Wotanin Wowapi 19 - april 1995

 


nieuwsbrief van de Lakota Stichting

nummer 19, april 1995

Inhoudsopgave



Van de redactie


Op 15 maart j.l wisten de Indianen weer eens de krant te halen. Om precies te zijn: de Mescalero Apaches in Nieuw Mexico. De Mescalero's besloten na een discussie hun reservaat uiteindelijk toch open te willen stellen voor de opslag van radio-actief afval. Uitgebreidere informatie vindt U hierover in de rubriek Korte Berichten.

De hele kwestie roept een aantal vragen op. Veel mensen zien Indianen bijvoorbeeld als hoeders van de natuur. In dit geval stonden de milieu-beweging en de Mescaleros echter lijnrecht tegenover elkaar.
Ook rond de Indiaanse casino's spelen dergelijke vragen. Wat is belangrijker: inkomsten en werkgelegenheid voor de stam of de risico's van gokverslaving en misdaad?
De kernvraag lijkt ons te zijn: wat als de Indianen gebruik maken van hun zelfbeschikkingsrecht, dat we hen allemaal van harte gunnen, gebruik maken om hun beslissingen te nemen die ons niet bevallen?

De redactie van Wotanin Wowapi gaat op onderzoek uit. In volgende nummers dus meer hierover!

Namens de redactie,

Ingrid van Amelsfort


 

Het Rosebud-reservaat

Het Rosebud-reservaat ligt direct naast het Pine Ridge-reservaat in het zuidwesten van Zuid-Dakota. Waar in Pine Ridge de Oglala's wonen, is Rosebud het tehuis van de Brulés. Doordat er onderling veel getrouwd wordt, identificeren zich de meesten niet meer met Brulé of Oglala, maar als Pine Ridge of Rosebud Lakota.

Tot 1977 omvatte het reservaat vijf counties. Een beslissing van het Hooggerechtshof had in 1977 als resultaat dat de officiële grenzen alleen nog Todd County behelsden, maar in de praktijk worden de overige vier counties ook als reservaat gerekend. Het totale grondgebied bedraagt 958.200 acres. Hier wonen ongeveer 8000 mensen. Het totale aantal bedraagt 22.000; veeel mensen zijn uit het reservaat weggetrokken naar de grote steden.

DISTRICTEN
De meeste Lakota wonen in één van de 22 districten waarin het reservaat is opgedeeld. Deze districten kwamen tot stand na de uiteindelijke bepaling van het totale grondgebied in 1868. Veel dorpen hebben nog dezelfde naam als bij de totstandkoming. De meeste districten ontstonden uit de kampen, bewoond door een groep aan elkaar verwante Lakota, de z.g. 'groot-families', in het Lakota 'tiyospaye' genoemd. Deze groepen vormden de basis van het sociale leven en doen dat in vele generaties nog steeds. Sommige dorpen worden ook nieuw gebouwd voor Lakota die niet bij een groep behoorden. Vaak ontstonden deze dorpen rond een christelijke kerk, waar veel Lakota's voedsel en onderdak vonden.
Aangezien de geschiedenis van de totstandkoming van Rosebud gelijk is aan die van Pine Ridge hoeft daar nu verder niets meer over vermeld worden. Ook de economische en sociale situatie van het Rosebud-reservaat is niet zo verschillend van die van Pine Ridge, dus weinig rooskleurig.

