Wotanin Wowapi 15 - januari 1994

 


nieuwsbrief van de Lakota Stichting

nummer 15, januari 1994

Inhoudsopgave



Van de redactie


Het VN-jaar van de Inheemse Volken 1993 is ten einde gekomen. Een vraag die vaak op dit soort gebeurtenissen volgt, en die meestal op meewarige toon gesteld wordt aan mensen die zich inzetten voor ideële doelen, is het gevreesde: ''Maar wat voor resultaat heeft dat gehad?''
Het antwoord op die vraag is voor de mensen die haar stellen heel simpel. Het jaar voor inheemse volken heeft, over het algemeen, de ondergang van diverse culturen waarschijnlijk geen ogenblik vertraagd, laat staan stopgezet. Met daaraan gekoppeld de conclusie dat het allemaal een zinloze verspilling van tijd en geld is geweest. Tegelijkertijd is het antwoord echter ook heel ingewikkeld. Hoeveel mensen hebben dit jaar voor het eerst kennis gemaakt met de problematiek van inheemse volken? Hoeveel mensen wisten er al van, maar zijn er voor het eerst echt over gaan nadenken? En hebben de stap genomen er iets aan te gaan doen? Hoeveel inheemse volken zelf zijn gesterkt in hun verzet door de symbolische betekenis van het VN-jaar? Kortom, de kwaliteit van sommige veranderingen zou wel eens belangrijker kunnen zijn dan de kwantiteit. Veranderingen zijn soms pas later merkbaar, en nog veel meer ontwikkelingen hebben tijd nodig om tot wasdom te komen. Simpele antwoorden bestaan in dit geval niet.
De Lakota Stichting gaat in 1994 dan ook gewoon door met het steunen van inheemse volken, onder andere door het geven van informatie over hun situatie via onze nieuwsbrief. De Wotanin Wowapi zal daarbij gedurende een flink deel van 1994 in handen zijn van een andere hoofdredaktie. Ondergetekende vertrekt namelijk voor ruim vier maanden naar Santiago de Chile, Chili, voor reflectie en scriptieonderzoek, en het roer in Nederland zal worden overgenomen door het tweevrouwschap Gerda Bolhuis en Judith-an Verschuuren. Ik wens hen veel succes bij hun werkzaamheden. En bij het beantwoorden van de vraag: ''Goh, wat voor nut heeft dat nou?''
Tot ziens,

Namens de redactie

Ingrid van Amelsfort


Indiaans ABC


Uch
Het woord 'uch!' mag niet ontbreken in een Indiaans alfabet. 'Uch' vormt namelijk een essentieel onderdeel van het taalgebruik van de Indianen in strips, (slechte) romans en sommige films. De meeste Indiaanse volken die hun eigen identiteit hebben behouden, beschikken over een rijke taal die soms zo ingewikkeld in elkaar steekt, dat er een behoorlijke studie aan vooraf moet gaan voordat je het kent. In strips en romans bleef niets van die rijkdom over. De Indianen werden daarin meestal voorgesteld als de Ander, een primitieve, vreemde, exotische, gevaarlijke wilde. Hun rare taaltje vormde een afspiegeling van dit beeld: ''Uch! Wij blanke niet vertrouwen! Blanke spreekt met gespleten tong!'' 'Uch' is een multifunctioneel woord. Het kan gebruikt worden als uitroep in geval van schrik of verbazing. Soms dient 'uch' als een bevestiging van een eerder gedane uitspraak, of om een akkoord te bekrachtigen. In een aantal gevallen is de betekenis volstrekt onduidelijk. Het lijkt erop dat de auteur of de tekenaar 'uch' dan maar gewoon aan het begin van een zin heeft gezet om een exotisch sfeertje te creëeren. Het woord kent een aantal varianten, waarvan de meest bekende 'oef' en 'oech' zijn.

Vuurwater

Tot de grootste 'zegeningen', die de blanken meebrachten naar Noord-Amerika, behoort de alcohol, 'vuurwater' genoemd door de brandende, verwarmende werking ervan. In tegenstelling tot veel inheemse volken die al voor de komst van de blanken zelf akcoholische dranken brouwden, kenden de meeste Noord-Amerikaanse Indianen geen alcohol. Zij missen een enzym, dat helpt de alcohol in hun lichaam af te breken. Hierdoor reageren ze veel heftiger op alcohol-comsumptie.
Het Lakota-woord voor alcohol luidt 'mni wakan', zo genoemd vanwege de hallucinerende werking. De Lakota's geloofden in het begin, dat alcoholgebruik hen visioenen bracht.
Alcoholisme vormt één van de grootste problemen van de Indianen en zolang de oorzaken, zoals discriminatie, werkloosheid, armoede en een algemeen gevoel van hopeloosheid niet worden aangepakt, zal ook het drinken blijven bestaan.

