Wotanin Wowapi 17 - september 1994


nieuwsbrief van de Lakota Stichting

nummer 17, september 1994

Inhoudsopgave



Van de redactie


Een ietwat bijzonder nummer van de Wotanin Wowapi ligt hier voor u. Het is namelijk een soort jubileumnummer: in september 1994 bestond de Lakota Stichting vijf jaar! Tijd dus voor een extra feestelijke manifestatie in cultureel centrum De Kom in Nieuwegein, op zondag 23 oktober a.s. en een beknopte terugblik annex officiële geschiedschrijving van de Lakota Stichting in deze nieuwsbrief.

Om maar even met de deur in huis te vallen: de Lakota Stichting bestaat eigenlijk geen vijf, maar al zeven jaar. Alleen de naam was anders. We begonnen in 1987 als een naamloze werkgroep in Nieuwegein, met Gerda Bolhuis aan het hoofd. Gerda wilde slaapstad Nieuwegein eens even wakker schudden met een culturele manifestatie, om aandacht te vragen voor de situatie van de inheemse bevolking van Amerika. Met dat idee begon ze mensen te zoeken. Ze kreeg contact met Ad Vermeulen en Lily van der Wingen, plaatselijk actieve mensen die bereid waren om tijd en energie in dit initiatief te steken. Als vierde en laatste kwam ondergetekende erbij: ik stond handtekeningen te verzamelen voor de Lubicon Lake Cree in het Nieuwegeinse winkelcentrum toen een vreemde dame me aansprak en vroeg of ik mee wilde werken aan de manifestatie. Tsja, jong en onbezonnen liet ik me strikken. U ziet waar ik ben geëindigd.

De anonieme werkgroep moest een naam krijgen, anders zou onze p.r. altijd een ramp blijven. Met z'n allen verzonnen we tenslotte het prachtig klinkende KIMO - Kulturele Indianen Manifestatie Organisatie. Daarna gingen de ontwikkelingen snel. Onze niet-bestaande afdeling Fondswerving wist een subsidie los te peuteren, onze afdeling P.R. drukte folders en posters en wist de plaatselijke krant, de Molenkruier, over te halen tot een zeer melig verlopen foto-sessie + interview. De afdeling Vertier & Vermaak contracteerde muziekgroepen en mensen voor lezingen. De afdeling Personeelszaken wierf vrijwilligers en als klap op de vuurpijl lukte het om Freek de Jonge de opening te laten verrichten. Mede dank zij hem werd de manifestatie zo'n groot succes dat we besloten om door te gaan. We hadden iets opgebouwd, het was zonde om de boel daarna de boel te laten, en wie weet konden we uitgroeien tot een echte organisatie. In eerste instantie sloten we ons aan bij de Werkgroep Inheemse Volken in Amsterdam en veranderden onze naam zodoende in WIP-Nieuwegein. De samenwerking beviel echter niet zo. In september 1989 lieten we ons vervolgens als zelfstandige stichting inschrijven bij de Kamer van Koophandel. Om aan de eisen te voldoen beschikten we opeens over een Voorzitster (Gerda), een Eerste Secretaris (Ingrid) en een Penningmeester (Ad), terwijl in de praktijk iedereen gewoon deed wat er gedaan moest worden, of dat nu het officiële takenpakket behoorde of niet. Het bleef wat betreft een anarchistische bedoening. Gaandeweg kreeg de stichting vorm: we begonnen een nieuwsbrief uit te geven, merkten dat steeds meer mensen zich als vrijwilliger bij ons wilden aansluiten. We zetten, op initiatief van de Lakota en in samenwerking met een reisbureau een reizenproject op naar het Pine Ridge-reservaat in South Dakota.

