Wotanin Wowapi 12 - mei 1993


nieuwsbrief van de Lakota Stichting

nummer 12, mei 1993

Inhoudsopgave



Van de redactie


Na onze oproep in het vorige nummer is er ruim duizend gulden aan giften binnengekomen voor Camp Courage. Gezien dit feit hebben we besloten de actie door te laten lopen tot en met juni, wanneer enkele medewerkers van de Lakota Stichting afreizen naar South Dakota. We zullen het bedrag dan persoonlijk aan de leiding van het kindervakantiekamp kunnen overhandigen. Iedereen die al iets heeft overgemaakt of dat nog gaat doen: bedankt! (Het rekeningnummer is 735082.)
Over tot de orde van het kwartaal. Zoals gewoonlijk heeft de redactie weer haar best gedaan om een zo veelzijdig mogelijk nummer samen te stellen. Zuid-Amerika is vertegenwoordigd met een stukje over de Olmeken en een interview met Tarscila Rivera, de vertegenwoordigster van de organisatie Chirapaq uit Peru. Noord-Amerika laat zich evenmin onbetuigd. We gaan in op de pijp en het gebruik daarvan bij de prairie-Indianen. Ook kunt u iets lezen over Fenimore Cooper, de auteur van de beroemde roman ''The Last of the Mohicans''. Het boek is, zoals u weet, verfilmd en nog voordat bekend werd dat het werkstuk zelfs een Oscar waard was, toog het bestuur al onvervaard naar de bioscoop. Om de biceps van Daniel Day Lewis te bewonderen, dus verwacht niet teveel van de recensie. De middenpagina wordt geheel in beslag genomen door Indiaanse humor. Er staan zoveel leuke cartoons in de krant Indian Country Today (voorheen de Lakota Times), dat we het tijd vonden voor een kleine selectie uit het aanbod. Wie nu nog beweert dat Indianen geen gevoel voor humor hebben, kan deze nieuwsbrief oprollen en de desbetreffende persoon met een ferme mep van het tegendeel overtuigen!

Namens de redactie,

Ingrid van Amelsfort


Indiaans ABC


Mohikanen

Zoals u al elders hebt kunnen lezen waren wij niet weg van de film 'The Last of the Mohicans'. Voor de film was in het Nederlands 'de laatste der Mohicanen' allang een gevleugelde uitspraak voor alles wat dreigde te verdwijnen. Voor de film was er namelijk het boek 'The Last of the Mohicans' geschreven in 1826 door de Amerikaanse schrijver James Fenimore Cooper. Het is gemakkelijk om het boek af te doen als goedkoop sentimentalisme over 'the vanishing race' (het verdwijnende volk) en een tijdlang werden zowel het boek als de schrijver belachelijk gemaakt. Op het moment wordt het werk van Cooper op waarde geschat en wordt hij gezien als een sleutelfiguur in de Amerikaanse literatuur. Cooper kan de eerste echte Amerikaanse schrijver genoemd worden. De Verenigde Staten werden in 1776 wel politiek onafhankelijk, maar waren dat cultureel gezien absoluut niet. Er werd nog steeds geschreven vanuit de Europese visie en ervaring. Cooper was de eerste die gebruik maakte van Amerikaanse onderwerpen. Met name de Leather-Stocking series waar the Last of the Mohicans deel vanuit maakt en die verder bestaat uit The Pioneers, The Prairie, the Pathfinder en the Deerslayer, waren van grote invloed op de ontwikkeling van de Amerikaanse literatuur. Terugkerende thema's in de boeken waren de mythische frontier, en de wildernis die steeds meer plaats moet maken voor de oprukkende 'beschaving'.
De held uit de Leather-Stocking series is de blanke Natty Bumppo, ook genoemd Hawkeye, Leatherstocking en Deerslayer, een man van de wildernis die een grote afkeer heeft van de blanke samenleving. Hij is een echte held in de zin dat hij voor niemand bang is en in moreel opzicht altijd het juiste doet. Zijn vriend is de Indiaan Chingachgook, even rechtvaardig als Natty. Chingachgook is de noble savage, een populair beeld wat blanken hadden van Indianen in de 19e eeuw, tegengesteld aan het sentiment wat toen ook, en wijder verbreid, leefde: ''The only good Indian is a dead Indian''. Het oorspronkelijke verhaal werd in de filmversie nogal wat geweld aangedaan. Het verhaal speelt zich af in 1757 tijdens de Frans-Engelse oorlog. Cora en Alice Munro zijn op weg naar hun vader in Fort William. Ze worden begeleid door majoor Heyward, David Gamut en Magua, hun Indiaanse gids. Magua heeft snode plannen om de groep te verraden aan de Irokezen die destijds meevochten aan Franse zijde. Door tussenkomst van Natty, in dit boek Hawkeye, Chingachgook en zijn zoon Uncas, de laatste der Mohicanen, lukt dit in eerste instantie niet, maar als ze zich aan de Fransen moeten overgeven wordt Cora meegenomen door de Delawares, Alice en Uncas door de Hurons. De laatste twee weten te ontsnappen en Uncas wordt gevraagd het volgende opperhoofd van de Delaware te worden. Magua slaagt er echter in uiteindelijk zowel de twee vrouwen als Uncas te doden. Hawkeye wreekt hun dood door Magua te vermoorden.