Wounded Knee

Wounded Knee ligt op de landkaart gezien, ongeveer 25 km ten noordoosten van de plaats Pine Ridge in het Pine Ridge Indianenreservaat in de staat South Dakota in de Verenigde Staten van Amerika. In dit reservaat wonen en leven voor namelijk Lakota's, ook wel Sioux Indianen genoemd.
Het landschap is daar overal heuvelachtig en is uitgesleten met diepe geulen en voormalige kreken. Hier en daar staan op de bodem van de kreek- en geuldalen groepjes ceders en dennebomen, maar er is vooral gras, heel veel gras. Langs het golvend en wuivend gras dat in een perfecte harmonie is afgezet tegen de strakke blauwe lucht, brengt de meanderende weg je plotseling in de 'middle of nowhere' bij een herdenkingsbord met daarop de tekst 'Massacre of Wounded Knee'. Een vreemde confrontatie met de geschiedenis in zo'n harmonieuze omgeving.
Wounded Knee, of wel de 'Gekwetste Knie', bij de bewoners van het prairiegebied een plek waar de rivier gemakkelijk kon worden overgestoken. Wounded Knee heeft niet haar naam te danken aan het tragische moment in de geschiedenis van 29 december 1890, waarbij ongeveer 300 mannen, vrouwen en kinderen van de stam van het opperhoofd Big Foot op brute wijze door het Amerikaanse leger werden afgeslacht. Wounded Knee heeft haar naam ook niet te danken aan de 71-daagse bezetting van het herdenkingsmonument door in 1973 door militante Indianen, waarbij door het Amerikaanse regering wederom het leger werd ingezet. Wounded Knee dankt haar naam aan het feit, dat er in het verre verleden ooit een Indiaan op deze plek zijn knie heeft gekwetst. Deze gebeurtenis is toen voor de Indianen aanleiding geweest om deze plek te vernoemen naar dat voorval, zodat altijd voor iedereen duidelijk was welke plaats er werd bedoeld.
Tragisch is de samenloop van de geschiedenis, dat juist op deze historische plaats de Indiaanse droom voor alle Indianen van het Noord-Amerikaanse continent ten einde kwam op de gedenkwaardige dag van 29 december 1890. Op dat moment waren er in Noord-Amerika nog maar 250.000 Indianen in leven. Door de bezetting in 1973 is Wounded Knee het symbool geworden voor de Indiaanse natie om te werken aan het behoud van een eigen cultuur op eigen grond. Deze activiteiten zullen gaan leiden naar de opbloei van de Indiaanse natie. Voordat het echter zover is dat de Indiaan heeft wat hij zoekt, zullen er in de toekomst nog vele 'Wounded Knee's' volgen.


'Indiaanse' schrijvers?


De Indiaanse krant Indian Country Today/Lakota Times is onlangs gestart met een serie artikelen over het Indiaans gehalte van een aantal bekende 'Indiaanse' auteurs en activisten: ''Indian Writers, real or imagined? The good, the bad and the could be.'' De artikelen hebben veel stof doen opwaaien in Indianen-land en vooral de discussie over 'Wie is Indiaan' weer aangezwengeld. Zonder dat we een uitspraak doen over het waarheidsgehalte van de artikelen, willen we hier toch onze lezers deze informatie niet onthouden.

In het verleden is al vaker onthuld, dat allerlei zogenaamd Indiaanse schrijvers helemaal geen Indianen waren of in elk geval niet konden aantonen dat ze Indiaans waren. Bekende voorbeelden zijn Grey Owl, Buffalo Child Long Lance en recenter Jamake Highwater. Jamake Highwater figureert ook in de rij namen die nu genoemd worden.

DE LIJST
Van een aantal mensen die in de artikelen genoemd worden, wordt niet met zoveel woorden gezegd, maar wel duidelijk gesuggereerd dat ze eigenlijk oplichters zijn. Anderen lijken vermoedelijk wel van Indiaanse afkomst te zijn, maar zijn door de kronkels van de geschiedenis nooit als Indiaan geregistreerd.

Een greep uit de lijst:

Roxanne Dunbar Ortiz - auteur van boeken over o.a. Lakota en internationale aspecten van de Indiaanse zaak, treedt vaak op in Europa als inheems vertegenwoordigster, o.a. voor de International Indian Treaty Council bij de VN in Genève. Ze zou een Zuidelijke Cheyenne uit Oklahoma zijn. Volgens onderzoeker Jerry Reynolds is zij als Roxy Amanda Dunbar in Texas geboren en is ze niet bekend bij de Zuidelijke Cheyenne en Arapahoe.

