Wotanin Wowapi 10 - oktober 1992


nieuwsbrief van de Lakota Stichting

nummer 10, oktober 1992

 

Inhoudsopgave



Van de redactie


Tot iedereen is nu wel doorgedrongen, dat het vijfhonderd jaar geleden is dat Columbus de grote oversteek waagde en Amerika 'ontdekte'. In de agenda's van tijdschriften over de Derde Wereld wemelt het van de manifestaties, congressen en lezingen.
Gezien de vloedgolf van aktiviteiten is het niet zo vreemd, dat sommige mensen beginnen te verzuchten dat ze nu wel genoeg gehoord hebben over die arme Indianen. Met andere woorden: de Lakota Stichting signaleert een toenemende verzadiging. Wat doen wij hieraan? Juist. Wij organiseren nóg een manifestatie. We hopen dat we u, ondanks bovengenoemde verzadiging, toch op zondag 18 oktober kunnen begroeten in Cultureel Centrum De Kom te Nieuwegein!
Eén van de gasten op de manifestatie zal Milo Yellow Hair zijn, een Lakota Indiaan die sinds jaren onze contactpersoon is bij de Lakota Treaty Council op het Pine Ridge-reservaat. Hij schreef een artikel met als onderwerp vijf eeuwen Columbus en meer. We blijven nog even bij de Lakota. Een vertaalde bijdrage uit de Lakota Times over Indiaanse auto's werpt een geheel nieuw licht op de Indianen-cultuur. Monique Beets nam deel aan de reis naar de Lakota die afgelopen zomer werd gehouden. Door middel van een aantal impressies doet zij verslag van haar belevenissen.
Ook Zuid-Amerika wordt niet vergeten. Naar aanleiding van het Inheemse Vrouwencongres, dat in mei van dit jaar werd gehouden, sprak de Lakota Stichting met Juliana Ulcuango uit Ecuador, vertegenwoordigster van de Indiaanse organisatie CONAIE.
We wensen u veel plezier met dit nummer van onze nieuwsbrief!

Namens de redactie,

Ingrid van Amelsfort


Indiaans ABC


Encomienda

De zestiende eeuw was de eeuw van de encomiendas. Na de verovering van Latijns-Amerika kregen de Spaanse avonturiers in een bepaald gebied een groep Indianen toegewezen. De Indianen werden er door de Spaanse Kroon toe verplicht tributen en arbeid te leveren. Op zijn beurt moest de kolonist, de encomendero, zorg dragen voor het zieleheil van de Indianen. In theorie waren de Indianen geen bezit van de encomendero en kreeg hij de encomienda slechts voor een beperkte tijd in bezit. In de praktijk bleef dezelfde encomienda soms generaties lang in handen van dezelfde familie en werden de Indianen behoorlijk geëxploiteerd.
Het instituut encomienda werd in 1542 al verboden door koning Karel de Vijfde. De Spaanse Kroon vreesde de opkomst van een solide machtsblok van encomenderos. Door de slechte communicatie bleven de encomiendas echter nog lang daarna bestaan. Pas in de loop van de zestiende eeuw brokkelde het systeem af. Daar zijn een aantal redenen voor. Het aantal Indianen liep snel terug door ziekte, hongersnoden en het harde werk, zodat er een schaarste aan werkkrachten ontstond. De Spaanse Kroon begon steeds efficiënter en krachtiger te worden, waardoor het moeilijker werd de koninklijke wetgeving te negeren. Bovendien begon de geestelijkheid een iets mildere houding ten opzichte van de Indianen aan te nemen. De inspanningen van Fray Bartolomé de las Casas, die de uitbuiting van de Indianen in scherpe bewoordingen bekritiseerde, zullen daar niet vreemd aan zijn geweest.
In de zeventiende eeuw was het definitief afgelopen met de encomiendas als officieel instituut. Het repartimiento systeem nam de rol van de encomienda over. Bij repartimiento moesten de Indiaanse gemeenschappen om de zoveel jaar een bepaald deel van haar mannelijke bevolking afstaan voor de uitvoering van werkzaamheden. Op die manier werd de aanwezige arbeidskracht beter benut, maar voor de Indianen betekende het nauwelijks een verbetering. Ze werden nog steeds, zij het nu op efficiënte wijze, geëxploiteerd.

Folsom-cultuur

In 1925 vond een zwarte cowboy bij Folsom in Nieuw-Mexico een aantal botten en een Indiaanse pijlpunt. Deze ontdekking was een belangrijke ontwikkeling in de archeologie van Noord-Amerika. De gevonden beenderen bleken afkomstig te zijn van een uitgestorven soort bizon, en werden gedateerd op ca. 10.000 jaar. Hiermee werd voor het eerst het onomstotelijke bewijs geleverd, dat de Indianen in deze periode al in Amerika leefden. Daarvoor werd aangenomen, dat het continent slechts enkele duizenden jaren geleden door Indianen werd bevolkt.
Enkele jaren later werden, ook in het Zuid-Westen van de Verenigde Staten, nog oudere vuurstenen wapens gevonden tot ca. 12.000 jaar oud, de zgn. Clovis- en Sandia-culturen. In de laatste paar jaren echter, zijn over het hele continent Amerika vondsten gedaan, die de komst van de mens naar Amerika nog verder terugleggen. In Noord-Oost Canada werden bewerkte mammoetbeenderen gevonden, die 24.000 jaar oud waren. In een grot in Brazilië zijn vondsten gedaan, die zelfs 45.000 jaar oud zouden zijn.