Natchez

De Natchez, uitgestorven in de 18e eeuw, leefden als boeren in de Mississippi-delta in het Zuid-Oosten van de huidige V.S. Hoewel vaak van Noord-Amerikaanse Indianen gedacht wordt dat ze een democratische samenleving bezaten, was dit voor de Natchez bepaald niet het geval. De Natchez waren verdeeld is drie klassen, waarboven de koning, 'de Grote Zon' stond. De koning, die tegelijk de hoofdpriester was, bezat absolute macht. Als hij stierf moesten er mensenoffers worden gebracht om hem in de dood te vergezellen. Daaronder stonden de 'Zonnen', familieleden van de Grote Zon, die in speciale posities, zoals oorlogsopperhoofd, werden benoemd. Daaronder stonden de 'Edelen'. De laagste groep was het gewone volk, de 'Stinkers'.
De Natchez waren vermoedelijk afstammelingen van de Tempelbouwers, die door het hele Oosten van de Verenigde Staten hun sporen in de vorm van tempel- en grafheuvels hebben nagelaten. De Natchez werkten in eerste instantie samen met de Franse kolonisatoren, maar nadat de Fransen claims legden op Natchez-dorpen, kwamen ze in opstand. De Natchez werden verslagen, en een aantal mensen vluchtte naar de bevriende Chickasaws en Creeks. De Grote Zon en zijn familie werden als slaven verkocht naar Santo Domingo.

Olmeken

De moeder van alle grote beschavingen uit Meso-Amerika, de term waar Mexico en een deel van Midden-Amerika mee bedoeld wordt, is de Olmeekse cultuur. De Olmeken vonden het schrift en de kalender uit, waar alle na hen komende volken op voortborduurden, en waren ook de eersten die monumentale beelden vervaardigden en indrukwekkende steden bouwden. Van ongeveer 1300 tot 500 voor Chr. domineerden zij het gebied bij de Golfkust dat nu de Mexicaanse staat Veracruz is.
Er is niet veel bekend over de Olmeken. Waar ze vandaan kwamen, door welke oorzaken ze verdwenen en hoe ze de enorme beelden konden vervaardigen waar ze nu zo bekend om zijn, de wetenschappers tasten in het duister. Door dit gebrek aan kennis doen er allerlei wilde verhalen de ronde over de oorsprong van de Olmeekse cultuur. Sommige mensen menen Afrikaanse trekken te kunnen ontdekken in de enorme stenen hoofden, anderen denken nog steeds dat buitenaardse wezens de eigenlijke scheppers van deze monumentale kunstvormen zijn of dat de Indianen indertijd beïnvloed werden door bezoekers uit Egypte.
Ondanks de vele lacunes zijn er in de loop der jaren toch een paar dingen duidelijk geworden. De belangrijkste culturele centra waren San Lorenzo en La Venta. Deze steden bestonden uit grote tempelcomplexen met daarbij woningen voor de priesters en de ambachtslieden. Het bestaan van deze religieuze bolwerken duidt op een strakke organisatie van de maatschappij, want zonder een strikte controle van bovenaf hadden de heersers de bouw van de tempels nooit in goede banen hebben kunnen leiden. Vanuit dit kerngebied dreven de Olmeken handel met de hen omringende stammen. Ze ruilden aardewerk, jadefiguren, spiegels en mogelijk ook cacao voor leisteen, ijzerlegeringen en obsidiaan uit Guatemala en andere delen van het huidige Mexico.
De Olmeekse cultuur kende haar eerste bloeiperiode in San Lorenzo, waar een ceremonieel plein, aarden piramides, kunstmatige meren en een drainagepijp aangelegd werden. Rond 1150 voor Chr. ging het mis: een ander volk veroverde San Lorenzo. De bouwactiviteiten stopten abrupt en vele stenen beelden werden verwoest en begraven. Ook La Venta, een religieus centrum van iets jongere datum, kreeg te maken met aanvallen, maar hier wisten de Olmeken stand te houden. Zo'n honderd jaar later beleefde hun beschaving een tweede hoogtepunt. De Olmeken slaagden erin opnieuw een handelsnetwerk op te zetten. Ze vervaardigden talloze grote stenen sculpturen, beeldjes van jade, aardewerk en muurreliëfs en bouwden in La Venta een piramide van ruim 32 meter, die eeuwenlang de hoogste van Meso-Amerika zou blijven. Rond 475 voor Chr. werd La Venta verlaten en was het afgelopen met de Olmeken. De oorzaak van deze plotselinge neergang is onbekend.

