Wotanin Wowapi 11 - januari 1993


nieuwsbrief van de Lakota Stichting

nummer 11, januari 1993

Inhoudsopgave



Van de redactie


De afgelopen weken heeft de redactie besteed aan het eens overdenken van de uitbreidingsmogelijkheden van Wotanin Wowapi. Donateurs stelden de vraag of we niet vaker per jaar uit konden komen. Na overleg heeft de redactie besloten het voorlopig nog op vier nummers per jaar te houden, maar laat niemand verbaasd zijn als er op een onverwacht moment opeens toch nog een vijfde Wotanin Wowapi op de deurmat valt. We zullen zien wat we kunnen doen om aan de verzoeken gehoor te geven.
Wegens problemen met de computer van de Lakota Stichting konden we het december-nummer niet meer in december uitbrengen, zodat u het nu in januari ontvangt. In elk geval hebben we geprobeerd ook dit nummer weer interessant en gevarieerd te maken met artikelen over Rigoberta Menchu, de film Thunderheart en toerisme bij inheemse volken. Rest ons nog u een Gelukkig Nieuwjaar te wensen!

Namens de redactie,

Ingrid van Amelsfort


Indiaans ABC


Inipi

Het Lakota woord voor zweetbad is 'inipi', wat is afgeleid uit het woord 'in': leven. Deelnemen aan een zweetbad gaat volgens vaste regels en tradities en meestal onder begeleiding van een medicijnman. Het doel van het zweetbad is om het lichaam en de geest van de deelnemer te reinigen. De deelnemers maken namelijk deel uit van een heilige traditie met zeer bijzondere waarde voor het volk. Na de ceremonie weet iedereen dat je voor het volk hebt deelgenomen en niet alleen voor jezelf. De offeringen die worden gebracht brengen kracht en leven, ofwel 'wiconi' in het Lakota.
Het bouwen van de zweethut gaat eveneens volgens eeuwenoude regels en tradities. De plaats is meestal langs de oever van een rivier of op een helling van een heuvel. Zeer bekende plaatsen zijn b.v. Devil's Tower en Bear Butte.
De keuze welke hut er wordt gebouwd, hangt af van het aantal deelnemers. Voor een hut van acht personen zijn 12 wilgestaken van ongeveer 3 meter lang nodig. De staken worden geschild, nadat ze zijn gevonden en vervolgens vindt er een tabakoffer met gebed plaats. Van de staken wordt een frame gebouwd. Door de speciale manier van kruisen ontstaat er een middelpunt in het houten frame, wat dient voor de ingang van de heilige geesten. De deuropening van de hut is altijd naar het westen gericht, waarbij voor de deur een vuurplaats is aangebracht. Bij de zweethut van de Heyoka's is de deuropening altijd aan de andere zijde in oostelijke richting.
Op de bodem van de hut wordt salie gestrooid. Over het frame wordt een doek aangebracht van diverse lagen met quilt-doeken om de hut geheel af te kunnen sluiten. In het midden van de hut wordt de stoomplaats ofwel het altaar gemaakt, waarin speciale stenen worden gelegd, die de hitte goed kunnen vasthouden. Het aantal stenen is altijd door 4 te delen. Door de deelnemers worden diverse attributen meegenomen, zoald bijvoorbeeld een pijp en tabak, salie, cederhout, zgn. 'sweetgrass', hertehoorns, een bizonschedel, materiaal om de stenen te plaatsen, en natuurlijk water. De deelnemers hebben allemaal een vaste plaats tijdens de ceremonie in de hut. Het tijdstip voor het houden van een zweetbad-ceremonie is bij voorkeur tijdens zonsondergang of zonsopkomst, 12 uur 's middags of op een ander gewenst tijdstip.
Na de ceremonie wordt er om af te koelen een frisse duik in de rivier genomen. Of als er sneeuw ligt wordt er door de sneeuw gerold. Bij het verlaten van de zweethut door een deelnemer wordt er door de ceremonie leider afscheid genomen met de woorden: 'mitakuye oyas'in' ofwel 'voor al mijn vrienden en familie'.

