long Island (New York). Verder heeft de Lakota Stichting meegewerkt aan de publikatie van een mooi kunstboek vol foto's van voorwerpen van de negentiende-eeuwse prairievolkeren.
Op filmgebied besteden we aandacht aan At Play in the Fields of the Lord. At Play ging net in première toen de vorige Nieuwsbrief bij de drukker lag, maar omdat het niet vaak gebeurt dat er een film over Amazone-Indianen in de bioscopen draait, besloten we er toch een beschouwing aan te wijden.

Tevens een nieuwe rubriek: Indiaans ABC. In dit nummer behandelen we de eerste vier letters van het alfabet.
Na al dit culturele geweld ook nog een vertaald artikel over nep-medicijnmannen. Wij komen regelmatig mensen tegen die oprecht in deze praktijken geloven en grif hoge bedragen neertellen voor een ceremonie of een 'spiritueel weekend'. De Lakota Stichting is hier heel kritisch over, en wanneer we kunnen willen we de mensen hier dan ook tegen waarschuwen.

Namens de redactie,

Ingrid van Amelsfort


Indiaans ABC


Ayllu

Ayllu is een woord uit het Quechua, een van de grootste Indiaanse talen van Zuid-Amerika. In 'Het boek van Gregorio Condori Mamani' (Meulenhoff 1985) wordt ayllu vertaald met 'sociaal-economische eenheid, typisch voor de Andes, bestaande uit een groep mensen die met elkaar verbonden zijn door bloedverwantschap en gemeenschappelijk grondbezit.'
De ayllu is een lineaire gemeenschapsvorm. Als je op een steile berghelling woont, is het handig om stukjes land te bezitten op verschillende hoogtes. Bij de vallei in de buurt duurt het groeiseizoen het langst. Hier plant men het eerst allerlei gewassen, waarna de familie, of enkele leden ervan, naar een hoger niveau verhuizen om daar te gaan planten. Bij het oogsten daalt men weer af om als laatste de gewassen van het land bij de vallei af te halen. Mensen die geen land op de lagere niveau's bezitten, kunnen de produkten die zij telen, zoals aardappelen, ruilen voor produkten die alleen bij de vallei willen groeien. Ook willen mensen die geen weidegrond bij de top hebben nog wel eens kinderen uitbesteden aan families die hoger op de helling wonen, zodat ze toch wol en melkprodukten kunnen krijgen. Alle migraties en ruilhandel vinden dus plaats van boven naar beneden en omgekeerd, binnen één strook, de berghelling. Vandaar de term 'lineaire gemeenschap'.
Tegenwoordig komt dit systeem onder druk te staan. De bevolking groeit, steeds meer akkers moeten worden opgesplitst in steeds kleinere stukjes, en buitenstaanders nemen de vruchtbare grond van de vallei in beslag. De tijd zal leren of de ayllu flexibel genoeg is om deze ontwikkelingen te overleven.

Bizon

Bizons, een van de hoofdbewoners van de Great Plains, ook wel de prairie van Noord-Amerika. De prairie bestaat uit een 'zee van gras' en geurige kruiden, die zich uitstrekt over enorme afstanden.
Eeuwenlang trok de bizon in hetzelfde ritme vaak gepaardgaand met oorverdovend geweld over de prairie van Noord naar Zuid en terug. Indiaanse vertellingen spreken over situaties waarbij het leek alsof de aarde verging, zo trilde de bodem als de miljoenen bizons in galop passeerden.
Laat in de herfst trokken de kuddes naar beschutte plekken aan de voet van de Rocky Mountains. Zo gauw als het voorjaar zich aandiende kwamen ze weer te voorschijn en trokken massaal de prairie op met hun jongen op zoek naar het eerste malse gras.
In dit zelfde ritme en in goede harmonie trokken groepen nomaden, de prairie-Indianen, met de bizons mee. Stammen als de Comanches, Sioux, Crow, Cheyenne en Pawnee zwierven rond als jagers waarbij telkens hun tipikampen werden verplaatst.
Voordat de 'Grote Hond', het paard, zijn intrede had gedaan, werd er op diverse listige wijzen jacht op de bizons gemaakt. Verkleed in bizon- of wolfshuiden werden de dieren beslopen om ze te doden. Andere technieken waren bijvoorbeeld dat een kudde naar de rotsklippen werd gejaagd, waarbij de dieren in paniek naar beneden sprongen en te pletter vielen. Ook werd rond een kudde gras in brand gestoken, waarbij er maar één uitweg was, zodat de dieren werden gedood.
Van de gedode bizons werd nauwelijks iets onbenut gelaten. De bizon schonk de jager en zijn familie alles wat ze nodig hadden voor het dagelijks levensonderhoud. Vlees als voedsel, huid als tentbedekking voor de tipi's en kleding. Beenderen als wapens en werktuigen. Ook werd een gelooide huid voor 'jaartellingen' gebruikt, waarbij een bijzondere gebeurtenis van een jaar werd opgetekend.
Aan het eind van de vorige eeuw zijn in enkele tientallen jaren door de blanke plezierjagers vele miljoenen bizons afgeslacht. De soort werd bijna uitgeroeid. Momenteel zijn er door goede fokprogramma's nog een aantal kuddes in diverse Nationale Parken aanwezig en is de soort in ieder geval voor de toekomst behouden.