ONDERLINGE VERSCHILLEN

De naam Sioux kan aanleiding geven tot verwarring. Deze naam werd niet door de Lakota zelf gebruikt maar is hen gegeven door de Chippewa's en betekent letterlijk de 'mindere adders'. Dit om hen te onderscheiden van de meer bedreigende buren, de Irokezen, die de 'echte adders' werden genoemd. De Fransen verbasterden het voor hen onuitspreekbare woord 'Nadoweisiw-eg' tot Sioux. Lakota is een dialect van de Sioux-taal, evenals het Dakota en het Nakota. De Sioux van het Pine Ridge en het Rosebud-reservaat noemen zich de Lakota's en deze naam zullen we in het vervolg gebruiken.
Er zijn wel grote verschillen tussen de bevolking zelf, wat betreft levenswijze, variërend van zeer traditioneel tot bijna totaal aangepast aan de 'American Way of Life'. Als voorbeeld dienen twee dorpen, Antelope en Spring Creek, waar deze verschillen heel duidelijk naar voren komen. Antelope is een dorp, gebouwd in de jaren '60 als modern woonproject. Het leven hier lijkt veelal op het leven in ieder blank voorstadje. De meeste volwassenen werken. De kinderen profiteren van de nabije ligging van Todd County School. Deze school heeft de reputatie van kwalitatief het beste onderwijs op het reservaat. De bewoners van Antelope zijn het beste opgeleid in het reservaat. De meeste huizen hebben stromend water, elektriciteit en gas. Veel bewoners zijn van gemengd bloed en hebben een stabielere economische standaard dan de meeste andere reservaatsbewoners. Veel traditionele Lakota's kijken echter op hen neer. In veel families wordt geen Lakota meer gesproken, deels door huwelijken met blanken, deels doordat in tegenstelling tot meer traditioneel levende Lakota's de ouderen niet meer bij de kinderen wonen en juist zij taal en cultuur doorgaven aan jongere generaties. Deze situatie baart velen zorg. De kinderen moeten hun traditionele geschiedenis, taal en cultuur op school leren, hetgeen ze weinig affiniteit met hun eigen achtergrond geeft. Voor vertier zijn ze aangewezen op de weinige faciliteiten van het nabijgelegen stadje Mission. Door gebrek aan activiteiten verlaten velen vroeg hun school en gaan in het leger of vluchten in alcohol en drugs.

Spring Creek is daarentegen een nog zeer traditioneel levend dorp. De meeste volwassenen zijn thuis. De werkloosheid is hoog, niet alleen vanwege het gebrek aan werkgelegenheid maar ook vanwege de instelling van de mensen. De ouderen nemen actief deel aan de opvoeding van de jeugd, met als gevolg dat de Lakota taal en tradities automatisch onderdeel uitmaken van het dagelijks leven. De behuizing is vaak miserabel. Velen leven zonder stromend water en elektriciteit. Het voedsel bestaat grotendeels uit de rantsoenen, die de regering uitdeelt en is vitaminearm maar calorierijk waardoor vetzucht en diabetes veel voorkomen. Hoewel de traditionele waarden de jeugd met de paplepel worden ingegoten, is de situatie voor de jeugd niet beter dan die in Antelope. Weinigen zijn voorbereid op een leven buiten het reservaat. De meesten verlaten vroeg hun school en worden werkloos, het geen ook hier resulteert en drug- en alcoholgebruik.

PROBLEMEN
Dit verhaal over zo uiteenlopende levenswijzen dient ter illustratie dat beiden geen definitieve uitweg bieden uit de grote problemen waarmee de Lakota's te kampen hebben.
Een grote handicap in het bereiken van het betere levensstandaard is ook het politieke systeem. Dit systeem is gelijk aan dat op Pine Ridge en betekent dat er elke twee jaar verkiezingen zijn en er een nieuwe stamraad komt. Deze verwerpt vaak de plannen en al begonnen projecten van de vorige stamraad en daardoor ontstaat politieke instabiliteit en dit werkt ook economische stabiliteit tegen. De stamraad zetelt in Rosebud, de 'hoofdstad' van het reservaat. Hier bevinden zich ook het B.I.A. en het ziekenhuis en deze verschaffen een groot deel van de werkgelegenheid. Voorts bieden onderwijs, huis- en wegenbouw en verschillende sociale hulpprogramma's nog een mogelijkheid tot betaald werk. Veel Indianen verpachten hun land aan blanke veeboeren. De bemiddelende rol die het B.I.A. hierbij speelt is overigens zeer twijfelachtig en bron van veel conflicten. Zij die geen inkomsten hebben, zijn aangewezen op hulp- en voedselprogramma's, hetgeen psychisch vaak destructief werkt.

ONDERWIJS

De verhouding tussen Rosebud en Pine Ridge is overigens te vergelijken met die tussen Hollanders en Belgen. Over en weer worden moppen verteld en maakt men elkaar belachelijk. Een voorbeeld:

''Wist je dat Pine Ridge en Rosebud oorlog voeren met elkaar? O, ja? Rosebud gooide een granaat naar Pine Ridge. Pine Ridge trok de pen eruit en gooide 'm terug''.