Bron: Wolfgang Haberland, 'Buren en Voorgangers', uit: De Azteken, kunstschatten uit het Oude Mexico, (catalogus bij de gelijknamige tentoonstelling) Verlag Phillip von Zabern en Imschoot, Gent, 1987.

Pijp

De pijp is voor vele Indiaanse stammen het belangrijkste voorwerp in het leven geweest. Voor de Lakota is de pijp heilig net zo als de bijbel heilig is voor het Christendom. Een Lakota uitspraak over de pijp is: ''Deze pijp zijn wij zelf, de steel is onze ruggegraat, de kop is ons hoofd, de steen is ons bloed, rood als onze huid.''
Het roodsteen dat gebruikt wordt om een pijp te vervaardigen is afkomstig uit het Pipestone National Monument in Minnesota. Met enorme vaardigheid en materiaal dat ouder is dan het staal van de blanke man wordt de pijp uit één stuk roodsteen gemaakt. Het roodsteen wordt ook wel catliniet genoemd naar de bekende schilder George Catlin, die tijdens zijn trektocht door Amerika in de vorige eeuw de roodsteen-groeve bezocht.
De maker kerft vervolgens met steensplinters en lavaglas de omtrek van de pijp uit. Daarna werd er vorm aan de pijp gegeven en werd de pijp uitgeboord met behulp van steensplinters. Als het doorboren van de pijp is gelukt kan de maker dit controleren door het stof uit de pijp te blazen. Deze wolk stof is het bewijs dat de boringen op elkaar aansloten. De steel van de pijp wordt gemaakt van essenhout. Vermoedelijk werd de kern van het essenhout ook met steensplinters verwijderd. Later is bekend geworden dat de kern met verhitte ijzeren staafjes werd verwijderd.
Veel Lakota-mannen hadden hun eigen pijp. De traditie voor het gebruik van een pijp was, dat er eerst een pijp werd gerookt bij een ontmoeting, voordat er werd gesproken. Het rookritueel was dus van groot belang en betekende dat men in vriendschap bij elkaar was. Roken voor het genot kende de Lakota niet. Het roken van de pijp had altijd zijn functie. Een ander voorbeeld voor het gebruik van de pijp bij een ritueel was die bij een gebed, een zoeken naar een gift van bovennatuurlijke krachten, bij voorbeeld bij de ceremonie van het man worden en/of naam zoeken. Andere voorbeelden van pijprituelen zijn die bij een Yuwipi-ritueel of de Zonnedans.
Bij de pijp behoorde altijd een pijpzak, die meestal vervaardigd was van bizonhuid en was voorzien van kralenwerk. En natuurlijk niet te vergeten de tabak, bijvoorbeeld sweet-grass en de pijpestoker om de pijp schoon te maken.
Bij de Lakota's is er al generaties lang een 'heilige pijp' aanwezig. Deze heilige pijp wordt genoemd in het boek van Frank Fools Crow. Frank Fools Crow was een holy-man ofwel een priester die zelf een aantal keren de heilige pijp tijdens heilige ceremonies heeft gezien. Het is name lijk voor de 'gewone' Indiaan verboden om deze pijp te zien. Waarschijnlijk is dat dan de heilige kracht, die deze pijp waarborgt, verloren gaat. De pijp blijft daarom voor velen een mysterie.


