Wotanin Wowapi 16 - mei 1994

 


nieuwsbrief van de Lakota Stichting

nummer 16, mei 1994

Inhoudsopgave



Van de redactie


Deze keer in Wotanin Wowapi een bespreking van weer een nieuwe Indianenfilm, deze keer over het bekende Apache-opperhoofd. Wij weten niet, wanneer de film in Nederland zal gaan uitkomen, maar onze correspondent in Santiago, Ingrid van Amelsfort, heeft de film daar al gezien en doet in dit nummer verslag. 'Geronimo' heeft het in Chili maar 10 dagen volgehouden, dus dat spreekt al weer boekdelen.
Daarnaast ook enkele artikelen over onze activiteiten, zoals een tentoonstelling en een zoektocht naar in Nederland gesneuvelde Indiaanse soldaten.

Wij wensen u veel plezier met het meinummer van Wotanin Wowapi.

Namens de redactie,

Gerda Bolhuis


Indiaans ABC


Xunktanka Wohitika

Xunktanka Wohitika is de naam van een Oglala Lakota man, waarvan de Engelse naam luidt 'Wild Horse' oftewel 'Wild Paard'.

Wild Horse behoorde net als Red Cloud, American Horse en Crazy Horse tot de Oglala Lakota stam. Gegevens over zijn leeftijd zijn niet bekend. Maar dat hij gedurende zijn leven de confrontatie met de blanken en het gedwongen reservaatsleven van nabij heeft meegemaakt is vrijwel zeker.
Aangenomen wordt dat hij een broer of neef was van het bekende opperhoofd Crazy Horse.

Van Wild Horse is een foto gemaakt op de indertijd gebruikte gevoelige plaat. De fotograaf was toen D.F. Barry. Barry heeft met name in de vorige eeuw vele Indiaanse mensen voor de eeuwigheid vastgelegd. Wanneer de foto van Wild Horse is genomen is niet gedateerd, maar gezien de achtergrond en de houding tijdens het fotograferen vertoont het veel overeenkomst met de foto's van Red Cloud en American Horse uit het jaar 1897.

Yanomami

De Yanomami zijn een Indiaans volk dat in een gebied leeft op de grens van Venezuela en Brazilië. Ze leven van jagen en verzamelen. Karakteristiek zijn hun dorpen die bestaan uit één groot kringvormig afdak, met een dichte achterkant en open voorkant, waarbinnen het dorpsleven zich afspeelt. Hun cultuur wordt vaak als 'primitief' en 'wreed' ervaren, doch dit heeft meer te maken met onbegrip dan met feiten.

Helaas ontkomen ook de Yanomami niet aan de oprukkende 'beschaving'. De tragiek van de Yanomami is dat zij bovenop één van de grootste tinvoorraden ter wereld leven, in een gebied dat ook nog rijk is aan goud en dat door militairen als strategisch wordt beschouwd. In 1991 werd hun gebied officieel tot reservaat verklaard, maar in de praktijk stelt dat niet veel voor. Er vinden regelmatig moordpartijen plaats, zoals nog onlangs in de kranten werd bericht. Vele Yanomami worden slachtoffer van de hen onbekende ziekten die de goudzoekers meebrengen. De regeringen van beide landen doen er weinig aan uit economische belangen, en ware het niet dat vele antropologen zich opwerpen voor het belang van dit volk, zou hun toekomst er wel heel slecht uitzien.