Jingle-dress

Op powwows (dansfeesten) ziet vaak men vrouwelijke dansers met jurken vol met belletjes, de jingle-dress. De belletjes worden gemaakt van opgerolde deksels van tabaksblikken. Volgens de legenden is dit de oorsprong van de jingle-dress-jurk:
Volgens de Chippewa droomde een oude man op zijn doodsbed van zijn dochter in een jurk zoals niemand die nog ooit eerder gezien had. De geesten legden hem uit hoe de metalen kegels op de de stof genaaid moesten worden. Toen droomde hij dat zijn dochter en drie vriendinnen in hun jingle-dresses dansten. Hij vond het er schitterend uitzien.
Nadat de oude man op wonderbaarlijke wijze was genezen, gaf hij zijn dochter en haar vriendinnen opdracht om deze speciale jurken te gaan maken. En zo ontstonden de jingle-dress-jurken.

Kwakiutl

De Kwakiutl behoren tot de stammen van de z.g. Noord-West-kust-cultuur, bij ons voornamelijk bekend door de totempalen. Ze leven in de huidige Canadese provincie British Columbia. Vroeger leefden ze van visvangst, zowel uit de oceaan als uit de rivieren, de jacht en het verzamelen van noten en bessen.
Een ander bekend aspect van deze cultuur is de 'potlatch', een feest waarbij de gastheer al zijn bezittingen weggaf. Een dergelijk gebaar gaf hem enorme status.
Over de Kwakiutl bestaat een oude zwart-wit film, Land of the headhunters, in 1914 opgenomen door de bekende fotograaf Curtis, waarin een aantal Kwakiutl het leven van vroeger lieten zien.

Llaki wij'chuna

Een llaki wij'chuna is een reinigingsritueel bij de Callawayas. Deze Quechua sprekende Indianen wonen in Bolivia, op 260 km afstand van de hoofdstad La Paz, vlak bij de grens met Peru.
Als er iemand sterft zijn de nabestaanden, in de optiek van de Callawayas, getroffen door een groot onheil. Om te voorkomen dat dat dit onheil nog meer rampen aantrekt, moeten zowel de woning als de nabestaanden gereinigd worden door middel van het llaki wij'chuna-ritueel. Llaki betekent 'verdriet' en wij'chuna is het Quechua-woord voor 'wegwerpen'. De ceremonie vindt altijd 's nachts plaats achter gesloten deuren, omdat het effect ervan te niet wordt gedaan als buitenstaanders het zien. Een medicijnman en zijn assistent maken kleine bloemenkruisjes en bundeltjes met daarin planten en kruiden. Door middel van gebeden en allerlei rituele handelingen worden de kruisjes en bundels gewijd. Ze bevatten op die manier al het onheil en verdriet. De nabestaanden krijgen de bundels en bloemen aangebonden. Vervolgens wordt de woning gereinigd van alle kwaad. Het laatste gedeelte van de llaki wij'chuna vindt buiten plaats. Bij een stroompje offert men een Guinees biggetje. De nabestaanden wassen zich en werpen tot slot de bloemenkruisjes en bundeltjes in het water. Op die manier voert de rivier het onheil en het verdriet weg. Terug in de woning laten alle deelnemers zich eerst door wierook-dampen omhullen, zodat de zuiverende werking van de ceremonie wordt versterkt. Na een gezamenlijke maaltijd is alles weer goed: het huis is gezuiverd van het onheil, de nabestaanden hebben hun verdriet weggeworpen. Het dagelijks leven kan opnieuw zijn loop nemen.


Toerisme en inheemse volken


Wie de bladen over de Derde Wereld een beetje volgt, kan regelmatig zeer negatieve artikelen over de gevaren van het toerisme lezen. Meestal komt het erop neer dat er ergens een rustig dorpje is, waar de in authentieke klederdracht gestoken bewoners nog precies volgens de oude tradities leven. Dan, op een kwade dag, ontdekt de westerse toeristenindustrie dit stukje paradijs op aarde. Binnen een jaar is de cultuur verloederd, worden ceremonies teruggebracht tot een show van een half uur, en lopen de oorspronkelijke bewoners dronken rond, beroofd van hun eigen identiteit.