Filmbespreking: Violen in het bos


Russell Means, bekend geworden als woordvoerder van de American Indian Movement, moet een hoop lol gehad hebben tijdens de opnames van ''The Last of the Mohicans''. Hij mag, begeleid door violerige muziekjes, met een groot geweer in zijn handen door het woud rennen, tegenstanders op gewelddadige wijze naar de eeuwige jachtvelden sturen en, staande op bergtoppen, dramatische teksten uitspreken in het licht van een gloedvolle zonsondergang. Prachtig. En het verdient ook nog lekker. Geen wonder dus dat Means in de Telegraaf van 22 januari 1992 spreekt van ''een revolutionaire film.''

Een revolutionaire film over Indianen? Dat kon de Lakota Stichting natuurlijk niet aan zich voorbij laten gaan. Wij doken onmiddellijk de bioscoop in om het spektakel met eigen ogen te zien, en liepen er na ruim twee uur volstrekt melig weer uit. Sorry, Russell, maar wij vonden het melodramatische kitsch!

Voor het gelijknamige boek van James Fenimore Cooper verwijzen we u naar het Indiaans ABC. Het verhaal van de film is hier en daar flink aangepast aan de smaak van de gemiddelde bioscoopganger. De grote schurk is nog steeds Magua, een verbitterde Huron wiens familie is uitgeroeid door de Engelse kolonel Munro. Hij ziet zijn kans schoon als hij Cora en Alice Munro, de dochters van de kolonel, naar fort William Henry moet gidsen waar hun vader de Franse troepen bevecht. Magua leidt de dames in een hinderlaag. Gelukkig worden de schone maagden net op tijd gered door de Mohicanen Chingachgook (Russell Means), zijn zoon Uncas (Eric Schweig) en zijn geadopteerde zoon Nathaniel (Daniel Day Lewis), alias Hawkeye, een verindiaanste blanke. Nadat Cora en Hawkeye elkaar eenmaal in de armen sluiten valt Last of the Mohicans definitief terug naar het niveau van een Bouquetromannetje. Cora en Alice blijven maar ontvoerd worden, waarna Hawkeye moet komen opdraven om hen te redden, en als Cora niet in gevangenschap verkeert dreigen de Engelsen Hawkeye wel op te hangen wegens verraad. Vreest niet, op het laatst zijn alle obstakels uit de weg geruimd en krijgen ze elkaar.

HISTORISCHE JUISTHEID
Op zich had de film interessant kunnen zijn vanwege de historische achtergronden. De Mohicanen, de Hurons en de persoon van Uncas hebben echt bestaan. Uncas leidde in 1636 een revolte tegen zijn schoonvader, Sassacus, die aan het hoofd stond van een gecombineerde Mohican-Pequot-stam. Sassacus vluchtte naar de Mohawks die hem en zijn dertig volgelingen doodden. Door deze overwinning kreeg Uncas de leiding over zijn eigen volk en konden de Mohicanen over de Pequot heersen. Een tijdlang konden ze zich handhaven in Connecticut en het gebied bij de Hudson-rivier, maar de kolonisten bleven oprukken en uiteindelijk viel de gemeenschap uit elkaar. In 1907 stierf de laatste Mohicaan die de oorspronkelijke taal nog kon spreken. Tegenwoordig leven er nog ongeveer 350 Mohicanen in Connecticut, en proberen ze de oude cultuur weer nieuw leven in te blazen. Ze zijn dus niet uitgestorven, zoals de titel van boek en film doen vermoeden.

UITERLIJKHEDEN
Helaas is regisseur Michael Mann er niet in geslaagd iets nuttigs te doen met de roman van Cooper of de historische achtergrond van het verhaal. The Last of the Mohicans concentreert zich vooral op uiterlijkheden. De kleding van de Indianen is authentiek uitgevoerd, er worden een paar zinnen in een Indiaanse taal gesproken, Hawkeye vertelt een sprookje over de Melkweg waarvan wij de echtheid niet konden controleren en ook de woningen van de stammen uit het Noord-Oosten zijn volgens de regels gebouwd.
Voor de rest hebben de Indianen weinig in te brengen. De Huron zijn een uniforme massa slechterikken die blanke maagden ontvoeren, een bekend beeld uit de doorsnee Western. Uncas en Chingachgook hebben nauwelijks tekst en hangen er maar een beetje bij. Alle aandacht gaat naar Hawkeye en Cora en de hindernissen die ze moeten overwinnen voordat ze eindelijk samen kunnen zijn. Dit alles gelardeerd met brandende forten, nevelige wouden, overdonderende berglandschappen, enorme veldslagen tussen Engelsen, Fransen en Indianen en veel, zeer veel violen.

