Wotanin Wowapi 34 - juni 1999


nieuwsbrief van de Lakota Stichting

nummer 34, juni 1999

Inhoudsopgave



Van de redactie


In dit nummer van Wotanin Wowapi treft u een artikel aan over het verdrag van Fort Laramie, het verdrag dat de Lakota in 1868 met de Amerikaanse regering sloten. Het artikel is geschreven door een redacteur van de Rapid City Journal, een plaatselijke krant in Zuid-Dakota. Hij pleit voor een regeling met de Lakota als compensatie voor de verdragsschending. De meeste blanken in Zuid-Dakota zijn fel tegen zo'n regeling. We bespreken in dit nummer ook enkele pas verschenen boeken, onder andere de autobiografie van de bekende voormalige leider van de American Indian Movement, Russell Means. Verder het laatste nieuws: het Pine Ridge-reservaat in Zuid-Dakota is getroffen door een tornado. We hopen in de komende weken hierover meer nieuws te horen. In de volgende nieuwsbrief dus meer hierover.

Gerda Bolhuis


Indiaanse legenden

Joseph Bruchac - Verhalen van indianen uit Noord-Amerika

Uitgever: Mirananda Uitgevers B.V., ISBN-nummer 90 6271 886 8
Prijs: ca. 22,50.

Verhalen geven het meest wezenlijke weer van het leven van een volk. Ze vertellen over hoop en vrees van de mensen. Ze weerspiegelen zowel het leven van alledag als de dromen. Dit geldt in het bijzonder voor de traditionele verhalen van de verschillende indiaanse volksstammen in het gebied dat we wat vaag de Northeastern Woodlands noemen: het gebied tussen de grote meren en de Atlantische oceaan. De mensen daar zagen zich zelf in relatie tot de wereld van de natuur, het stroomgebied van de rivieren, de kusten van de grote oceanen en de heuvels en de bergen van het land. Ze beschikten over een intieme kennis van dieren en planten en over overlevingstechnieken die maakten dat ze een gelukkig en gezond leven konden leiden. Het was, en ten dele geldt dat voor indianen nog steeds, even natuurlijk bekend te zijn met de vrijgevigheid van bos en zee, die voor voedsel en geneesmiddelen zorgden, als het voor ons is de weg te kennen in een supermarkt of de winkels in een winkelcentrum. Hun verhalen weerspiegelden deze kennis en hielpen haar instandhouden.

Een van die verhalen gaat over hoe het berenvolk van de Tuscarora de kennis over medicijnen heeft ontvang en. De Tuscarora vormen de laatste van de zes Irokese stammen die zich bij de liga aansloten. Ze woonden in het gebied dat nu North Carolina heet.

Lang geleden kwam een in lompen gehulde man in een klein dorpje aan. De man was ziek en bedekt met zweren en zag er niet uit. Bij de eerste hut in het dorp klopte hij aan. Het was het huis van het bevervolk. In die tijd kon je wanneer je voedsel nodig had bij elk huis kon aankloppen. Zoals misschien bekend is bij de Irokezen de moeder het hoofd van het gezin. Toen de oude man het doek voor de toegang weghaalde en om wat eten vroeg, kwam de vrouw naar de deur. Ze stuurde de man zonder iets te geven weg. De man probeerde het ook bij de bewoners van het hertenvolk, de wolven, de schildpadden en de reigers. Nergens werd hij geholpen. Tenslotte kwam hij bij de hut met een huid van een beer. Voordat hij ook maar iets kon zeggen verwelkomde de moeder van het berenvolk de oude man en haalde hem binnen om bij het vuur te zitten. De vrouw verzorgde de man, gaf hem schone kleren en dekens om te rusten. Na dit alles vroeg de oude man de vrouw hem een gunst te bewijzen. Ze moest een kruid gaan zoeken in het bos en als ze dat gevonden had moest ze een geschenk in de vorm van tabak achterlaten. De vrouw deed wat haar gevraagd werd en ging op zoek naar het kruid. Het kruid werd gekookt waarna er thee van getrokken werd die hij kon drinken. De volgende dag was hij volkomen genezen. De man vertelde aan de vrouw dat ze dit kruid goed moest onthouden omdat er voor de ziekte die hij had nog niet eerder een geneesmiddel gevonden was. Na een paar dagen werd de man opnieuw ziek. Ook voor deze ziekte was geen geneesmiddel bekend. De vrouw werd opnieuw op pad gestuurd om het beschreven kruid te zoeken. Van het gevonden kruid werd medicijn gemaakt en de oude man werd weer zo gezond als een vis. Voor een aantal ziektes werd aan de vrouw het genezend medicijn verteld. Op een ochtend toen de vrouw wakker werd, bleek de oude man verdwenen te zijn. In zijn plaats scheen er een helder licht, helderder dan het licht van de zon. De vrouw meende de vorm van een grote man te onderscheiden. 'Ik ben de schepper', zei de verschijning. ‘Ik kwam hier om te weten te komen welk van mijn volken mijn lering en in de praktijk zou brengen. Jij was de enige, lief kleinkind. Daarom heb ik jou en je volk de gave om te genezen geschonken. De leden van het berenvolk zullen de medicijnmannen van de volkeren zijn. Vanaf dat mo ment werd het berenvolk steeds sterker en stond het onder alle volkeren bekend als het volk van de medicijnmannen.