Geronimo

Geronimo was een Bedonkohe Apache die zich bij de Chiricahua Apaches aangesloot. Zijn naam was Goyathlay in zijn eigen taal, maar de blanken noemden hem Geronimo. In 1875 werden de Chiricahua's gedwongen te verhuizen naar San Carlos waar een agentschap was. Veel Chiricahua's weigerden dat en leidden en zwervend bestaan. Geronimo en zijn stam maakten Mexico onveilig door runderen en paarden te stelen van de Mexicanen en die later te verkopen aan blanke veeboeren. In 1882 ging generaal Crook zich bemoeien met de gang van zaken in San Carlos.
Geronimo woonde met een groep bij het Ojo Caliente-reservaat vanwaar rooftochten werden uitgevoerd. Na onderhandelingen met Crook stemde Geronimo erin toe om met zijn mensen naar San Carlos te komen. 251 vrouwen en kinderen en 123 krijgers maakten de tocht naar het reservaat. Geronimo volgde na 8 maanden. In 1884 vluchtte Geronimo met wat anderen uit het reservaat, omdat hij vreesde dat de Amerikaanse regering hem wilde laten hangen. Zijn naam werd nu een synoniem voor moord en doodslag en het leger ging achter hem aan. Na onderhandelingen met Crook gaf Geronimo zich over. Hij zou voor twee jaar naar Florida worden gestuurd, daarna mocht hij terug naar Arizona. Al snel bleek dat Crook zijn belofte niet kon nakomen omdat de regering niet van zins was de Apachen te laten terugkeren naar hun geboorteland. Geronimo en Naiche, een andere leider, vluchtten opnieuw. Met een leger van 5000 soldaten en 500 Apache verkenners en enkele duizenden burgers werd de jacht op Geronimo en zijn 24 krijgers ingezet. In de zomer van 1886 werden ze gevonden en gaven zich over, ditmaal voor de laatste keer. Geronimo en zijn mensen werden werden naar Fort Marion in Florida gebracht. Veel Apaches waren daar al eerder beland en bleken niet opgewassen tegen het vochtige klimaat, wat zo verschilde van het droge klimaat in de bergachtige streek waar ze vandaan kwamen. Hun kinderen werden naar een school in Pennsylvania gestuurd waar velen stierven. Crook en enkele anderen kregen het gedaan van de regering om de Apache terug te laten keren naar San Carlos. De bewoners van Arizona weigerden echter Geronimo en zijn Chiricahua's toe te laten. De Kiowa's en Comanches, eens de gezworen vijanden van de Apachen boden deze groep Chiricahua's een deel van hun reservaat aan. In 1894 werden de ballingen overgebracht naar Fort Sill, Oklahoma. Geronimo stierf daar in 1909 zonder nog zijn geboorteland te hebben gezien.

Heyoka

Heyoka's waren de clowns bij de Lakota's. Om Heyoka te kunnen zijn was het noodzakelijk om het visioen van de storm en de donder, die uit het westen komt, te hebben gehad. Zij verkregen hierbij namelijk een heilige kracht die zij deelden met de mensen van hun stam. De vergelijking van het visioen van de 'rollende storm' uit het westen met de Heyoka is gebaseerd op het effect. Wanneer de storm uit het westen met geweld nadert gaat dit gepaard met angst en onzekerheid voor wat er komen gaat. Nadat de storm is gepasseerd is de wereld altijd groener en vrolijker tegelijk. De mensen, dieren en planten zijn allemaal opgefrist na de storm.
Bij de ceremonies waarin Heyoka's optreden gaat alles precies tegengesteld. Heyoka's stellen de mensen op hun gemak en maken ze vrolijk waardoor het voor hen gemakkelijker is om hun krachten te gebruiken. De waarheid komt altijd in de wereld komt met twee gezichten maar met hetzelfde resultaat. De ene kant van het gezicht kijkt triest en is van pijn vertrokken, De andere kant is vrolijk en lacht. Maar toch is het altijd één en hetzelfde gezicht. De boodschap die er door de Heyoka's wordt meegegeven aan bij voorbeeld een vertwijfeld persoon is dat het goed is om positief te denken en opgewekt te zijn. Maar voor die mensen waarbij het altijd vanzelf voor de wind gaat is het goed om ook eens een teleurstelling te leren verwerken.
Bij een heilige ceremonie treden er voor iedere dag van de maan, in totaal dertig, Heyoka's op. Allemaal zijn ze verschillend en grappig verkleed en is het lichaam opgeschilderd. De rechterhelft van het hoofd is kaalgeschoren en aan de linkerzijde hangt het haar lang en los. Om het compleet te maken zijn ze bewapend met een te lange, kromme en onbruikbare pijl en boog. Nadat de ceremonie is beëindigd voelde iedere toeschouwer zich goed gestemd. Men was beter in staat om de zaken van het leven positief te benaderen, de kleuren van de wereld te onderscheiden en de betekenis van de heilige dag te begrijpen.