Zuñi Pueblo

Zuñi is één van de 19 pueblo's in New Mexico die langs de Rio Grande liggen, tussen Taos en Albuquerque. Pueblo Indianen hebben dezelfde geschiedenis en cultuur maar zien zichzelf niet als één volk, maar als een verzameling onafhankelijke groepen. Elke pueblo heeft een eigen regering en een eigen religieuze leider. Bovendien spreken ze niet allemaal dezelfde taal. Zuñi is de meest westelijke en grootste pueblo in New Mexico. In cultureel opzicht hebben de Zuñi meer gemeen met de Hopi dan met andere Rio Grande-dorpen. Tot de opvallendste overeenkomsten behoren de Kachina-dansen.
Het is onduidelijk waar de Pueblo Indianen oorspronkelijk vandaan kwamen maar in cultureel opzicht zijn ze de afstammelingen van de Anasazi, vertaald 'het oude volk' die onder andere rotswoningen in Mesa Verde achterlieten. Het is nog steeds onbekend waarom de complexe samenleving van de Anasazi in de 14e eeuw instortte. Klimaatsverandering, overpopulatie of verhongering worden genoemd als mogelijke oorzaken. Volgens het Zuñi geloof kan de waarheid over het verleden slechts gevonden worden in de oude scheppingsverhalen. Alhoewel het verhaal per pueblo verschilt is er een grote lijn, die vertelt over de reis van de voorouders door vier elkaar opvolgende onderwerelden en hun uit eindelijke verschijning in deze, de middelste wereld door een opening die Sipapu wordt genoemd. Gedurende de tijd dat de Spanjaarden heersten in de pueblo's van 1539 tot 1821, met enkele jaren van vrijheid daartussen, worden religieuze en culturele uitingen verboden. Kiva's worden 'overvallen' en maskers en andere heilige attributen worden kapot gemaakt.
Na 1821 komen de pueblo's in handen van Mexico die het op hun beurt in 1846 verliezen aan de Verenigde Staten. In 1539 waren er 85 pueblo's, vandaag de dag zijn daar nog 19 van over. Ondanks het feit dat hun cultuur onderdrukt is geweest door verschillende machten leeft de Zuñi cultuur nog steeds.


 

We honor these dead


Lakota veteranen uit de Tweede Wereldoorlog

Wie ooit een traditionele powwow van de Lakota of andere Indiaanse volken heeft meegemaakt, zal het zijn opgevallen dat bij het openingsdefilé; de veteranen een voorname plaats innemen. Ook in andere Indiaanse ceremonieën worden deze voormalige soldaten geëerd. Onder de veteranen bevinden zich ex-soldaten uit de oorlog in Vietnam, maar bijvoorbeeld ook mannen die in de Tweede Wereldoorlog in Europa tegen de Duitsers hebben gevochten.

MARKET GARDEN
In Nederland, waar op verschillende plaatsen jaarlijks de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog worden herdacht, is niet zo bekend dat zich onder de Amerikanen die zich hebben ingespannen om ons land en andere Europese landen van de bezetters te bevrijden, nogal wat 'native Americans' bevonden, onder wie een aantal Lakota's. Zo zijn bijvoorbeeld in de Operatie Market Garden, die in september 1944 werd uitgevoerd om een snelle bevrijding van Noord-Nederland te forceren en die uitliep op de desastreuze Slag om Arnhem, verschillende Indiaanse soldaten betrokken geweest. Sommigen keerden - al dan niet zwaar gewond - naar huis terug, maar velen zijn hier of in een van de ons omringende landen gesneuveld.

LIJST GESNEUVELDEN
De Lakota Stichting beschikt al enige tijd over een lijst met namen van Indianen die in oorlogen buiten hun eigen land gesneuveld zijn. Op die lijst staan drie namen van Lakota's die hier in de Tweede Wereldoorlog zouden zijn omgekomen: Aaron G. Bettelyoun, Jacob Herman Jr. en Leroy No Neck. Allen waren afkomstig uit het Pine Ridge Reservaat in Zuid Dakota. Het leek een goed idee uit te zoeken wat er in de oorlog met hen is gebeurd, te meer daar binnenkort de 50-jarige herdenking van Operatie Market Garden zal plaats vinden. We bezochten het Bevrijdingsmuseum in Groesbeek en het oorlogskerkhof in Margraten om meer aan de weet te komen. Het museum bracht ons bovendien in contact met iemand die veel heeft uitgezocht over soldaten die in de oorlog gevallen zijn, pastoor Thuring uit Bredeweg.

GROESBEEK
Leroy No Neck blijkt in Nederland niet als gesneuvelde bekend te zijn. Over hem konden we niets achterhalen. Over de twee anderen wel. Jacob Herman Jr., geboren op 5 september 1925 in Washabaugh, blijkt op 19 september 1944 gesneuveld te zijn bij het station van Nijmegen. Hij was soldaat in het 505de Parachutisten Infanterie Regiment van de 82ste Airborne Divisie en ligt, temidden van vele duizenden andere soldaten, begraven op het oorlogskerkhof van Margraten. Zijn naam staat gebeiteld in een van de herdenkingspanelen, de 'Roll of Honour', in het museum van Groesbeek. Aaron Bettelyoun, die door zijn medesoldaten Buck werd genoemd, was soldaat eerste klas in het 325ste Glider Infanterie Regiment van de 82ste Airborne Divisie. Hij is op 23 september bij Overasselt geland en op 1 oktober gesneuveld in het Kiekbergbos bij Mook. Zijn lichaam is aan vankelijk op 2 oktober in het naburige Molenhoek begraven, maar is enkele jaren na de oorlog op verzoek van zijn familie overgebracht naar de Verenigde Staten en herbegraven in Allen, Zuid-Dakota.