Columbus

Bejubeld en verguisd ontdekkingsreiziger. Hij zette het Amerikaanse continent in 1492 op de wereldkaart. Hij noemde de bewoners Indianen, omdat hij dacht in India te zijn beland. Columbus werd in 1498 beschuldigd van wanbeleid in de kolonieën. Voor inheemse volken van de beide Amerika's is Columbus de initiator van genocide. De dag van de 'ontdekking', 12 oktober, is in de Amerika's een feestdag. Indianen hebben deze dag uitgeroepen tot rouwdag. Het nieuw gevonden werelddeel werd niet naar Columbus genoemd, maar naar Amerigo Vespucci, die voor het eerst in 1497 in het toekomstige Amerika aankwam. De eerste landen, waar Columbus voet aan wal zette, waren de Bahama-eilanden, Santo Domingo en Cuba.
Bij de eerste ontmoetingen tussen inheemsen en Europeanen waren er veel misverstanden. Columbus beschrijft in zijn brieven hoe de inheemsen dachten met goddelijke wezens van doen te hebben. Columbus op zijn beurt berichtte over Matineo (Martinique), waar alleen vrouwen zouden wonen, en het eiland Auan, waar mensen met staarten zouden wonen.
Naast goud was de bekering van de inheemsen een doel van de reizen. Columbus schreef in een brief aan de schatmeester van de koning, Luis de Santagel, in 1493: ''Op al deze eilanden heb ik geen grote verschillen in lichaamsbouw van deze mensen gezien, en ook niet in hun gewoonten of taal. Allen begrijpen elkaar, wat bijzonder is, zodat ik de beslissing van Hunne Hoogheden afwacht aangaande de bekering tot ons heilig geloof, waartoe ze zeer genegen lijken.''

Delaware

De Delaware of Lenni Lenape ('echte mensen') zijn een Indiaans volk uit het huidige Pennsylvania in de Verenigde Staten. Ze behoren tot de Algonkin-taalgroep en maken deel uit van de Oostelijke Wouden-cultuur. Ze leefden voor de komst van de blanken van landbouw (voornamelijk mais). De Delaware bestaan uit verschillende stammen, te weten de Munsee, de Unami en de Unalachtigo.
In de 17e eeuw kregen ze contact met de eerste blanke kolonisten aan de Oostkust. De Delaware tekenden in 1682 één van de eerste verdragen met de blanken, n.l. met William Penn van de toenmalige Quaker-kolonie in het later naar hem genoemde Pennsylvania. In tegenstelling tot de meeste andere verdragen, die met Indiaanse volken werden gesloten, werd dit verdrag lange tijd wel nagekomen. Het verdrag werd ook een 'Walking Purchase' genoemd, omdat er werd afgesproken dat de blanken over zoveel land konden beschikken als een man in een dag kon lopen. In 1737 werd dit verdrag opnieuw gesloten, nu echter lieten de blanken drie mannen rennen over zo'n 60 mijl (bijna 100 kilometer).
Uiteindelijk werden ze toch verdreven, naar Ohio, Kansas en uiteindelijk het Indian Territory, het huidige Oklahoma. De Delaware zijn bekend door het 'Walam Olum', tekeningen op hout die een kroniek van de geschiedenis van de Delaware vormen. Een Nederlandse vertaling hiervan is onder de titel 'Walum Olum' verschenen bij uitgeverij Ankh-Hermes.