Het onderwijs is de laatste jaren sterk verbeterd, d.w.z. dat nu ook overal Lakota taal en traditie worden onderwezen in plaats van uitgebannen. Het reservaat heeft sinds 1971 een eigen middelbare school, het Sinte Gleska College. Deze school staat geheel onder eigen beheer en biedt een breed scala aan vakken. De mogelijkheid om binnen het reservaat een middelbare school-opleiding te volgen heeft zeer positief gewerkt. Voor velen was het een onoverkomelijk bezwaar om huis en familie te verlaten om een hogere schoolopleiding buiten het reservaat te volgen, waar bovendien geen rekening werd gehouden met de Indiaanse cultuur werd gehouden.
Om de enorme problemen het hoofd te bieden zijn ook op Rosebud vele hulpprogramma's opgezet, deels in eigen beheer, deels met hulp van de regering. De terugkeer naar de 'Good Red Road' wordt vaak gepropageerd als middel om uit de misère te komen.

Natanja Davidsson


 

Lakota Oorlogsverklaring


Tijdens de Lakota Summit V, een internationale bijeenkomst van Amerikaanse en Canadese Lakota, Dakota en Nakota naties, hebben ongeveer 500 vertegenwoordigers van 40 verschillende stammen en groepen van de Lakota unaniem een 'Oorlogsverklaring tegen de uitbuiters van Lakota spiritualiteit' aangenomen. De Oorlogsverklaring is gericht tot 'diegenen die doorgaan met exploiteren, misbruiken en het verkeerd weergeven van de heilige tradities en spiritualiteit van het Lakota volk'. De verklaring stelt personen aan de kaak die betrokken zijn bij de New Age Beweging, sjamanisme, sekten, 'nieuwe heidenen' en de mannenbeweging, die niet te tolereren en obscene imitaties van heilige Lakota ceremonies bevorderen.

''Te lang hebben we geleden onder de onuitspreekbare belediging dat onze meest heilige Lakota ceremonies en spirituele gewoonten ontheiligd, bespot en misbruikt worden door niet-Indiaanse 'wannabees', oplichters en zelf benoemde New Age sjamanen en hun volgelingen'', zegt de Oorlogsverklaring. ''De absurde publieke opstelling van deze schandalige verzameling van pseudo-Indiaanse charlatans, wannabees, commerciële profiteurs en sektariërs vormen een belangrijke hindernis in de strijd van traditionele Lakota's voor voldoende publieke waardering van de legitieme politieke, juridische en spirituele noden van de echte Lakota's''.

Wilmer Mesteth, een traditionele spirituele leider en leraar Lakota cultuur op het Oglala Lakota College, vertelde de deelnemers aan de bijeenkomst dat hij wist dat heilige ceremonies nagedaan werden en zelfs werden verkocht, zowel door niet-Indianen als door Indianen. ''We moeten hier een eind aan maken'', zei Mesteth. ''Deze ceremonies zijn aan ons gegeven zodat de mensen één en sterk zouden blijven. Wij moesten deze ceremonies beschermen, zodat onze kinderen en hun kinderen een toekomst zouden hebben. Voor een lange tijd hebben we dit misbruik alleen maar aangezien en we zagen hoe het ons volk aantast. Nu is het tijd om een vuist te maken om ons volk en onze wijze van leven te verdedigen.''
Mesteth was, samen met Darrell Standing Elk en Phyllis Swift Hawk, één van de belangrijkste auteurs van de Oorlogsverklaring tegen het misbruik van Lakota spiritualiteit, die de Lakota aanspoort te voorkomen, ''dat onze eigen mensen meedoen aan het misbruik van onze heilige ceremonies door buitenstaanders en zekere personen onder ons eigen volk die onze spiritualiteit voor hun eigen zelfzuchtige doelen prostitueren, zonder aandacht voor het spirituele welbevinden van het volk als geheel''. De verklaring roept ook mensen op gelegenheden aan te wijzen waar heilige tradities worden misbruikt en te werken aan het stoppen van dit misbruik door demonstraties, boycots, publiciteit en direct ingrijpen. In aanwezigheid van veel andere spirituele leiders en ter ondersteuning van dit document, zei Wilmer Mesteth tegen de aanwezigen: ''Heilige tradities zoals onze pijpceremonie, visioenwakes, zweethutceremonies en de zonnedans zijn ons door de Schepper gegeven en hebben Indianen geholpen een holocaust van 500 jaar te doorstaan. Deze heilige tradities zijn kostbaar voor ons en we kunnen niet toestaan dat ze ontheiligd en misbruikt wordenë.