BERICHT LAKOTA TIMES
Omdat onbekend was waar de familie van de gesneuvelde soldaten verbleef, stuurden we een berichtje met de gevonden informatie naar de Lakota Times/Indian Country Today. De krant voegde zelf over Jacob Herman Jr. nog enige extra informatie toe en schreef dat hij de zoon was van een fameuze rodeo-clown. Het krantebericht zorgde aanvankelijk voor enige verwarring: omdat de naam van de Lakota Stichting verkeerd in de krant kwam, ontstond de indruk dat het om een bedrijf met zakelijke belangen ging. Dat vergde dus enige opheldering. Op het krantebericht is zowel door familieleden van Jacob Herman Jr. als van Aaron Bettelyoun gereageerd. Een zus van Jacob schreef dat haar ouders indertijd hadden besloten hun zoon in Nederland te laten waar hij was gesneuveld. Een zus van Aaron verzocht ons haar te vertellen wat we wisten over de omstandigheden van Aarons' dood. Dat hebben we intussen gedaan. Over de derde soldaat op de lijst, Leroy No Neck, hebben we niets meer vernomen. Het blijft onduidelijk wat er met hem is gebeurd.

Marian Cuisinier

Naschrift: in september 2005 hoorden we dat Leroy No Neck in Frankrijk gesneuveld is. 


Geronimo, een film over blanken



Je zou denken, dat de film 'Geronimo' van regisseur Walter Hill over deze legendarische Apacheleider zou gaan. De titel geeft daar alle aanleiding toe, evenals het promotiemateriaal: op de filmposters neemt Geronimo's portret bijna de gehele ruimte in beslag, terwijl onder hem in het klein zijn drie blanke tegenspelers zijn afgebeeld. (niet deze poster, red.)

NOBELE KRIJGERS
Eénmaal in de bioscoop blijkt echter dat het verhaal wordt verteld door Britton Davis (Matt Damon), een jonge onervaren militair die bij de 6e cavalerie wordt geplaatst. Zijn superieur is overste Charles Gatewood (Jason Patric), die al een hele tijd tegen de Apaches heeft gevochten. Hoe, wat, waar, waarom, of wanneer blijft duister, maar Gatewood weet veel van deze nobele krijgers en heeft een soort respectvolle vriendschap met Geronimo op weten te bouwen. Geronimo (Wes Studi) wil zich daarom alleen aan deze man overgeven. Zo komt de argeloze kijker patsboem in Geronimo's nadagen terecht. Geronimo geeft zich over. Britton Davis, Charles Gatewood en generaal Crook (Gene Hackman) zeggen diepzinnige dingen over het lot van de Indianen. Dan vlucht Geronimo de bergen weer in. Davis en Gatewood moeten hem opsporen en generaal Crook neemt ontslag.

TRAGISCHE ONDERGANG
Weer verschijnen er blanke militairen in beeld, die over de tragische ondergang van een duizend jaar oude cultuur filosoferen. Maar ja, er wordt hier een Natie opgebouwd, dus soms kan het niet anders. Geronimo vecht een verloren oorlog. Hij is door de geschiedenis ingehaald en kan de strijd maar beter opgeven. Dat doet hij. Geronimo legt opnieuw de wapens neer aan de voeten van Charles Gatewood. Exit Geronimo, einde van de film. Dit alles begeleid door pompeus-dramatische muziek om nog eens te onderstrepen dat het echt heel diepmenselijk en dramatisch is.