1992: de erfenis van Columbus


Het was een ongewone dag, 5 jaar geleden in het hart van 'Corncountry USA'. Deze gemeenschap in Iowa leed onder de ergste droogte sinds mensenheugenis. Het gebrek aan regen had bij een TV-station geleid tot wat anders ondenkbaar zou zijn: 'bidden voor regen'. Deze poging van het TV-station was niet serieus bedoeld en de reacties waren voorspelbaar. Sommigen gingen naar de kerk, anderen gebruikten blikken als trommels, en sommigen voerden een zogenaamde regendans uit. Te gast bij het TV-station was een Lakota medicijnman en voor het oog van de camera bad hij om regen en zei dat die binnen drie dagen zou vallen. Het was een geweldige dag voor de lokale en nationale pers. Mensen die werden geïnterviewd hadden het over 'tegen Gods wil', 'Hocus Pocus' en 'duivelsaanbidding'. Weerberichten voorspelden geen regen in de komende tijd en dus werd het een test van vertrouwen daar op het maisveld in Iowa. Zou vertrouwen het winnen van de wetenschap?
In 1992 is de vraag wie zal winnen nog steeds actueel. In de laatste 500 jaar van de beide Amerika's is er alles aan gedaan om het paradijs te verwoesten. Ook het individu, het levend wezen moest een hoge prijs betalen. In de Amerika's waren het de inheemsen die met hun levens betaalden, terwijl de westerling betaalde door de kunst van het dromen en het zoeken naar visioenen te verliezen. Men moet zich realiseren dat een westerling hier handelt als een vreemde in een vreemd land. Hij heeft zijn maatschappij gebouwd op geestelijke inbreuk en vernietiging van andere culturen en daarom is zijn leven vol tegenspraak en verwarring. In de Lakota geschiedenis is alles mondeling overgedragen en in de ogen van de Westerse wereld is deze geschiedenis van weinig waarde omdat zij niet opgeschreven is. Voor hen is het slechts het ijlen en de wartaal van oude mannen en vrouwen, dwalende, verwarde geesten, mythen en wat verhaaltjes. Maar waarom zou geschreven geschiedenis de waarheid dichter benaderen dan gesproken geschiedenis? Ook dit is een misvatting die is ingegeven door de Westerse arrogantie.
In de pre-columbiaanse periode hadden jonge Lakota de gewoonte, een steen met een daar tweemaal omheen gewikkelde leren band te dragen. Deze steen en leren band symboliseerden de aarde en haar twee grote bergketens. Hoe kwamen de Lakota aan deze kennis zonder ooit buiten hun geboortegrond te zijn geweest?
Een deel van deze kennis ligt besloten in het concept van de 'Bloeiende Boom' of wat de Lakota noemen de 'Heilige Cirkel'. Dit idee is gebaseerd op de kennis van de eigen plaats in het universum en niet op de kennis van het hele universum. Het zoeken naar kennis begint met het vaststellen van het centrum. Het ontstaan van het midden begon toen alle leden van de schepping begrepen dat er een tweebenige moest komen en ieder droeg er toe bij. In het begin was dit nieuwe wezen stil, het had geen stem, geen lied. De schepping zag de eenzaamheid van hem en gaf het geschenk van stem en lied. In dit proces kreeg de tweebenige de rol van beslisser toebedeeld, de mogelijkheid ja of nee te zeggen. Zo werd een midden gecreëerd en begon het ceremoniële leven. De Lakota leerden zeven dergelijke ceremoniën. De eerste is de ceremonie van de zweethut. Het brengt twee dingen teweeg die meteen duidelijk zijn. Ten eerste ziet de deelnemer zich geconfronteerd met zijn twee grootste angsten: duisternis en vuur. Ten tweede is het een ervaring die loutert. Ontdaan van alle materiële welstand en status zoals juwelen en lichamelijke schoonheid komt de geestelijke kracht boven. Dit gebeurt in het donker en terwijl je de verhitte stenen ziet binnenkomen, terwijl je drums en zang hoort, de aanwezigheid van anderen voelt, wordt het water binnengebracht. Ruik de salie en ceder. De temperatuur stijgt, luister naar wat het levenbrengende water zegt als ze de stenen raakt. Vuur en duisternis, moet ik gaan of blijven.
Geologen zijn van mening dat de aarde ontstond toen de verhitte massa werd afgekoeld door regen, en dat zo stoom ontstond waardoor de aarde ging leven. Planten en bomen voedden de vogels en viervoetigen. In deze tuin van leven kwam de tweebenige. Hij behoort toe aan de aarde, de aarde niet aan hem. Het is een louterende ervaring te weten dat de rest van de wereld heel goed zonder jou kan, maar dat jij niet zonder de aarde kan. Christenen zeggen dat Jezus op aarde liep en aan het kruis stierf voor onze zonden. Is dit de reden waarom liefde voor de schepper wordt uitgedrukt door de schepping te vernietigen?
De 500 jaar ervaring na Columbus en zijn volgelingen geeft voeding aan twee gedachten onder de overgebleven inheemse volken van Amerika: 'Loop naar de hel met je Columbus-herdenking' en 'De laatste 500 jaar waren een hel dus laten we onze overleving vieren'. Ik vind dat je Columbus en zijn trawanten, imperialisme, kolonialisme en racisme moet bevechten waar en wanneer je ze tegen komt. Het is een verantwoordelijkheid die we niet alleen tegenover onszelf hebben maar ook tegenover de generaties die ons zullen volgen.
Kies voor leven in een eenvoudige vorm, want de grootste uitdaging is om de innerlijke kracht te hebben zo te leven.
In de Lakota geschiedenis is er het verhaal van een man die te lang langs de weg zat en verdwaalde omdat de weg begroeid was geraakt. Om de weg terug te vinden is wijsheid nodig. Wij zijn hier voor een reden, namelijk de wil te leven, en om te kunnen leven moeten we afstand kunnen nemen van de erfenis van Columbus. Want hij is het die de bossen omhakt, met zijn neus in de cocaïne en met zijn vinger aan de knop zit. Hij heeft de heilige symbolen afgepakt en ze gemaakt tot instrument van de dood. Het kruis is slechts het handvat van een zwaard in het lichaam van een Indiaan, de cirkel is niet meer dan de wiel van een machine, en de tabaksrook is geen heilige verbintenis tussen mens en schepping maar iets om levende wezens te verstikken. De bron van de jeugd en de zeven gouden steden zijn dromen en visioenen. Zijn tafel is gedekt ten koste van toekomstige generaties. We moeten afstand nemen van de erfenis van Columbus. We moeten de vijand herkennen en strijden voor degene die te lang langs de kant zit en alleen door een lange zoektocht de weg terug kan vinden.
In een wereld bedekt met staal, glas, cement, een wereld afhankelijk van electriciteit, zijn visioenen bijna onmogelijk maar met zorgvuldig onderzoek naar de eigen innerlijke kracht, in ons dagelijks leven kunnen we een eerste stap weg van deze erfenis maken. Wat voor leven we ook leiden, evenwicht tussen het lichamelijke en het geestelijke is nodig, want in dit evenwicht vinden we de reden voor leven zonder begin of einde. De geschreven geschiedenis toont slechts dood en verderf, dat weten we nu wel. Steeds opnieuw zien we oorlog als antwoord op overbevolking, werkloosheid en morele corruptie. Vernietiging van de menselijkheid op grote schaal is een vreselijke prijs om te betalen voor een dergelijke uiting van het lichamelijke. We moeten het lichamelijke laten weten dat hij geen macht heeft over het geestelijke, we moeten ceremoniën weer een plaats geven in ons dagelijks leven, een stap in de richting van evenwicht, door het innerlijke te aanschouwen. De zogenaamde beschaving wordt gezien als een vooruitgang van oost naar west, van de geboorte van Jezus tot de dag van vandaag. Een natuurlijke levenswijze is gebaseerd op de beweging van de zon van het noorden naar het zuiden en vice versa en verandert met het jaargetijde. Als deze twee bewegingen elkaar kruisen ontstaat er een conflict.
Wij, de Lakota, kennen dit uit de tijd dat de rails de prairies doorkruiste en de bizonkudden in tweeen sneed. De natuurlijke levenswijze verdween toen de Lakota in reservaten moesten leven. We zaten langs de kant en zagen hoe het pad begroeid raakte, maar we zijn nooit de weg kwijt geraakt. We zijn nooit verwijderd van de natuur en wisten steeds het lied te herinneren dat leidt tot een levenswijze waarin men visioenen zoekt. De verwarring van de oost-west beweging en de noord-zuid levenswijze leidt tot excessen van het lichamelijke. Lange tijd werd gedacht dat de wortel van de bloeiende boom was doodgegaan, een mooie droom verdraaid en bevroren op het veld des doods van Wounded Knee. Enkele jaren later stond de grote Lakota medicijnman Black Elk op de heilige bergtop, genoemd naar de Amerikaanse generaal Harney, om te bidden voor regen zodat de wortel van de boom weer voedsel zou krijgen. Het beeld van een zwakke Lakota man aan het eind van zijn leven, niet langer zoekend, biddend voor een beetje regen zodat de mensen in leven zouden blijven kwam weer boven op het maisveld in Iowa. Deze keer was het een sterke jongeman die zong en bad voor regen, het resultaat was hetzelfde, het regende en de mensen bleven leven.