Na dit feitelijke namen, data en geschiedenislesje kan ik me voorstellen dat mensen zich af gaan vragen hoe de stichting nou eigenlijk is. Hoe houden mensen het uit 5 á 7 jaar actief te zijn voor zo'n club? Hoe is de sfeer, wat gaat er om in het stichtingskantoor, wat is de mentaliteit van deze organisatie? Brandende vragen waar U wegens ruimtegebrek helaas slechts een beknopt en summier antwoord op zult krijgen. U moet gewoon eens langskomen.
Het belangrijkste om te weten is, dat de Lakota Stichting niet draait om de Indianen, maar om de koffie. Zonder koffie doen wij niets. Behalve onze lay-out man Ad Vermeulen zijn we allemaal pure koffie-verslaafden die geen letter op papier krijgen zonder dit bruine vocht. Of dit verband houdt met de koffie weet ik niet, maar verder stellen we ons graag op als zeer realistische mensen, die op een 'niet zeuren, aanpakken die handel-manier' iets concreets voor de inheemse gemeenschappen van Amerika willen doen. Wij zijn wat dat betreft keihard: New Age-aanhangers worden geweerd. Het is heel triest, maar in zulke gevallen wordt de betrokken persoon beleefd doch vastberaden weggestuurd. Iedereen is van harte welkom als vrijwilliger, maar bij het aannemen van vaste medewerkers moeten we helaas selectief zijn.

Tot slot bezitten we een fraaie vechtersmentaliteit. Iedere keer weer leveren we een zwaar gevecht om subsidies te krijgen voor o.a. de manifestaties. In het verleden vingen we vaak bot omdat we vooral gezien worden als een stichting die zich bezighoudt met de V.S. De V.S. en Canada zijn welvarende landen, daar steken de verschillende fondsen dus niet snel geld in. Sinds de gemeente Nieuwegein financiële middelen vrijmaakt i.v.m. haar Mondiaal Beleid is het gelukkig voor ons aanzienlijk makkelijker geworden om af en toe subsidie te krijgen. Over het algemeen moeten we het echter hebben van zelfverworven geldbronnen en bovenal van de belangeloze inzet van medewerkers en vrijwilligers. Zonder hen zou de Stichting nooit het niveau hebben kunnen bereiken waarop we ons nu bevinden!

U ziet dat onze p.r. na vijf jaar nog steeds een ramp is. Ik heb de stichting zojuist afgeschilderd als een anarchistische, aan koffie verslaafde bende met een bedenkelijk gevoel voor humor, die lopen te zuurpruimen over New Age. Ik persoonlijk heb het echter juist zo lang bij de stichting volgehouden vanwege bovenstaande opsomming. Er kan veel, zo niet bijna alles, we steken graag de hand in eigen boezem, het liefste op een grappige manier, proberen ons integer op te stellen en vast te houden aan de waarheid, en pakken ons werk aan in een goede, open sfeer. Echt, we zijn minder nors en gevaarlijk dan U op basis van dit artikel zou denken! Met deze mentaliteit, een incidentele subsidie en de hulp van talloze mensen kunnen we de komende vijf jaar vast en zeker met vertrouwen tegemoet zien. En dat is maar goed ook, want de positie van veel Noord- en Zuid-Amerikaanse Indianen is nog steeds, ondanks onze inspanningen, slecht. Blijf ons dus vooral steunen!

Met dank aan iedereen die ons ooit, op wat voor manier dan ook, geholpen heeft,

namens de Lakota Stichting,

Ingrid van Amelsfort


De Lakota-reservaten


Deel 1, Inleiding

Wotanin Wowapi begint begint vanaf dit nummer met een serie artikelen over de verschillende Lakota-reservaten in de Verenigde Staten en Canada. In dit eerste artikel een inleiding over het ontstaan van de reservaten in de 19e eeuw.