CLICHES
Wie geïnteresseerd is in Geronimo of de Apaches heeft weinig aan deze film. Sinds Dances with Wolves is het gebruikelijk om enkele Indiaanse acteurs in de arm te nemen, wat zinnen in een Indiaanse taal te laten horen en zo authentiek mogelijke kleding en gebruiksvoorwerpen te laten zien. Zo ook hier. Maar voor de rest komen de Indianen er bekaaid vanaf. Wes Studi moet constant tragisch kijken en zich op een nobele manier overgeven. Voor de rest dienen de Apaches als exotisch decor voor de vele dramatisch in de camera blikkende blanke militairen, die scene na scene volpraten over de Apaches en hun verloren oorlog. Ze blijven daarbij steken in de bekende clichés die veel blanke Amerikanen nu nog hanteren. Ja, het was een wrede oorlog, maar de Indianen hadden hun tijd gehad, en er waren ook wel een paar goede blanken die wel respect hadden voor deze heroïsche krijgers. Over Geronimo kom je weinig anders te weten dan dat hij tegen de soldaten begon te vechten omdat die zijn vrouw en kinderen vermoord hadden. O ja, en ook nog wel een beetje om zijn eigen land en cultuur te behouden. Je zou het haast vergeten, zeg.

GEMISTE KANS
Laat u dus niet misleiden door de filmposters en de titel. 'Geronimo' gaat niet over Geronimo, zelfs niet over de Apaches, maar over de blanken en hun omgang met de traumatische herinnering aan de bloedige Indianenoorlogen van de vorige eeuw. De film is daarmee de zoveelste gemiste kans om de Indianen nu eindelijk eens zelf aan het woord te laten.

Ingrid van Amelsfort


 

Expositie in gemeentehuis Soest


Van 2 maart tot 1 april 1994 heeft in de vitrinekasten van het gemeentehuis Soest een expositie over de Lakota plaatsgevonden.

In de vitrines werden allerlei voorwerpen getoond, die met de hedendaagse maar ook met de oude Lakota cultuur te maken hebben. Zoals kralenwerk op riemen en horloge bandjes, sieraden en van vogelbotjes gemaakte fluiten (voor de Zonnedans), foto's, kranten en de bekende T-shirts en baseball-petjes.
Naast de voorwerpen werd ook de aandacht geschonken aan de steunobjecten die door de Lakota Stichting financieel worden gesteund, zoals de SuAnn Big Crow Memorial Foundation, het Camp Courage-kinderkamp en het KILI-radiostation.

De expositie in het gemeentehuis Soest is een initiatief van de Lakota Stichting medewerker Evert de Kruijf, die als milieu-educatief medewerker werkzaam is bij de gemeente Soest.

De expositie heeft ruime aandacht gekregen in de lokale en regionale kranten als ook de regionale radio, wat resulteerde in een ruime belangstelling van mensen die een kijkje namen bij de vitrines.

De expositie heeft verder de bijzondere aandacht gekregen van Ursecia R. Ridao, de burgemeester van Kolambugan op de Filipijnen. Burgemeester Ridao was voor de duur van 3 weken in Nederland voor een stage bij de gemeente Soest.
Met name de foto's van de powwow trokken zijn bijzondere aandacht, omdat een powwow in zijn cultuur een zelfde familie-ontmoetingsfeest is als bij de Lakota Indianen.


De Six Nations en de Volkenbond


In de vorige Wotanin Wowapi kon u lezen hoe Deskaheh, vertegenwoordiger van Six Nations uit Big River, Canada, zich een toegang probeerde te verschaffen tot de internationale diplomatie. De rol die Nederland hierin speelde werd veroordeeld door de Canadese regering die het een onrechtmatige inmenging vond.

DE VIER VERDEDIGERS
Nederland, geschrokken van de internationale reacties trok haar handen van deze zaak en bemoeide zich er niet meer mee. Deskaheh richtte zich vervolgens tot de secretaris- generaal van de Volkenbond met het verzoek de geschillen tussen de Six Nations en Canada als vergaderpunt op de agenda te zetten. Deskaheh's vraag wordt afgewezen omdat volgens de regels alleen een land wat lid is een onderwerp tot bespreking kan aandragen. Teneinde dat te bereiken probeert Deskaheh contacten te leggen met vertegenwoordigers van andere landen. Vier landen zijn bereid op te gaan treden als verdedigers van Deskaheh's zaak: Estland, Ierland, Panama en Perzië. De vertegenwoordigers van deze vier landen schrijven een brief aan de voorzitter van de vergadering waarin wordt gevraagd aandacht te besteden aan Deskaheh's verzoekschrift. Bovendien wordt voorgesteld om het Internationale Hof van Justitie te laten oordelen over de geschillen tussen Canada en de Six Nations. De briefschrijvers krijgen nul op het rekest, de voorzitter beroept zich op procedures die gevolgd zouden moeten worden. Onder leiding van prins Arfa-ed-Dowleh, vertegenwoordiger van Perzië, wordt in een telegram gevraagd om het geschil te bespreken in de vergadering van 24 maart 1924. Op dit verzoek wordt het antwoord gegeven dat het alleen besproken kan worden als de regering van Perzië haar vertegenwoordiger hierin steunt. Deze eis was zeer ongewoon in diplomatieke kringen en was er kennelijk op gericht de zaak te vertragen.