De verdediging van de aarde is de verdediging van de toekomst, verleden en heden.
In the spirit of Crazy Horse,
Milo Yellow Hair

Milo Yellow Hair is chargé d'affairs (zaakgelastigde) van de Lakota Treaty Council, een traditionele organisatie bij de Lakota.

Vertaling: Judith-an Verschuuren


'Indian cars'


Je bent geen Indiaan als je nooit een Indian Car hebt gehad. Iedereen weet waarover ik het heb: één sneeuwband voor, op het andere wiel een radiaalband, en twee verschillende achterbanden. Alleen het dimlicht werkt, de antenne is afgebroken en vervangen door een kleerhanger.
Sleuteltjes hebben er nooit bijgezeten en dus laat je twee draadjes contact maken als je wilt starten. De kofferbak gaat met een schroevedraaier open en je kunt alleen van de rechterkant instappen.
De motorkap heeft enkele fraaie deuken als bewijs dat iemand een drum had meegenomen naar de powwow. Met tape bevestigd plastic bedekt de ramen, want een nieuwe ruit is duurder dan de auto opbrengt.
De benzinemeter werkt niet meer dus moet je eraan denken altijd wat brandstof mee te nemen. Vergeet ook niet om zoveel mogelijk goedkope olie te kopen want hij verbruikt een liter per mijl.
Iedereen duikt weg als ze je zien want ze weten dat je of aangeduwd of aangetrokken moet worden. Als je te laat bent op je werk of voor een afspraak, kun je altijd zeggen: ''Ik had wat problemen met mijn auto''. Je baas of wie dan ook zal het begrijpen, je rijdt tenslotte in een Indian Car.
Zit niet in over de scheuren in de voorruit, wij liepen vroeger ook met kapotte brilleglazen. Van groot belang zijn natuurlijk de bumperstickers! 'Indian pride on the move', My car is a Cadillac', 'This car stops at all Indian bingos', 'Don't laugh, it's paid for', 'You toucha my car, I breaka you face', 'Custer wore Arrow shirts', en 'Don't laugh, I'm ahead of you ain't I'.