Nu is het inderdaad zo, dat het toerisme een vernietigende uitwerking kan hebben op mens en milieu. Het gaat dan niet alleen om inheemse volken. Ook in Europa kunnen we met eigen ogen zien, hoe bijvoorbeeld de Spaanse Costa del Sol van een prachtige kust met kleine vissersdorpjes veranderd is in een strook beton met hotelsteden, disco's en snackbars.
In werkelijkheid zit de zaak echter minder eenvoudig in elkaar. De artikelen gaan er meestal van uit dat toerisme slecht is en dat de inheemse bevolking een willoos slachtoffer is van aapjes kijkende nieuwsgierigen. Hoe valt dit te rijmen met het feit dat steeds meer stammen zowel in Noord- als in Zuid-Amerika projecten ontwikkelen om het toerisme naar hun gebied te stimuleren?
Blijkbaar zien Indianen mogelijkheden in het toerisme en hoeft deze tak van de vermaaksindustrie niet per definitie schadelijk te zijn. Het ligt er maar aan, hoe de projecten worden opgezet en uitgevoerd. Een paper, geschreven door Barry Parker, de voorzitter van de Canadian National Aboriginal Tourism Association, beschrijft de voorwaarden waaraan de projecten moeten voldoen, willen ze niet leiden tot aantasting van natuur en cultuur. Volgens Parker moeten de inheemse gemeenschappen eerst nagaan, hoe groot hun draagdracht is, en welk soort toerisme ze willen stimuleren. Daarna moeten er regels opgesteld worden om het toerisme onder controle te houden, want 'if you do not make rules, there are no rules'. Als een volk eenmaal besloten heeft, wat het wil, moet er een strategie komen. Wie gaat het toerisme opzetten? Welke ceremonies of plaatsen mogen de gasten wel bijwonen of bezoeken en welke niet? Als er gekozen is voor massatoerisme moet ook bekeken worden, waar b.v. de hotels zullen worden gebouwd en welke invloed dat heeft op het milieu. Parker benadrukt hierbij dat alle leden van de stam bij de discussies en de besluitvorming betrokken moeten worden. Het is immers een ingrijpende operatie waar iedereen mee te maken krijgt.
Projecten die op deze manier tot stand komen zijn meestal zeer succesvol. Zo leiden de Apaches een bloeiend wintersportgebied met skipistes die door duizenden mensen bezocht worden, zonder dat hun cultuur is vernietigd. De Pueblo's, die ook te maken hebben met massatoerisme, hebben het heft eveneens in eigen handen genomen om te voorkomen dat ze overspoeld worden door de talloze bezoekers. De eigenlijke pueblos zijn alleen toegankelijk voor de Indianen zelf en religieuze dansen mogen niet door de toeristen worden bijgewoond. De Pueblos zijn zo prima in staat hun cultuur te behouden, terwijl de toeristen toch een indruk van hun levenswijze kunnen krijgen door speciale voorstellingen, enkele wel toegankelijke woningen en musea.
Al met al lijkt controle het sleutelwoord. De inheemse bevolking moet zelf beslissen wat ze wil en niet wil en aan welke voorwaarden de toeristen zich dienen te houden. Op die manier houden ze alles in eigen hand. Het toerisme vormt zo een mogelijkheid om inkomsten en werkgelegenheid te scheppen, zonder dat ze voor die materiële verbeteringen hoeven te betalen met hun ziel. En dit is iets waar de artikelen vaak geen aandacht aan besteden, terwijl dat wel zou moeten. Indianen, excellente ondernemers!