Boekbespreking: My people, the Unkechaug


In de Kiva-reeks over inheemse volken is onlangs verschenen My People, the Unkechaug, geschreven door Chief Lone Otter. Het is het eerste boek dat geschreven is over dit volk. Bijzonder is bovendien dat het geschreven is door een schrijver uit de Unkechaug (ook bekend als Poosepatuck) gemeenschap zelf. Omdat dit het eerste geschreven werk over dit volk is, is het uitgegeven in het Engels. Behalve voor belangstellenden in Europa is het ook bedoeld voor de stamleden zelf.

De Unkechaug behoren tot de oostelijke Algonkin-stammen die het noordoosten van de V.S bewoonden. Net als andere stammen van het gebied zijn de Unkechaug in de vergetelheid geraakt omdat 'men' aannam dat de stam allang verdwenen was. Chief Lone Otter bewijst met dit boekje het tegendeel en geeft een interessante beschrijving van de oostelijke Algonkin-stammen in het algemeen en de Unkechaug in het bijzonder. Ze woonden op Long Island, net als 12 andere stammen die een losse confederatie vormden ten tijde van het eerste contact met Engelsen.

LAND
In de 17e eeuw werd het grootste deel van Long Island door blanken ingenomen en de meeste stammen verloren hun land. Zo ook de Unkechaug die echter in 1700 een stukje terugkregen als ze de opbrengsten van dit land aan de 'leenheer' zouden geven. De Unkechaug leven nog steeds op dat stukje grond, hoewel er nog rechtszaken zijn gevoerd om ze het land weer te ontnemen. Volgens de pleiters in deze zaak waren de Unkechaug geen Indianen meer omdat ze zich hadden vermengd met zwarten. Naast de historische beschrijving bevat het boek een aantal appendixen, waaronder het contract warmee de Unkechaug een stukje land terugkregen en een autobiografische beschrijving van het leven van de auteur.

CONCLUSIE
Het boek ziet er verzorgd uit, is op glanzend papier gedrukt en bevat verschillende foto's. Het feit dat het hier om een vergeten stam gaat maakt het extra interessant.

Judith-an Verschuuren

Chief Lone Otter, My People, the Unkechaug - The Story of a Long Island Indian Tribe, Amsterdam: Kiva, 1992.


Verkiezingen in Pine Ridge


In het Pine Ridge-reservaat hebben onlangs de tweejaarlijkse verkiezingen voor de stamraad plaatsgevonden. De nieuwe voorzitter is John Steele, die al eerder eens vice-voorzitter van de Oglala-stam was.

INDIAN REORGANIZATION ACT
Het stamradensysteem werd in 1934 ingevoerd door de Amerikaanse overheid ten gevolge van het in werking treden van de Indian Reorganization Act. Het systeem is ontworpen om de Indianen (enig) zelfbestuur te geven. In de praktijk bleek dit vaak vrijwel onmogelijk doordat controle over de beslissingen van de stamraad berustte bij het federale Bureau of Indian Affairs (Bureau voor Indiaanse Zaken) in Washington. Overigens vallen een aantal reservaten, voornamelijk in het oosten, niet onder de federale regering, maar onder de staat waarin ze gelegen zijn.
De stamraden worden op westerse wijze gekozen door de geregistreerde leden van de stam. In de stamgrondwetten die door de Indian Reorganization Act mogelijk zijn gemaakt, is vaak (onder druk?) gekozen voor deze benadering, hoewel ook de mogelijkheid bestaat voor een eigen, meer Indiaans georiënteerd systeem.

KRITIEK
De stamraden kwamen in de zeventiger jaren onder grote kritiek te staan van traditionele Indianen, die het systeem nooit erkend hebben, als van radicale organisaties. Ze werden beschouwd als handlanger van de Amerikaanse regering. De bezetting van Wounded Knee in 1973 werd mede veroorzaakt door deze problematiek.
De huidige voorzitter Harold Dean Salway was niet herkiesbaar. Hij heeft weinig bereikt in de twee jaar van zijn voorzitterschap en hij wijt dat aan het systeem van de stamraden, dat zijns inziens te veel ruimte laat voor corruptie.

TRADITIONELEN
Tegenwoordig nemen op het Pine Ridge-reservaat zelfs traditionelen deel aan de verkiezingen. De nieuwe vice-voorzitter is Mel Lone Hill, kleinzoon en erfgenaam van de bekende chief Frank Fools Crow. Punten uit zijn verkiezingsprogramma waren het revitaliseren van de Lakota-taal om communicatie te verbeteren en herziening van de stamgrondwet.