DESKAHEH EN DE PERS
Ondertussen bleef de belangstelling voor Deskaheh als persoon. Sympathisanten zorgden ervoor dat hij in het nieuws bleef. Hij was bekend in heel Zwitserland en ontving veel adhesiebetuigingen van het Zwitserse volk. Alle stereotypen konden in kranteartikelen over Deskaheh opgevoerd worden. Een Ierse journalist beschreef hem als volgt:

''een mooie man, zwaar gebouwd, eenvoudig gekleed in sobere kleuren, lijkend op de kleding van welgestelde Canadese boeren met als uitzondering de schitterende moccasins... zijn voorhoofd getekend door de strenge uitdrukking, zijn vastberaden kin en zijn vierkante kaak zijn tekenend voor diegene die geboren is om te strijden, die zijn kracht kent en in haar gelooft'' en: ''zijn ogen stralen met enthousiasme en idealisme''.

DE IROQUOIS COMMISSIE
Naast de prins van Perzië wordt het Internationale Bureau voor de Verdediging van Inheemse Volken, het BIDI een vastberaden voorvechter van de Iroquois zaak. De voorzitter van deze organisatie, René Claparde zorgt voor een hergroepering van Deskaheh's sympathisanten. Op zijn aandrang wordt de Iroquois Commissie in het leven geroepen. Deze commissie, bestaande uit juristen en vooraanstaande geleerden, onderhoudt contacten met de plaatselijke autoriteiten, de Geneefse samenleving en functionarissen van de Volkenbond. De commissie slaagde erin de aandacht te vestigen op de Indiaanse zaak. Bovendien biedt zij Deskaheh de broodnodige steun op zowel juridisch als taalkundig gebied. De BIDI stuurt in september 1923 een resolutie, waarin de Six Nations worden gesteund, naar het secretariaat van de Volkenbond. Hierop wordt een officieel antwoord gegeven over de te volgen procedures.

HET ANTWOORD VAN CANADA
Canada ontkent de aanspraken op soevereiniteit die Deskaheh maakt. De Six Nations zijn geen staat in de zin van artikel 17 van het Volkenbondsverdrag en zou ook geen lid van de bond kunnen worden. De Six Nations worden beschreven als ingezetene van de Britse kroon, verblijvend in het Canadese gebied. Op 24 mei 1924 komt ook het antwoord van de Perzische regering: de Perzische vertegenwoordiger mag zich niet verder mengen in de zaak en dient de onderhandelingen stop te zetten. Ook de andere verdedigers van de Six Nations geven het op. De diplomatieke muur die Canada en Groot-Brittannië hebben opgetrokken is onneembaar.
Nu Deskaheh in de steek gelaten is door de vier landen verdubbelen andere groeperingen hun pogingen om het grote publiek te mobiliseren. De steunbetuigingen van burgers worden echter teniet gedaan door de groeiende onverschilligheid van de diplomaten. Wanneer Deskaheh en zijn advocaat een zaal huren in een laatste poging de zaak te promoten, is de zaal vol, zijn de mensen enthousiast, maar onder de aanwezigen is geen enkele internationale functionaris. Deskaheh weet dat zijn zaak verloren is. Hij schrijft: ''Mijn hart is gebroken en de onverschilligheid pijnigt mij''.
Deskaheh verlaat in het najaar van 1924 Genève, een gebroken man. De laatste maanden van zijn leven woont hij in de Verenigde Staten bij de Iroquois van New York. Hij sterft in juni 1925 aan een longontsteking. Ondanks de droevige afloop van Deskaheh's missie is er nog enige troost te vinden in het feit dat zijn verblijf niet onopgemerkt is gebleven en vergeten is. Zelf zei Deskaheh daarover in een interview in maart 1925: ''Het is een verhaal waar verslag van is gedaan in officiële documenten en jullie kinderen kunnen daarover lezen ook wanneer ik er niet meer zal zijn.''