Joseph Bruchac - dichter, Abenaki uit Vermont, een niet-federaal erkende stam. Zou slechts een Abenaki grootvader hebben.

Rennard Strickland - schrijver & jurist, hoofd van het Center for the Study of American Indian Law bij de Universiteit van Oklahoma. Zou Cherokee & Osage zijn, maar is bij geen van beide stammen geregistreerd.

Jimmie Durham - activist voor de American Indian Movement & International Indian Treaty Council in de zeventiger jaren (organiseerde o.a. de eerste conferentie over Indianen in Genève), tegenwoordig kunstenaar. Hij zou Cherokee zijn. Hij heeft onlangs naar aanleiding van de Indian Arts and Crafts Act (een wet uit 1990, die eist dat Indiaanse kunstenaars kunnen aantonen dat ze Indiaan zijn) verklaard dat hij geen Cherokee en geen Indiaan is, dit omdat hij onder de Amerikaanse wetgeving niet als zodanig staat ingeschreven. Hij is overigens ook niet bekend bij de Cherokee zelf.

Ward Churchill - activist voor de International Indian Council, publiceerde o.a. bij de Scandinavische steunorganisatie IWGIA. Zou Creek/Cherokee zijn. Wil dit niet bewijzen, want hij is een fel tegenstander van het stamraden-systeem en het registreren van Indianen.

Michael Dorris - Modoc, schreef een zeer goed ontvangen boek over Fetal Alcohol Syndrome bij Indianen. (Dit is een afwijking, waarop baby's van alcoholverslaafde moeders een grote kans maken.) Niet geregistreerd bij de Modoc, herinnert zich slechts vaag een Modoc grootvader.

REACTIES
De commentaren vanuit de hoek van de International Indian Treaty Council zijn zeer fel. Men ziet dit als de zoveelste aanval op hen, 'dirty tricks' naar de Indiaanse zaak toe.



Roxanne Dunbar Ortiz heeft naar aanleiding van de artikelen laten weten, dat ze nooit méér gezegd heeft, dan dat ze is opgegroeid binnen de grenzen van het oorspronkelijke verdragsgebied van de Zuidelijke Cheyenne en Arapahoe en dat anderen daaruit concludeerden dat ze hier dus lid van zou zijn.
Uit wat gematigder Indiaanse hoek wordt positief op de serie gereageerd. Zowel uit de hoek van de stamraden als door sommige traditionele leiders wordt de 'omtmaskering' van de zgn. ''wannabees'' toegejuicht. Men meent een zeker patroon te zien in het optreden van deze mensen, die zich als Indianen voordoen en daar stevig profijt van trekken. Kenmerken zijn volgens hen: een voorkeur voor volken als Cherokee (die sterk met blanken vermengd zijn) of de Metis uit Canada (een volk van halfbloed-Indianen, waar echter geen registratie van is) of een volk als de Modoc, dat enkele tientallen jaren geleden opgeheven is (terminatie). Hun 'Indiaanse roots' hebben ze vaak pas in de zeventiger jaren ontdekt. Bij het volk zelf kent niemand ze, ook de familienaam is vaak niet bekend. Geconfronteerd met deze beschuldigingen, zeggen ze tegen het systeem van registratie te zijn, dat is een Amerikaans koloniaal idee. Zij weten gewoon, dat ze Indiaan zijn.
Hun tegenstanders zeggen: ''There's no such thing as a generic Indian''.

Gerda Bolhuis


Boekrecensie: Een Lakota-vrouw


Deze zomer (1993) verscheen bij uitgeverij Contact het boek Een Lakota vrouw, het levensverhaal van Mary Crow Dog. Mary Crow Dog is de vrouw (inmiddels al weer gescheiden, Red.) van American Indian Movement spiritueel leider Leonard Crow Dog, die in de zeventiger jaren in de internationale schijnwerpers stond door zijn veroordeling na de bezetting van Wounded Knee.