Gerda Bolhuis


De Lakota taal


Lakota wordt gesproken door duizenden Sioux ten westen van de Missouri-rivier in Zuid-Dakota. Kinderen die opgroeien op de reservaten leren de taal thuis, in lessen op de basisschool of de highschool, of op één van de Indiaanse colleges.
De term Sioux wordt gebruikt voor een groep van dezelfde etnische achtergrond en betreft niet alleen Lakota-sprekenden, maar ook Dakota-sprekenden. Sioux is overigens een woord uit de Chippewa-taal: nadowe-is-iw-ug, hetgeen slang of vijand betekent. De Fransen verbasterden het tot Naduesiu, waaruit het woord Sioux ontstond.
De taal maakt deel uit van de grotere taalgroep van Siouan-talen, waaronder b.v. ook de taal van de Osages valt. De taal valt uiteen in drie dialecten:

Lakota : gesproken door de zeven stammen van de Teton (Oglala, Sicangu, Hunkpapa, Mnikowuju, Sihasapa, Oohenumpa, Itazipco) = Westelijke Sioux = Lakota

Nakota : gesproken door de Yankton, Yanktonais en Assiniboine

Dakota : gesproken door de Mdewakantons, Wahpetons, Wahpekutes en Sissetons = Oostelijke Sioux = Dakota

Gerda Bolhuis


De ziel van Indiaans Amerika

De ziel van Indiaans Amerika


The spirit of Indian America De Lakota Stichting heeft meegewerkt aan de publikatie in het Nederlands van De ziel van Indiaans Amerika, geschreven door Anna Lee Walters. Walters behoort tot de Pawnee- en Oto-Missouri-stammen uit Oklahoma. Ze heeft een hele reeks boeken op haar naam staan en is directrice van de Navajo Community College Press. 'De ziel van Indiaans Amerika' is haar meest recente boek. In een viertal hoofdstukjes geeft zij een beeld van de traditionele denkwereld van de Indiaanse volken. Ieder hoofdstuk wordt afgewisseld met foto's van kledingstukken, allerlei gebruiksvoorwerpen, sieraden en wapens, die een duidelijk beeld geven van de materiële erfenis van de negentiende-eeuwse Indiaanse culturen. Een kaart met de verschillende Indiaanse naties en een chronologische opsomming van belangrijke gebeurtenissen tussen 1492 en 1924 complementeren het boek.

Walters, Anna Lee, De ziel van Indiaans Amerika, Uitgeverij Casterman, 1992. Vertaald door Gerda Bolhuis, ISBN 9030317086 - 49,50.


Filmbespreking: De Velden van de Heer


At Play in the Fields of the Lord is de eerste film sinds vele jaren die voor een groot publiek de slechte situatie van de Amazone-Indianen aan de kaak stelt. Regisseur Hector Babenco heeft er een waar epos van gemaakt, op locatie gefilmd, en uit alles blijkt dat hij op zeer integere wijze heeft gewerkt. Zelden zag het regenwoud er zo sprookjesachtig uit, werd er zo'n verantwoord beeld van de kleding en de behuizing van de Indianen gegeven en werden de mechanismen die leiden tot de vernietiging van hun cultuur zo duidelijk in kaart gebracht. Toch is At Play geen Dances With Wolves voor de Amazone-Indianen geworden, en liep ikzelf na afloop lichtelijk teleurgesteld de bioscoop uit.
Hoe kan dat?

INHOUD
Eerst even in het kort de inhoud van de film. Het protestantse zendelingenechtpaar Lithgow ontvangt de net uit de V.S. gekomen familie Quarrier, die het missiewerk in het oerwoud voort zal zetten. Tegelijker tijd stranden twee avonturiers met hun vliegtuig in hetzelfde stadje waar de missionarissen hun basis hebben. Van het leger mogen ze pas weg als ze een Indiaans dorp bombarderen. Eén van de avonturiers, Lewis Moon, is echter een halfbloed Cheyenne. Hij krijgt wroeging, weigert het dorp te bombarderen en gaat er de volgende nacht vandoor met het vliegtuig om zichzelf bij de Indianen te droppen. Hij wordt opgenomen in hun gemeenschap. Met de missionarissen gaat het ondertussen niet goed. Het bekeren van de Indianen verloopt moeizaam. Het echtpaar Quarrier verliest zoontje Billy, mrs. Quarrier wordt gek, mr. Lithgow wordt door de Indianen als de veroorzaker van Billy's dood gezien en is zijn leven niet meer zeker, en mrs. Lithgow heeft een amoureuze ontmoeting met Lewis Moon. Moon besmet daardoor de hele stam met een fatale griep. Als dan het leger alsnog het Indianendorp bombardeert, mr. Quarrier te laat komt om hen te waarschuwen en vermoord wordt door zijn Indiaanse gids, de Indianen vluchten en Moon eenzaam achterblijft, is de apocalyps compleet.