Esthetisch gezien is The last of the Mohicans geslaagd te noemen. Het oog wordt constant gestreeld met mooie plaatjes. Inhoudelijk stelt de film echter niets voor. Het is een Hollywood romance waarbij de Indianen voornamelijk slecht zijn of dienen als exotisch decor.

Ingrid van Amelsfort


Ontwikkelingssamenwerking


In de afgelopen maanden verschenen twee adviezen aan de minister van Ontwikkelingssamenwerking, Jan Pronk, over de positie van inheemse volken in het Nederlandse beleid. Eén advies was afkomstig van de Nationale Adviesraad voor Ontwikkelingssamen werking, de andere van de Adviescommissie Mensenrechten. Directe aanleiding was het uitroepen van 1993 tot het Jaar van de Inheemse Volken door de Verenigde Naties.

Beide adviezen geven een kort historisch overzicht en een definitie van de ca. 500 inheemse volken, die met zo'n 300 miljoen mensen in de hele wereld omvatten. De bekendste zijn de Amerikaanse Indianen, maar er horen ook volken bij zoals de Australische Aborigines en de Pygmeeën in Afrika.

NATIONALE ADVIESRAAD ONTWIKKELINGSSAMENWERKING
Het advies van de Nationale Adviesraad Ontwikkelingssamenwerking ziet zes beleidsterreinen, waarop het te voeren beleid zich zou moeten richten, te weten:

  • voorlichting
  • ondersteuning
  • voorkeursbeleid t.a.v. inheemse volken
  • bevordering van zelfbestuur/autonomie
  • bevordering van de naleving van de mensenrechten
  • beïnvloeding van de internationale politieke agenda

Verder wordt ingegaan op de vraag welke functie inheemse volken vervullen in het proces van duurzame ontwikkeling. Als voorbeeld wordt genoemd het behouden van de bijzondere biologische kennis die inheemse volken vaak hebben over hun leefgebied. Verder geeft de Raad het advies het Jaar van de Inheemse Volken te gebruiken voor voorlichting over het onderwerp en hiervoor ook geld beschikbaar te stellen.

ADVIESCOMMISSIE MENSENRECHTEN
Het (veel uitgebreidere) advies van de Adviescommissie Mensenrechten gaat uitgebreid in op de definitie van 'inheemse volken' en de bestaande internationale wetgeving, die door inheemse volken gebruikt zou kunnen worden om hun problemen aan te kaarten. Een probleem hierbij is dat inheemse volken vaak door de staat waarin ze zich bevinden worden aangeduid als 'minderheden'. Inheemse volken vinden dat ze juist door het feit, dat zij zich van oudsher al in hun gebied bevinden, bijzondere rechten hebben. De commissie ziet in deze terminologie geen problemen, als de juridische procedure voor minderheden in het algemeen wel bruikbaar zijn.
Verder gaat dit advies in op het bestaan van de Werkgroep Inheemse Bevolkingen van de Verenigde Naties, die zich sinds 1982 bezighoudt met het opstellen van een Verklaring van de Rechten van Inheemse Volken, die volgend jaar af zou moeten zijn. De commissie dringt er op aan, dat de Werkgroep een mandaat voor langere duur krijgt.
Voor wat betreft de programma's in Latijns-Amerika, beveelt de commissie aan, dat er aandacht wordt besteed aan de gevolgen die het beleid op langere termijn voor inheemse volken heeft.

Deze adviezen worden verwerkt in het Nederlandse beleid in de vorm van een beleidsnota, die minister Pronk in april zal aanbieden aan de Tweede Kamer. Een grote stap naar de erkenning van de problematiek van de inheemse volken in de Nederlandse politiek.