Ingrid van Amelsfort


Camp Courage


Ergens in de Black Hills, - heilig land van de Lakota - ligt Lakota Wakanyeza Blihiciyapi Wicoti: Camp Courage.
Een goed gekozen naam: in dit kamp krijgen jonge Lakota (in Nederland beter bekend als de Sioux) de kans weer in contact te komen met hun eigen achtergrond, hun eigen cultuur. Ze krijgen de mogelijkheid de moed op te brengen weer Indiaan te zijn.
Het kamp bestaat nu (1992) vijf jaar. De meeste kinderen, maar niet allemaal, komen uit gebroken gezinnen. In het kamp wordt ze geholpen zich te verweren tegen sexueel misbruik, drugs, zelfmoord, discriminatie, alcohol en worden ze geholpen zich open te stellen voor anderen en The Red Road Approach.
De nadruk ligt op het voorkomen van alcohol- en drank-misbruik, een veel voorkomend probleem op bijna elk reservaat. Het bevestigen van hun eigen identiteit en het omgaan met andere jongeren helpt de jonge Lakota hun zelfvertrouwen en waardigheid te hervinden. De jongeren - van negen tot achttien jaar - kunnen gratis deelnemen. Ze worden begeleid door 'counselors' die elk een tipi onder hun hebben waar vijftien tot achttien kinderen slapen. Elke dag kent een eigen thema, zoals Grootmoeder Aarde en Yuaonihan (eer betuigen). 's Avonds is er gelegenheid voor gemeenschapsdansen, worden Lakota-liederen uitgelegd en kan men deelnemen aan de Zweethut-ceremonie.
Zoals Royce White Calf - een begeleider van het kamp - zegt, moeten de kinderen leren sterke Lakota te zijn en zich te richten op de volgende zeven generaties.
Per week nemen ongeveer 150 kinderen deel, die behalve dat ze kennis nemen van alle bovengenoemde zaken, ook gewoon heel veel plezier hebben in de tijd dat ze aan het kamp deelnemen.

U begrijpt dat het organiseren van een dergelijk kamp geld kost. Tot nu toe wordt het kamp elk jaar op een andere plaats georganiseerd. Maar om de continuïteit te waarborgen, willen de organisatoren 'een stukje van hun eigen Black Hills terugkopen'. Dat kost natuurlijk nog meer geld.
De Lakota Stichting heeft besloten om Lakota Wakanyeza Blihiciyapi Wicoti (Camp Courage) financieel te steunen. Dat kan niet zonder dat u meedoet. Daarom vragen we u, de donateurs en lezers van onze nieuwsbrief, een bijdrage te leveren aan Camp Courage. Uw bijdrage kunt u storten op rekening 735082 van de Lakota Stichting onder vermelding van 'gift Camp Courage'.

Henk Brinks

Naschrift redactie: het kamp is enkele jaren later wegens bezuinigingen op de subsidie opgeheven.


Filmbespreking: Thunderheart


Regisseur Michael Apted lijkt gegrepen te zijn door de gespannen situatie op de Indiaanse reservaten in South Dakota in de V.S. gedurende de jaren '70. Eerst maakte hij de documentaire ''Incident at Oglala'' over de bekende zaak Leonard Peltier. Daarna begon hij aan een film: Thunderheart, op 19 november 1992 in Nederland in premiere gegaan.
In de V.S. deed Thunderheart het redelijk, maar Nederland was veel minder enthousiast. De Lakota Stichting wilde er op tijd bij zijn en toog al in de eerste speelweek naar een bioscoop in Amsterdam, waar de film net van zaal 2 naar zaal 4 bleek te zijn verhuisd. Een veeg teken. En van de ongeveer twintig toeschouwers gingen er twee al na een kwartiertje weg, evenmin een hoopgevende gebeurtenis.

Aan de film ligt het echt niet. Een spannend verhaal, schitterende landschappen, een grote dosis humor en een snuf tragiek, wat wil een mens nog meer? Val Kilmer, bekend van The Doors, speelt FBI-agent Ray Levoi. Omdat hij voor een kwart Sioux is, wordt hij naar het - in het echt niet bestaande Bear Creek Reservaat - gestuurd om collega Frank Coutelle (Sam Shepard) bij te staan in het oplossen van een moordzaak. Coutelle verdenkt Jimmy Looks Twice van de misdaad: hij is een fervente aanhanger van de radicale Aboriginal Rights Movement en heeft al twee keer eerder een aanslag op het slachtoffer gepleegd. Binnen de kortste keren krijgt agent Levoi het aan de stok met een agent van de reservaatspolitie (gespeeld door Graham Greene, die ook in Dances with Wolves te bewonderen was). Crow Horse betwijfelt of de dader binnen ARM-gelederen gezocht moet worden, steekt de draak met Ray Levoi, die zich net zo Indiaans gedraagt als generaal Custer, en is vastbesloten zijn eigen onderzoek naar de moord voort te zetten, wat de FBI daar ook van denkt.