VERGELIJKING DANCES WITH WOLVES
Een triest einde. Hector Babenco woont echter in Brazilië en heeft dit soort drama's met eigen ogen kunnen zien. Het is logisch dat hij niet veel hoop heeft. Zijn sombere conclusie wordt expliciet in de film verwoord door een van de personages: de Indianen zijn beter af zonder onze bemoeienissen.
Babenco probeert heel duidelijk de kijker ervan te overtuigen dat de Indiaanse cultuur zeer waardevol is en dat hun ondergang daarom een tragedie is. Naar mijn mening slaagt hij er echter niet in enige betrokkenheid van betekenis op te wekken. Om aan te geven waar de schoen wringt, zou ik At Play willen vergelijken met Dances With Wolves. Dit lijkt een hachelijke zaak, maar beide films willen sympathie en respect kweken voor een Indiaanse cultuur door middel van een bepaalde techniek. Wat je ook op Dances With Wolves tegen kunt hebben, het is duidelijk dat de film een gevoelige snaar raakte. De meeste bioscoopgangers waren na afloop diep onder de indruk van de Sioux en vonden het inderdaad een ramp dat zo'n mooi volk werd bedreigd.
Hoe deed Kevin Costner het? In de eerste plaats zorgde hij ervoor dat zijn blanke hoofdpersoon kennis maakte met een aantal indrukwekkende individuen. Via deze Indianen, met name de krijger Wind In His Hair en Kicking Bird, kan de kijker van binnenuit kennismaken met de cultuur en de mentaliteit van de Sioux. Ten tweede worden de Indianen getoond als mensen. Ze halen geintjes uit, ze kennen twijfel, ze slopen kwaad de halve tipi om een pijp te vinden en kijken op een bepaalde manier tegen de wereld aan. Als kijker kun je je heel makkelijk met de Indianen identificeren en waardering gaan voelen voor hun levenswijze. Is dat eenmaal gebeurd, dan komt het hard aan dat hun cultuur bedreigd wordt.

AANDACHT ZENDELINGEN
Bij At Play is hier geen sprake van. De nadruk ligt op de groepen mensen en ontwikkelingen die de vernietiging van de Indiaanse cultuur veroorzaken. Vooral de zendelingen krijgen veel aandacht. Hoe ze werken, wat hun manier van denken is, de concurrentie met de katholieken. Er wordt vooral óver de Indianen gesproken. De missionarissen vinden het maar een stelletje heidenen, de sympatiek voorgestelde katholieke priester zegt een paar positieve dingen over hun harmonieuze levenswijze, en als de Indianen dansen of een ritueel uitvoeren, legt het ene blanke filmpersonage aan het andere blanke personage uit wat ze doen en waarom. Dit werkt een hele afstandelijke kijk op de Indianen in de hand. De Indianen blijven de Ander, je dringt niet tot hun wereld door.
Een kans op een minder afstandelijke kijk op de Indianen biedt het personage van Lewis Moon. Helaas. Hier wreekt zich het feit dat de Indianen maar één van de vele partijen in het conflict zijn. Waar Costner een hele film voor uittrekt raffelt Babenco even af. In drie scènes wordt Moon geïntegreerd in de Indiaanse samenleving. Zo, dat is dat. Terug naar de zendelingen.
Bij de zendelingen lijkt het zoontje van de Quarriers, Billy, nog een mogelijkheid tot identificatie te geven. Hij sluit vriendschap met een groepje Indiaanse kinderen en loopt al snel met een beschilderd lijf naakt door het regenwoud. Dit zorgt uiteraard voor botsingen. Zijn moeder weet niet hoe snel ze haar zoontje weer een broek aan moet trekken. In deze komische scène worden heel duidelijk twee verschillende culturen gecontrasteerd. Vergeleken met de preutse zeden van de zendelingen is de vanzelfsprekende natuurlijkheid van de Indianen een verademing.
Ook de pogingen van Billy's moeder om Indiaanse vrouwen rok en b.h. aan te smeren leidt tot hilarische taferelen. Wat moeten zij in hemelsnaam met die nutteloze westerse kleding? In één keer wordt duidelijk dat de Indianen het heel goed afkunnen zonder de vruchten van de westerse beschaving.