GEEN BIOGRAFIE
Hoewel de titel anders doet vermoeden, is het boek niet echt een biografie, maar een beschrijving vanuit een heel persoonlijk gezichtspunt van de gebeurtenissen in Zuid-Dakota tussen de jaren 1972 en 1976, de jaren waarin o.a. de bezetting van Wounded Knee plaatsvond. Het boek geeft een uitstekend beeld van de sfeer en de omstandigheden in die tijd.
In de eerste veertig pagina's wordt Mary Crow Dog's jeugd op het Rosebud-reservaat van de Brulé-Sioux beschreven: de helaas bekende mix van opgroeien in een krot, met familie die aan de drank is en een strenge school die geen enkele rekening houdt met de Indiaanse achtergrond van de scholieren. Het is niet verwonderlijk dat ook Mary Crow Dog zich aansloot bij het legertje van half criminele, alcoholische jongeren. Uit deze jongeren kwamen in eerste instantie de aanhangers van de American Indian Movement voort, de radicale Indiaanse organisatie, die eind jaren zestig in de grote steden in het Midden-Westen, zoals Minneapolis, was ontstaan. De AIM zocht naar een achterban op de reservaten, voornamelijk bij de traditionele leiders. De Lakota medicijnman en peyote-priester Leonard Crow Dog was één van de mensen, die zich achter de AIM schaarde.

1972-1976
De volgende 180 pagina's zijn gewijd aan de burgeroorlog die in de zeventiger jaren op het Pine Ridge-reservaat in Zuid-Dakota woedde. De belangrijkste oorzaak van de problemen in die tijd was het systeem waarmee de Indianen-reservaten werden bestuurd. In 1934 trad de Indian Reorganization Act in werking, die de reservaten een bestuurssysteem gaf, dat gebaseerd was op het westerse, democratische systeem. Stemgerechtigde Indianen konden om de zoveel jaar een 'tribal council' of 'stamraad' kiezen, die dan het reservaat zou besturen. Helaas bleek dit voor de Indianen, die allen van oudsher hun eigen vorm van regeringen hadden, meestal slecht te werken. Vaak was deze regeling ook in strijd met de verdragen die de meeste stammen met de Amerikaanse regering hadden afgesloten. Daarbij kwam nog eens dat hele systeem onder strikt toezicht stond van de Amerikaanse regering, in dit geval het Bureau voor Indiaanse Zaken (BIA). Gevolg was dat vaak alleen Indianen die nut zagen in het Amerikaanse systeem hieraan meewerkten.

''Wat moeten we doen? Als je voor AIM bent, ben je een verrader. Als je voor Dickie Wilson bent, ben je een verdomde goon. Als je voor de regering bent, ben je helemaal geen Indiaan''.

Een oude man op het Pine Ridge-reservaat in de jaren '70.

Een Lakota-vrouw - blz. 105
In die tijd was op het Pine Ridge-reservaat van de Oglala-Sioux Dick Wilson voorzitter van de stamraad. Hij opereerde op een dictatoriale manier en hij had zelfs een eigen knokploeg, de GOONS (Guardians of the Oglala Nation). In deze gespannen situatie riepen bewoners van het Pine Ridge-reservaat de AIM te hulp. In Wounded Knee kwam het in 1973 tot een confrontatie, waarbij aan Indiaanse kant twee doden vielen. Mary Crow Dog beschrijft haar deelname aan de bezetting van Wounded Knee en hoe zij binnen de blokkade haar eerste kind kreeg.
Het boek gaat verder met de gebeurtenissen na Wounded Knee, o.a. het proces waarbij haar man Leonard werd veroordeeld en de acties die werden gevoerd om hem vrij te krijgen. Zijdelings wordt ook verwezen naar de zaak rond Leonard Peltier, een lid van de American Indian Movement, die is veroordeeld tot 2x levenslang voor het doodschieten van twee FBI-agenten op het Pine Ridge-reservaat in 1975. Crow Dog's woning werd door de FBI overvallen, omdat men vermoedde dat Peltier zich bij hen schuilhield, hetgeen echter niet het geval was.

NA 1976
De jaren na 1976 worden afgedaan in 2 1/2 bladzijde. Helaas wordt hier niet uit duidelijk dat er sindsdien veel veranderd is. De radicale pro-Amerikaanse stroming waaruit Dick Wilson voortkwam, heeft weinig invloed meer, evenals de AIM, die er uiteindelijk niet in geslaagd is een achterban op de reservaten te krijgen. Het is begrijpelijk dat de spannende gebeurtenissen in de jaren zeventig een bron zijn voor boeken en films, maar jammer is wel dat dit weer een fout beeld van de huidige situatie oproept. Het boek heeft daarom ook enige weerstand opgeroepen bij de Lakota zelf. Men is er niet blij mee, dat wéér de jaren zeventig, die men eigenlijk liever wil vergeten, worden opgerakeld en wel alleen vanuit één bepaalde invalshoek. Dit ging zelfs zover, dat één van onze medewerkers, die het boek in 1992 op het Pine Ridge-reservaat wilde kopen, werd toegevoegd: ''Koop dit boek nu niet, het is niet representatief voor de Lakota''.