Als de auto het uiteindelijk toch begeeft, geef je haar een mooi plaatsje in de voortuin. Als iemand de auto of onderdelen ervan wil kopen, zeg je: ''Ik ga haar repareren, er hoeft alleen maar een nieuwe motor in''. De waarheid is echter dat je moeilijk afstand kunt doen van je oude kilometervreter waar je zoveel mee hebt beleefd. Zoals die keer dat je de halve staat doorreisde voor een avondje uit...... en iedere monteur onderweg met je auto bezig was. Als het ene ding gemaakt is gaat er wat anders kapot, maar nooit iets waardoor de auto lang in de garage moet blijven. Indian Cars gaan nooit verloren, ze blijven gewoon ergens staan! De hond kan erin slapen, of je gebruikt het als opslagruimte voor je favoriete rotzooi. Als je volgende Indian Car het begeeft kijk je je tuin in naar je vorige auto en zegt: ''Nou dat was pas een betrouwbare auto!''

Anonieme inzending
LAKOTA TIMES

Vertaling: Judith-an Verschuuren


De democratie is een leugen


Juliana Ulcuango mag er dan op het eerste gezicht een beetje verlegen uitzien, in werkelijkheid weet ze exact waar ze voor staat en neemt ze geen blad voor de mond. Mijn vraag of ze eerst iets over zichzelf wil vertellen kapt ze kordaat af. Daarvoor is ze niet naar Nederland gekomen. Juliana Ulcuango is de afgevaardigde van CONAIE, de nationale organisatie van de Indianen in Ecuador, ze is in Amsterdam om de Inheemse Vrouwenconferentie bij te wonen die op 23 en 24 mei j.l. plaatsvond, en ze is de eerste vrouwelijke leider van haar gemeenschap in de provincie Pichincha Riccharimui, iets waar ze trots op is (en met recht). Al het andere is volstrekt onbelangrijk.

LANDRECHTEN
Voor Juliana Ulcuango vormen de landrechten nog altijd het belangrijkste probleem voor de Indiaanse gemeenschappen. ''Ik kom uit het noorden van Ecuador, uit de Sierras. De grote haciendas bezitten het goede land terwijl de rest veel te weinig en slechte grond bezit. Wij willen een dialoog op gang brengen om te kijken of de grootgrondbezitters land willen verkopen. Als dat onmogelijk is vinden er landbezettingen plaats. De grondbezitters jagen ons dan vaak weer van het land af. Ze proberen ons te verdelen en conflicten binnen de gemeenschap te veroorzaken. Dit gaat nu al zo'n twintig jaar door en er is nog steeds geen oplossing.''
De regering heeft in theorie wel iets gedaan om de problemen aan te pakken, maar in de praktijk komt er weinig van hervormingen terecht. Sommige wetten werken zelfs averechts. ''Er is een wet dat er bij een landverdeling minstens acht hectare per persoon beschikbaar moet zijn. Als er te weinig land is, wordt er niets verdeeld en krijgt niemand eigendomspapieren. Wij proberen te onderhandelen met de regering, maar we hebben problemen met de bureaucratie. Er is een Wet op de Landhervorming, maar die sneuvelde in het parlement en kwam weer niet ten uitvoering. Ook met coöperaties lukte het niet.'' Paradoxaal genoeg komen er ook problemen van als mensen wél land ontvangen. ''Wij zitten al vijfhonderd jaar in het systeem. Nu krijgt iemand een stukje grond en ze voelen zich meteen heersers. Er ontstaan conflicten tussen compañeros omdat ze het land zien als privé eigendom en niemand toe willen staan over hun land te passeren. De mensen worden individualistisch. Gemeenschappelijk land is veel beter, dan kunnen de mensen niemand iets verbieden.''

EENHEID
Eenheid is van cruciaal belang volgens Juliana. ''Indianen, maar ook mestiezen, campesinos (boeren) en de volkssectoren hebben veel met elkaar gemeen. De gemeenschappen liggen ver van de stad, er is geen water, geen electriciteit, geen wegen, geen niets. Als volk moeten we eisen dat ze niet alleen in de stad alles kunnen hebben terwijl het platteland niets heeft.''
Gezien die situatie is het niet vreemd dat er opstanden plaats vinden. Van 4 tot 6 juni bijvoorbeeld werd Ecuador door elkaar geschud door een Nationale Opstand. ''De grootgrondbezitters zeiden: ''Och, dat zijn maar kleine groepjes.'' Daarom kwamen we in opstand, zodat de regering wist dat wij Indianen één en sterk waren. De CONAIE begon ermee, en later kregen we ook steun van andere bevolkingsgroepen.'' Ook in het herdenkingsjaar van de ontdekking van de Nieuwe Wereld laat de organisatie van zich horen. ''Op 11 april begonnen we met een protestmars van Puyo (een stad in de provincie Pastaza, red.) naar Quito. De kerken en de regering willen de ontdekking vieren. Voor ons betekent het echter de moord op moeder Aarde, en dus voelen we ons triest. We zijn tegen de exploitatie van de aarde. We willen landrechten krijgen en de regering moet erkennen dat Ecuador multiraciaal en multi-etnisch is. Om dat te bereiken moet de grondwet veranderd worden, maar dat is tot nu toe niet gelukt.''