Judith-an Verschuuren


 

Alcohol en de Indianen


Zoals in de vorige Wotanin Wowapi kort werd vermeld onder de V van Vuurwater vormt alcoholisme één van de grootste, zo niet het grootste probleem voor de Indiaanse bevolking van Noord-Amerika. Ook de Inuit (Eskimo's) hebben in gelijke mate hiermee te kampen.

Doordat alcoholconsumptie nauwelijks bestond voor de komst van de blanken, en zeker niet bij de prairie-stammen, reageerden dezen heel heftig op het gebruik van alcohol en dat is nog altijd het geval. Men kan dan ook stellen, dat niet alleen de geweren van de oprukkende blanken, het uitroeien van de bizons en de met pokken besmette dekens belangrijke wapens waren, maar dat ook de alcohol in grote mate heeft bijgedragen aan het bijna tenondergaan van de Indiaanse culturen. En dit laatste wapen oefent nog dagelijks zijn vernietigende werking uit. Heel wat Indiaans land is verloren gegaan doordat Indiaanse leiders dronken werden gevoerd en daarna in hun roes verdragen ondertekenden waarbij stamland in blanke handen viel. Toen de blanke verovering éénmaal een feit was en de Indianen in reservaten opgesloten zaten, bood de alcohol al snel soelaas in de wanhoop, waaraan veel Indianen ten prooi vielen. En hiermee begon de vicieuze cirkel van vervreemding van de eigen cultuur en gebrek aan middelen van bestaan door de onmogelijkheid de eigen leefwijze voort te zetten. Dit resulteerde in armoede, werkloosheid, het uiteenvallen van de sociale structuren, etc, etc. Drank bood een welkome vlucht uit deze hopeloosheid en door alcoholgebruik werden genoemde problemen alleen maar groter, wat meer drankgebruik tot gevolg had en zo is de cirkel rond.

PINE RIDGE
Dit artikel zal voornamelijk de situatie op het Pine Ridge-reservaat behandelen omdat de Lakota Stichting o.a. door de reizen er naar toe contacten met dit reservaat heeft. Hoewel de situatie op Pine Ridge wel heel schrijnend is, vormt alcoholisme overal een groot probleem voor de Indianen. Met name in de grote steden, maar ook in die reservaten waar het economisch wel wat beter gaat, wordt toch veel gedronk en vanwege de culturele en sociale ontwrichting. In de vorige eeuw bestond er een wet die alcoholverkoop aan Indianen verbood, nu echter is de verkoop vrijgelaten en verschillen de wetten inzake alcoholverkoop en consumptie per reservaat. In de meeste gevallen wordt het aan de lokale stamraden overgelaten, hoe dit probleem aan te pakken. In het geval van Pine Ridge is alcoholverkoop en bezit op het reservaat verboden en kunnen dronkaards worden opgepakt. In het buurreservaat Rosebud echter is dronkenschap wel verboden, maar alcoholbezit op zich weer niet. De wetten kunnen dus nogal verschillen.
Iedereen die Pine Ridge heeft bezocht tijdens de eerste dagen van de maand heeft kunnen zien dat het verbod op alcohol verkoop op het reservaat beslist geen effect heeft. Zodra de uitkering of het salaris binnen is, trekt men massaal naar de kleine stadjes buiten het reservaat en wordt de drank ingeslagen. Berucht is White Clay, even ten zuiden van het reservaat. Dit is het grootste distributiecentrum voor alcoholische dranken, waar volgens het boek 'Oglala Women' de Indianen van Pine Ridge 200.000 dollar per maand aan bier en wijn uitgeven. Dan zijn er de zgn. 'bootleggers', illegale stokers die altijd klandizie hebben. Wordt zo'n bootlegger opgepakt, krijgt hij meestal een boete, die echter met twee dagen goede zaken doen is afbetaald.
In deze dagen na de uitbetaling ligt het hele reservaat dus letterlijk plat en houden slechts weinigen zich verre van het massale drinken. Auto-ongelukken, vaak met dodelijke afloop, ten gevolge van dronken bestuurders, zelfmoorden, agressie en fysiek geweld binnen en buiten de families nemen dan ook enorm toe in deze periode. Zo ook de vele ongewenste zwangerschappen, vaak bij jonge meisjes die nog naar school gaan. Het is een bekend gegeven dat 100% van de mishandelingen, zowel van vrouwen, kinderen en mannen, in verband staat met alcohol.
Drankgebruik komt evenveel voor onder mannen als vrouwen, gerekend naar het aantal mannen en vrouwen, dat aan levercirrhose (vergroting) overlijdt. Een verder negatief effect van het uitgebreide alcoholisme is de uitwerking ervan op de kinderen. Niet alleen worden zij mishandeld, aan hun lot overgelaten of krijgen geen eten omdat het geld opgaat aan alcohol. Zij nemen ook de drankgewoonten van hun ouders over, met als gevolg vroegtijdige schoolverlating en het terechtkomen in dezelfde vicieuze cirkel als hun ouders. Veel baby's komen ter wereld met het zg. Foetaal Alcohol Syndroom en het is bekend dat kinderen van drinkende ouders vaak afwijkende types hersengolven ontwikkelen. Wetenschappers hebben onlangs ontdekt, dat 77% van de alcoholisten een bepaald gen bezitten dat alcoholmisbruik kan veroorzaken. In hoeverre dit het geval is onder de Indianen is nog niet nader onderzocht, maar het zou zeker invloed kunnen hebben.