VERFILMING
Ook de verfilming van het boek door media-magnaat Ted Turner (CNN) roept bij Lakota's dezelfde weerstanden op. Volgens het Lakota weekblad Indian Country Today/Lakota Times worden zelfs allerlei feiten fout weergegeven. Volgens hun onderzoek zijn er in de genoemde periode slechts tien mensen omgekomen in de burgeroorlog tussen Tribal Council en AIM, en niet de tientallen tot honderden waarvan de American Movement spreekt (250 in het boek). Gladys Bissonette, een vrouw die bij de bezetting aanwezig was en die in het filmscript geportretteerd wordt als een leidster van de bezetting, heeft b.v. tegen de krant gezegd, dat ze alleen maar als kok op het terrein was.

VERTAALFOUTEN
Het boek wordt helaas ontsierd door een heel stel vertaalfouten, waaruit duidelijk wordt dat de vertaalster weinig of niets wist van de achtergronden van het thema. Enkele voorbeelden: de 'Tribal Chairman' oftewel stamraadvoorzitter, wordt commissaris voor Indiaanse Zaken genoemd. De kleine dorpjes op de reservaten, die vaak maar zo'n maximaal 1000 inwoners tellen, heten 'steden'. De term 'grandfather', die voor Indianen respect voor oudere mensen aanduidt, wordt vertaald met 'oude opa'! De stamnamen Crow en Apsaroke worden naast elkaar gebruikt, terwijl het om hetzelfde volk gaat.

Jammer is ook, dat noch mede-auteur Richard Erdoes, eigenlijk samensteller van het boek, noch de Nederlandse vertaalster er voor hebben gekozen een verklarende woordenlijst aan het boek toe te voegen. Er wordt b.v. in het boek diverse malen over de Zonnedans (een Lakota-ceremonie) gesproken, terwijl pas aan het eind van het boek ergens wordt uitgelegd wat de Zonnedans eigenlijk is.

Gerda Bolhuis

Mary Crow Dog & Richard Erdoes - Een Lakota vrouw, het levensverhaal van Mary Crow Dog - uitgeverij Contact - 1993 - ISBN 90-254-0158-9


Nederland en de Six Nations


Op 23 oktober jongstleden tijdens een symposium over het Verenigde Naties Jaar voor Inheemse Volken, vertelde één van de inleiders een anekdote over de eerste keer dat een Indiaans volk zich wendde tot de voorloper van V.N., de Volkenbond in Genève. Wat de anekdote interessant maakt was dat Nederland hier een rol in speelde.

VOORGESCHIEDENIS
In 1923 kondigde de Zwitserse pers de komst aan van Deskaheh, een Iroquois opperhoofd die wilde dat de Volkenbond de onafhankelijkheid van zijn volk erkende. Deskaheh was vertegenwoordiger van de Six Nations, die in een gebied van Canada woonden wat Big River werd genoemd. Hij arriveerde in Genève met een Irokees paspoort en een verzoekschrift getiteld: ''De roodhuid vraagt gerechtigheid.'' In het Europa van de jaren 20 maakte Deskaheh's verschijning en zijn welsprekendheid diepe indruk. Directe aanleiding voor Deskaheh's komst naar Genève was de toename van confrontaties tussen de Six Nations en de Canadese regering. Aangezien verschillende landen voor de vorming van Canada verdragen hadden afgesloten met de Six Nations meende Deskaheh dat zijn volk aanspraak kon maken op onafhankelijkheid. Al ver voor de komst van de Europeanen hadden Cayuga's, Onondaga's, Oneida's, Mohawks, Seneca's en later ook de Tuscarora's zich verenigd in de 'League of Six Nations'. Deskaheh verwees hiernaar als zijnde de eerste volkenbond.

GENÈVE IN DE JAREN 20



Canada was een jong land met een veelbelovende toekomst en zonder de historische ballast van Westeuropese landen. Het is niet verwonderlijk dat het in verlegenheid gebracht werd door Deskaheh die het land beschuldigde van schending van de verdragen met en de rechten van, de Six Nations. Deskaheh's verschijning was, om meerdere redenen, bijzonder; als woordvoerder van een bijna vergeten volk, van een onbekende regering wist hij de aandacht van de internationale wereld te vestigen op de specifieke situatie van de Six Nations in Big River. Zijn verzoekschrift ''De Roodhuid vraagt gerechtigheid'' is een algemene uiteenzetting van de Indiaanse zaak.