ONTDEKKING
De geschiedenis van alle reservaten begint natuurlijk bij de komst van de blanken, die Noord-Amerika 'ontdekken'. Hiermee werd immers de basis gelegd voor de ondergang van het vrije leven van de Indianen, wat uiteindelijk zou leiden tot de vorming van de huidige reservaten. Het zou tot ± 1850 duren voordat de Lakota de nadelige gevolgen begonnen te ondervinden van de blanke invasie. Tot die tijd verliepen de contacten tussen Lakota en blanken relatief vreedzaam. Basis was de pelshandel, opgezet door bedrijven uit St. Louis. Deze maakten gebruik van een reeds bestaand Indiaans handelsnetwerk. De eerste handelsposten op Lakota-territorium werden door de Lakota verwelkomd, aangezien ze daardoor werden voorzien van een reeks ruilwaren. Rond 1834 besloeg het gebied van de Lakota Noord- en Zuid-Dakota, naar het westen tot de Bighorn bergen en zuidwaarts tot de Platte rivier. In die tijd richtte William Sublette een handelspost op, gelegen bij de samenvloeiing van de Noord-Platte en de Laramie-rivier. Dit was vanouds een plaats waar de Indianen hadden gekampeerd en gehandeld. Deze post, later Fort Laramie genoemd, werd gedurende de komende 40 jaar een basis voor het economische en politieke leven van de Lakota.

FORT LARAMIE
In 1840 kocht de Amerikaanse regering Fort Laramie van de bonthandelsmaatschappijen en bracht er troepen naar toe. Twee jaar later sloot de V.S. er een aantal verdragen met de Indiaanse stammen van dit gebied. Hierin werd de omvang van Indiaans grondgebied vastgelegd. De Indiaanse naties beloofden vrije doortocht door hun gebied in ruil voor bepaalde betalingen aan de stammen.
Tegen de verdragen in vestigden zich echter steeds meer blanken op Indiaans grondgebied en ontstond er een reeks van illegale forten van de z.g. Bozeman Trail. De oorlog van Red Cloud tussen 1866-1868 was een antwoord hierop.

VERDRAG VAN 1868
In 1868 werd een tweede verdrag bij Fort Laramie gesloten. In dit verdrag werd de grondslag gelegd voor de huidige reservaten en het is heden ten dage de basis voor bijna alle conflicten tussen de Lakota en de Amerikanen. In dit verdrag besloeg het Indiaanse grondgebied de westelijke helft van Zuid-Dakota, genoemd het Grote Sioux-reservaat. Daarbij kwamen een stukje van Noord-Dakota, in het zuiden een gebied van Nebraska tot de Noord-Platte en in het westen een stuk van Wyoming tot de Powder rivier. Deze gebieden werd als 'niet-afgestaan Indiaans grondgebied' beschouwd. In het verdrag werd vastgelegd dat geen blanke zich hier mocht vestigen of verblijven. De forten langs de Bozeman Trail werden opgegeven. De V.S. beloofden de Indianen jaargelden, een agent als regeringsvertegenwoordiger, zorg voor onderwijs en bescherming van Indiaans land. Het belangrijkste artikel hield in dat niets in het verdrag mocht worden gewijzigd of land mocht worden afgestaan zonder toestemming en ondertekening van drievierde van alle volwassen mannelijke Indianen. De Lakota gaan er vandaag van uit dat geen van de territoriale veranderingen, inclusief de inbeslagname van de Black Hills in 1877, legaal zijn zolang niet aan genoemde voorwaarde is voldaan. Zelfs de advocaten van de V.S. hebben moeten erkennen dat zulks niet het geval is, en de strijd van de Lakota over teruggave van de Black Hills is hierop gebaseerd.

INVASIE
Klik op de kaart voor een vergroting Tussen 1868 en 1873 verbleven de meeste Lakota in het gebied rond Fort Laramie. De blanke invasie ging onverminderd door en de Indianen werden hierdoor steeds meer in het nauw gebracht. Dollars vervingen steeds meer de ruilhandel en de Indianen werden onder druk gezet door de Indianen-agenten, die onthouding van voedsel en andere voorraden als machtsmiddel gebruikten. De bizon verdween, jachtgronden werden overspoeld door kolonisten en in de Black Hills werd goud gevonden. Het leger en het ministerie van Indiaanse zaken dwongen de Oglala om zich rond Fort Robinson in Nebraska te verzamelen. Velen berustten hierin en begonnen in 1873 onder Red Cloud een nieuw leven, steeds meer gedomineerd door blanke invloeden en politiek. Een deel van de Lakota bleef echter op hun oude grondgebied rond de Black Hills wonen en probeerde daar hun vrijheid te bewaren. Toen in 1874 bekend werd dat er goud in de Black Hills was gevonden, probeerden de V.S. de Black Hills van de Lakota te kopen. De Indianen weigerden en het leger beval alle Indianen zich te melden bij hun agentschappen. Toen dit niet gebeurde besloten de V.S. het leger in te zetten, totaal in strijd met verdrag van 1868.