EISEN
Een andere eis van CONAIE, tweetalig onderwijs, is wel ingewilligd. ''Vroeger was het verboden onderwijs te geven aan Indianen,'' zegt Juliana. ''Later kregen alleen mannen onderwijs. De vrouwen niet, ze zeiden dat vrouwen dat niet nodig hadden omdat ze toch maar de kinderen en het vee verzorgden. Op school mocht je geen Quichua praten (een variant van het Quechua, red.) en als je het toch deed kreeg je straf. Degene die het tweetalig onderwijs creëerde was onze compañera Dolores Cacuango. Zij nam het initiatief. Ze streed eerst voor land en daarna voor onderwijs. Het tweetalig onderwijs is voor iedereen, alle mensen kunnen leren en les gaan geven. We kunnen onze eigen taal en cultuur stimuleren en aandacht geven aan onze eigen situatie, want dat negeerde het Spaanstalige onderwijs.''
Ondanks dit succes is het geen rozegeur en maneschijn. ''Het officiële onderwijs krijgt alle middelen. Voor het tweetalige onderwijs is geen geld. De wetgeving is hol. De president gaat naar het buitenland en hangt mooie praatjes op, maar ze zijn niet waar. Een kleine minderheid heeft een goed leven en de meerderheid heeft niets. La democracia es una desgracia - de democratie is een leugen.''

STRIJD
Een felle strijd om landrechten, opstanden, landbezettingen, repressie en een regering die niet van plan lijkt ingrijpende hervormingen door te voeren, de balans aan het einde van ons gesprek lijkt wel heel erg naar de negatieve kant door te slaan. Zo ziet het er op nationaal niveau uit. Lokaal wordt er echter hard gewerkt aan het tweetalig onderwijs, aan het opzetten van allerlei cursussen en aan het verbeteren van de levenssituatie, en dan zijn er wel degelijk straaltjes licht te vinden die de werkelijkheid iets minder donker maken. ''Bij onze gemeenschap was er nog één hacienda die problemen gaf. In het huis woonde een weduwe, en zij alleen had maar weinig macht. We hebben een landbezetting uitgevoerd van twee tot acht mei. Nu is het huis in gebruik als gezondheidscentrum. Onze parochie had wel een kliniek, maar die was heel klein. We eisten een gezondheidscentrum van de regering. Tenslotte gaf de staat toe en konden we er eentje openen in het huis van de hacienda, zodat we niet naar een ver weg gelegen dorp hoefden. Nu is er een gezondheidscentrum voor de hele regio.'' Juliana grinnikt.

Ingrid van Amelsfort


Bestemming: Lakota Nation, U.S.A.


Op 13 juli 1992 was het eindelijk zover. Na jaren van grote bezuinigingen ging ik mijn gespaarde geld uitgeven aan DE reis. Ik had geen idee wat me te wachten stond, maar het leek me fantastisch dus ik heb het er maar op gewaagd.

Enkele korte (dagboek-)impressies:

14 juli:
We zitten nu in Camp Courage, het is een Indiaans kinderkamp waar de kinderen een soort vakantie houden en veel leren over hun cultuur. We zijn gastvrij ontvangen: we kunnen, net als de kinderen, in tipi's slapen en we kunnen ook mee-eten.

16 juli:
Nog steeds in Camp Courage. Vanochtend hebben we een workshop over Holland gedaan. Aan groepjes kinderen hebben we verteld over ons land, cultuur, e.d. (''Nee, we dragen geen klompen.'') De eerste dagen vroegen de kinderen nog niet zo veel, maar nu komen ze los, vooral veel vragen over sport en hobby's.

19 juli:
We kamperen vandaag op een Pow-wow-terrein: Bear-in-the-Lodge-Creek. In de middag en avond wordt er gedanst. De wedstrijd-dansers en danseressen zijn schitterend gekleed. Tussen de wedstrijden door wordt ook gedanst; wij moesten ook meedansen. 's Avonds werd er zelfs een danswedstrijd georganiseerd voor de ''Dutch Guests''.

23 juli:
Naar Fort Robinson. De oude gebouwen staan er niet meer en een deel is nu ingericht als museum. Er is (te) veel aandacht voor de ''heldendaden'' van de Amerikanen, dus dat viel me niet zo mee.

25 juli:
Vandaag gaan we naar de Badlands. Het uitzicht is ongelofelijk! De natuur is nog mooier dan ik had vermoed.

27 juli:
In Pine Ridge wordt op dit moment een jeugdhonk gebouwd, dus daar gaan we even kijken. Het wordt gebouwd door giften (bij elkaar gehaald door het SuAnne-memorial fonds, zie Wotanin Wowapi nr. 9) en verder met vrijwilligers. De jongeren van het reservaat hebben helemaal geen jeugdhonk, dus dat is hard nodig. Het is niet te geloven hoe ze het gebouw in zo'n korte tijd om kunnen bouwen tot een jeugdhonk; daar heb ik geen woorden voor.

28 juli:
Vandaag zijn we naar Wounded Knee geweest. Aan de voet van de heuvel staat een bord ''Massacre of Wounded Knee'' (sinds kort veranderd van ''battle'' naar ''massacre''), met in grote lijnen de geschiedenis van Wounded Knee. Deze plaats maakte veel indruk, nog meer dan het verhaal van onze gids Milo. De sfeer in de hele groep daalde tot een vreemd soort stilte.

29 juli:
Een aantal scholen bezocht. Er worden in deze maanden geen lessen gegeven, maar toch werden we gastvrij ontvangen (zoals overal). In de Wounded Knee District School wordt ook sinds kort les in Lakota gegeven. Eerst was dit niet toegestaan, maar met de smoes dat de kinderen hierdoor beter Engels zullen leren, hebben ze toch toestemming gekregen.