DE ROL VAN NEDERLAND
Deskaheh ging niet onvoorbereid naar Genève, maar legde eerst contacten in de diplomatieke wereld.
Eind 1922 bezocht hij de Nederlandse ambassadeur in Washington en vroeg hem de Koningin een petitie te overhandigen. In de petitie beriep Deskaheh zich op de goede contacten tussen de Nederlanders en de Six Nations. De Nederlanders hadden al vrij vroeg, voor de Britten verdragen met de Six Nations gesloten. Die verdragen waren een bewijs dat de Six Nations een onafhankelijk land waren. De Nederlandse regering was onder de indruk van de brief. De toenmalige minister van Buitenlandse zaken, H.A. van Karnebeek, stuurde de petitie met zijn persoonlijke aanbeveling naar de Volkenbond. Ook al nam de Nederlandse regering geen officieel standpunt in, het initiatief was genoeg om een diplomatiek incident te veroorzaken tussen Canada en Nederland. In mei 1923 schreef Sir Joseph Pope uit naam van de Canadese minister van buitenlandse zaken dat de kwestie van de Six Nations een binnenlandse aangelegenheid was en dat Nederland geen recht had zich hiermee te bemoeien. De Canadese regering rekende er op dat de Volkenbond zou beseffen dat het geen internationale zaak was. Uiteindelijk werd de petitie wel verspreid onder de leden van de Volkenbond maar had weinig invloed. Nadat ook de Britse regering de rol van Nederland fel bekritiseerde met een officieel protest tegen de 'onrechtmatige inmenging van Nederland in de binnenlandse zaken van Canada', trok Nederland zich terug, en bemoeide zich niet meer met de zaak.

Volgende keer hoe het verder ging met Deskaheh's missie in Genève.

Judith-an Verschuuren


Stemmen van de Aarde


In het kader van het VN-jaar van de Inheemse Volken vond in november in Amsterdam de campagne Stemmen van de Aarde plaats, georganiseerd door het Nederlands Centrum voor Inheemse Volken (NCIV, voorheen Werkgroep Inheemse Volken). Onderdeel van deze campagne was een congres over het zelfbeschikkingsrecht van inheemse volken.

Een congres als dit is een trefpunt van twee werelden: een dominante, koloniserende enerzijds en een veroverde en geknechte anderzijds. De inheemse volken in hun totaliteit hebben deze eeuwen geleden begonnen en nog immer voortdurende etnocide weten te overleven en beleven nu wereldwijd een renaissance. Tegelijkertijd staan ze in de tot 'global village' geworden wereld meer dan ooit bloot aan ernstige bedreigingen. Het is onvermijdelijk dat tijdens zo'n treffen de diepliggende tegenstellingen zich, ondanks de goede intenties, manifesteren. Het gaat om verschillen in economische en politieke belangen, in wereldbeschouwing en ook in de taal die gesproken wordt. De misverstanden liggen overal op de loer. De uitdaging is die kloof te overbruggen, iets wat o.a. in workshops werd geprobeerd.

WORKSHOPS
De meer algemene workshops gingen over de verschillende fronten waarop de emancipatiestrijd bevochten moet worden: culturele, wetenschappelijke en intellectuele eigendomsrechten, economische rechten en het recht op zelfbeschikking. Daarnaast waren er workshops waar een aantal 'gevallen' gepresenteerd werden.
Daaruit bleek dat een gemeenschappelijke factor voor inheemse volken de noodlottige gevolgen van de invasies en de daarop volgende kolonisatie is, b.v. hun fysieke verdwijnen (ook nu nog), verlies van hun economische basis door o.m. grondroof, aantasting van hun natuurlijke milieu en verlies van tradities en cultureel erfgoed.
Er zijn gemeenschappelijke kenmerken op basis waarvan werkbare concepten ontwikkeld moeten worden voor hun overlevingsstrijd. Eerst en vooral de gebondenheid aan hun land, een meer harmonische relatie met de natuurlijke en sociale omgeving tegenover een gewelddadige op winst gerichte, de noodzaak tot een zekere aanpassing, mét behoud van eigen identiteit: een moeilijk compromis.
In de geschiedenis en actuele situatie van alle inheemse volken zijn deze aspecten steeds te herkennen, zij het met wisselende accenten. Ter illustratie wat punten uit de 'cases'.

Pech, Honduras

Lopez Catalan, antropoloog en zelf een Pech: ''We leven als volk in een problematische situatie, zijn met maar weinigen overgebleven, staan bloot aan rassendiscriminatie op alle niveaus en zijn zelfs nu ons leven nog niet zeker. We hebben geen land waar we zeker van zijn, het wordt geëxploiteerd door niet-Pech. Ons woud wordt vernietigd terwijl we zelf altijd in harmonie met de natuur geleefd hebben. De Hondurese regering heeft geen belangstelling voor onze cultuur, het is een vergeten cultuur die dreigt te verdwijnen. Er bestaat nog wel traditionele gezondheidszorg en we proberen die ook te bewaren, maar het moet stiekem omdat men zich schaamt voor de kruidendokters. In het onderwijs ging het met de eigen taal net zo, die werd illegaal onderwezen. Na jarenlang negeren van elk verzoek begint de regering nu iets van interesse te tonen.''
Een project van Canadese hulpverleners blijkt succesvol. Er is een vrouwenclub die zich aanvankelijk met gezondheidszorg bezighield, maar dat is uitgebreid naar zaken als tuinbouw en onderwijs. In de bosbouw is men bezig met een inventarisatie van de voor duurzaam gebruik geschikte houtsoorten.