Door zijn contacten met Crow Horse, medicijnman Sam Reaches en activiste Maggie Eagle Bear begint Ray Levoi na te denken over zijn eigen identiteit als kwartbloed Sioux. Ook gaat hij steeds meer twijfelen aan Coutelle's theorie dat Jimmy Looks Twice de dader is. En wat is precies de rol van stamraadvoorzitter Milton en zijn knokploeg, de GOONS, in het geheel? Aan de rand van de Badlands komt het verhaal tot een ijzingwekkend spannende ontknoping.

Thunderheart is een knap in elkaar gezette film. De acteurs, waarvan sommigen hun debuut maken, leveren topprestaties, en tussen alle bedrijven door geeft regisseur Michael Apted een accuraat* beeld van de situatie in de jaren '70. Want de ARM staat natuurlijk gewoon voor de AIM, de American Indian Movement. Milton is Dick Wilson, de stamraadvoorzitter van het Pine Ridge-reservaat, die met de GOONS een terreurregime voerde, waar vooral de traditionele Sioux onder te lijden hadden. De inmiddels overleden Frank Fools Crow staat model voor medicijnman Sam Reaches. Ook de kwalijke rol van de FBI is gebaseerd op hun houding tijdens de conflicten in South Dakota.
Om de film ten volle te kunnen waarderen, moet je dit echter allemaal wel weten! Dat is dan ook precies het punt waarop het mis gaat. Michael Apted maakte een steengoede film, maar vergat dat de meeste toeschouwers weinig afweten van de situatie in de jaren '70. Thunderheart is, kortom, te specialistisch. Er wordt te weinig uitgelegd en de slechte ondertiteling, waar ''GOONS'' consequent met ''BONEN'' vertaald wordt en ''Badlands'' met ''het dorre land'', vergroot de toegankelijkheid niet erg.
De Lakota Stichting schrijft dan ook het volgende recept voor. Lees eerst een boek over het onderwerp, huur Thunderheart bij de videotheek en ga dan kijken. De film verdient het.

Ingrid van Amelsfort

* Naschrift redactie mei 1999: In veel publicaties wordt de situatie op Pine Ridge in de jaren '70 enigszins overdreven. Het aantal doden door gewelddadige oorzaken in de periode 1973-1976 is volgens een onderzoek van de Indiaanse krant Lakota Times hoogstens ca. 20 in plaats van de ook wel genoemde 250. Van één moord (waarop het personage van de activiste Maggie Eagle Bear in de film gebaseerd is!) zijn inmiddels aanwijzingen boven water gekomen, dat het een interne afrekening binnen de AIM zou zijn geweest.
Aanvulling redactie augustus 2000: De FBI heeft in juli 2000 een lijst gepubliceerd waarop 57 gevallen van gewelddadige dood in het Pine Ridge-reservaat in de jaren '70 worden verklaard. Zie b.v. de publicatie op Indianz.Com.
Aanvulling redactie augustus 2004/aangepast oktober 2008: inmiddels is een lid van de American Indian Movement tot levenslang veroordeeld in verband met bovengenoemde moord. Een tweede verdachte wacht na uitlevering door Canada op zijn proces. Zie ook digitale nieuwsbrief nr. 11