Dit verhaal en 26 andere verhalen staan in het boek 'Indiaanse legenden'. Joseph Bruchac heeft voor elke legende onderzoek verricht bij de oorspronkelijke stammen die de legende in omloop brachten. Hij heeft gezocht naar vertellingen in de oorspronkelijke taal en naar oude, geschreven versies, voordat hij zijn eigen bewerkte versie heeft gemaakt. Op grond van zijn kennis en ervaring van de manier van spreken van indianen, heeft hij geprobeerd het ritme van de verhalen zo goed mogelijk in overeenstemming te brengen met de in heemse manier van spreken. In een aantal gevallen heeft hij van een individuele inheemse verteller toestemming gekregen een verhaal door te vertellen, maar er is ook gevraagd om verhalen niet op te schrijven.

De schrijver hoopt dat zijn boek begrip en waardering oogst voor het erfgoed dat de inheemse volkeren van het noord-oosten ons aanbieden - zowel aan indianen als aan niet-indianen - in de vorm van didactische verhalen die instrueren en in verrukking brengen, die uitleg geven en steun verschaffen. Volgens Bruchac heeft de wereld dit meer dan ooit nodig, dat mensen leren in vrede met elkaar te leven, de aarde te respecteren en de heilige natuur te begrijpen van het leven zelf.

Ik kan mij in deze wens goed vinden. Het boek leest gemakkelijk en de beschreven legendes zullen voor sommigen herkenbaar zijn uit onze eigen cultuur. Het boekje brengt ons op een eenvoudige manier weer een beetje terug op aarde. Dit boek geeft ons een handreiking naar de onderlinge relatie van mensen, maar ook naar die van mensen met dieren, planten en dingen.

Evert de Kruijf


Boekbespreking

Mario Gonzalez & Elizabeth Cook- Lynn - The politics of hallowed ground - Wounded Knee and the struggle for Indian sovereignty
ISBN 0-252-06669-3 paperback - ca. 25 dollar.

Russell Means & Marvin J. Wolf - Where white men fear to tread - The autobiography of Russell Means
ISBN 0-31214761-9 (15 gulden in de ramsj)

In deze boekbespreking twee boeken over de recente geschiedenis van de Lakota. Het boek van Mario Gonzalez is dit jaar uitgekomen; het boek van Russell Means dateert uit 1995. Ik heb deze boeken tegelijkertijd zitten lezen en nog zelden ben ik er zo met mijn neus opgedrukt, hoe uiteenlopend de visies op Lakota-zaken kunnen zijn. De beide schrijvers kennen elkaar, maar verwijzen slechts één keer naar elkaar in de index.

Russell Means is ook in Nederland bekend als de flamboyante leider van de American Indian Movement tijdens de bezetting van Wounded Knee. Na die actie is hij begonnen aan een carrière als filmster, o.a. in 'De laatste der Mohikanen' en ‘Pocahontas'.

De naam van ‘Mario Gonzalez' zal hier nauwelijks een belletje laten rinkelen, maar deze auteur is vanaf begin jaren tachtig betrokken geweest bij een groot aantal activiteiten voor Lakota. Hij was advocaat voor de Oglala Sioux-stam in hun acties voor teruggave van en schadevergoeding voor de Black Hills en de auteur van beide versies van het wetsvoorstel om de Black Hills aan de Lakota terug te geven. Toen dat voorstel het niet haalde, ging hij zich bezighouden met acties voor de oprichting van een monument bij het ‘slagveld' van Wounded Knee (1890) en het verkrijgen van excuses voor deze slachting. Op het ogenblik is hij hoofd juridische zaken van de Kickapoo in Kansas.
Het boek van Mario Gonzalez, dat is gebaseerd op zijn dagboekaantekeningen (en wordt toegelicht door Elizabeth Cook-Lynn) is bijna niet te lezen zonder enige achtergrondkennis van de juridische problemen die in deze eeuw bij de Lakota hebben gespeeld. Het is vrij zwaar juridisch/historisch georiënteerd, en voorzien van tal van noten en bijlagen. Voor wie dat geen bezwaar vindt een hoogst interessant boek.