Gerda Bolhuis

Adviescommissie Mensenrechten Buitenlands Beleid - Inheemse Volken - Advies nummer 16 - januari 1993
Nationale Raad voor Ontwikkelingssamenwerking - 'Indigenous People: A new Partnership - International Year 1993' - 26 januari 1993



Een sterke vrouw uit Peru


Net als bij de berichtgeving over Derde Wereld-landen komen Indianen vooral in het nieuws als het slecht gaat. Er ontstaat dan al snel een vertekend beeld: Indianen zijn slachtoffers, ze moeten geholpen worden, ze lijden honger en worden zowel door het leger als door de guerilla belaagd. Hoewel dat op zich juist is, vergeet men te snel dat de inheemse bevolking steeds zelfbewuster wordt en steeds vaker met succes de situatie naar haar hand weet te zetten. Tarscila Rivera, afgevaardigde van de Peruaanse organisatie Chirapaq (schittering van de sterren in het Quechua), is daar een voorbeeld van. ''Als je met zoveel repressie te maken krijgt,'' zei ze tijdens het interview, ''zijn er twee manieren waarop je kunt reageren. Of je wordt heel onderdanig en laat je onderdrukken, of je wordt heel sterk. Ik was als klein meisje al heel sterk.''

PLATTELAND
Tarscila Rivera groeide op in Ayacucho, een van de armste streken van Peru. De bewoners hebben nauwelijks toegang tot gezondheidszorg of onderwijs. ''Op het platteland zijn er geen mogelijkheden om naar school te gaan,'' aldus Tarscila. ''Net zoals veel andere mensen moest ik naar de stad trekken om iets te leren. Pas heel laat begon ik aan het secundaire onderwijs. Ik had daarvoor wel al twee jaar onderwijs gehad, maar ik ben een Indiaanse, ik spreek Quechua, terwijl alles daar in het Spaans ging. Toen ik examen deed was het net alsof ik niets had geleerd en daarom kon ik pas veel later verder.''
Dat ze, op negenjarige leeftijd, in Lima terecht kwam, was het gevolg van de dood van haar moeder. ''Toen mijn moeder stierf, huilde ik enorm. Nu moest mijn vader namelijk de beslissingen nemen, maar hij zag niet goed wat de problemen en de benodigdheden van zijn kinderen waren. Er is een vrouw nodig. Wij zeggen altijd: 'Zonder vrouw heb je geen gezin. De moeder is de spil, het hart van de familie.' Een lerares nam mij met zich mee om me te beschermen. Ik werkte in haar huis en leerde in mijn vrije tijd.
''Na mijn studie keerde ik terug naar mijn dorp, San Francisco de Pujas. Ik deed een poging om op de universiteit te komen, maar op het toelatingsexamen vroegen ze ook dingen over natuur- en scheikunde, waar ik niets van af wist. Dat mislukte dus. Maar ik wilde wel doorleren.''
Na een poosje bemachtigde ze een baan. ''Mijn eerste baan was bij het Instituto Nacional de Cultura (Nationaal Cultureel Instituut). Ik werkte daar als secretaresse. Om die baan te krijgen moest je eerst een test doen. Een blanke vrouw, de dochter van een arts, stond erop dat mijn test extra zwaar zou zijn omdat ze vond dat alle Indianen dom zijn, een stelletje wilden uit de bergen. Daarna kreeg ik te maken met een blanke cheffin. Men zegt dat Indianen vies zijn en vreselijk zweten, dus wilde zij constant dat ik mijn handen ging wassen. Je ziet, je krijgt te maken met een hoop minachting.''

INHEEMSE VOLKEN
In de jaren zeventig werd Peru bestuurd door een redelijk progressieve militaire junta, die meer aandacht begon te besteden aan de Indianen. Ook op het Instituto Nacional de Cultura werd die veranderende houding merkbaar. Tarscila kon cursussen gaan volgen, reisde naar Argentinië waar ze haar huidige partner ontmoette, en kon in de jaren tachtig als vrijwilligster gaan werken bij CORDINAR, een inheemse organisatie die in die tijd een internationaal congres van de grond wist te krijgen. Deze periode maakte een grote indruk op haar: ''Er kwamen allerlei inheemse volken uit de hele wereld naartoe. Zij voelden zich erg sterk, ze vochten voor hun land, hun cultuur. Hier in Peru weten de meeste Indianen niet eens dat er nog andere inheemse volken bestaan. CORDINAR had tallo ze contacten en werkte samen met veel andere organisaties. Na acht jaar hield CORDINAR op te functioneren. Niet door de regering, de regering bemoeide zich nergens mee, wij waren een organisatie in de marge, maar omdat de interne structuur niet goed was. Toen ik 38 jaar was viel de beweging dus uit elkaar. Samen met een aantal andere vrouwen richtten we toen Chirapaq op. Omdat Ayacucho een zeer arme streek is, waar veel geweld heerst, wilden we voor hen gaan werken.''