CD-bespreking John Trudell: AKA Grafitti Man


De afgelopen zomer kwam het 'Best of' album AKA Graffiti Man van John Trudell op de markt. Dit album bevat 12 reeds eerder op cassette uitgebrachte songs. De 46-jarige Trudell is geboren in de staat Nebraska in een Sioux-reservaat. Door zijn activiteiten bij de American Indian Movement is zijn leven tot nu toe niet zo maar vlekkeloos gepasseerd. Naar aanleiding van zijn persoonlijke ervaringen en frustraties heeft hij in de jaren '80 teksten op papier gezet. Later is er door de Kiowa-Indiaan Jesse Ed Davis muziek bij de teksten geschreven. Het resultaat van deze samenwerking mag best bijzonder genoemd worden. De gesproken teksten zijn op eigen wijze voorzien van muziek, waarbij tevens de invloed van Indiaanse muziek bij een aantal songs is verweven. Grote popsterren als Bob Dylan en George Harrison (ex-Beatle) waren zeer onder de indruk van het werk van Trudell. Zou er 500 jaar na de ontdekking van Amerika door Columbus dan toch niet iets moois zijn ontdekt? Luister zelf maar.

Evert de Kruijf

John Trudell, AKA Grafitti Man, RYKO, ca. 40 gulden.


Rigoberta Menchú


Op 16 oktober kreeg Rigoberta Menchú de Nobelprijs voor de Vrede. Het was natuurlijk geen verrassing dat in het Columbus-jaar een Indiaanse voorvechtster van mensenrechten de Nobelprijs kreeg. Maar Menchú wordt al sinds 1989 genoemd als potentieel recipient voor de prijs. Al meer dan 10 jaar zet zij zich in haar land Guatamala in voor de rechten van de in heemse volken. In Guatamala wonen 5,3 miljoen inheemse mensen, verdeeld over 22 volken. Menchú zei over de problemen in haar land: ''Het heeft geen zin om mensen op politieke plaatsen te vervangen want ons probleem (in Guatamala) is niet een persoon, of een politieke partij, maar een systeem van onderdrukking, van exploitatie en misbruik van bronnen. Dit systeem heeft een minderheid verrijkt met de macht, maar heeft als resultaat voor de inheemse volken slechts honger en wanhoop gehad.''

Rigoberta Menchú heeft onder dat systeem een hoge prijs moeten betalen. Haar broer werd in 1979 door soldaten levend verbrand. Haar vader kwam om bij een protestactie tegen militaire wreedheden, toen de politie het gebouw waarin de demonstranten zich hadden verschanst bestormde. Haar moeder werd door de veiligheidsdienst verkracht en vermoord. Over deze vreselijke ervaringen schreef Menchú het boek 'Ik Rigoberta Menchú' (1983). Het boek bracht haar roem en maakte haar tot een belangrijk pleitbezorgster voor de rechten van inheemse volken.

Ook al vinden sommigen de toekenning in het Columbus-jaar wat al te gemakkelijk, het is, hoe je het ook wendt of keert, een belangrijke erkenning van het onrecht wat de inheemse volken van de Amerika's 500 jaar lang is aangedaan.

Judith-an Verschuuren


Lakota Nieuws


LAKOTA TIMES
De Lakota Times is niet meer. Na 10 jaar is de naam van de krant veranderd in Indian Country Today - America's Indian Newspaper. Zoals al eerder aangekondigd is dit weekblad nu landelijk gaan verschijnen. Er is nog wel een katern, dat Lakota Times heet en nieuws uit Lakota-land geeft. In tien jaar heeft hoofdredacteur Tim Giago (een Oglala-Lakota) het blad opgebouwd van een klein krantje op het Pine Ridge-reservaat tot een nu landelijk in de hele Verenigde Staten verschijnend blad.

NELLIE RED OWL
Nellie Red Owl, één van de bekendste 'oudsten' op het Pine Ridge-reservaat, overleed op 21 september op 85-jarige leeftijd. Ze was zeer actief in Lakota-aangelegenheden: ze was b.v. lid van de American Indian Movement en nam in 1973 deel aan de Wounded Knee-bezetting. Ze deed mee in 'Dances with Wolves' en was ook lid van het bestuur van KILI-radio. Nellie Red Owl hoorde bij de steeds kleiner wordende groep Lakota's die zich het leven van vroeger herinnerden.