Bushmen, Namibië

Het verhaal van Un an Angn!ao /'Un and Koce/Ui uit Namibië, voor het eerst op een dergelijke bijeenkomst, vereiste twee vertaalstappen, van hun typische tongklak-taal naar het Afrikaans en dan naar het Engels.
''Onze voorouders leerden ons niet verspillend te zijn en zo de omgeving veilig te stellen voor de toekomst. Ik hoop, dat dat zo blijft. Mijn vader nam me mee op z'n tochten en zei wat wel en wat niet te eten. Ik vertel het mijn zoon en hopelijk geeft hij het ook weer door.
Ons land is weggenomen door de regering ten behoeve van olieboringen en wij werden opgesloten in kralen. Nu de boorders vertrokken zijn, willen ze ons wel een klein stukje grond geven om op te leven.''

Aborigines, Australië

In Australië is men op dit vlak veel verder. Onlangs nam een Australische rechter de z.g. Mabo-beslissing. Dit houdt een zekere erkenning in van het historische recht van de Aborigines op hun grond (NB: Dit is inmiddels vastgelegd in een wet). De uitvoering van deze regel zal nog de nodige problemen met zich meebrengen, er zijn krachten werkzaam die dit ongedaan willen maken. Sociaal-economisch en politiek is er nog niet zoveel verbeterd en de statistieken omtrent hun achterstelling zijn huiveringwekkend, zei Michael Dodson, maar deze beslissing zal zeker invloed hebben op andere gebieden.
Doel is om op het zelfde niveau te komen als de blanke Australiërs. De aspiraties verschillen in diverse delen van Australië: van hoger onderwijs in Canberra tot stromend water of een eigen ziekenhuis elders.

AANBEVELINGEN
Al met al is kennisname van en begripsvorming omtrent de omstandigheden van deze volken in elk geval een nuttig effect van een congres als 'Stemmen van de Aarde'. Jammer is wel, dat de organisatoren kennelijk niet goed hadden doorgedacht over het doel en de status van het congres. Op de laatste middag raakte men in totale verwarring, omdat het publiek wijzigingen wilde aanbrengen op de door de organisatie voorgestelde aanbevelingen (waaronder één over het inmiddels door de Verenigde Naties aangenomen Decennium van de Inheemse Volken). Tevens werd het nut van het aannemen van aanbevelingen überhaupt in twijfel getrokken, om dat er al zoveel congressen zoveel aanbevelingen over dit onderwerp hadden gedaan. De organisatoren besloten uiteindelijk de volgende dag de teksten voor te leggen aan de door hun uitgenodigde inheemse vertegenwoordigers. Wat dit uiteindelijk heeft opgeleverd, is niet meer aan de deelnemers aan het congres meegedeeld.

Ad Vermeulen
Gerda Bolhuis

Over dit congres is later een congresbundel verschenen.


 

Lakota Nieuws


DAKOTA NATION
De Sisseton-Wahpeton stam, één van de oostelijke groepen van de Lakota/Dakota, heeft de beslissing genomen de naam Sioux te laten vallen. Ze willen voortaan bekend staan onder de naam Sisseton-Wahpeton Dakota Nation. De naam 'Sioux' is een Franse verbastering van een scheldwoord uit de Chippewa-taal, dat 'kleine slangen' betekent. De stam heeft een reservaat in het oosten van Zuid-Dakota.

NAVAJOGRIEP
Ook bij de Lakota is nu een slachtoffer gevallen van de Navajo-griep. Op het Fort Totten-reservaat in Noord-Dakota stierf een 14-jarige jongen, een lid van de Devil's Lake Sioux-stam. De Navajo-griep blijkt overigens niets met de Navajo van doen te hebben. De ziekte is min of meer toevallig is hun gebied voor het eerst opgedoken. De ziekte blijkt veroorzaakt te worden door een virus, dat afkomstig is van knaagdieren. De Navajo's zijn er zwaar door getroffen, niet in het minst, doordat de plaatselijke bevolking de ziekte wel met Indianen associeerde en dus de Indianen nog erger ging discrimineren dan ze toch al deden.
Overigens wordt in dit geval door de familie ontkend dat de dood van de jongen het gevolg zou zijn van dit virus. Zij denken, dat de dood van de jongen het gevolg is van de slechte behandeling bij het plaatselijke ziekenhuis van de Indian Health Service. De jongen zou met een longontsteking naar huis zijn gestuurd.