Eén plek, die de gramschap van Lakota spirituele leiders heeft veroorzaakt is de Bay Area in Californië, waar straatverkopers op Telegraph Avenue regelmatig drugsbenodigdheden verkopen, die gemaakt zijn van de heilige pijpsteen. New Agers uit de elite van San Francisco houden wekelijkse 'zweethutceremonies' met stenen die verhit zijn in een barbecue of in de haard in de huiskamer. Er wordt toegang gevraagd voor namaak zweethutceremonies, visioenwakes en puberteitsceremonies voor jonge meisjes die uitgevoerd worden door zelfbenoemde sjamanen. Vaak worden er Lakota liederen en gebeden gebruikt, evenals rituelen van andere stammen, en vermengd met niet-Indiaanse occulte praktijken. Veel medicijnmannen zeggen dat deze groepen een hutspot van gevaarlijke en beledigende imitatie ceremonies creëren, die de spirituele tradities van Lakota's en andere stammen misbruiken.

Om aan de vraag naar inheemse spirituele kennis te voldoen, bieden universiteiten en instituten in dit gebied cursussen aan, die zogenaamd ingaan op de details van visioenwakes, zonnedansen, sjamanisme en de 'Good Red Road of Life'. Terwijl de epidemie van exploitatie en onteigening van Indiaanse spiritualiteit zich verder verspreidt, ondernemen steeds meer inheemsen directe actie om de 'spirituele volkerenmoord' te stoppen, die begaan wordt door diegenen die Lakota ceremonies imiteren. John LaVelle, een Santee Dakota, die in de Bay Area woont, werd onlangs door een verkoper weggeduwd in een confrontatie over marihuana-pijpen van pijpsteen. De politie reageerde op de vechtpartij en er werd een aanklacht voor mishandeling te gen de verkoper uitgebracht. LaVelle's acties zijn een onderdeel van de activiteiten van het ''Center for the SPIRIT (Support and Protection of Indian Religions and Indian Traditions)'', een in San Francisco gevestigde Indianenorganisatie die als doel het stoppen van de exploitatie van Indiaanse spiritualiteit heeft. Het Center werkt daarnaast ook aan bewustwording over Indiaanse godsdienstvrijheid. Darrell Standing Elk, een Sicangu Lakota en sinds jaren traditioneel raadsman die de president van het Center is, zei dat de situatie in de Bay Area een punt bereikt heeft waar hij en andere Indianen vonden dat er iets aan gedaan moest worden. Het Center for the Spirit heeft er een gewoonte van gemaakt boeken, literatuur en cursussen van zelfbenoemde medicijnmannen te beoordelen, zoals dat van Lynn Andrews, een huisvrouw uit Beverley Hills, die sjamaan geworden is. Andrews heeft verschillende best-sellers geschreven over haar weg naar het worden van een 'medicijnvrouw', waarin ze begeleid werd door een Canadese Indiaanse oudste en geeft dure en zeer populaire cursussen over sjamanisme. Op de Whole Life Expo, een conferentie over het 'New Age gedachtengoed' hebben medewerkers van het Center en leden van de plaatselijke afdeling van de American Indian Movement geprobeerd haar te toe laten geven, dat waar ze over schreef fantasie was en geen Indiaanse spiritualiteit. Andrews zou dit voorstel overwegen, maar heeft nog niet officieel gereageerd aangezien ze over de filmrechten in onderhandeling is, volgens Patti Jo King, een publicist van het Center.
Standing Elk merkt op, dat het noodzakelijk is, dat supporters van Indianen zich bezighouden met de exploitatie van Indiaanse spiritualiteit. ''Wij lopen gevaar, dat onze heilige spirituele zaken van ons gestolen worden - de sleutel tot onze overleving'', zei hij. ''We moeten een gezamenlijk protest laten horen tegen diegenen die onze spirituele tradities stelen en tegen ze zeggen: Je krijgt ze niet, niet vandaag, niet morgen, NOOIT.''

Afkomstig uit: News from Indian Country - auteur: Valerie Taliman

Vertaling & bewerking: Gerda Bolhuis

De volledige tekst van de Oorlogsverklaring staat op de pagina New Age.