LITTLE BIG HORN
In 1876 behaalden de verenigde Lakota, Cheyenne en Arapaho een overwinning op generaal Custer bij de Little Big Horn. Desondanks waren een jaar later alle Lakota's toch bij Fort Robinson geconcentreerd en eindigde hun gewapende weerstand. In 1877 werden een aantal Lakota leiders door onthouding van voedselvoorraden gedwongen de Black Hills af te staan. Ondanks bedreiging met de hongerdood tekenden veel minder dan de benodigde drievierde van de volwassen Lakota dit 'verdrag'. Een aantal Indiaanse leiders kon de regering er echter van weerhouden om de Lakota te verhuizen naar de Missouri. Verder aan de Lakota opgedrongen 'verdragen' verdeelden de resten van het Grote Sioux-reservaat en legden het open voor blanke kolonisatie en mijnbouw. Rond 1878 lagen de grenzen van de huidige reservaten vast en kon worden begonnen met de verdere ondermijning van de Lakota cultuur.

Natanja Davidsson


Lakota/Sioux


Levensbeschouwelijke stromingen in katernen - door Henk Schut, Diana van Oort en Carola Onderdelinden

Schoolboeken worden normaal niet besproken in Wotanin Wowapi. Bij uitgeverij Damon is nu een katern uitgebracht waarvan wij U het bestaan niet willen onthouden. Het boek is bedoeld voor scholen waar levensbeschouwelijke vakken worden gegeven. Het is uitgegeven in A-4 formaat op glanzend papier. In acht hoofdstukken worden allerlei aspecten van het Lakota leven beschreven. Er staat wat geschiedenis in, maar ook veel over het huidige leven, met op name het Pine Ridge-reservaat. Elk hoofdstuk bestaat uit een aantal paragrafen. Na elke paragraaf volgen er een paar vragen over de tekst. De vragen nodigen de leerling uit tot reflectie over zijn eigen cultuur, omdat er veel wordt gevraagd naar overeenkomsten dan wel verschillen tussen Lakota- en eigen cultuur.
Als het hele boek wordt doorgewerkt - maar ik vraag me af of dat past in het toch al volle programma op scholen - is het een zeer grondige kennismaking met Lakota. Ik heb er veel dingen in gelezen die ik nog niet wist. De teksten zijn helder en niet te lang. Elk hoofdstuk is geïllustreerd met prachtige foto's van Diana van Oort. Naast de teksten wordt ook gebruik gemaakt van kranten, artikelen en interviews. Veel bekende namen kom je tegen in het boek, Birgil Kills Straight en Cecilia Fire Thunder vertellen bijvoorbeeld over Lakota gewoonten en geloof.

Judith-an Verschuuren

Lakota/Sioux - levensbeschouwelijke stromingen in katernen
ISBN 90-5573-091-2


Een jeugdmythe aan flarden


De donkere kant van ''Het kleine huis op de prairie''