ZIEKENHUIS
De officiële opening van het nieuwe ziekenhuis op het Pine Ridge-reservaat is drie maanden uitgesteld omdat de telefoons nog niet waren aangelegd. Het districtskantoor van het Bureau voor Indiaanse Zaken in Aberdeen moest op de bouw van drie ziekenhuizen letten en 'vergat' toen het contract voor de aanleg van telefoons in Pine Ridge uit te besteden. Voor de opening was o.a. Hilary Rodham Clinton, de vrouw van de Amerikaanse president, uitgenodigd.
Overigens zal het ziekenhuis al wel zoveel mogelijk in gebruik worden genomen.


 

Aktualiteiten

OPSTAND IN MEXICO
Op Nieuwjaarsdag brak in Mexico een Indianen-opstand uit. In de zuidelijke staat Chiapas, aan de grens met Guatemala, grepen Maya-Indianen naar de wapens. De Indianen hadden zich georganiseerd onder de naam Zapatista Bevrijdingsfront. In het begin werd als motief voor de opstand de slechte behandeling van de Lacandones (een Maya-groep) gegeven. Later sprak men over de invoering van het NAFTA-vrijhandelsverdrag op 1 januari, dat enorme consequenties zou hebben voor de toch al doodarme Indiaanse boeren. Ook landroof, discriminatie en het ontbreken van zelfbeschikkingsrecht zouden meespelen.
De Mexicaanse regering heeft het leger ingezet tegen de opstandelingen. Er werd gebruikt gemaakt van zwaar materieel, zoals straaljagers die raketbeschietingen uitvoerden op Indiaanse dorpen. Volgens de autoriteiten zouden er zo'n 100 Indianen omgekomen zijn. De Indianen zelf en mensenrechtenorganisaties spreken van enkele honderden.

PASPOORT
Het paspoort van de Mohawks, waarop zij al zo'n zestien jaar toegang tot Nederland kregen wordt niet meer erkend. Tot voor kort konden de Mohawks en leden van de andere Irokezenstammen op vertoon van hun paspoort én een visum, verstrekt door de Nederlandse ambassade, naar Nederland reizen. De Nederlandse ambassade in Ottawa (Canada) verstrekt sinds de komst van een nieuwe ambassadeur geen visa meer aan de Irokezen. Het kamerlid Verspaget (PvdA) heeft aan minister Kooymans van Buitenlandse Zaken vragen gesteld over deze kwestie.

ALASKA
De Indiaanse gemeenschappen in Alaska hebben een deel van hun Indiaanse status terug. In Wotanin Wowapi nr. 12 meldden we, dat een jurist van de Amerikaanse regering had vastgesteld, dat de grond van Indianen in Alaska geen Indiaans land was in de zin van de Amerikaanse federale wetten. De regering Clinton heeft nu een uitbreiding gemaakt van de lijst van federaal erkende stammen. Hierop staan nu 226 inheemse gemeenschappen in Alaska. Dit betekent o.a. dat men in aanmerking komt voor subsidieregelingen uit Washington. Ook kan men zelf bepalen, wie lid is van de stam, zelf verkiezingen organiseren, e.a.

NAVAJO DOOD
Navajo milieu-activist Leroy Jackson is dood gevonden in zijn auto in het noorden van Nieuw-Mexico. Jackson hield zich bezig met protesten tegen houtkap in Indianen-reservaten in het Zuidwesten van de Verenigde Staten.
Hij genoot plaatselijk bekendheid als beschermer van de Chuska Mountains en al haar bewoners, in het bijzonder de Mexicaanse gevlekte uil. Leroy Jackson was in conflict met een door de Navajo-stam geëxploiteerde houtzagerij.
De politie kreeg een tip over de locatie van de auto en vond hem dood in de auto met een deken over zijn hoofd. Doodsoorzaak zou een overdosis methadon zijn. De familie ontkent, dat Leroy Jackson drugs gebruikte en dringt op een nader onderzoek aan.

 

Colofon


Redactie: Ingrid van Amelsfort (hoofdredactie) & Judith-an Verschuuren
Organisatie & produktie: Gerda Bolhuis
Layout/logo's: Ad Vermeulen
Bijdragen: Ingrid van Amelsfort, Gerda Bolhuis, Natanja Davidsson, Evert de Kruijf, Ad Vermeulen & Judith-an Verschuuren

ISSN 0926-2989