CHIRAPAQ
De organisatie houdt zich met verschillende dingen bezig. ''Het belangrijkste is om het zelfbewustzijn van de Indianen te vergro ten,'' vindt Tarscila. ''Om dat te bereiken heb je informatie nodig, kennis. Het is belangrijk om te kunnen lezen en schrijven in het Quechua. Dat is een voorwaarde voor de strijd. We werken binnen de gemeenschappen aan projecten om de eigen cultuur te laten herleven. Ook hebben we voedselprojecten. Door de kolonisatie zijn onze eigen gewassen namelijk in de verdrukking gekomen. Rijst en wit meel zou veel beter zijn dan het Indiaanse eten. Door die mentaliteit verarmde ons dieet en konden de kinderen zich niet goed ontwikkelen. Ze zeggen dat Indianen dom zijn. Wij zeggen dat een weldoorvoed Indiaans kind even slim is als een blank kind.
''Hetzelfde zie je met kleding. Wij moesten kleding van synthetische stoffen dragen, dat zou veel beter zijn. Maar er is een gebrek aan water in onze regio, dus de stof werd keihard doordat het niet vaak genoeg gewassen kon worden. Dat zijn dingen die we moeten veranderen. We moeten onze eigen kleding weer in ere herstellen.

STEDELIJKE ORGANISATIE
''Wij zijn een stedelijke organisatie. We moeten de jongeren, die naar de steden trekken en daar hun eigen cultuur verliezen, kennis en zelfbewustzijn bijbrengen. We dienen ook als tegenkracht. Vroeger bleven de vrouwen in de dorpen om te zorgen voor de akkers en de kinderen, en trokken alleen de mannen weg. Door het geweld in Peru moeten de vrouwen tegenwoordig ook vertrekken. Ze weten alles af van landbouw, maar in de steden schiet hun ervaring tekort. Ze komen in botsing met de Spaans georiënteerde cultuur en verliezen hun houvast. De mannen daarentegen zijn meestal al vaker in de stad geweest. Zij nemen de macho-mentaliteit over en hebben een sterkere positie. In die situatie kan Chirapaq de vrouwen helpen hun eigen identiteit te behouden.''
Maar, benadrukt ze meteen, Chirapaq wil niet alleen de vrouwen helpen, maar de hele gemeenschap. ''Je kunt de vrouwen niet scheiden van de gemeenschap, dan krijg je de grootste problemen. Zo geven sommige organisaties bijvoorbeeld anticonceptiemiddelen aan de vrouwen zonder dat ze de mannen erbij betrekken. Die denken dan meteen dat hun vrouw nu met alle mannen naar bed kan gaan en maken ruzie. Bovendien hebben de mannen het ook moeilijk. Ze krijgen problemen, gaan drinken en als ze thuiskomen mishandelen ze hun vrouw omdat ze moeilijk hun baas uit kunnen schelden. Ze lijken wel sterk omdat ze het machismo overnemen, maar eigenlijk hebben ze net zo goed hulp nodig.''

TOEKOMST
Het is duidelijk dat er nog veel gedaan moet worden. Toch ziet Tarscila de toekomst zonnig in: ''Door het geweld in Peru is het moeilijk om iets van de grond te krijgen en er is onvoldoende geld voor de culturele projecten. Maar voor onze politieke activiteiten weten we wel genoeg fondsen te werven en bij alles wat ik doe is mijn compañero een geweldige steun. Misschien duurt het lang, maar we komen er wel!''

Interview en vertaling: Ingrid van Amelsfort


Lakota Nieuws


ARMOEDE PINE RIDGE
Volgens de volkstelling van 1990 is Shannon County, dat een deel van het Pine Ridge-reservaat van de Lakota beslaat, nog steeds de armste county in de Verenigde Staten. Het gemiddelde inkomen per jaar ligt er op 3417 dollar per jaar. 63.1 % leeft onder het bestaansminimum en de werkloosheid bedraagt er 70 tot 80 %. In de top-tien staan twee andere reservaten in Zuid-Dakota, n.l. Cheyenne River en Rosebud. In totaal acht counties in Zuid-Dakota staan op de lijst van de armste counties. Allen zijn op of naast de negen Indianen-reservaten in de staat.