HULPVERLENING
Wat wordt er nu aan dit immense probleem gedaan? Als eerste kan worden gesteld, dat zolang er niets aan de hoofdoorzaak van het drinken wordt gedaan, dit zal door gaan, hoeveel hulporganisaties er ook mee bezig zijn. Pas als de Indiaanse bevolking de mogelijkheid krijgt met behoud van eigen identiteit en cultuur een menswaardig bestaan op te bouwen, zoals zij dat zelf willen, is ook de oorzaak van het alcoholisme opgelost. Ondertussen zijn er tal van hulpverleningsinstanties bezig om het probleem aan te pakken. De door de overheid ingestelde instanties worden vaak door blanken geleid en lopen stuk op het verschil in denkwijze, achtergrond en cultuur. Er zijn echter steeds meer Indianen, vaak zelf ex-gebruikers die zich verenigen in hulpverleningsburo's en vaak zeer succesvol werk doen. We kunnen hier o.a. noemen de Northern Plains Native American Chemical Dependency Association, die in 1988 in Rapid City werd op gericht. Er werken nu meer dan 100 mensen, die een cultureel-holistische opleiding kregen en vanuit hun eigen Indiaanse identiteit met de mensen kunnen werken. Zij geven o.a. preventieve cursussen op de Indiaanse scholen, waaronder het Oglala Lakota College.
Een ander project vindt men in het Flathead-reservaat, het (U.S. Department of Labor) Kicking Horse Job Corps Center. Jongeren uit het hele land tussen 16 en 21 jaar leren hier een beroep om hen uit de cirkel van armoede en drankgebruik te houden. Er heersen strenge regels en enke len houden het niet vol, maar de meesten maken de opleiding af en kunnen een bestaan opbouwen. Er zijn nog talloze andere kleine en grote projecten, zoals diverse kinderkampen waar men probeert de jeugd hun gevoel voor eigenwaarde terug te geven, denk aan het Lakota kinderkamp in de Black Hills (Camp Courage) en het Flowering Tree-project, waar men probeert alleenstaande verslaafde moeders weer op het 'Goede Rode Pad' te brengen. Dit Goede Rode Pad bewandelen houdt in: terugkeer naar oude Indiaanse waarden, religie en cultuur en trots zijn op de Indiaanse identiteit. Steeds meer Indianen proberen met of zonder hulp deze weg te gaan en zodoende uit hun verslaving te komen. Wie de afgelopen jaren een Zonnedans heeft mogen bijwonen, heeft ongetwijfeld getuigenissen gehoord van dansers, die op deze weg terugkeerden.
Ook worden de bootleggers steeds meer door de reservaatsbevolking aangepakt. Er vinden op vele plaatsen z.g. Sobriety Walks (letterlijk 'nuchterheidsmarsen') plaats, vaak door vrouwen opgezet, om op het alcoholprobleem te wijzen.
Het radiostation KILI op Pine Ridge maakt in de dagen voor de maandelijkse 'pay-check' anti-alcohol-reclame, waarbij vooral op de desastreuze gevolgen voor de jeugd wordt gewezen. Gelukkig is er dus hoop, maar het is nog een lange moeilijke weg tot de uiteindelijke oplossing van dit probleem.