INDIANEN BLIJVEN VREEMDEN
Helaas zijn deze momenten zeer schaars. Hun denkwereld komt nauwelijks uit de verf. De Indianen blijven vreemden, een anonieme massa waar niemand uit naar voren springt, en het is erg moeilijk om je betrokken te voelen bij het wel en wee van een gezichtsloze groep. Hector Babenco heeft, vrees ik, teveel zaken in één film willen behandelen. De missionarissen, de rol van het leger, de problematiek van de landlozen, de Indianen, het is onvermijdelijk dat er dan moeilijkheden ontstaan. De andere partijen in het conflict en de persoonlijke drama's van de zendelingen slokken zoveel tijd en ruimte op dat de Indianen er een beetje bij inschieten. Het is werkelijk jammer dat een oprechte film, die zo helder de problematische situatie in het Amazonegebied analyseert, op zo'n belangrijk punt alsnog schipbreuk lijdt.

Ingrid van Amelsfort


Indiaanse spiritualiteit


Het navolgende artikel is een vertaling uit de Lakota Times eerder dit jaar. De column is geschreven door Rudy Martin, een freelance schrijver van Tewa/Navajo/Apache afkomst. Hij woont in New York en is actief in diverse belangenorganisaties.

Veel niet-Indianen zoeken vandaag de dag naar een spirituele verbondenheid met Moeder Aarde. De dominante samenleving heeft het contact met de ethiek en waarden die horen bij een leven in harmonie verloren. Hun religies bieden geen oplossing aan de duidelijke verslechtering van hun manier van leven. Dus wenden ze zich tot ons omdat onze filosofieën tijdloos zijn en omdat onze geestelijk leiders al jaren de nadruk leggen op het belang van balans.

Deze belangstelling in ons spiritueel leven is welkom omdat we zoveel mogelijk hulp nodig hebben in onze rol van verzorgers van de aarde. Om het tij van vernietiging van het leefmilieu te keren moeten alle mensen samenwerken. Deze spirituele ontdekkingsreizigers zijn niet het probleem. Het zijn diegenen, zowel Indianen als blanken, die deze mensen misbruiken, waar we problemen mee hebben. Hun uitbuiting van deze mensen is verspilling omdat het afleidt van dat wat belangrijk is. Het neemt de aandacht weg van samenwerking en concentreert zich op eigenbelang.

Tot onze teleurstelling zijn er mensen, die wij kenden en respecteerden, die nu kennis die zij hebben verkregen van onze geestelijk leiders, verkopen aan niet-Indianen. Ze zeggen dat ze een 'visioen' hebben gehad en dat ze de kennis delen. Delen? Misschien, maar in de meeste gevallen is verkopen het enige wat ze doen. Deze mensen worden plotseling geestelijk leiders of medicijnmannen.

Waarom doen sommige Amerikaanse Indianen dit? Ik denk omdat niet-Indianen die op zoek zijn naar iets wat hun leven inhoud geeft, vaak ten onrechte denken dat elke Amerikaanse Indiaan die ze ontmoeten een speciale band heeft met de Grote Geest en alles weet.
Helaas streelt deze aandacht in veel gevallen de ego's van sommigen van ons en moedigt hen aan om deze 'ik ben een medicijnman-rol' op zich te nemen. Het zou één ding zijn als ze bevoegd waren om te onderwijzen (meestal is dat niet het geval), maar je kunt wijsheid niet vergaren op een weekendexcursie in de bergen of uit een boek. Echte medicijnmensen noemen zichzelf niet zo, omdat ze weten dat het een heel leven duurt om de wijsheid te verkrijgen die nodig is om medicijnman te worden.