 

Chili


Vanuit Nederland gezien ligt Chili letterlijk aan de andere kant van de wereld. De algemene berichtgeving over dit Zuid-Amerikaanse land is schaars en over de inheemse bevolking is al helemaal weinig bekend. Lange tijd was het ook om een andere reden onmogelijk om een reëel beeld te krijgen van de Chileense Indianen. Toen de militairen in 1973 de macht grepen, was het meteen afgelopen met de democratie en de vrijheid van meningsuiting. De Indianen kwamen alleen nog in het nieuws als ze gebruikt konden worden voor propagandadoeleinden. Zodoende kreeg de buitenwereld foto's onder ogen van een glimlachende generaal Pinochet die land gaf aan al even breed glimlachende Indianen, en heette het dat de militaire regering de positie van de inheemse bevolking ingrijpend verbeterd had.

Ruim vijftien jaar wist generaal Pinochet aan de macht te blijven, maar uiteindelijk moest hij in 1989 plaats maken voor een burgerpresident, Aylwin. Tijdens zijn vierjarige regering, waarin de overgang van dictatuur naar meer democratie plaatsvond, veranderde er ook iets voor de Indianen. In 1990 stelde Aylwin een commissie in die een nieuwe wetgeving voor inheemse volken op moest stellen. De Indiaanse gemeenschappen hadden inspraak, maar konden alleen via de officiële kanalen hun mening geven. Critici zijn dan ook van mening dat de Indiaanse bijdrage daardoor is vertekend. Alleen regeringsgezinde groepen konden hun stem laten horen, alle andere stromingen werden buiten de beslissingen gehouden.
Desondanks ondertekende president Aylwin in 1992 de eerste uitgebreide Wet voor de Inheemse Volken die Chili kent. De wet erkent Indianen als een apart volk met een eigen cultuur. De vernietiging van hun cultuur wordt verworpen, evenals assimilatie, het opgaan in de Chileense bevolking waarbij de eigen identiteit verloren gaat. Om de Indiaanse gemeenschappen te beschermen voorziet de wet in tweetalig onderwijs. Ook worden de inheemse gemeenschappen eindelijk erkend als 'rechtspersoon'. Dit betekent, dat de Indianen voortaan juridisch recht van bestaan hebben, rechtszaken kunnen voeren en aanspraak kunnen maken op o.a. land.

LAND
Dit laatste is een belangrijk punt. Net zoals vele andere gemeenschappen zijn diverse Indiaanse volken in Chili al decennialang verwikkeld in een bittere strijd om hun land. Een goed voorbeeld is de zaak van de Pehuenches.
De Pehuenches wonen, net zo als de meer bekende Mapuche Indianen in het zuiden van Chili, in de regio Araucaria. De streek is zo ontoegankelijk en kent in de winter zo'n onbarmhartig klimaat dat de Spanjaarden het gebied links lieten liggen. Pas na de onafhankelijkheid van Chili na 1810 werden er pogingen ondernomen de regio te koloniseren. De Indianen verzetten zich hevig. Vooral de Mapuches lieten zich kennen als gedreven vechtjassen. Pas na een hele serie militaire campagnes kregen de Chileense autoriteiten Araucaria rond 1880 onder controle en ging 50 jaar Indiaans verzet de geschiedenis in als de 'Pacificatie-oorlog'.
Om aan dit geweld te ontsnappen én op zoek naar voedsel vestigde een groep Pehuenches zich in 1880 in de Quinquén-vallei, gelegen in de gemeente Galletué. Achtentwintig jaar lang konden ze rustig het traditionele leven van hun voorvaderen leiden. Ze bouwden huisjes en oogstten de pijnappelachtige vruchten van de Araucaria-boom. De boom, waarnaar de streek genoemd is, is voor de Pehuenches wat de bizon is voor de Lakota. De Araucaria, een kaarsrechte boom die duizenden jaren oud kan worden is heilig. Van de vruchten maken de Pehuenches meel, brood, koeken, chicha (een soort bier) en talloze andere dingen. Zonder de Araucaria kunnen de Pehuenches niet bestaan.

KOLONISERING
Rond 1908 was het gedaan met de rust. Een kolonist, Guillermo Schweitzer, vestigde zich eveneens in het gebied. In het begin was er nog niet zoveel aan de hand. Schweitzer vroeg en kreeg toestemming van de Pehuenches om tegen betaling zijn kudde 's zomers in de vallei te weiden. Na tien jaar weigerde hij echter het pachtgeld nog te betalen. Wat bleek: Schweitzer had de vallei van de Chileense regering gekocht en was nu eigenaar van de grond. De Pehuenches mochten van hem in de vallei blijven wonen, maar ook al zaten zij er het eerst, officieel konden ze geen aanspraak meer maken op het land. In 1920 nam Schweitzer een hypotheek op zijn bezittingen. Hij bleek die niet te kunnen betalen. De staat confisqueerde 'zijn' bezit en verkocht de grond in 1936 aan een ander, Augustín Lamiolatte. Lamiolatte liet de grond na aan o.a. zijn dochter María, die de grond naliet aan het echtpaar LLedó, die het nalieten aan hun kinderen. Zodoende belanden we in 1964. De kinderen van het echtpaar LLedó kregen opeens te maken met een nachtmerrie: opstandige Indianen. Maar die werden niet voor niets opstandig.