Kortom: het was een fantastische reis. Daarbij kwam nog dat de groep erg gezellig was. Ook de gidsen deden erg hun best: Gerda Bolhuis (welbekend), Milo, Chet en Tim. Vooral van onze vaste gids Milo heb ik veel geleerd, hij vertelde veel verhalen.
Door deze reis ben ik de mensen daar veel beter gaan begrijpen en weet ik nu veel meer van de huidige situatie af. Voor de reizigers van volgend jaar: alvast een onvergetelijke vakantie toegewenst!

Monique Beets


Boekbespreking: In the Spirit of Crazy Horse


Vorig jaar kwam het boek van Peter Matthiessen over de burgeroorlog op Pine Ridge in de jaren '70, In the Spirit of Crazy Horse, opnieuw uit. Door rechtszaken gedwongen is het boek vrijwel direct na het verschijnen in 1983 uit de handel genomen. Het heeft jarenlang gegolden als een schoolvoorbeeld van censuur in de Verenigde Staten en heeft daardoor een soort 'cult'-status gekregen.

RECHTSZAKEN
De processen waren aangespannen door de toenmalige gouverneur van Zuid-Dakota, William Janklow, en David Price, een FBI-agent, die er beiden in het boek niet zo best van afkomen. Uiteindelijk verloren ze hun zaak allebei. Het proces concentreerde zich op de uitleg van de term 'vrijheid van meningsuiting'. Uiteindelijk werd vastgesteld dat dit recht ook geldt wanneer het om een volstrekt eenzijdige kijk op gebeurtenissen en onbewezen verdachtmakingen gaat.

INHOUD
Het boek beschrijft hoe in de jaren '60 en '70 de American Indian Movement ontstaat in de Indiaanse ghetto's van de grote steden als een soort nieuwe 'warrior society'. Inwoners van het Pine Ridge-reservaat van de Lakota-Sioux roepen de AIM in 1973 bij Wounded Knee te hulp tegen de tirannieke stamraadvoorzitter Dick Wilson, die tegenstanders door zijn knokploeg, de 'goon-squad', laat terroriseren. In 1975 wordt een 'spiritueel kamp' van de AIM bij het plaatsje Oglala overvallen door FBI-agenten en in het vuurgevecht dat er op volgt worden twee FBI-agenten en één Indiaan gedood. Twee leden van de AIM worden vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs en een derde, Chippewa-Indiaan Leonard Peltier, wordt tot twee keer levenslang veroordeeld. Peltier zegt onschuldig te zijn maar ondanks vele beroepszaken en internationale acties zit hij nog steeds vast.

VERANDERINGEN
De gebeurtenissen rond de rechtszaken om het boek en een korte toelichting over de voortgang van de zaak Peltier vullen deze nieuwe editie aan. Er wordt o.a. verslag gedaan van een interview met een zekere Mr. X, ook een AIM-lid, die de moorden op de FBI-agenten werkelijk zou hebben gepleegd.
Verder zijn in oorspronkelijke versie van de tekst een aantal correcties aangebracht. Dit is echter één van de zwakke kanten van het boek. Er wordt niet aangegeven welke de veranderingen ten opzichte van de eerste druk zijn.
Verder wordt niet ingegaan op de politieke ontwikkelingen sinds 1983 op het Pine Ridge-reservaat en rond de American Movement. Men zou kunnen denken dat de beschreven situatie nog steeds actueel is. Dat is dus niet het geval: er zijn de laatste tien jaar nauwelijks gevallen geweest van pesterijen door FBI of BIA-politie van traditionelen of activisten. De AIM is al jaren geen politieke factor van betekenis meer op het Pine Ridge-reservaat of in Indiaanse politiek in het algemeen. De voorzitters van de stamraad deugen over het algemeen redelijk, al weten ze in twee jaar meestal weinig te bereiken. Dat wil niet zeggen, dat Pine Ridge nu een paradijs is: de sociaal-economische omstandigheden zijn er nog steeds rampzalig, en het bestuurssysteem met de stamraden laat (los van de legitimiteit ervan) te veel ruimte voor opportunisten en corruptie.

CONCLUSIE
Boeken verbieden is m.i. ten allen tijde onzinnig, dus ook in het geval van dit boek. Het te laten verbieden was een domme zet, want nu ligt er een boek, waarvan iedereen gelooft dat het waar moet zijn, juist omdat het verboden werd. Ruimte voor gefundeerde kritiek is nu nauwelijks meer.
Persoonlijk heb ik het boek met rode oortjes gelezen (na 5 jaar geleden ook de originele versie te hebben gelezen), mede omdat ik de plaatsen en zoveel mensen uit het boek ken. Het leest als een spannende detective, maar of het allemaal waar is?
Peter Matthiesen heeft een enorme hoeveelheid research verricht, maar voornamelijk bij de mensen van de American Movement, wat het boek te éénzijdig maakt. M.i. waren in deze paar jaren die het boek beschrijft, zowel de 'goons' als de AIM radicale gewelddadige organisaties die voor weinig terugdeinsden om hun zaak door te zetten. Beide hebben gelukkig op dit moment geen politieke betekenis meer.

Ik zit in elk geval nog steeds te wachten op een serieuze en vooral objectieve studie over de American Indian Movement en deze gebeurtenissen.