In het voorjaar van 1991 schreef ik een artikel met de titel 'Medicijnoorlog'. Het was een commentaar op het onderwerp van plastic medicijnmannen, dat de Indiaanse gemoederen bezig hield. In dit artikel liet ik doorschemeren dat te veel Indianen niet-Indianen toestaan deel te nemen aan heilige ceremonieën en dat dit leidt tot een heel contingent van nepmedicijnmannen. Er kwamen heftige reacties op dit artikel, mensen waren het er of mee eens of totaal mee oneens, niemand die ik sprak liet het koud.

Een redacteur van een bekende Amerikaans-Indiaanse krant belde om te zeggen dat mijn artikel niet gepubliceerd zou worden, omdat ze geloofden dat niet-Indianen toegelaten moesten worden tot zweethut-ceremonieën. Een andere redacteur liet weten dat Indianen niet onderling over religieuze zaken ruzie moeten maken.

Ik uit mijn mening omdat ik het pijnlijk vind om te zien dat onze spiritualiteit wordt misbruikt. Het doet pijn wanneer niet-Indianen onze geestelijk leiders benaderen en hun tijd in beslag nemen omdat ze het geld en de connecties hebben. Ik ben er van overtuigd dat veel van deze mensen oprecht zijn en ik ben er zeker van dat ze zich niet realiseren dat hun geldcultuur dit gebrek aan respect versterkt. Ze denken dat geld alles oplost. Ze geloven dat als ze iets niet hebben ze het ergens kunnen kopen. Velen van hen hebben slechts een leegte in hun bestaan. In dat artikel zei ik het al: 'de Belagana' (een Navajo woord voor blanken) maken gebruik van hun meegaande natuur, ze rekenen op de meegaandheid van medicijnmensen'. Steeds meer zien we alternatieve tijdschriften en persberichten die informatie bevatten over een New Age Indiaanse messias of een Indiaanse shamanistische workshop. Het wordt steeds erger. Vooral in NYC, waar deze zogenaamde guru's veel geld kunnen maken. Indianen die in New York wonen zijn goed georganiseerd en raken steeds meer betrokken bij onderwerpen die te maken hebben met de exploitatie van spiritualiteit.

Onlangs kreeg ik een telefoontje van een galerie-eigenaar in Manhattan, die onze gemeenschap wilde laten weten dat hij een Zonnedans-seminar sponsorde. Ik wees hen erop dat de Zonnedans een van de meest heilige ceremonieën is en dat het niet gebruikt of bestudeerd zou moeten worden in een tentoonstelling. Ik zei dat deze gebeurtenis niet passend was en dat onze gemeenschap waarschijnlijk niet geïnteresseerd zou zijn. Op zijn beurt vertelde hij dat het seminar werd geleid door een medicijnman van een gemeenschap in de Mid West. We gingen dit na en inderdaad bleek hij bij een stam ingeschreven te staan. Verschillende mensen echter, die Zonnedansen leiden, hadden nog nooit van hem gehoord.

Een paar dagen later werden we gebeld door de presentator van het seminar. Hij dreigde 'mijn keel door te snijden' en me 'te verpletteren als ik in zijn weg zou staan'. Hmmm.... zo heb ik nog nooit een medicijnman horen praten. Hij zei dat er geen Indianen in New York woonden en dat ik sprak als een blanke. Op de dag van het seminar belde de galerie-eigenaar op: de presentator was niet op komen dagen.

Ik weet niet of wij iets mee te maken hadden, met het feit dat hij niet was gekomen, maar ik weet wel dat er teveel mensen zijn die niet weten dat er in NYC een Indiaanse gemeenschap is. Het is een krachtige gemeenschap met vertegenwoordigers van meer dan 60 stammen. Het is maar goed dat de presentator van de Zonnedans niet kwam want je kunt tenslotte niet zomaar je kamp opslaan in een ander territorium. Het is een teken dat je geen respect hebt. Als we een reservaat hadden, zouden we de op 9 na grootste zijn. Er wonen 25.000 inheemsen in NYC en 65.000 in de staat New York die 9 reservaten telt.

We kunnen niet langer onze mond houden. We moeten hopen dat meer Indianen zich laten horen. Als we onze ceremonieën willen bewaren en rein laten blijven, moeten we opkomen voor onze mening. Zonder de puurheid van onze rituelen en geestelijke handelingen, ben ik bang dat het geen zin heeft ze nog uit te voeren. Ik geef uitdrukking aan mijn eigen mening en gedachten, gebaseerd op wat ik heb geleerd van mijn geestelijk leiders.