TERREUR
Vanaf 1964 leden de Pehuenches onder de terreur van plaatselijke milities en groepen politieagenten, geleid door een zekere Fahrenkrog. Fahrenkrog was een houthandelaar die ontdekt had dat Araucaria-bomen goed hout opleveren. Hij wilde de Pehuenches wegjagen om zo het gebied kaal te kunnen kappen. Ondanks het door Fahrenkrog ontketende geweld stapten de Pehuenches in 1966 naar de rechter om hun land op te eisen. De rechter wees echter in 1967 deze eis af.

BEROEP
In hoger beroep hadden de Pehuenches meer succes. Chili werd in die tijd geregeerd door president Salvador Allende, een socialist die gedurfde hervormingen doorvoerde. Hij pakte o.a. het grootgrondbezit aan. Door dit nieuwe beleid werd de Pehuenches in 1971 recht gedaan. Zij kregen het gebruiksrecht van de grond. De familie LLedó liet het er echter niet bij zitten. Ze hadden de politieke ontwikkelingen aan hun kant. Twee jaar later pleegde het leger een staatsgreep en werd generaal Pinochet het hoofd van het militaire regime. Her jaar daarop verschenen de LLedó opnieuw en eisten ze hun land op, met succes. Net voordat de familie LLedó de Pehuenches uit de vallei wilde jagen, kreeg de Araucaria echter de status van Nationaal Monument. Samen met de boom werd onbedoeld ook de Pehuenches beschermd: er mochten geen bomen gekapt worden, de streken waar de Araucaria groeide moest met rust gelaten worden en in die gebieden wonende Indianen kregen zo ook een adempauze. In 1987 bekeek het regime van Pinochet de bepaling helaas opnieuw. Besloten werd dat kappen nu wel mocht, ook in de zogenaamde Nationale Natuurreservaten. Daarmee verdween voor de Pehuenches de bescherming die de heilige boom hen bood. De gemeente Galletué kreeg weer toegang tot het gebied. Een rechter wees hen zelfs een schadevergoeding toe, omdat ze al die jaren de Araucaria-boom niet hadden kun nen exploiteren.

NATUURRESERVAAT
Drie jaar lang, van 1987 tot 1990, heerste er een oorlogssituatie in de vallei. De gemeente wilde de Pehuenches wegjagen, de Pehuenches weigerden hun land op te geven. Diverse keren stonden knokploegen en bulldozers klaar om de gemeenschap van haar voorouderlijke grond te slaan. Pas in maart 1990 verdween de acute bedreiging: in die maand herstelde Aylwin de status als Nationaal Monument van de Araucaria-boom. De Quinquénvallei en de hele gemeente Galletué werden uitgeroepen tot natuurreservaat. Weer werden de Pehuenches beschermd omdat de Araucaria beschermd werd.
Uiteraard ging de gemeente in beroep tegen de milieumaatregelen van Aylwin. Officieel zijn zij de eigenaars van het land, ze willen de Indianen laten verdwijnen en de natuurlijke rijkdommen van het gebied exploiteren. Ook zijn zij het oneens met de hoogte van de hen toegezegde schadevergoeding. Aan de andere kant staan de Pehuenches. Hun voorouders leven al eeuwen in de Araucaria, zelf bewoonden ze de Quinquénvallei als eersten en onder Aylwin hadden ook zij het recht gekregen het land te bewonen.
Het resultaat is een patstelling. Het gevecht in de rechtbanken sleept zich voort. Buiten de gerechtshoven is de spanning om te snijden, maar concreet gebeurt er niets. Sommige journalisten die over het geval Quinqué schreven, vragen zich zelfs af of het nog wel gaat om de Pehuenches. Volgens hen is het geld belangrijker en gebruiken de huidige eigenaren de uitzetting van de Indianen als een dreigement om hun land voor een belachelijk hoge prijs aan de regering te verkopen. Accepteert de regering de prijs niet, dan volgt uitzetting van de Indianen. Zo'n schandaal zou de democratische regering van de huidige president Eduardo Frei slecht uitkomen. Het is de vraag of de Wet op de Inheemse Volken van 1992 een antwoord heeft op dit soort morele chantage door grootgrondbezitters.