Nieuwsgierig stak ik mijn hoofd door de deuropening en keek de smalle trap op naar boven. ''Mogen we naar boven'' vroeg ik. ''Nee'' zei de gids botweg. Toen Laura Ingalls Wilder dit huis, Surveyors House in Desmet, Zuid-Dakota, voor het eerst zag vond ze het een landhuis. Dit was het huis waar de familie Ingalls meer dan 100 jaar geleden een winter doorbracht. Ik keek rond in de zonnige witte woonkamer naar de verschillende voorwerpen die te maken hadden met de kinderboeken die Laura schreef over het kleine huis op de prairie: de viool van pa, het porseleinen beeldje van ma, gekoesterd op haar schoot tijdens de lange tocht over de prairie in een huifkar.
Het was augustus. We waren Zuid-Dakota doorgereden om dit gehucht te zien. Ik zou er van moeten genieten. Maar er klopte iets niet. Ergens was een leugen verborgen. Laura Ingalls was een van mijn beste jeugdvrienden. Maar onlangs hadden we ruzie en sindsdien vertrouwde ik haar niet meer. Ik vertrouwde eigenlijk niets meer in dit stadje, dat decor was voor ''Het kleine huis op de prairie''. Het probleem was een maand eerder ontstaan. Bij de voorbereiding van onze vakantie in Zuid-Dakota besloot ik ''De vier prairie jaren'', het laatste boek in de reeks, over Laura's eerste huwelijksjaren, te herlezen. Ik bevond me onmiddellijk in de wereld van de pioniers, de prairie, zo mooi als een groene oceaan; de schaarste van artikelen en de vrijgevige harten; de kleine hutten en schuren; zelfgebakken maisbrood; lange dagen van hard werken, het zingen om het werk te verlichten; de hevige stormen en prairievuren. Ik verbaasde me over alle dingen die op Laura afkwamen terwijl ik zelf worstelde in een studentenhuis met de wasmachine die op muntjes werkte. Toen mijn vriend Andy zag wat ik aan het lezen was zei hij: ''Je zou er niet zo van genieten als je met Denny McAuliffe praatte''. Ik wist dat Dennis McAuliffe, een collega van Andy bij de Washington Post, een boek aan het schrijven was over de moord op zijn Indiaanse grootmoeder door blanken om het land wat oliebronnen bevatte. Dat klonk onheilspellend. ''Ik wil het niet weten'' zei ik. Maar het was te laat. ''Wat heeft Dennis McAuliffe er mee te maken?'' vroeg ik na een minuut. Andy wist het niet precies meer. Hij wist dat McAuliffe van plan was een hoofdstuk te wijden aan Laura Ingalls Wilder en haar bijdrage aan het leed van Indianen.
Dit kon niet waar zijn. Niet Laura. Jaren geleden had ik aanvaard dat helden slechte dingen doen. Niet lang voor mijn reis naar Zuid-Dakota bezocht ik Monticello waar de gids insinueerde - maar niet uitsprak - dat vriendelijkheid de reden was dat Thomas Jefferson de meesten van zijn slaven niet vrijliet. Zij hadden geen vak, konden geen geld verdienen en waren als slaaf beter af. Ja hoor, wat een aardige man. Toch bewonder ik Jefferson als staatsman en naturalist, schrijver en uitvinder; ik bewonder zijn intelligentie en visie, de enorme bijdragen die hij leverde. Ik heb geaccepteerd dat hij tenminste één vreselijk immorele daad heeft verricht. Maar Laura was geen held. Mijn relatie met haar is altijd persoonlijk geweest. Toen ik opgroeide vroeg ik altijd boeken uit de Kleine Huis reeks voor mijn verjaardag en kerstmis. Ik vroeg er steeds eentje, er waren er tenslotte maar acht. Eén kerstdag heb ik de hele dag in een stoel genesteld ''Het kleine huis'' gelezen. Ik herlas ''Een huis voor Laura'' totdat de band brak en de bladzijden eruit vielen. Net zoals ik was Laura klein voor haar leeftijd, met lang bruin haar en bruine ogen waarvan ze wilde dat ze blauw waren. Laura kwam in moeilijkheden. Ze hield van handwerken en lezen. Ze aanbad haar hond Jack. Laura's spullen waren niet saai en kwamen niet uit een winkel. Het bed waarin ze sliep en de kleren die ze droeg waren gemaakt door pa en ma. Ze maakten zelfs hun eigen snoep. Ooit heb ik een plakkaat sneeuw van mijn oma's veranda geschept en er kokende pannekoeksiroop over gegooid in navolging van Laura's gesuikerd blad wat ze maakte bij haar grootouders in ''Het kleine huis in het grote bos''. Het was niet te eten.
Zelfs toen ik ''De vier prairie jaren'' als volwassene las voelde ik een sterke band. Toen Laura trots haar weinige bezittingen in het kleine huisje uitstalde, dacht ik eraan hoe ik had genoten van mijn eerste flatje. Laura was goed. Laura kon niet te maken hebben met wat er met de Indianen in het westen was gebeurd.
Toch bleef de vraag me achtervolgen. Wat had Laura gedaan? Ik dacht eraan Dennis McAuliffe te bellen om het uit te zoeken maar ik was bang dat het erger was dan ik me kon voorstellen. Ik probeerde ''De vier prairie jaren'' uit te lezen maar ik was nu achterdochtig. Ik legde het weg. Toen ik in Zuid-Dakota was heb ik zelfs overwogen niet naar Desmet te gaan, maar ik wist niet wanneer zich weer een kans zou voordoen. Desmet is een klein, onaanzienlijk stadje aan de andere kant van de staat van toeristische trekpleisters als Mount Rushmore. Toch trekt het een constante stroom bezoekers in de zomer. Mensen kunnen maar niet genoeg krijgen van Laura. Een dag later bezochten we het Pine Ridge-reservaat, in het armste deel van de Verenigde Staten. We zagen de vervallen huizen. De Amerikaanse regering deelde de Indianen het slechtste land toe, terwijl ze zelf vruchtbaar land behield voor blanke boeren. Hoe had Laura's landhongerige familie daartoe bijgedragen?
De vraag bleef me door het hoofd spoken. Tenslotte belde ik Dennis McAuliffe op. McAuliffe's boek gaat niet alleen maar over Laura. Maar een gedeelte is gewijd aan wat de familie deed in de jaren voordat ze naar Zuid-Dakota gingen, toen Laura klein was en de familie Ingalls voor het eerst over de prairie reisde in een huifkar.