Ik geloof dat het goed is om informatie te delen met niet-inheemsen, maar er zijn grenzen. Als die eenmaal overschreden zijn wordt de leer slecht. Slecht voor hen, slecht voor ons en slecht voor Moeder Aarde.

Vertaling: Judith-an Verschuuren


Lakota Nieuws


MONUMENT BEKLAD
Het monument bij Wounded Knee, waarop de namen van de doden uit het bloedbad van 1890 zijn gegrift, is door vandalen met zwarte verf beklad. De politie vermoedt dat de daders dronken teenagers waren.

NAAM CUSTER WEG
Het Custer Battlefield, het Nationale Monument op de plaats waar de Lakota en Cheyenne generaal Custer versloegen, is van naam veranderd. President Bush tekende een wet, waarin de naam wordt veranderd in Little Big Horn Battlefield. Indianen hadden hier al jaren op aangedrongen.

SUANNE BIG CROW
Een 17-jarige basketbal-ster uit het Pine Ridge-reservaat, SuAnne Big Crow, is omgekomen bij een verkeersongeluk. SuAnne viel aan het stuur in slaap tijdens een lange autorit en raakte van de weg. Haar dood leidde op het reservaat tot grote rouw. SuAnne was zeer bekend in Pine Ridge, waar basketbal de populairste sport is. Haar familie en bekenden hebben hebben een 'SuAnne Big Crow Memorial' opgericht, die studiebeurzen zal gaan verlenen aan talentvolle studenten.

BIZONS
De Santee Sioux hebben een bizonkudde aangekocht. De zes koeien en één kalf dienen in de eerste plaats als toeristenattractie. Later komen ze op het menu van het casino op het reservaat.

BLACK HILLS-BOEK
Een boek over de Black Hills-zaak, 'Black Hills, White Justice', is slecht ontvangen door de Lakota. Het boek is geschreven door Ed Lazarus, een zoon van één van de advocaten in deze zaak, die al herhaalde malen door de Lakota ontslagen is. Desondanks werkt hij er nog steeds aan, en zou 10 miljoen dollar als vergoeding hiervoor ontvangen. Er wordt overwogen juridische actie tegen het boek te ondernemen om het uit de handel te krijgen.


Aktualiteiten


FILM BEKRITISEERD
De film 'Dark Wind', een bewerking van Tony Hillerman's boeken over een Navajo-detective, is hevig bekritiseerd door zowel Navajo als Hopi-leiders. De boeken worden zeer gewaardeerd door de Indianen zelf, op sommige Navajo-scholen staan ze zelfs op de verplichte boekenlijst. De film echter, geproduceerd door Robert Redford, staat bloot aan kritiek, omdat de hoofdrol gespeeld wordt door een acteur, die niet uit deze streek afkomstig is. Lou Diamond Philips zegt van gedeeltelijk Cherokee-afkomst te zijn. Hopi-priesters hebben bezwaar tegen de film omdat het ceremonieën toont die niet openbaar zijn.

LUMBEES NIET ERKEND
De Lumbee-stam uit North Carolina heeft nog steeds geen federale erkenning. De stam, bestaande uit zo'n 40.000 mensen, zoekt al 104 jaar erkenning. Er is veel tegenstand tegen de wet geweest, omdat de stam een onduidelijke historie heeft, geen Indiaanse taal meer spreekt en sterk met zwarten vermengd is geraakt. De maatregel, al goedgekeurd door het Huis van Afgevaardigden, kreeg onvoldoende stemmen in de Senaat.

INDIAANSE MASCOTTES
3000 mensen protesteerden in januari tijdens de finale van de Superbowl tegen het gebruik van Indiaanse namen en symbolen als mascottes voor sportteams. De finale werd gespeeld tussen de Washington Redskins en de Buffalo Bills. De namen worden door Indianen als beledigend ervaren. Burgerrechtenorganisaties hebben deze zaak dit jaar tot een speerpunt van hun acties gemaakt.

BELASTING
Het Amerikaanse Hooggerechtshof heeft toegelaten dat staten belasting mogen heffen op land in reservaten, dat in handen is van individuele eigenaars. Aanleiding was een zaak bij de Yakima Indianen in de staat Washington. Deze beslissing wordt door Indiaanse juristen beschouwd als een nieuwe inbreuk op Indiaanse souvereiniteit.