Dit artikel is geschreven op basis van artikelen uit het opinieblad Análisis en de kranten La Epoca en El Mercurio.

Ingrid van Amelsfort


Boekbespreking: Biografie Wilma Mankiller


Bij uitgeverij Contact verscheen vorig jaar de biografie van Cherokee-opperhoofd Wilma Mankiller uit Oklahoma. Wilma Mankiller geniet grote bekendheid als het eerste gekozen vrouwelijke stamhoofd in de Verenigde Staten.
Het boek is opgebouwd in elkaar afwisselende hoofdstukken over de geschiedenis van de Cherokees en haar persoonlijke levensloop. Deze laatste loopt synchroon met de vele gebeurtenissen die invloed hebben gehad op de renaissance van de Indianen in de Verenigde Staten. Zo heeft zij deelgenomen aan de bezetting van het gevangeniseiland Alcatraz in de baai van San Francisco in 1969. Sinds enkele jaren is zij het hoofd van de Cherokees in Oklahoma. Een interessant boek over een huidige Indianenleider.

Wilma Mankiller & Michael Wallis - Mankiller, een opperhoofd en haar volk - Uitgeverij Contact - Amsterdam/Antwerpen - 1994 - ISBN 90-254-0821-4.

Gerda Bolhuis


 

Stichting Wolakota Waldorf


In het vorige nummer van Wotanin Wowapi berichtten we over het initiatief van Bob Stadnick tot het oprichten van een Vrije School op het Pine Ridge-reservaat. Inmiddels is hiervoor een aparte stichting opgericht, de Stichting Wolakota Waldorf (Nederland). Zij zullen zich verder gaan bezighouden met steun aan deze school en de daarmee samenhangende initiatieven. 

Korte berichten


BEKROONDE FOTO
Een foto, die vorig jaar gemaakt is op het Pine Ridge-reservaat heeft de World Press Photo Children's Award gekregen. De foto toont een Lakota-vrouw met haar twee kinderen tegen de achtergrond van de Badlands.
De begeleidende tekst spreekt over her verschil tussen de oude en de moderne wereld van de Lakota, wat gesymboliseerd wordt in het danskostuum van de moeder en de Nikes van de kinderen.

CASINO ROSEBUD
Ook op het Rosebud-reservaat is nu een casino geopend. De opening werd verricht door een gebed van Chief Ted Thin Elk (één van de hoofdrolspelers van de film Thunderheart). Het casino bevindt zich in het plaatsje Mission. In de bingo-hal is plaats voor 250 spelers. Tevens beschikt het casino over een aantal slot-machines. Het casino heeft zo'n 135 mensen in dienst. Op het ogenblik zijn er verdere plannen voor uitbreiding van het complex met een motel.

RADIOACTIEF AFVAL
De Mescalero-Apache stam heeft als eerste Indianenstam besloten het storten van radio-actief afval op hun reservaat in Nieuw-Mexico toe te staan. Het contract levert de stam zo'n 250 miljoen dollar op.
Deze Apaches beschikten al over een ski-oord, een hotel en een klein casino. Aangezien de Mescalero's in een afgelegen gebied wonen, levert dit onvoldoende op. De Apaches willen zo weinig mogelijk afhankelijk zijn van federale subsidies en zien dit als een manier om toch hun plannen te verwezenlijken. De beslissing werd genomen met 490 tegen 362 stemmen. De beslissing heeft in Nieuw-Mexico een discussie uitgelokt over Indiaanse soevereiniteit. Omliggende dorpen, de milieubeweging en het Congres van Nieuw-Mexico zijn hevig tegen het besluit gekant. Ze vinden het een kwalijke zaak dat een Indianenstam een dergelijke ingrijpende beslissing alleen kan nemen.

Bron: De Volkskrant

 

Colofon


Redactie: Ingrid van Amelsfort & Judith-an Verschuuren
Organisatie & produktie: Gerda Bolhuis
Layout/logo's: Ad Vermeulen
Bijdragen: Ingrid van Amelsfort, Gerda Bolhuis & Natanja Davidsson

ISSN 0926-2989