Het boek van Russell Means daarentegen leest vlot weg en geeft een goede indruk van hoe Indianen in de jaren vijftig en zestig heen weer getrokken werden tussen de stad en het reservaat, tussen de westerse cultuur en het Lakota-leven. Russell Means had een opleiding tot boekhouder afgerond, toen hij in Californië betrokken raakte bij protestacties van Indianen. Pas nadat hij ook in Zuid-Dakota acties was gaan organiseren, raakte hij enigszins geïnteresseerd in de eigen Lakota-cultuur. Hij noemt zichzelf een ‘reborn primitive', maar mijns inziens zou ‘reborn Indian' een betere omschrijving zijn. Zoals veel mensen van zijn generatie, die te weinig voeling hadden met hun eigen cultuur, heeft hij een enigszins geromantiseerd beeld van de Lakota. Een ander interessant aspect van dit boek is de laconieke manier waarop hij vertelt over zijn drankverslaving, de ontelbare vechtpartijen in café's en de vrij gewelddadige instelling van de American Indian Movement in die tijd, iets wat toen in Nederland bij de steungroepen nauwelijks bekend was.

Beide boeken zijn het lezen zeer waard, alleen vermoed ik dat ze een heel verschillend lezerspubliek zullen trekken.

Gerda Bolhuis


Door het verdrag van 1868 te vergeten verdwijnt het niet


Toen de voormalige Zuid-Afrikaanse president F.W. de Klerk op 15 oktober in Rapid City sprak, herinnerde dit mij (Rick Snedeker) eraan dat die twee mooie acres in de Black Hills nabij Rockerville, waar mijn vrouw en ik op wonen, ons nauwelijks toebehoren. We hebben het land niet gestolen, tenminste niet in de wettelijke betekenis, maar het heeft, zoals men zegt een verleden.

Het begon allemaal lang geleden in 1868, toen de regering van de V.S. de Sioux Natie formeel erkende als de eigenaar van het westelijk deel van Zuid-Dakota - waaronder ook het kleine stukje land van mijn vrouw en mij - in het verdrag van Fort Laramie. Maar toen in 1877 in de Black Hills nabij het huidige Deadwood goud werd ontdekt, werd het in Washington duidelijk dat het heel duur zou worden om zich aan het verdrag van 1868 te houden en dat de kans om op goud beluste kolonisten van Indiaans verdragsland af te houden zeer klein tot nihil was. Dus de regering draaide zich onder de deal uit en dwong de Sioux - toen al verslagen, gedesorganiseerd en van blank voedselafhank elijk - om zeven miljoen van de beste acres van de Black Hills die volgens het verdrag aan de Indianen toebehoorden (waaronder ook het land waar op mijn huis nu ietwat wankel staat) af te geven in ruil voor jaarlijkse voedseltoewijzingen. En in haar haast de deal te sluiten, slaagde de regering er niet in de handtekeningen van drievierde van de volwassen mannen van de Sioux Natie te krijgen - een wettelijke voorwaarde om elke verandering in het verdrag van 1868 te legaliseren. In een rechterlijke beslissing in 1980 ten voordele van de Sioux, in het geschil waarover men al sinds 1920 aan het procederen was, karakteriseerde het U.S Court of Claims de acties van de regering tegen over de Sioux in 1877 als ''het grofste geval van dubieuze transacties in de geschiedenis van onze natie''. Tegenwoordig hebben de Sioux nog maar hier en daar een flard van hun oorspronkelijke uitgebreide bezit volgens het Fort Laramie-verdrag.