Gerda Bolhuis

Peter Matthiesen, In the Spirit of Crazy Horse, Viking Press, New York, 1991. ISBN 0670836176 - prijs ca. 65 gulden (ingebonden)


Lakota Nieuws


KILI
Sinds meer dan drie maanden wordt KILI Radio getroffen door een slepend conflict tussen een groep die zich 'Lakotas for Open Communication' noemt en het bestuur van het radiostation. Het conflict begon toen een van de bestuursleden protesteerde tegen het beleid van Tom Casey, de blanke manager die door datzelfde bestuur was aangesteld. Men neemt hem kwalijk dat hij twee Indiaanse werknemers heeft ontslagen. De demonstranten hebben buiten het station een tentenkamp opgezet om te voorkomen dat Tom Casey het gebouw kan betreden. De rechter heeft nu besloten dat het tentenkamp kan worden ontruimd.

BIER
In de V.S. wordt 'oorlog gevoerd' tussen de Oglala Sioux en de Hornell Brewing Co. om de merknaam van een bepaald soort bier: Crazy Horse. De Oglala vinden de naam ongepast omdat Crazy Horse een gerespecteerde geestelijk leider was. Bovendien is de merknaam een belediging voor zijn afstammelingen. De strijdende partijen hebben een akkoord gesloten om te beginnen aan onderhandelingen voor een andere merknaam. Alternatieven zijn 'Wild Horse' of 'Stone Horse'. Overigens kan het nog wel een tijdje duren voordat het bier definitief een ander etiket heeft gekregen. De Hornell Brewing Co. heeft nog een voorraad van 350.000 kratten met lege flessen.

KINDERKAMP
Eén van de bussen van het Lakota-kinderkamp Camp Courage (een project, dat de Lakota Stichting ondersteunt) heeft op 29 juli een ongeluk gehad en is over de kop geslagen. Van de 47 inzittenden waren de meesten licht gewond. Enkele kinderen en begeleiders moesten naar het ziekenhuis worden gebracht. Het ongeluk gebeurde op een bochtige bergweg in de Black Hills. Oorzaak van het ongeluk is vermoedelijk het weigeren van de remmen.


Aktualiteiten


TANDARTS
Sinds Lucinda Ann Lewis op 23 mei 1992 afstudeerde, mogen de Navajo twee vrouwelijke tandartsen tot hun volk rekenen. De eerste tandarts was Darlene Sorrel, die nu werkt bij het Alaskan Native Medical Center in Anchorage. Ms. Lewis blijft dichter bij huis: ze is van plan haar praktijk in het Navajo reservaat uit te gaan oefenen.

ERKENNING
De Miami Nation uit Indiana zal niet erkend worden als een aparte stam. Het BIA (Bureau of Indian Affairs) schreef al in 1990 dat de Miami Nation niet kan voldoen aan twee van de zeven vereiste criteria. Op aandringen van de stam is de inspraakperiode na verschijning van het rapport verschillende malen verlengd, maar zonder resultaat. De federale regering heeft het BIA-oordeel overgenomen en de erkenning geweigerd.

JEUGD
Na de rellen in Los Angeles heeft de regering Bush extra fondsen beschikbaar gesteld voor stedelijke aktiviteiten. Een deel van het geld, totaal 7,3 miljoen dollar, komt ten goede aan zomerprogramma's voor Indiaanse jongeren. De helft van de Indianen in de Verenigde Staten woont niet meer in de reservaten, maar in de steden, vaak in de gekleurde ghetto's.

GRONDWET
De regering van Canada is opnieuw begonnen aan het veranderen van de grondwet. De provincies hebben in juli een akkoord getekend waarin zowel Quèbec als de Indiaanse naties en de Inuit meer zelfbestuur krijgen. Wat de inheemse bevolking betreft is deze grotere onafhankelijkheid echter nog niet nader uitgewerkt.

ARMOEDE
De Indianen zijn de meest door armoede getroffen groep in de Verenigde Staten. Meer dan de helft van de Indiaanse huishoudens verdienen een inkomen lager dan 20.000 dollar en Indiaanse kinderen hebben een drie maal zo grote kans op armoede dan blanke kinderen. Indianen zijn de enige bevolkingsgroep waarvan het inkomen sinds 1980 gedaald is.
Ook in de werkloosheidsstatistieken staan de Indianen bovenaan, 14,4 % landelijk (tegen 9,3 % in 1980). De hoogste werkloosheidscijfers in de grote reservaten vindt men in het Fort Apache-reservaat van de White Mountain Apaches in Arizona. Op een goede tweede plaats komt het Pine Ridge-reservaat van de Lakota's.
Deze cijfers werden op 23 juli j.l. vrijgegeven door het Amerikaanse Census Bureau, de instantie, die de tienjaarlijkse volkstelling uitvoert.

CLINTON
Bill Clinton, de Demokratische presidentskandidaat, heeft op 13 juli verklaard dat hij de eisen van de inheemse bevolking met betrekking tot souvereiniteit, economische groei, religieuze vrijheden en verdragsrechten zal steunen. Volgens Clinton hebben de Republikeinse regeringen de afgelopen twaalf jaar slechts voor de vorm aandacht geschonken aan een gelijkwaardige relatie tussen de stamraden en de federale overheid. Pikant detail: geen enkele presidentskandidaat steunt de Sioux in hun strijd om de Black Hills, ook kandidaat Clinton weigert zich over deze specifieke zaak uit te spreken.


Colofon

Redactie: Ingrid van Amelsfort (hoofdredactie) & Judith-an Verschuuren
Organisatie & produktie: Gerda Bolhuis
Layout/logo's: Ad Vermeulen
Bijdragen: Ingrid van Amelsfort, Monique Beets, Gerda Bolhuis, Evert de Kruijf & Judith-an Verschuuren

ISSN 0926-2989