Natanja Davidsson


 

Lakota Nieuws


VERKIEZINGEN
De finale van de tweejaarlijkse verkiezingen op het Pine Ridge-reservaat gaan voor het voorzitterschap tussen de huidige stamraad-voorzitter John 'Yellowbird' Steele en Wilbur Between Lodges.
Voor vice-voorzitter zijn de kandidaten Mel Lone Hill (de huidige vice-voorzitter) en Sam Loud Hawk. De voorverkiezingen vonden plaats op 7 februari.

LITTLE BIG HORN
De Oglala Sioux-stam en de Fort Peck Assiniboine Sioux hebben protest aangetekend tegen een toerisme-project op het bekende slagveld van Little Big Horn. Hier versloegen de verzamelde Lakota-Sioux, Cheyenne en Arapaho generaal Custer's regiment en zijn Crow-verkenners. Het slagveld bevindt zich binnen de grenzen van het huidige Crow-reservaat in Montana. De Crow's zijn een voorstander van het project, een soort historisch thema-park. De verschillende Lakota-groepen eisen inspraak in de ontwikkeling van het park.

SWEATLODGE
In Vermillion (Zuid-Dakota) hebben enkele mannen een sweatlodge (zweethut) ceremonie verstoord. De mannen schreeuwden oorlogskreten en deden hun autolampen herhaalde maken uit en aan. De volgende morgen bleken de twee zweethutten te zijn vernield. Als reden voor hun daad gaven ze aan, dat ze dachten dat er duivelsaanbidderij werd bedreven tijdens de ceremonie. De plaatselijke Indiaanse bevolking hield meteen een demonstratie als protest tegen deze ontheiliging van hun godsdienst. De mannen zullen worden vervolgd.

MEDICIJNMAN
Eén van de laatste oude medicijnmannen van de Lakota, Pete Catches Sr. is op 2 december overleden.


 

Aktualiteiten


PASPOORT
De Mohawks mogen weer naar Nederland komen op hun eigen paspoort. Twee Mohawks, die in beroep waren gegaan bij de Raad van State tegen de afwijzing van hun visumaanvraag, zijn in het gelijk gesteld.
De Mohawk-leiders wilden Nederland bezoeken om orde te brengen in de zaken van hun voormalige vertegenwoordiger Richard LaFrance, die vorig jaar met de noorderzon vertrok met achterlating van een half miljoen aan schulden.

NUCLEAIR AFVAL
De Mescalero Apaches hebben als eerste een overeenkomst getekend om nucleair afval op hun reservaat in Nieuw-Mexico op te slaan. Dertien stammen toonden indertijd interesse in de plannen van de Amerikaanse overheid om het afval op hun land te dumpen. Op dit moment zijn er nog vier geïnteresseerden over. De Mescalero's ontvangen hiervoor financiële hulp op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg en milieu.

BEZUINIGINGEN
Ondanks de plannen van president Clinton en zijn vrouw Hilary voor verbetering van de Amerikaanse gezondheidszorg, wordt er bezuinigd op de gezondheidszorg voor Indianen. De Indian Health Service moet in 1995 247 miljoen inleveren, dit op een gevraagd budget van 1,8 miljard dollar. De bezuinigingen zijn op ziekenhuizen en klinieken en de bouw daarvan. Ook verwacht de IHS 1700 banen te moeten schrappen.

HOPI
Bij de Hopi is een nieuwe stamraadvoorzitter gekozen. Ferrell Secakaku, een zakenman, is tegelijkertijd priester in de Slangen Clan. Hij zegt als doel te hebben de Hopi-dorpen (die vergelijkbaar zijn met de vroegere Griekse stadsstaatjes) te willen verenigen. Tevens wil hij de deportatie van Navajo's vanaf Hopi-land voortzetten.

 

Colofon


Redactie: Judith-an Verschuuren & Gerda Bolhuis
Organisatie & produktie: Gerda Bolhuis
Layout/logo's: Ad Vermeulen
Bijdragen: Ingrid van Amelsfort, Gerda Bolhuis, Marian Cuisinier, Natanja Davidsson, Evert de Kruijf & Judith-an Verschuuren

ISSN 0926-2989