Dit brengt me weer terug naar De Klerk. De Zuid-Afrikaanse staatsman was in 1994 president van de afschaffing van de apartheid, het beruchte, wrede systeem van rassenscheiding in zijn land dat, relevant voor deze discussie, zich ook specialiseerde in het zich op grote schaal toe-eigenen van land behorend aan de inheemsen (zwarten konden ten tijde van de apartheid niet meer dan 13% van het totale landareaal verwerven). Door de afschaffing van de apartheid gaf de regering van De Klerk niet alleen de meerderheid van de politieke macht terug aan de zwarten, aan wie voor lange tijd het kiesrecht was ontzegd, maar begon ze ook het kronkelige en verraderlijke proces van landhervorming, waaronder restitutie van land dat ten tijde van de apartheid gestolen was en verdeling van overheidsland aan degenen die geen land hadden. Omdat de belangen van de blanke landeigenaren ondertussen gevestigd waren, er behoefte was de angsten van voormalige en toekomstige investeerders te sussen en er een gebrek was aan overheidsfondsen voor restitutie, is het succes van de landhervorming in Zuid-Afrika nog lang niet verzekerd. Maar het is een noodzakelijke boetedoening om een begin te maken met het slechte van de apartheid terug te draaien, met het herstellen van de schade.

Met dit moedige, nieuwe Zuid-Afrika als achtergrond, leek het zowel vreemd als vreemd toepasselijk dat De Klerk naar Zuid-Dakota zou komen in het ‘hartland' van nog steeds niet opgehouden Amerikaanse apartheid. De Sioux, onze inheemsen van westelijk Zuid-Dakota, lijken in deze tijd, in tegenstelling tot hun politieke broeders en zusters in Zuid-Afrika, niet veel verder gekomen te zijn met het terugeisen van hun land dan 130 jaar geleden, toen het zonder vorm van proces gestolen werd.
Dit ondanks het feit dat de morele achtergrond van de gewelddaad voor beide volken identiek is: ze werden veroverd door technologisch superieure blanke Europese binnendringers, gedwongen hun land te verlaten en verbannen naar geïsoleerde en op de tekentafel ontworpen ''homelands'' en reservaten.

Dus waarom zitten de Zuid-Afrikaanse zwarten al op de weg naar het beloofde land terwijl hun politieke neven en nichten, de Sioux, nog steeds vast zitten, bijna zonder land en vergeten in de ''Badlands'' van Amerika.

Vier woorden: meerderheid van de bevolking. Meer dan 75% van de Zuid-Afrikaanse bevolking bestaat uit inheemse zwarten terwijl de indianen minder dan 1% beslaan van de Amerikaanse bevolking. En dat is een wereld van verschil. De Klerk heeft erkend dat de apartheid is afgebrokkeld om dat ze verkeerd was. Ja, maar, misschien nog opvallender, omdat het onhoudbaar werd voor de Zuid-Afrikaanse minderheidsregering om de onderwerping van een grote en niet meewerkende meerderheid vol te houden. Amerikaanse indianen daarentegen, bijna weggevaagd door de ziektes en de wapens van de koloniserende Europeanen, verloren hun politieke meerderheid in Noord-Amerika lang geleden al. Maar in de Amerikaanse context zou het verlies van politieke macht, hoewel het een verwoestende handicap is, in dit geval irrelevant moeten zijn. Dit is een simpel verdragsgeschil - een legale, niet een politieke kwestie die niet overtroefd zou moeten worden door het zogenaamde recht van verovering aan te halen. Een simpele rechtszaak zou hier kunnen volstaan.

Bij het afstaan van het westelijk deel van Zuid-Dakota aan de Sioux Natie, schreef de Amerikaanse regering in het Fort Laramie-verdrag dat het land apart gezet was voor volledig en ongestoord gebruik en bewoning door de indianen..... en de V.S. komen nu overeen dat niemand, behalve degenen hierin benoemd en bevoegd om dat te doen..... ooit toegestaan zal worden door het territorium, beschreven in dit artikel, te reizen, zich te vestigen of zich erin op te houden''. Kan het nog duidelijker?.

Echter tegenwoordig, nadat generaties blanke landbezitters op het land in de Black Hills hebben geleefd en dit land bewerkt hebben, heeft zich een gevoel van door God geschonken, blank bezitsrecht ontwikkeld, samen met een geheugenverlies over de oorsprong van het verdrag. Maar, toestaan dat de waarheid vervaagt in vergetelheid verandert de misdaad niet en maakt deze ook niet straffeloos. Het Amerikaanse Hooggerechtshof is in feite tot een overeenstemming gekomen, door in 1980 te beslissen dat de overheid de Sioux Natie $122,5 miljoen schuldig is als compensatie (de landwaarde plus samengestelde rente) voor het verlies van de Black Hills in 1877.