Wordt vervolgd

Vertaald uit Indian Country Today, geschreven door Marie Joyce

De boeken van Laura Ingalls Wilder zijn in iedere openbare bibliotheek te leen. Enkele vertaalde titels zijn:
Het kleine huis op de prairie
Het kleine huis in het grote bos
De vier prairie jaren
Een huis voor Laura
Onderweg
Het huis aan het zilvermeer
De hoeve
Aan de rivier

Vertaling: Judith-an Verschuuren


Demonstratie tegen New Age


Bij de heilige berg Bear Butte in de Black Hills vond op 21 juni een demonstratie plaats tegen de activiteiten van New Age-volgelingen. Steeds meer spreken de Lakota en andere volken zich uit tegen het misbruiken van hun religie.

CEREMONIES
Bear Butte is een 1300 meter hoge berg aan de noord-oost kant van de Black Hills in Zuid-Dakota. De Lakota en andere prairie-stammen gebruikten de berg van oudsher voor ceremonies, zoals de vision-quest (visioenwake). De toenemende interesse van westerlingen heeft ook Bear Butte niet ongemoeid gelaten. Een deel van de berg behoort aan de Cheyenne en is niet toegankelijk. Het andere deel heeft de status van een South Dakota State Park en is openbaar, tot grote ergernis van traditionele Indianen, die tijdens hun ceremonies al jaren met onwetende toeristen geconfronteerd worden. Nu heeft ook de New Age-beweging zich meester gemaakt van de berg en voert er onduidelijke en zeker geen Indiaanse ceremonies uit.

Zo'n 200 mensen gingen op 21 juni (Midzomerdag) naar Bear Butte en maakten zo hun ergernis kenbaar. Er werd een serie eisen overgebracht aan de Park Service, met als hoofdthema: beperkte toegang tot Bear Butte, alleen voor Indianen, na toestemming van een religieuze leider van één van de stammen, die de berg gebruiken. Verder eiste men een verbod op het vragen van geld voor het betreden van het terrein.

ADELAARSVEREN
Ook in de laatste weken werd bezwaren gemaakt tegen de handel, die New Agers drijven in adelaarsveren. De adelaar is in de de Verenigde Staten een beschermd dier en bezit en verkoop van delen er van zijn strafbaar. Een uitzondering wordt gemaakt voor Indianen, die de veren voor religieuze doeleinden mogen gebruiken. Een woordvoerder van de Lakota noemde de handel in adelaarsveren op Pine Ridge deze zomer een soort 'Tupperwareparty'.