RECHTSZAAK
De Engelse popgroep 'The Cult' is aangeklaagd door een Lakota-familie, omdat er zonder hun toestemming gebruik is gemaakt van een foto van hun zoontje voor een cd-hoes, posters en t-shirts. Er wordt een schadevergoeding van 60 miljoen dollar gevraagd. De gewraakte foto toont de jongen in powwow-danskleding en is gemaakt op een powwow op het Pine Ridge-reservaat.

ZEOLIET
De Oglala Sioux-stam gaat verder met plannen voor mijnbouw op zeoliet in het Badlands-gebied. Zeoliet is een mineraal, dat o.a. gebruikt kan worden voor het opruimen van chemisch afval. De stam ziet hierin een mogelijkheid tot verbetering van de zeer slechte economische situatie op het reservaat. Plaatselijke bewoners zijn tegen vanwege verwachte schadelijke milieu-effecten.


Aktualiteiten


CONFERENTIE
In Moskou wordt eind 1993 een conferentie gepland over de rechten van inheemse volken. Uitgenodigd zullen worden staatshoofden en vertegenwoordigers van inheemse volken. Initiatiefnemer is de Russische regering. Ook Rusland kent (in Siberië) een groot aantal inheemse volken.

COLUMBUS-DAG
De grootste demonstratie die in de V.S. ter herdenking van de ontdekking door Columbus werd gehouden, vond plaats in San Francisco. 7000 mensen liepen mee in een mars om 500 jaar genocide en onderdrukking te herdenken. Een namaak-Columbus zou voet aan wal zetten, maar moest onverrichterzake terugkeren naar waar hij dan ook vandaan kwam omdat de 'Vredesmarine' de haven blokkeerde. Ook in Boston werd een rally gehouden met veel Indiaanse sprekers. In beide plaatsen werd aandacht gevraagd voor Leonard Peltier die al 16 jaar, volgens velen onschuldig, in de gevangenis zit.

NAVAJO
De Navajo-stam heeft plannen om haar naam te veranderen. De nieuwe naam zou 'Dineh' of 'Dineh Nation' gaan worden, de naam die de Navajo's zichzelf geven. De naam Navajo is hun gegeven door de Spanjaarden. Zoals veel namen waaronder wij Indiaanse volken kennen is dit vermoedelijk ook een scheldwoord.

LUMBEE
Voor 10 dollar Indiaan worden: de United Lumbee Tribe uit North Carolina verkoopt lidmaatschapskaarten en zegt duizenden leden te hebben. De 'stam' streeft naar erkenning door de federale Amerikaanse regering. Authentieke Indianen-stammen voelen zich zeer gedupeerd door dergelijke groepen.

NUCLEAIR AFVAL
Besmette grond van de atoomtesten in Nevada (land van de Western Shoshone-Indianen) blijkt te zijn gedumpt bij Point Hope, een Inupiat (Eskimo)-dorp in Alaska. Het radio-actieve materiaal is er ca. 30 jaar geleden begraven. In Point Hope waren al geruime tijd problemen, omdat er een abnormaal hoog aantal gevallen van kanker voorkwam.

SENATOR
Ben Nighthorse Campbell, een Northern Cheyenne, die in Colorado woont, is bij de verkiezingen in november gekozen tot senator. Nighthorse Campbell was tot voor kort het enige Indiaanse lid van het andere deel van het Amerikaanse Congres, het Huis van Afgevaardigden.

APACHES
De Mescalero Apaches overwegen een tijdelijke opslagplaats voor atoomafval op hun reservaat aan te leggen. Het Ministerie van Energie heeft 300.000 dollar beschikbaar gesteld voor een eerste studie. Traditionele Apaches, milieu-organisaties en ook ambtenaren van de staat Arizona maken zich ernstige zorgen over mogelijke milieu-problemen. 13 andere stammen in Arizona hebben ook geld voor een onderzoek aangevraagd.


Colofon

Redactie: Ingrid van Amelsfort (hoofdredactie) & Judith-an Verschuuren
Organisatie & produktie: Gerda Bolhuis
Layout/logo's: Ad Vermeulen
Bijdragen: Ingrid van Amelsfort, Gerda Bolhuis, Henk Brinks, Evert de Kruijf & Judith-an Verschuuren

ISSN 0926-2989