Maar, om de ontoereikendheid van dit bedrag in perspectief te brengen, besef dat het slechts nauwelijks de waarde overstijgt van het goud dat in een slecht jaar in de Homestake mijn in Lead werd gevonden. In het slechtste productiejaar in het moderne tijdperk, 1979, bracht de mijn 245,913 ounces goud op met een waarde van grofweg 75 miljoen dollar, als je uitgaat van de gemiddelde goudprijs van dat jaar van $306,78 per ounce. Alles bij elkaar genomen heeft Homestake vanaf 1876 in de mijn 39 miljoen ounce goud gevonden. Als je de berekeningen van het tijdschrift Forbes accepteert, dat de goudprijs sinds 1801 een gemiddelde waarde had van $627 per ounce (in 1998 dollars), kan de relatieve waarde van de totale goudproductie, om je een beeld te vormen, geschat worden op $24,5 miljard of $200 miljoen gemiddeld per jaar.

Maar het bedrag dat bedacht werd bij het Hooggerechtshof is slechts bijzaak bij de beslissing zelf. De hoofdzaak van de beslissing is niet hoeveel de Sioux ter compensatie zouden moeten krijgen, maar dat ze gecompenseerd moeten worden - een formele federale erkenning dat er in feite een diefstal heeft plaatsgevonden. Welnu, als dat geregeld is, zou de soort en de hoeveelheid van de compensatie open moeten staan voor discussie.

Ondanks de beslissing van het Hooggerechtshof, hebben de Sioux-stammen standvastig betaling in geld geweigerd, maar staan in plaats daarvan open voor compensatie in de vorm van overheidsland.

Het is een begrijpelijke eis: geld is slechts tijdelijk, land is voor eeuwig. Dat de Sioux de Black Hills ooit terug zullen winnen lijkt onwaarschijnlijk. In een perfecte en rechtvaardige wereld zou het moeten kunnen. Maar in de echte wereld, zoals nu in Zuid-Afrika, kan het herstellen van iets dat al generaties verkeerd is gekmakend complex zijn en doordrenkt met vijandig verzet.

Maar de eerste stap van de oplossing is de waarheid te erkennen - in dit geval dat de Sioux in 1877 beroofd zijn van hun beste land en daarbij hun traditionele leven, hun heilige eer, verloren hebben. De tweede stap is toegeven dat er een schuld is. De meest eerlijke restitutie zou natuurlijk de teruggave zijn van al het land dat volgens het Fort Laramie-verdrag aan de Sioux toebehoort. Maar de logistiek hiervan zou op zijn best een nachtmerrie zijn. Wat zou er bijvoorbeeld gebeuren met de eigendomsrechten van niet-indiaanse huiseigenaren, die op het land leven dat nu weer aan de Sioux zou toebehoren? En naast de ontmoedigende praktische details van zo'n overname kunnen we een behoorlijke golf van hysterie verwachten. Zo'n ontwrichtende revolutionaire verandering kan in een handomdraai vijandelijkheden oproepen. Het is niet ondenkbaar dat er een burgeroorlog uitbreekt in de Hills. Denk aan Bosnië, Israël, Noord-Ierland en Zuid-Afrika - allemaal door oorlog verscheurde plaatsen die eenzelfde achtergrond delen, een moorddadige woede over wat gezien wordt als een arbitraire overname van land door indringers. Vanwege de onmogelijkheid om het Fort Laramie-land terug te krijgen, zou het een eerlijk compromis zijn om een behoorlijke hoeveelheid overheidsland in de Black Hills over te dragen, tezamen met heilige plaatsen zoals Bear Butte, plus een eerlijke geldelijke regeling - een eenmalige contante betaling of jaarlijkse inkomsten van een federale belasting die voor eeuwig zal worden toegekend.

Een ander compromis zou slechts een geldbedrag kunnen zijn. Een heel groot geldbedrag. Als de regering van de V.S. hebzuchtige spaar-en-leen-bedriegers vrij kan krijgen voor een bedrag van $500 miljard in de jaren 80, dan kan ze zeker meer dan $122,5 miljoen gappen om een federale verplichting te vervullen die veel meer waard is.

Enkele nee-zeggers beweren dat men de Sioux, die de Black Hills met geweld hebben overgenomen van weer andere stammen voordat ze zelf van het land verdreven werden, dus niets schuldig is. En dat niet-indianen niet verantwoordelijk zijn, op welke manier dan ook, voor de vele misdaden en vergrijpen van onze sinds lang overleden voorouders in de Hills. Maar hoe de Sioux mede-ondertekenaars werden van het Verdrag van 1868 is irrelevant.