VERKLARING
Vorig jaar is door de gezamenlijke Lakota, Dakota en Nakota volken op een conferentie in Kyle een verklaring aangenomen die een soort 'oorlogsverklaring' inhoudt aan de New Age. De deelnemers spraken hun afkeer uit van het misbruik van hun godsdienst: b.v. de plastic medicijnmannen die veel geld voor onechte ceremonies vragen, de verkoop van de heilige pijpen en andere zaken. De Lakota riepen iedereen op deze uitwassen te bestrijden.

Gerda Bolhuis


Lakota Nieuws


CASINO
Op het Pine Ridge-reservaat is in juni een referendum gehouden over de komst van een casino. Met 1233 stemmen voor en 646 stemmen tegen werd het voorstel goedgekeurd. Inwoners van Pine Ridge hadden bezwaren gemaakt tegen het gokken, omdat er veel problemen om heen worden verwacht en weinig werkgelegenheid voor de Oglala Lakota van het reservaat. Het Prairie Wind Casino is gepland bij Oglala, een plaatsje aan de zuidwestkant van het reservaat. Men zal er poker en blackjack kunnen spelen en verder komen er videomachines.

CARTER
Oud-president Carter van de Verenigde Staten bracht onlangs een bezoek aan het Cheyenne River-reservaat. Carter's organisatie Jimmy Carter Work Project kiest elk jaar een project uit om te steunen. Dit jaar was gekozen voor een woning-project op dit Lakota-reservaat om hun steun aan Indianen te tonen. Met 1200 vrijwilligers werden in een week 30 huizen gebouwd. De oud-president werkte zelf mee aan het schilderen van de huizen.

VERKIEZINGEN
De tweejaarlijkse verkiezingen op het Pine Ridge-reservaat voor het voorzitterschap van de stamraad is gewonnen door Wilbur Between Lodges. Tot vice-voorzitter is gekozen Mel Lone Hill, ook de vorige vice-voorzitter. Een voorgenomen bezoek van Lone Hill aan Nederland aan Nederland deze zomer moest helaas op het laatste moment worden afgelast.

KILI-RADIO
KILI-radio op het Pine Ridge-reservaat is deze zomer enkele dagen uit de lucht geweest. De zendmast werd tijdens een onweersbui twee keer geraakt door een blikseminslag. De antenne moest naar beneden worden gehaald en gerepareerd. KILI heeft naast een bliksemafleider ook een Indiaans systeem om zich tegen onweer te beschermen: een adelaarsveer, die elk jaar door een medewerker boven in de mast wordt gehangen. Deze veer en die van vorige jaren bleken niet geraakt te zijn door de inslagen.

EEN WONDER?
Op een bizonranch in Wisconsin is een vrouwelijk wit bizonkalf geboren. Voor de Lakota's is dit gebeuren bijzonder symbolisch. In hun godsdienst wordt een centrale rol gespeeld door White Buffalo Calf Woman. Deze vrouw bracht hen in de gedaante van een wit bizonkalf de oorspronkelijke heilige pijp, die nu nog steeds op het Cheyenne River-reservaat wordt bewaard. De huidige bewaarder van deze pijp, Arvol Looking Horse heeft al een bezoek aan de farm gebracht. Ook andere Lakota's trekken massaal naar Wisconsin om het dier te zien en ceremonies te verrichten. De Lakota's zien deze geboorte als een teken van het uitkomen van de profetie dat in de zevende generatie (na het bijna verdwijnen van Indianen en bizons in de vorige eeuw) een spirituele renaissance zal gaan optreden.


Colofon


Redactie: Ingrid van Amelsfort & Judith-an Verschuuren
Organisatie & produktie: Gerda Bolhuis
Layout/logo's: Ad Vermeulen
Bijdragen: Ingrid van Amelsfort, Gerda Bolhuis, Natanja Davidsson & Judith-an Verschuuren

ISSN 0926-2989