TREATY COUNCILS
Een voorstel tijdens de vergadering van de United Sioux Tribes Development Corporation om een Treaty Council Commission in te stellen voor zaken die alle Lakota betreffen, zoals de verdragen en vertegenwoordiging van de stam, heeft het niet gehaald. De zeven Lakota- stammen kennen bijna allemaal een eigen 'treaty council', die de Lakota zeggen te vertegenwoordigen op het gebied van vooral de verdragen. Eén Treaty Council met een landelijke woordvoerder zou volgens de indieners veel conflicten en verwarring verhinderen.

BLACK HILLS-GELD
De Lakota zijn bezorgd over geruchten dat de compensatie voor het verliezen van de Black Hills, een bedrag dat inmiddels aangegroeid is tot 344 miljoen dollar, overgebracht zal worden naar banken in Zuid-Dakota. Het geld is onder beheer van het BIA, het Bureau voor Indiaanse Zaken. De Lakota-stammen hebben ervoor gekozen het geld niet te aanvaarden, maar te proberen (delen van) de voor hen heilige Black Hills terug te krijgen. Ze zijn bang dat dit een volgende stap is om hen toch het geld te laten accepteren.

WOUNDED KNEE-PARK
Bij het Amerikaanse Congres is op 2 februari een wetsvoorstel ingediend om een nationaal park en monument van Wounded Knee te maken. Het voorstel werd o.a. ingediend door de Democratische senator Tom Daschle van Zuid-Dakota en de Indiaanse senator Ben Nighthorse Campbell. Men verwacht dat het voorstel in de loop van 1993 aangenomen zal worden.


Aktualiteiten


BINNENLANDSE ZAKEN
President Clinton heeft Bruce Babbitt, de voormalige gouverneur van Arizona benoemd tot Minister van Binnenlandse Zaken. Babbitt heeft laten weten zich zelf met Indiaanse Zaken bezig te gaan houden en dit niet over te willen laten aan de Assistant Secretary (staatssecretaris) for Indian Affairs. Babbitt heeft al aangekondigd een regelmatig consultatie-proces met de Indianen-stammen te willen opzetten.

ALASKA
In Alaska is onrust ontstaan over de uitleg van de Alaska Native Settlements-wet. Een advocaat van het Ministerie van Binnenlandse Zaken heeft vastgesteld dat de dorpen van de inheemse Indianen en Inuit in Alaska geen Indiaans land zijn voor de Amerikaanse wet. De wet uit 1971 regelde de landclaims in Alaska: men kreeg 44 miljoen acre land en een miljard dollar als compensatie. Het land werd beheerd in regionale corporaties, die sinds 1992 volledig eigendom van de inheemsen zijn. Op president Clinton wordt nu van Indiaanse zijde druk uitgeoefend dit advies ongeldig te verklaren.

DEER TRIBE
Harley 'Swift Deer' Reagan, 'medicijnman' en zijn eigen Indianen-stam, de 'Deer Tribe' zijn verhuisd van Californië naar Arizona. Reagan ondervond in Californië zware kritiek van Indianen, omdat hij misbruik maakt van Indiaanse spiritualiteit. Vooral de Cherokees zijn zeer verontwaardigd over zijn claim Cherokee te zijn en oude Cherokee-ceremoniën te uit te voeren, die volgens hen niet bestaan of totaal vervormd zijn en hiermee geld te verdienen. Ook in Arizona werd hij niet met bloemen ontvangen. De plaatselijke Indiaanse gemeenschap en de afdeling van de American Indian Movement organiseerden demonstraties bij de feestelijke opening van zijn 'Rainbow Power Center' in Scottsdale.


Colofon


Redactie: Ingrid van Amelsfort (hoofdredactie) & Judith-an Verschuuren
Organisatie & produktie: Gerda Bolhuis
Layout/logo's: Ad Vermeulen
Bijdragen: Ingrid van Amelsfort, Gerda Bolhuis, Evert de Kruijf & Judith-an Verschuuren

ISSN 0926-2989
Advertentietarieven op aanvraag