Wat voor de wet telt is dat ze het waren. En het lijkt dat er ook een zaak gemaakt kan worden van het feit, dat zolang wij niet-indianen blijven profiteren van de illegale ongeldigverklaring van dat verdrag, we medeplichtig blijven. Het bezoek van F.W. de Klerk aan Rapid City zou, als er dan verder niets anders is, moeten dienen als een waarschuwing aan ons, dat het land waar wij niet-indianen vandaag van genieten, voor een deel verworven is met de winst van verraad. Het Hooggerechtshof heeft de schuld al erkend en heeft deze al proberen te berekenen. Maar onbegrijpelijkerwijze hebben ze dit gedaan met verouderde rekenmethoden.

Het zou een zaak van nationale eer moeten zijn dat de waarde van deze aansprakelijkheid opnieuw berekend wordt, om een meer eerlijker schatting te maken van wat voor de indianen gelijk is aan het verloren paradijs. En dan zouden we dat moeten betalen, voordat er weer een eeuw of nog meer voorbij gaat, terwijl ons collectieve geheugen heel handig nog vager wordt.

Rick Snedeker (eindredacteur Rapid City Journal)

vertaling: Nicole Buck


Tornado raast over Pine Ridge-reservaat

Het Pine Ridge-reservaat in Zuid-Dakota is op vrijdag 4 juni en zaterdag 5 juni getroffen door tornado's. Het dorpje Oglala aan de zuidwestkant van het reservaat is vrijwel met de grond gelijkgemaakt, 27 huizen zijn vernield. Er is één dode, 6 zwaargewonden en 144 lichtgewonden. Ook werden er zaterdag nog mensen vermist. 117 mensen zitten volgens het radiostation PBS zonder huisvesting. Ze zijn tijdelijk ondergebracht in sporthallen en slaapzalen van scholen.

Ook andere plaatsen op het reservaat zijn getroffen, de tornado op vrijdag heeft zo'n 20 keer de grond geraakt. De Wolakota Waldorf School in Kyle, waar juist een nieuw gebouw werd bijgeplaatst, heeft eveneens schade opgelopen.

Het Pine Ridge-reservaat heeft geen tornado-waarschuwingssysteem. De meeste huizen hebben ook geen kelders, waarin geschuild kan worden. De Amerikaanse overheid overweegt het reservaat tot rampgebied te verklaren.


Korte berichten

Makah vangen walvis

Al eerder (nieuwsbrief 26) berichtten wij over de Makah-Indianen uit de staat Washington en hun plannen om hun traditionele walvisjacht te hervatten. Ondanks grote tegenstand van de milieu-beweging hebben de Makah nu toch een walvis kunnen vangen. Het milieuschip Sea Shepherd had een eerdere poging enkele dagen daarvoor verijdeld.

De Makah menen op grond van hun verdrag met de Verenigde Staten uit 1855 het recht te hebben dit te doen. Toen de (grijze) walvis in de jaren ‘twintig op uit sterven stond, stopten de Makah vrijwillig met de jacht. In 1937 werd de jacht ook formeel verboden. Nu er weer zo'n 26000 walvissen zijn, hebben de Makah hun oude traditie weer opgepakt.

De Makah hebben toestemming van de ‘International Whaling Commission' om in de komende vijf jaar twintig walvissen te doden.

Activiste vermoord

Indiaans activiste Ingrid Washinawatok, een Menominee uit Wisconsin, is in Latijns-Amerika vermoord. Haar lichaam werd samen met dat van twee anderen gevonden in het grensgebied van Colombia en Venezuela. Het drietal hielp de plaatselijke U'wa-stam met het opzetten van een school. Vermoedelijke uitvoerder van de moorden is de Colombiaanse rebellenbeweging FARC.

Ingrid Washinawatok was onder meer medevoorzitster van het ‘Indigenous Women's Network', een organisatie, waarvan inheemse vrouwen uit de hele wereld lid zijn. Zij bezocht verschillende malen Europa o.a. voor de bijeenkomsten van de Verenigde Naties Werkgroep voor Inheemse Bevolkingen. Zij heeft ook Nederland enkele keren bezocht.


Colofon


Eindredactie: Marian Cuisinier
Organisatie & produktie: Gerda Bolhuis
Layout/logo's: Ad Vermeulen
Bijdragen: Gerda Bolhuis, Nicole Buck, Marian Cuisinier & Evert de Kruijf

ISSN 0926-2989